De zerken die in het koor zijn geplaatst, zijn over het algemeen minder beschadigd dan de zerken in de zijbeuken.

ZERK 302 klik hier voor plattegrond

De eerste zerk ligt in de hoek van het doophek en de koorbanken.
Vooral qua tekst en lettertype wijkt deze zerk sterk af van alle andere zerken in de kerk, maar ook het beeldhouwwerk is erg opvallend ten opzichte van de andere zerken.
Het randschrift is in latijnse tekst en nogal lastig te ontcijferen en vol met vervoegingen.

Tekst randschrift is:

ANNO DM MVc XXVI .. RALEDAS AUGUSTI CIRICUS
ECCLE RCOR DEO OR COCEDES HIC SEPVLTVS EST

OPMERKINGEN:

De zerk betreft augustinus siricus, vanaf 26 juli 1503 pastoor/priester van de martinikerk en overste broeder van het st anna gilde. overleden in 1526. opvolger van benedictus heeres.

Op de vrij grote zerk is een eenvoudig maar fraai beeldhouwwerk aangebracht. Onder een smeedijzeren poort zijn twee knielende engelen afgebeeld. Links een man, rechts een vrouw. Beide houden een blad omhoog waarop een soort bokaal staat. Op het lint onder de twee engelen staat links Natrus en rechts G.H. Tussen de woorden in is een klein wapenschild met een huismerk in de vorm van een swastika. Op de hoeken van de zerk zijn in een vierpas wat merkwaardige afbeeldingen aangebracht. Linksboven; een zingende vogel op een tak, rechtsboven; een knielende jongen die een langwerpige vis in zijn armen heeft. Linksonder een soort vliegende vis en rechtsonder een ezel met vleugels. Mogelijk is hier sprake van evangelisatie figuren.

ZERK 303 klik hier voor plattegrond

Deze grote zerk is door slijtage van alle tekst ontdaan. Wel is het fraaie beeldhouwwerk op het middenvlak nog te onderscheiden. De opzet van het beeldhouwwerk toont veel overeenkomst met de zerk van Luts Ziarda, (311).

In het midden een soort versierde pilaar. Links van de pilaar een rechts kijkende traliehelm met als helmteken een franse lelie (Herema's) boven een wrongkroon. Het M schild is gelijk aan het helmteken. Het V schild is moeilijk te zien, maar links van de deellijn een halve adelaar en rechts o.a. een eikel en een franse lelie.

Rechts van de pilaar een links kijkende traliehelm met als helmteken een uitspringend hert (Canmminga's) boven een kroon. De beide schilden zijn afgesleten. Zowel in het rechter als het linkerdeel worden de schilden ondersteund door een jongen en een meisje. Boven de helmen een poort waarboven veel spelende kinderen. Verder is de zerk rijk versierd met ornamenten. Op de hoeken in vierpassen twee schilden.

ZERK 304 klik hier voor plattegrond

De zerk er naast is niet zichtbaar omdat het kleed in het koor de zerk volledig bedekt. Dit is jammer want het is een bijzonder gave en fraaie zerk met opmerkelijk beeldhouwwerk en familiekwartieren.

Het randschrift is:

Ao 1664 den 10 Februarij sterf den Hooch geleerden D.
Arnoldi Verhel Philosophi Professor ....r oudt 84 Iaer
Ao 1659 den 4 oktober sterf juffrou Riemke Gravius syn
huisvrou oudt 54 Iaer ende liggen hier begraven
Verhel Lange
Verhel Gravius

tekst onder beeldhouwwerk op cartouche is:

Louwe
In tumulum incomparabilis Philosophi
Weede
D. Arnoldi Verhel

Conditur hac sarua Magnus Verhellius umbra
Ingenius lanti non habet umbra viri
Qoud .... Doctor per seros ci aruitannos
aethatis .. sibi conciliavit opes
H. Neuhusius
Dewijs
Beer
Pijl
Bijlant

OPMERKINGEN:

Het fraaie onbeschadigde beeldhouwwerk bevat twee wapens. Links het mannelijke wapen van Verhel, drie franse lelies met daaronder een wolf. En rechts het vrouwelijke van Gravius, een liggende wassenaar met drie sterren. Verder een links en rechts kijkende traliehelm. De linker heeft als helmteken een wolf en de rechter een opgeheven arm met gebalde vuist boven een wrongkroon.

Zowel links als rechts zijn over de volle lengte van de zerk vier familiekwartieren aangebracht. Links, van vaderszijde: Verhel, een wolf en drie lelies; Louwe, gevierendeeld met twee keer drie X tekens en 2 keer vier lijntjes; De Wijs, n vlak met twee uitgetande lijnen, daarnaast een vlak met drie zwaarden en er onder een groot vlak met twee uitgetande lijnen; Pijl, n vlak met drie omhoog wijzende pijlen. Van moederszijde: Lange, drie lelies met in het midden een cirkel; Weede, zes lelies; Beer, een beer op een rots en Bijlant, een kruis.

Arnoldus Verhel is geboren op 29 augustus 1583 te Amersfoort (volgens de grafsteen is hij geboren in 1580). Hij was een zoon van Hendrik Verhel en Anna Grootvelt. (volgens wapens zerk is moederkant niet grootvelt, maar Lang). Die welgesteld en rijk en in groot aanzien stonden.

Al op 16-jarige leeftijd promoveerde 1599 hij tot Mag. art. (meester in de vrije kunsten). Op 4 juni 1600 deed hij zijn intrede in de orde der capucijners te Mechelen, leerde er theologie en filosofie. In 1609 woonde te Brussel in klooster. Bevalt hem niet goed en vlucht in 1613 naar zijn ouders. dit herhaalde zich enige malen en in 1614 wordt hij bij zijn ouders weg gehaald en opgesloten in klooster te Mechelen. Op 2 sepetember 1616 vlucht hij opnieuw en nu defenitief en komt in Franeker.

Op 12 september 1617 wordt hij toegelaten als advocaat aan het hof te Leeuwarden. Op 12 oktober 1616 werd hij te Franeker ingeschreven als student in de rechten en op 5 juli 1617 bevorderde professor Buis hem tot J U D (meester in beide rechten). Op 3 september 1618 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de filosofie. Op 17 september 1620 werd hij bevorderd tot gewoon hoogleraar. Hij was algemeen geacht en bemind: de studenten noemden hem gewoonlijk vader Verhel. Hij deed veel publicaties, oa Summa Metaphysica in 1622.

Van 1633 tot 1648 bibliothecaris van de academie fran. en maakte eerste catalogus van de boeken uitgegeven door Balck 1644. Als leraar was hij goed en duidelijk tegenover studenten. Maar met de senaat kreeg hij mot door boeken van de academie te verkopen aan studenten en publiek en geld lenen aan idem dat va de aca was. verantwoording roepen. tijdens zijn 4de lectoraat op 14 februari 1664 stierf hij.

