De Zonnebaars
Wie af en toe een vijvercentrum binnenloopt
en dan niet alleen aan de spectaculaire koi aandacht schenkt, zal ze beslist
opgemerkt hebben. Die andere uitermate kleurige vissen: de zonnebaarzen! Het
enige dat je misschien een nadeel zou kunnen noemen is, dat de kleuren zich op
de flanken bevinden. Daardoor komen ze in de vijver niet altijd echt tot hun
recht.
Wat wel direct opvalt, is de iriserende, blauwe afzoming van hun 'oren'. In
feite is dit een verlenging van de kieuwplaat, die vooral bij mannetjes is te
zien. In de bak bij de handelaar meestal (nog) niet, want die afzoming krijgen
de zonnebaarzen pas als ze volwassen zijn.
1n de vijver vervullen ze een nuttige taak. Het zijn kampioenen in het opruimen van muggenlarven en waterinsecten. Alles wat beweegt, trekt hun aandacht en zullen ze met veel geduld proberen te verschalken... ook jonge visjes tot een grootte van een centimeter. Na verloop van tijd zal de vijveraar die er zonnebaarzen op na houdt, er niet meer zo gelukkig mee zijn, want het zijn ook kampioenen wat betreft het produceren van nageslacht. Dat gaat op den duur het vijverwater extra belasten, dus ammoniakvergiftiging of zuurstofgebrek in de hand werken. Zonnebaarzen zijn snel tam te maken. Een kronkelende worm doet hun aangeboren schuchterheid snel omslaan in nieuwsgierig enthousiasme. Als je een beetje doorzet, komen ze al na een paar weken op je met lekkere wormen gevulde hand af. Dat schept toch wel min of meer een band met die dieren. Ze kunnen zelfs gewend worden aan pellets. Dat gaat niet zo gemakkelijk, maar als de andere vissen zich tegoed doen aan die pellets, leren de zonnebaarzen het ook wel. Levend voer blijft echter altijd favoriet. Het is prachtig om te zien hoe ze in de zomermaanden behoedzaam maar nauwkeurig het oppervlak afspeuren naar een rustend insect. Als er eentje in het water valt, zal er nauwelijks een andere vis vlugger bij zijn. Alleen een winde kan ze net iets te snel af zijn. Wie volop wil genieten van de kleurenpracht van zonnebaarzen, kan ze het beste in een (liefst onverwarmd) aquarium houden. Het geld dat je op verwarming uitspaart, kun je investeren in krachtige filtering. Zonnebaarzen zijn erg gesteld op heel helder en zuurstofrijk water. Actief syntraat of filterkool in het filter zal geel- of bruinkleuring van het water wegnemen, zodat de blauwiriserende patronen van de visjes eraf spetteren! Wanneer in het aquarium af en toe zonlicht binnendringt zal duidelijk zijn waarom ze zonnebaarsjes heten. Ik vind dat je een zonnebaars bak niet te fel mag belichten, omdat daardoor de diversiteit van de kleuren verloren gaat en de vissen overwegend groen worden. De iriserende tinten kleuren feller bij wat minder licht. De bak moet wel minimaal één meter lang zijn. In een kleiner onderkomen zullen ze ook wel overleven, maar dat is niet hetzelfde als 'leven'.
De zonnebaars komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Al lang geleden echter zijn er enkele exemplaren hier terechtgekomen en hebben zich in onze buitenwateren perfect aangepast. Ze waren in dit opzicht trouwens niet de enige asielzoekers, want ook de meest voorkomende rivierkreeft is niet de inlandse, maar de Noord-Amerikaanse soort. De inheemse is vrijwel uitgestorven ten gevolge van de kreeftenpest. De zonnebaars die we het meest tegenkomen, is Lepomis gibbosus, die in Amerika pumpkinseed wordt genoemd. Overal waar ik kom, zoek ik altijd naar rariteiten en zodoende stoot ik wel eens op andere soorten. Zo heb ik bijvoorbeeld eens bluegill of blauwkeel zonnebaars (Lepomis macrochirus) gehad. Dat werden forse dieren, bijna 20 cm, maar ze konden blijkbaar niet tegen onze koude winters, zeker niet als die ook nog lang waren. Tussen pas binnengekomen goudvissen heb ik een enkele keer de groene zonnebaars (L. cyanellus) gevonden. Deze voor een zonnebaars laag gebouwde vis is veel agressiever dan de andere soorten. Hij wordt bovendien zo'n 30 cm en dat is toch wat veel voor een gewoon huiskameraquarium.