Hij huwde eerst met Aukje Anstra en na diens vroege dood met Riemke Gravius, die op 4 october 1659 is overleden, 54 jaar oud. Er waren 4 kinderen, twee jongens en twee meisjes. Verhel is overleden op 14 februari 1664, 81 jaar oud.

Evenals zijn geboortedatum wordt de datum van zijn sterven en de ouderdom op de grafzerk anders vermeld, namelijk 10 februari 1664, in de ouderdom van 84 jaar.

ZERK 305 klik hier voor plattegrond

De volgende zerk is van fraai beeldhouwwerk voorzien en bedekte de grafkelder van de familie van Roorda.

Het randschrift is:

Int iaer M DC LIX de' XXIII Aprilis sterf de' eedel en
eerentveste Goffo va' Roorda

OPMERKINGEN:

Deze zerk is bijzonder fraai gebeeldhouwd en erg groot: Goffo is levensgroot en geharnast uitgebeeld. Het is een klassiek voorbeeld van de wijze waarop in de 16de eeuw de figuurbeeltenis met familiewapen werd afgebeeld. In de linkerhand houdt hij zijn wapen, het zwaard hangt aan zijn zijde, de helm bevindt zich aan het boveneinde van de steen terwijl zijn strijdhandschoenen aan weerszijden door een engel, staande op een bundel pijlen, worden gehouden. Het wapenschild is in 1795 vernield.

Goffo van Roora was een van de kinderen van Sijbrant van Roorda en Haringh Heresdr van Hottinga. Het echtpaar woonde op Roordaburg en bij de westerpoort dat ten zuid oosten van Franeker lag. Het echtpaar is ook in de Martinikerk begraven, maar de zerk is niet meer aanwezig. Goffo was gehuwd met Machteld van Naerden, een dochter van Maerten van Naerden. Na de dood van Goffo hertrouwde ze met Peter Baeijmer, dijkgraaf en rechter, die woonde in het huis dat later de burse werd. Machteld trok bij hem in waardoor Roordaburg overging naar haar zoon Sijbrant, die getrouwd was met Teth Sijdsesdr van Goslinga. Dit echtpaar kreeg een dochter, Perck van Roorda, die huwde met Pijbe Sijdses van Eminga. Hierdoor ging Roordaburg over op de Eminga,s omdat er geen mannelijke erfgenaam meer was. Een van hun kinderen, Alert Sijbrant van Eminga, die van 1652 tot 1662 grietman van Franekeradeel was, huwde met Maria George Wolfgangsdr thoe Swartzenbergh, een barones. Later hertrouwde hij met Fockel van Botnia en verhuisde naar de Botniastins tegenover het stadhuis. Een dochter uit zijn eerste huwelijk, Catharina van Eminga, huwde met Alef Pieter van Aggema en woonde nu op Roordaburg. Een van hun dochters, Catharina alefdr, huwde met Johan van Loo, die de naam Eminga aan zijn familienaam toevoegde. In 1691 verkocht zij Roordaburg aan Gerrolt van Camminga, die getrouwd was met Catharina Victoria van Sternsee, een zuster van Karel Christoffer van Sternsee. De zoon van dit echtpaar overleed kinderloos in 1719. De erfgenamen deden afstand van de zwaar belaste erfenis en op 10 september 1720 werd huis plus inboedel verkocht aan jonkheer Tiberius Pepinus van Eminga, die woonde op Wiardastate te Goutum. Hij was een zoon van Sicke van Eminga en Frouck Tjepcke Eesckesdr Poppema-Gerbranda van Ayla. Sicke was een zoon van Sijds van Eminga en Riem Galesdr van Galema en was een broer van Alert Sijbrant van Eminga. Lang bleef Roordaburg niet in bezit van Tiberius. Op 21 october 1721 verkocht hij het huis aan Dominicus Hamerster en zijn vrouw Maria Agnes Huber. (zie zerk familie Huber) Door deze koop kreeg Dominicus stemrecht in 1737, hem geschonken door George Huber. Roordaburg werd in 1765 afgebroken. Op 20 april 1767 werd een deel van de grond verkocht aan Dirk en Lieuwe Ijpes, scheepstimmerlieden op zevenhuizen. ( Zie voor verdere info zerk familie Fontein ).

ZERK 306 klik hier voor plattegrond

Niet direct zichbaar onder de preekstoel ligt een zerkje dat afkomstig is van het kerkhof buiten de kerk.

De tekst is:

Hier leyt beg
raven Elis Ton
issen Steckist
gestorven din
19 october
anno 1629

OPMERKINGEN: geen

ZERK 307 klik hier voor plattegrond

Sommige zerken zijn op het eerste gezicht een puzzel omdat de tekst uit vele afkortingen bestaat, of erg beschadigd is. Ook deze zerk vereiste enig denk en puzzelwerk. Maar de computer gaf na input van de sumiere gegevens vrij snel een antwoord.

Het betreft hier de grafzerk van professor Nerdenus.

Het randschrift is:

Reverendus vir D. Henricus Antonides Nerd. S.S. Theol. Doct.
ejusdemque in Acad. Fran. Prof. cm hic sas collocat exuvias

Anno kal 1614 AEt 69 Prof 29 Apr 20 Deo animam offert Amicis
nomen

op het middenvlak staat:

1819 den 6 Meij is overleeden Johannes
Gerrits de Boer 52 Jaaren en
lecht hier begraven.

OPMERKINGEN:

Henricus Antonides Nerdenus werd op 13 februari 1546 geboren te Naarden. Zijn echtenaam was Herman Antoniszoon. De familienaam Nerdenus kreeg hij in 1587 toen hijzijn ambt als hoogleraar Theologie aan de Franeker Academie aanving. Hij was deeerste hoogleraar theologie die in 1585 aan e academie werd benoemd. Hij heeft 29jaar les gegeven. Hij was gehuwd met Ludovica Herbertsdr Wijncoop. Henricus stierfop 20 april 1614. Hij werd 69 jaar oud.Hun zoon, Antonius Hendrikzoon, geboren in 1570 te Naarden, begon zijn studie aande Academie in 1587. Hij was wetenschappelijk goed onderlegd en naast zijn studietheologie had hij ook veel intresse in de oude talen. Hij was het ook die defamilienaam van der Linden koos. Als hij rector van de latijnse school te Enkhuizenis begint hij een zelfstudie in de geneeskunde. In 1608 ontvangt hij in Franekerzelfs een doctorstitel, waarna hij in Enkhuizen een praktijk begint, en in 1625verhuisd hij naar Amsterdam om daar een grote en bekende praktijk te beginnen. Zijnzoon Johannes Antonides van der Linden werd op 13 januari 1609 te Enkhuizen geborenals enige zoon uit het tweede huwelijk van zijn vader met Sara Sweerts tot Weert,dochter van de Antwerpse magistraat Johannes de Weert.De later zo beroemd geworden Johannes Antonides werd in 1611 naar zijn oom Hermangestuurd die in Naarden predikant was. Na twee jaar kwam hij terug naar Enkhuizenwaar hij de latijnse school bezocht. Op 32 oktober 1635 werd hij te Leiden alsstudent natuurkunde ingeschreven. Op wens van zijn vader liet hij zich op 2 december 1629 te Franeker inschrijven als student geneeskunde. Na een langdurigeziekte vestigd hij zich in 1631 als geneesheer in Amsterdam waar hij met zijn vadersamenwerkt in de praktijk. De dood van zijn vader in 1633 maakte een eind aan desamenwerking. In 1634 trouwde hij met Helena Grondt. Op 26 november 1639 werd hijhoogleraar in de geneeskunde aan de academie te Franeker. Hij had toen al een zeerbekende en goede naam opgebouwd. Naast lesgeven in de geneeskunde wijdde hij ookveel zorg aan de Hortus Botanicus van de academie.In 1643 vervulde hij het rectoraat terwijl hij ook veel zorg bestede aan hetherzien van de verwaarloosde bibliotheek van de academie. In 1648 werd hij officieel bibliotecaris. In april 1651 vetrok hij uit Franeker naar Leiden waar hij op7 juni in de senaat geinstalleerd werd. Op 5 maart 1665 overleed hij aan depleuris. Hij liet Helena achter met twee zonen en vijf dochters.Op het middenvlak, waar nu de tekst van J.G. de Boer is geplaatst, was een latijnsvers aangebracht ter ere van de professor. De tekst van dit vers was:

"Hic jacet Antonides, hic musae, hicpaxque decusque

Hic columen nostrae delitiumque scholae

Qui cubatille, jacet istaec; mors una quietem

Huie prompsit, multis exitumque alus

Privatum non ergo malum plorate, sepulchrum

Fati est communis, publica noxa boni"

Johannes Gerrits de Boer was een lid van de familie de Boer die aan het westvliet een pan en steen fabriek hadden. (Zie beschrijving zerk van deze familie in de kooromgang).

ZERK 308 klik hier voor plattegrond

De volgende zerk ligt in het verlengde van de vorige.

Het randschrift ontbreekt.

Op het middenvlak staat:

Ao 1765 den 17 augustus is in den Heere
gerust de coopman Pieter Adama in leven
mede Froedschap der Steede Franeker in
den ouderdom van 50 Jaaren 7 weeken
en 3 daagen leidt alhier begraven.

1788 den 29 Novemb Overleed de Moeder
van Broer Adama Regerend Burgemeester
alhier en van Th. Adama V D M te Coudum.
Johanna Broers Snip geweesen Huisvrouw
van Pytter Adama oud Groot 70 Jaaren
en leit alhier begraven.

Den 5 mei 1807 is in den Ouderdom
van 58 jaren overleden de heer Broer
Adama oud Burgemeester van deze Stad.
en
Den 30 October 1823 is in den hoogen
Ouderdom van ruim 85 Jaren Overleden
Mejuffrouw Sietske Steensma laatst
wed. van den heer B. Adama en zijn
alhier begraven.

OPMERKINGEN:

De tekst op deze zerk lijkt eerst wat verwarrend doordat de familie door elkaar wordt genoemd.

Pieter Adama was getrouwd met Johanna Snip. Hij werd op 11 maart 1761 gekozen tot vroedsman. Het echtpaar had twee zonen, Broer Adama en Theodorus Adama. Broer was getrouwd met Sietske Steensma en Theodorus was predikant te Koudum.

Broer Adama kwam in de vroedschap op 10 januari 1771 en werd gekozen tot burgemeester 25 januari 1788. Hij was van 1788-1793 volmacht ten landsdage wegens Franeker.

Sietske Steensma was de laatste persoon die in de Martinikerk werd begraven.

Sietske Steensma erfde de houthandel die haar vader op het Noord had. Zij verkocht de houthandel op 12 maart 1811 aan Reiner Fontein, die in 1838 een tichelwerk op het Vliet begon.

Johanna Snip mogelijk dochter van professor Snip uit Groningen.

ZERK 309 klik hier voor plattegrond

De zerk aan de linkerkant van de vorige heeft twee randschriften.

Tekst randschrift buitenkant is:

Den 26 October 1676 is gestorven Idsardus van Geroldsma
in leven Rekenmeester deser Provintie Raed ter Admiraliteyt
int Noorder quartier en Burgemeester van deser Stadt oudt
int 44e Iaer

Tekst binnenrand is:

Den 9 Marti 1691 Stierf Vrou Tettie van Geroldsma Huysvrouw
van de Raads-Heer Sminia out 28 Iaer en hier begraven

Tekst onder het beeldhouwwerk is:

Ao MDC.LXXXVI des nachts tusken den XV. en XVI
Martij is gesturven IDSARDUS en Soon van de Raedts
heer SMINIA. out XXXI weecken en leit alhier begraven

Ao M.DC.LXXXVII. den XI September 's avonds
omtrent VII uuren is gesturven TITIA CATHARINA
een dochter van de Raads-Heer SMINIA. oud VIII
weecken min II daagen ende leit al hier begraaven.

OPMERKINGEN:

Idsardus (Ids) van Gerroldsma was een zoon van Frans Pieters van Geroldsma en gehuwd met Idtie van Baerdt. In maart 1661 waren hij en zijn vrouw door aankoop eigenaren geworden van de Botniastins aan de Breedeplaats.

Idsardus werd op 3 mei 1658 gekozen in de vroedschap van Franeker en was voor de stad gecommiteerde volmacht ten landsdage in 1660, 1663, 1665, 1668, 1671, 1673, 1674 en 1675. Op 31 december 1659 werd hij benoemd tot burgemeester van Franeker en bekleedde dat ambt in de jaren 1660, 1661, 1662, 1667. Op 22 maart 1670 werd hij opnieuw benoemd tot aan zijn dood.

Hun dochter was Tetje die huwde met Hobbe Baerdt van Sminia.

Raadsheer Jetze van Sminia is geboren op 4 juli 1625 en overleden op 16 december 1678, hij was gehuwd met Anna Maria van Baerd. Hij was een zoon van Hessel van Sminia en diens tweede vrouw Wijtske van Hoppers.

In 1646 werd hij als student ingeschreven te Leiden. Hij werd 26 november 1650

advocaat voor den Hove van Friesland. Hij is raadsheer geweest van 15 februari 1653 tot 2 juli 1669, daarna grietman van Gaasterland, volmacht ten Landsdage, gedeputeerde en afgevaardigde naar de Staten Generaal. Volgens andere gegevens was Tethje (Tettie) Geroldsma gehuwd met Hobbe Baerdt van Sminia, een zoon van Jetze de raadsheer.

ZERK 310 klik hier voor plattegrond

De zerk is erg afgesleten. Een deel van het randschrift is nog leesbaar.

310 Anno 1650 den .. ....... is in den Heere Gerust .......

OPMERKINGEN:

Heel vaag zijn nog sporen van de oorspronkelijke tekst te zien die betrekking heeft op de familie Hottinga. Berber ?

Het fraaie beeldhouwwerk is nog wel redelijk te zien. Een links kijkende traliehelm mat als helmteken een man vanaf de middel zichtbaar. Boven de helm een poort waarboven een charitas voorstelling. Het M schild heeft links van de deellijn een halve adelaar en rechts een halve wassenaar met twee sterren daaronder drie jacobsschelpen (Hottinga). Het V schild heeft links van de deellijn een halve adelaar en rechts o.a. een eikel en franse lelie. De schilden worden ondersteund door een man en vrouw en in het midden half man half bok op een stoel die aan weerskanten zijn hand op een doodskop laat rusten. Op de hoeken vierpassen met twee schilden.

ZERK 311 klik hier voor plattegrond

Ook deze fraai bewerkte en grote zerk dekte eens de grafkelder van de familie Zijaerda (Sjaerdema). Onderin het beelhouwwerk staat in twee cartouche's een latijnse tekst. Links heeft betrekking op de vrouw, rechts op haar man.

Het randschrift is:

Int jaer ons Heeren M DC ..........................
Int iaer ons heeren M DC en XXXII de' eerste Martij sterf
de' erbare vrou Luts va' Zijaerda sy huysvrou

Tekst in cartouche's is:

Vive memor Heu Q p...
mortis ut miteda icur
sis et memor rt hoies viv
salutis do. diup.

OPMERKINGEN:

De zerk heeft betrekking op Luts Zijaerda en haar man Gerrolt Herema. Het weggesleten randschrift was zeker dat van haar overleden man, want in 'Oud Sjaerdema en het Sjaerdemaslot te Franeker' van D. Cannegieter en uitgegeven door T. Telenga te Franeker in 1902, komt op blz. 72 de volgende passage voor: Volgens het stamboek (van de Friese adel) zou Gerrolt Herema zijn overleden den 2den April 1536, maar uit een ordonnatie van den 7den Juli 1537 blijkt, dat " mijn Genadigen Heere Stadhalder" dien dag binnen Franeker is geweest en dat Gerrolt Herema toen aldaar Olderman was. Zijne vrouw was reeds den 1sten Maart 1532 gestorven. Beide liggen in de Sint Maartenskerk te Franeker begraven. Gerrolt van Herema werd op 13 october 1525 bij decreet door keizer Karel de V aangesteld tot 'de Keizerlijke Raad in Friesland'. In 1527 raadsheer ten Hove van Friesland en op 27 februari 1528 werd hij gecommiteerd tot het nazien van het " Annael ofte landboeck van Vrieslant." overleden op 2 april 1538.

In het midden van den steen staan naast elkaar de wapens hunner respectieve ouders: Herema (leeuw en drie eikels), Roorda (met barensteel), Sjaerdema (klimmende leeuw) en Hainxma (gedeeld, a. halve adelaar, b. doorsneden, drie eikels en een klimmende leeuw).

De 8 wapens op de hoeken zijn ter linker zijde geheel afgesleten en die ter rechterzijde stellen voor: boven Herema en Harinxma en beneden Harinx ma en Oenema (gedeeld, a. halve adelaar, b. twee vijfbladen aan een steel onder elkaar). Gerrolt van Herema en Luts van Sjaerdema hadden zeven kinderen en wel n zoon en zes dochters. Luts van Sjaerdema en haar man Gerrolt van Herema waren eigenaars van het Sjaerdemaslot geworden door erfenis van Edwert van Sjaerdema. Dit was niet het slot aan het einde van de Voorstraat, maar het huis bij de kerk, nu Frieslandbank; het sterke slot aan de Voorstraat was verkocht aan Albrecht van Saxen.

ZERK 312 klik hier voor plattegrond

De zerk er naast is erg afgesleten en bevat geen leesbare tekst. Het beeldhouwwerk is nog wel waar te nemen. Ook zijn twee van de vierpassen met evangelisatie emblemen te zien.

ZERK 313 klik hier voor plattegrond

In het verlengde van de vorige zerk ligt een raadselachtige zerk met een wat chaotisch en primitief geschreven randschrift. Zeer opmerkelijk is ook de afbeelding op het middenvlak. Gezien het jaartal is het gebruikte lettertype ongewoon. De mogelijkheid bestaat dat deze zerk een copy is van een veel oudere met een verkeerd jaartal. Een andere, meer voor de hand liggende mogelijkheid is, dat de maker geen steenhouwer van beroep was en naar een voorbeeld getracht heeft deze zerk van tekst te voorzien. Een soort doe het zelf persoon.

De tekst van het randschrift is:

1528 de' 6 iani. ... doe starf Gaets van Aijlva
Sicke Gratingha wijf miit hoer twe soensgis
Reinck en' Keimpo biddet voer die ziel

OPMERKINGEN:

Op het middenvlak is in vrij strakke lijnen aangebracht een afbeelding van een mexicaanse zonnegod. Ook in gebruik als drukkers simbool. In de mond een ring met een lint waaraan een wapenschild hangt. Links op het schild een halve adelaar met een lange nek die de snavel in zijn vleugel steekt. Rechts een mispelbloem met daaronder een eikenblad en een lelie. Zie voor biografie over Sicke Graetinga (Greetnya) de eerste orgelbouwer en orgabist van de Martinikerk het dokument over de orgel historie.

ZERK 314 klik hier voor plattegrond

Aan de linkerkant van de vorige zerk liggen twee zerkjes. Op de bovenste staat alleen de letter R.

ZERK 315 klik hier voor plattegrond

Het zerkje er onder is een van de bidzerkjes. Ondanks de slijtage is nog wel te lezen op wie het zerkje van toepassing is.

Het randschrift is:

Ao XVC XLIII Sterf de' Aegso va' Hoxwier ende Iedwer Herema
dochtr.

OPMERKINGEN:

Het jaartal is 1543. In het midden de wapens van Hoxwier en Herema, onder het helmteken van Hoxwier (lelie). Op de vier hoeken de wapens van Hoxwier, Dekama, Herema en Sjaerdema. Aesgo Hoxwier was een zoon van Wick ? van Hoxwier die ridder was en grietman van Franekeradeel in 1542.

ZERK 316 klik hier voor plattegrond

Er naast ligt een rode bremer zerk waarvan het randschrift niet geheel meer leesbaar is.

Deel randschrift is:

Int iaer ons Heer M ende CCCC IIII ende veertich opden
IX dach mit .nen. ....ellen starf Botte Ziarda hier begraven

tekst op schild middenvlak:

Biddet voer die ziel

OPMERKINGEN:

Both Hobbema overleden 1444 weduwe van sicke overleden 1422 of in 1418 grietman van fr.deel. of zijn zoontje die in groningen stierf.

Op het middenvlak is in relief een schild te zien waarop staat: Biddet voer die ziel. Daaronde een M en V schild hangende aan een tak M: klimmende leeuw V klimmende adelaar ?

ZERK 317 klik hier voor plattegrond

Naast de vorige zerk ligt een lichtgrijze zerk waarvan de tekst nogal beschadigd is. Alleen een deel van het randschrift is leesbaar.

Tekst randschrift is:

Int iaer ons Heeren MVc LXXI de' XXV Ianvarij sterf d'
erentvhesten Menno van Camminga
Int iaer ........

OPMERKINGEN:

In Friesland hebben drie geslachten edelen Camminga geleefd. Het oudste was dat van Leeuwarden en Ferwerd en had twee takken. Het ene is in het begin van de 16e eeuw uitgestorven, het andere een eeuw later. Een derde geslacht was bezitter van Ameland. Het derde geslacht heeft Friesland in de 19e eeuw verlaten. In het bekende biografisch woordenboek wordt zijn naam niet genoemd en evenmin in de Encyclopedie van Friesland. De grootte en de uitvoering van het beeldhouwwerk doen toch vermoeden, dat het een rijk geslacht met veel invloed is geweest. Dat vermoeden is juist. De familie Camminga bewoonde een stins bij de Breedeplaats en de Martinikerk. Minne van Camminga was in het bezit van deze stins gekomen door een huwelijk met Luts van Herema, die toen eigenares was van dit Sjaerdemahuis. Later was het hotel de Valk en nu zetelt er de Frieslandbank. De familie Camminga alhier was verwant aan de familie Camminga van Ameland.

Van de twee wapens in het midden van de steen zijn alleen de figuren van het Camminga wapen en het helmteken, een uitkomende leeuw, te onderscheiden. Links boven, een klimmende Leeuw (Minnema) en een liggende wassenaar vegezeld van drie naast elkaar geplaatste rozen met eronder twee naast elkaar geplaatste eikels.(Hommema). Links beneden: een barensteel, boven vergezeld van twee rozen naast elkaar en beneden een lelie (Roorda) en het wapen van Harinxma. Genoemde vier wapens zijn gedeeld met een halve dubbele adelaar. Onder in de rand van het beeldhouwwerk staat gloria.

bovenrand jaar plus naam maker.

ZERK 318 klik hier voor plattegrond

Naast 317 ligt weer een grote zerk. Deze is zelfs nog groter dan de hier voor genoemde. De figuren er op zijn voor een deel nog herkenbaar. Op het bovenste deel ziet men een kinderfiguur in het midden die in iedere hand een wapenschild houdt. Op de rand er om heen in de vier hoeken ook kinderfiguren met daarbij waarschijnlijk wapens.

Het randschrift is:

Ao 1626 den 25 Janrij sterf den Erentphtn Achtbn Pauls van
Ghemmenich in t leven Secr der Stad Franek out 66 iaer
Ao 1645 den 23 Xber sterf de Eerbare Deuchdsame Eets Lens
Zyn Wyf en de leggen alhier begraven

Tekst onder beeldhouwwerk is:

Anno 1662 den 3 8bris sterf den Eer
entpesten Achtbaaren Heer Mr Jacob van
Ghemmenich J U D int leeven meede
Munster= commissaris van de Provincie
ende Secretaris der Stadt Franeker
oudt 54 Iaer ende leit al hier begraven
Anno 1666 den 17 Augusti is in den Heere
gerust den E: Heer Cornelius van
Ghemmenich int leeven Burgermr
deser stede ende Rekenmeester van de
Provincie Friesland ende leit
alhier begraven
Den 25 Februarij 1682 sterf juffrouw
Catharina van Kingma wedie van de
Heer Jacob van Ghemmenich en legt al
hier begraven
Den 21 Maij 1692 sterf Iuffr Catharina
van Hindema Wed. van d: heer Cornelius
van Ghemmenich olt 64 Iaar en leit alhier
begraven

OPMERKINGEN:

In het randschrift is sprake van Paulus van Ghemmenich, doch men kan wel aannemen dat hiermee Paulus wordt bedoeld. Volgens de tekst is zijn vrouw Eets Hansesdr. Lentz overleden op 23 Xber 1645. De datum van overlijden is 23 december 1645. Jacob van Ghemmenich blijkt te zijn overleden op 3 8bris 1662, dat is 3 october 1662. Als graad wordt opgegeven J (uris) U (triusque) L (ector). Het is de eerste maal in deze serie dat van iemand getuigd wordt J U L , anders altijd I U D, de afkorting van Iuris (juris) Utriusque Doctor, vertaald wordt het: Doctor in beide rechten. Van Jacob van Ghemmenich wordt vermeld dat hij munster-commissariswas van de provincie (Friesland) en secretaris van Franeker. In de encyclopedie van Friesland wordt bij het woord "commissaris" als toelichting o.a. gegeven: "In de 16e en 18e eeuw gemachtigde uit en door Hof van Friesland of Gedeputeerde Staten tot het opnemen van bepaalde waterstaatkundige werken, het horen van personen bij of in verband met die werken, waarvan de commissaris verslaggaf".Omdat er in Friesland veel water was is het niet onwaarschijnlijk, dat er ook veelwaterstaatkundige werken (bruggen enz.) moesten worden uitgevoerd en dat onderhoudenen en opnemen ervan een belangrijke taak was. Hier is sprake van een munstercommissaris. Zou dat iemand zijn geweest die wij nu als hoofdopzichter of hoofd-direkteur zouden noemen? Cornelius van Ghemmenich was burgemeester van Franeker en rekenmeester van Friesland. Hij zal wel nu eens hier en dan weer daar controle moeten hebben uitoefenen. Deze zerk dekt dus het stoffelijk overschot van Paulus van Ghemmenich, gestorven1626 en zijn vrouw Eets Hansesdr. Lentz, gestorven in 1645. Volgens deze gegevens heeft zij haar man dus 19 jaar overleefd. Verder Jacob van Ghemmenich, een zoon van Paulus, overleden in 1662 en diens vrouw Catharina van Kingma (van Zweins), die in 1682 stierf en haar man dus 20 jaaroverleefde. Eindelijk Cornelius, overleden in 1666, vermoedelijk een broer van Jacob en tenslotte Catharina van Ghemmenich, wellicht een zuster van Cornelius en geen van beiden gehuwd. Paulus van Ghemmenich heeft in 1604 met de familie Willem Staeckmans een proeven-huis (bejaardenoord) aan de Schilcampen gesticht. Ten tijde van het bestuur van defamilie van Ghemmenich is nogal wat tot stand gekomen, maar door wanbeheer deels ook weer verloren gegaan. Om te voorkomen dat het proevenhuis dat lot ook zou treffen, heeft het stadsbestuur dit in 1631 overgenomen. Een paar cijfers ter illustratie. Door slordig beheer mede ten gevolge van vriendjes-politiek stegen de schulden van de stad onrustbarend. In 1615 was deze 500,00, in 1650 was deze opgelopen tot 120900,00 en in 1658 zelfs tot 191300,00. De juiste tekst op zerk no. 159 is bij rechts: in leven Secretaris der Stad Franeker ovt 66 Iaer. De voornaam van zijn vrouw was niet Fets, maar Eets of Eetske. Zij was in 1638 buitenmoeder van het proevenhuis. I U L moet zijn J U D. De datum van overlijden van Cornelius is niet 11 of 14 augustus, maar 17 augustus. De tekst betreffende het overlijden van Catharina van Ghemmenich op 21 mei is niet juist. De tekst moet zijn: Den 21 May 1692 sterf Juffr. Catharina van Hindema wede van den Heer Cornelius van Ghemmenich olt 64 Iaer en leit alhier begraven. Op de vier hoeken van de zerk zijn nog zeer duidelijk de wapens van de families van Ghemmenich, Lock, Lens en Runnia te zien. vermeld in cirkelrand. Jacob was ook administrateur van het proevenhuis en administrerend kerkvoogd inFraneker. Paulus was al in 1585 sec. der stad en "volmacht Vijf Delen Binnendijks". In 1638 was Lents buitenmoeder proevehuis. Cornelis was burgm. van 1652 tot 1659. Het wapen van de fam. Ghemmenich op deze zerk wijkt af van dat op het stadhuis. Geen vleugels, helmteken gelijk ?Grootvader was Hendrick Jacobs van Ghemmenich gehuwd met van Suylen.

ZERK 319 klik hier voor plattegrond

De zerk naast de vorige is redelijk goed leesbaar. Het bovenste deel staat in de rand.

De tekst in de rand is:

Ao 1676 den 14 Octob sterf Iuffr Gellia Moll de twede huys
vrov van Iohan Verhel oud int 38 iaar en leit hier met haar
Dr. Ulckje Verhel begrav'

Tekst onder beeldhouwwerk is:

Anno 1670 den 17 Ianuarij Sterf Iuffr Frouk
van Bonnama Eerste huisvrou van
Iohan Verhel Gerechtscholtes der
Friesche Nass. regimenten out in haar
61 iaar en leit hier begraven

OPMERKINGEN:

Op de hoeken zijn familiekwartieren aangebracht.
Linksboven: Verhel (een wolf in het schildhoofd vergezeld vandrie lelies naast elkaar),
rechtsboven: Moll (een boom op grasgrond, waarover een dwarsbalkbeladen met een omgekeerde wassenaar tussen twee sterren),
linksonder: Verhel en
rechtsonder: Bonnama (een dwarsbalk beladen met een ster vergezeldboven en onder van een klaver).
Deze familienamen staan ook inhet beeldhouwwerk onder de wapenschilden. Uit de vorm van het schild kan men zien, dat de beide buitenste betrekking hebben op vrouwen en dat er tussen in op een man. Van de naam Bonnema is slechts een deel leesbaar, maar uit de tekst op de zerk kan men het ontbrekende wel opmaken. Johan Verhel was Gerechtscholtes der Friesche Nass(ouse) regimenten, wordt op de zerk medegedeeld. Maar wat die functie inhield, is niet duidelijk. Dat zij betrekkinghad op de militaire macht en organisatie, kan wel worden aangenomen. Johan Verhel was o.a. bibliothecaris van de Hogeschool en vroedsman van Franeker.

ZERK 320 klik hier voor plattegrond

Deze zerk boven de vorige, heeft betrekking heeft op n van de leden van het bekende geslacht Schotanus, namelijk Bernardus en zijn vrouw.

Randschrift buitenkant is:

Anno MDCLII den V oct. starf Bernardus Schotanus J U D en
professor in d' universiteyten va' Franecar Utrecht en
Leyden te Leyden sijns oudles LIV iaer

Randschrift binnenkant is:

Den 26 April Ao 1625 sterf de Eerbare Maeike Ioannis Dr.
Dris. Bernardi Schotani hvisfrov

Tekst op het middenvlak is:

1819 den 10 December overleed de Heer
Pieter Stinstra in leven rustend
Leeraar der Doopsgezinden en lid van
den Raad dezer Stad geboren te
Harlingen den 16 december 1747.

OPMERKINGEN:

Op de hoeken leeftijdskoppen.

In het mdden een cartouche met manswapen tussen ruitvormige schilden, waarvan de figuren uitgekapt.

Bernardus Schotanus was een zoon van professor Hendericus. Hij is geboren te Franeker in 1593 (of op 7 october 1598). Op 29 mei 1614 ving hij zijn studie aan, vooral wiskunde had zijn intresse ,in 1622 behaalde hij de graad J U D (Juris Utriusque Doctor, dat is meester in de rechten) en in 1619 haalde hij in de wiskunde de graad A L M. Na twee jaar Leiden werd hij op 12 april 1622 tot JUD bevorderd. Op 3 november 1635 werd hij hoogleraar rechten te Utrecht. Zijn naam steeg als kundig en uitstekend advocaat. In 1641 ging hij naar Leiden dat hem een zeer gunstig aanbod deed. Hij stierf op 5 october 1652 te leiden, maar werd in de Martinikerk te Franeker begraven. Hij was advocaat, professor te Franeker 1624 - 1635, te Utrecht 1635 - 1641 en te Leiden 1641 tot zijn overlijden in 1652. Hij was in 1622 met zijn nicht Maria, een dochter van Johannes Schotanus, predikant te Goutum, gehuwd. Zij is al op 26 april 1625 overleden. Op de grafzerk wordt zij Maeike Johannis d(ochte)r genoemd. Uit dit huwelijk is n zoon geboren. Op 26 september 1626 huwde Bernardus voor de tweede keer, nu met Anna Catharina Althusius die in 1676 te Franeker overleed. Hij is eerst te Leiden, waar hij woonde bij zijn overlijden, begraven. Hij was ook goed op de hoogte met de sterrenkunde. Dat bleek ondermeer door de vertaling van Metius verhandeling, die onder de titel: "Onde- mentale ende grondelijcke onderwijsinge van de Sterrenkonst ende beschr. der Aerden, door het gebruijck van de Hemelsche en Aerdsche Globen", in 1614 verscheen. In de lijkrede getuigde Arn. Vinnius van hem: Aan zijn sterk geheugen paarde zich een helder en scherpzinnig oordeel; daardoor wist hij de moeilijkste vraagstukken met gemak op te lossen; daarom ook was hij adviseur van het Hof van Utrecht. Vijand van spitsvondige haarkloverij onderwees hij het recht met het oog op praktische toepassing in de samenleving.

Eigenaardig is, dat deze zerk ook gebruikt is met betrekking van Pieter Stinstra. Hij was een zoon van een medicus en studeerde aan de latijnse school te Alkmaar, sedert 1763 te Franeker, vervolgde zijn studie aan de kweekschool der Doopsgezinden te Amsterdam. Hij had blijkbaar een heldere geest, want hij hield oraties. Hij was proponent in 1770 en predikant van de Doopsgezinde Gemeente te Franeker van die tijd af tot 1780. Meer dan eens is hem v rzocht leraar te worden aan de school te Alkmaar, waar hij zelf ook had gestudeerd. In de Encyclopedie van Friesland wordt ten onrechte gemeld, dat hij predikant te Harlingen was en dat hij een leerstoel weigerde. Voor dit werk is geput uit het Nieuw Biografisch woordenboek, want daar- heen wordt verwezen. Daarin kan men dan ook hetzelfde vinden. Dat werk verwijst naar het uitgebreide boek van Boeles over de geschiedenis van de Hogeschool te Franeker. Bij vergelijking blijkt, dat bij het overnemen daaruit fouten zijn gemaakt. Hij was niet predikant te Harlingen, maar te Franeker en hij was lid van de Raad van die stad. Na 1800 was hij rustend predikant. Bernardus Schotanus werd op 7 october 1598 te Franeker geboren. Pieter Stinstra was van 1771 tot 1800 tevens leraar der Doopsgezinden te Franeker. Van 1800 tot en met 1802 was hij curator der Hoogeschool.

ZERK 321 klik hier voor plattegrond

Naast de vorige ligt een zerk die bovenin met kleine letters voorzien is van de initialen van de maker van de zerk en het jaartal. Het betreft Lucas Benedictus Gerbrandtszoon uit Leeuwarden. in 1553 woonachtig in Leeuwarden.

IB 1539 G

Tekst randschrift is:

Int jaer ons Heren MDC en XXXVIII en XIII dach Maij sterf den
gestrenge erentveste Heer Julius van Botnija R. en R. de' K. M.
Ao 1546 den 23 Martij sterf de' Erbare vrou Fokel Botnija sy wijf

Tekst onder beeldhouwwerk is:

pso 14:2
Non intres in IVDICIV
CV servo tvo qvia no
ivsttficabitvr in conspec
tv Tvo ois vivens

OPMERKINGEN:

R. R. K. M. betekend Ridder ende Raet der Keiserlijcke Majesteit. I.B.G. is idzer benedictus gerbrantsz.

Het is duidelijk dat Botnia te Franeker een bekende klank was.Men herinnere zich, dat deze familie of families in het bezit was van twee stinzen.De grootste met een toren stond op de plaats waar nu de Koornbeurs staat. De er bijbehorende grond werd begrensd door het Noord, de Molensteeg, de gracht en deBotniasteeg. Hij had dus een behoorlijke oppervlakte.De kleine en oudste staat aan de westzijde van de Breedeplaats en is nu verenigingsgebouw van de Hervormde Gemeente, nadat het een poos weeshuis van die instel-ling was geweest. Naar de uitmonstering van de kleding van de wezen die er ingehuisvest waren, werd het gewoonlijk aangeduid als: zwart weeshuis. Hier is denaam Botniastins behouden.Van Julius heb ik geen nadere gegevens kunnen vinden. Waarschijnlijk is hij geenvechtersbaas geweest, want over deze personen (de stillen in den lande op hungebied) melden de geschiedenisboeken in de regel weinig en ook wel ontbreekt iederbericht.

ZERK 322 klik hier voor plattegrond

Naast de vorige zerk ligt een grote en zeer fraaie zerk waarvan het randschrift aan de rechterkant en de tekst op de cartouche zijn afgesleten. Bovenin de rand staan de letters V. L. Dit zijn de initialen van Vincent Lucas de meester beeldhouwwer.

De tekst van het randschrift is:

Ao XVC XXXIII de' II Ivnij sterf Aike Herema Dochtor met
hare vier kindere An...... XXVIII Martii sterf Ivffer
Luts Hoxwier

OPMERKINGEN:

In het midden de wapens van Hoxwier en Herema. Op de hoeken in vierpassen zijn familiekwartieren aangebracht, m. en v.

Zeer fraai ongeschonden beeldhouwwerk van Vincent Lucas.

Vermoedelijk zijn ook vier kinderen in het graf vanhun ouders ter aarde besteld, want er staat: met haren kinderen. Zou alleen de naam van de man zijn genoemd, dan had er moet n staan: met zijn kinderen. Heeft het betrekking op de ouders, dan zou men nu noteren: met hun kinderen. Dit kan heel goed te maken hebben met een ongeveer gelijktijdig sterven aan een besmettelijke ziekte of een ramp. (in 1532 sloeg de pest weer toe in Nederland)

De naam van Lvts (Luts) Hoxwier is duidelijk. Verdere gegevens ontbreken.

ZERK 323 klik hier voor plattegrond

De zerk in het verlengde van de vorige is nogal afgesleten, maar de tekst op het middenvlak is nog wel leesbaar.

Ao 1765 de 29 Iuni is Overleeden de
Eersaame H Haekema in leven Vroe
tsman en Fischaal der Steede Frane
quer oud 45 Iaar 6 maanden en leit
alhier begraven

OPMERKINGEN:

Haekema is de familienaam. Zijn voornaam is Hendricus. Het is blijkbaar wel een man van aanzien geweest, want hij was vroetsman, dus zoveel als lid van de gemeenteraad. Aangenomen mag wel worden dat hij ook een goede betrekking had. Fischaal wordt hij genoemd, hij zal dus ontvanger van de belasting zijn geweest of zoiets.

Op hoeken familiekwartieren m.v.

ZERK 324 klik hier voor plattegrond

In het verlengde van de vorige ligt een rode bremer zerk. Een deel van het randschrift is erg onduidelijk te lezen. Gelet op het lettertype en het sierwerk is deze zerk mogelijk van voor 1400.

Deel van het randschrift is:

Int iaer oens heeren .... ....................
..daer do .........maendach bit voer die ziel

Op het middenvlak staat:

Hermanus Abbema 1781.

OPMERKINGEN:

Op hoeken een rozet en franse lelie. Op middenvlak een afwijkend model schild. Het hangt schuin aan een tak.

ZERK 325 klik hier voor plattegrond

Links naast de vorige ligt een grote zerk voorzien van fraai beeldhouwwerk vervaardigd door Jelle Claesen. Een deel van het randschrift is afgesleten. In het beeldhouwwerk staan onder twee figuren de woorden: l. fedes en r. spes.

Naam boven in rand is:

Jelle Claese
1617

Tekst randschrift is:

In ...............................................
october Sterf de Eedele Ivffrov Fokel van Walta syn wyf

OPMERKINGEN:

Fokel was de vrouw van julius van Botnia. In cirkelrand Hottinga- Botnia- Minnema- Ockinga.

(gegevens over Walta zijn te vinden in historie van Anna Maria van Schurman en de Botnia's)

ZERK 326 klik hier voor plattegrond

De rode bremer zerk die tegen de vorige aanligt, is niet compleet meer.

Op het middenvlak staan twee regeltjes tekst.

tekst middenvlak is:

Hier lecht begraven jacob va'
loilum ende liecbeth zijn wijf

OPMERKINGEN: geen

ZERK 327 klik hier voor plattegrond

Deze kleine rode Bremerzerk mist mogelijk het onderste deel, maar zeker is dat niet.

Tekst bovenste deel is:

Ao 1606 de' 16 Februarii
sterf Trijntie Dovve Dr.

Tekst middenvlak is:

int iaer ons Heer
cXV XXII op Sinte
lits dach starf
ijsbrant Pietersz

OPMERKINGEN:

Het jaartal is 1522. De tekst boven wordt doorsneden door een soort wijnglas.

ZERK 328 klik hier voor plattegrond

tegen vorige ook deel bremerzerk randschrift deel is ... doe starf jouke.... op middenvlak de letter A en een huisteken.

OPMERKINGEN: geen

ZERK 329 klik hier voor plattegrond

Op het kleine maar complete zerkje naast de vorige is maar aan n kant een randschrift aangebracht. De tekst onder het beeldhouwwerk is ruim 200 jaar later aangebracht.

Het randschrift is:

Ao 1571 den 4 aprilis sterf Riuerdt va' Ockama

Tekst onder het Beeldhouwwerk is:

Ao 1759 den 9 aug
is in den Heere
gerust de Eerba
re Deugdrijke Antje Ada
ma huisvrov van H: Hae
kema mede vroedschap
en Fiskaal der Stadt Franeker
oud in haer 56ste jaar en leit
alhier begraven

Deze tekst is pas later gebeiteld.

OPMERKINGEN:

Riverdt (Ruurd) was vermoedelijk een zoon van Hero van Ockinga en Anna van Dekema. Op de zerk zijn de wapens van Ockinga en Dekema te zien. (midden van de steen). Van de acht kwartieren zijn alleen nog die van Ockinga en Hermana te onderscheiden.

Voor Haekema zie zerk 201.

ZERK 330 klik hier voor plattegrond

De zerk die voor de twee kleine zerken ligt is van fraai beeldhouwwerk voorzien.

In het beeldhouwwerk is onderaan in een cartouche een gedichtje te lezen.

Tekst randschrift is:

Ao 1678 de 15 November is in de Heere gerust Sibrandus
Aggei Bruinia Secretaris van Franekeradeel en Regerende
Burgemeester deser steeds oud 42 Iaren en leit alhier
begraven

Tekst in cartouche is:

advijs

Met gedvlt en sekerheit
Verwacht ick der Be
loften waerheyt

Op het middenvlak staat verder:

Ao 1788 is de Heer Giliam Schultz
Advocaat voor den Hove van Fries
land in den ouderdom van 60 Jaaren
en 2 maanden op den 21 april Over
leden en leit alhier begraven met
een kindt

OPMERKINGEN:

De familiewapens zijn weggekapt. (met een uitspringend hert als helmteken) Hij was vroedsman te Franeker in 1676 en op 31 december 1677 tot burgemeester van Franeker benoemd.

Boven de tekst in de ornamenten staat nog het woord Advijs.

ZERK 331 klik hier voor plattegrond

De zerk er naast is weer een grote met een fraai en afwijkend beeldhouwwerk.

Tekst op het middenvlak is:

Anno 1680 Den 15 October sterf
De Heer Nicolaus Arnoldi S.S.
Theologiae Doctor en Professor in
De Universiteit alhier oud 62
Jaeren
Anno 1700 Den 15 Maert sterf
Juffrouw Anna Pibinga Huis
vrouw van Den Heer Nicolaus
Arnoldi oud 72 jaeren en liggen
alhier begraven

Den 14 Sept 1754 Sterf tot Grote Droefheeidt
Sijner Ouderen de Welgeboren Heer Martinis
Arnoldi I U D en Advocaat Oud 22 Iaa:
ren min 2 dagen en leit Alhier Begraven

OPMERKINGEN:

De bovenkant van het beeldhouwwerk wordt door een zandloper in twee vlakken verdeeld. Links en rechts zijn cartouche's zonder tekst met bovenin een doodskop. Daaronder tussen de versieringen zijn twee familiewapens te zien. Het mannelijk wapen is een gedeeld schild met links een halve adelaar en rechts een ooivaar. Het vrouwelijke schild is een omgekeerde V die hangt aan een klaverblad. Zowel links als rechts zijn vijf familiekwartieren te zien, die als een ketting aan elkaar vastzitten. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke schilden zijn afgekapt.

Nicolaus Arnoldus Arnoldi werd geboren op 17 december 1618 te Lesnya in Polen als zoon van Michael Adelti en Anna Gertichius. Zijn vader stierf in 1622 waarna zijn moeder hem te Lesnya in de klassieke talen liet onderwijzen. In 1635 begon hij zijn studie aan het gymnasim te Dantzig. Op 24 augustus 1641 werd hij als student te Franeker ingeschreven in de theologie en oosterse talen. Hij verandert zijn naam in Arnoldi. In 1644 ging hij naar Londen om de Engelse taal te leren. Een jaarlater keerde hij terug naar Franeker en trouwde met Riem van der Nitzen van Minnertsga die behoorde tot een aanzienlijke familie die op Ferniastate te Minnertsga woonde. Zij stierf in 1651. Hij volgde in Franeker de colleges van Coccejus en Cloppenburch. Toen hij zijn studie ten einde had gebracht, dacht hij naar zijn vaderland terug te keren, maar daar is het niet van gekomen. Mede doorzijn huwelijk met Riem en de aanstelling als predikant te Beetgum in datzelfde jaar als van zijn huwelijk. Op 11 april 1651 werd hij benoemd tot professor te Franeker. Hij werd de opvolger van Coccejus. In dat jaar overleed zijn vrouw, die hem geen kinderen heeft nagelaten. In 1652 huwde hij met Anna Pybinga, een dochter van Burgemeester Wijbren Jacobs Pybinga en weduwe van Frederick Petertille. Anna werdgeboren op 7 mei 1628 en overleed op 15 maart 1700. Veel uitlegkundige werken heefthij niet uitgegeven, wel heel wat ter bestrijding van anderen. Hij had het geluk dat hij met gemak zijn lessen kon opzetten in overeenstemming met de ontwikkelingsgraad van zijn leerlingen. Van hem wordt getuigd, dat hij vroom en ongekunsteld was en aangenaam in de omgang. Hij heeft veel invloed gehad op zijn studenten, ook op die welke uit het buitenland kwamen, vooral uit Duitsland, Hongarije en Polen. Op 15 oktober 1680 is Arnoldi overleden. Vijf van zijn acht kinderen waren toen al overleden, Martinus, Michael Johannes en Isabella overleefden hem. Martinus Arnoldi was een achterkleinzoon van Nicolaus en een kleinzoon van Michael en een zoon van Nicolaus Arnoldi en Barbera Knock.

ZERK 332 klik hier voor plattegrond

Deze zerk naast de vorige is de laatste in het koor.

Tekst randschrift is:

Ao 1611 den 9 Februarij Sterf den Erentvheste' en' welgeleerd'
Nicolaes Ens secretaris en ontvanger Franequeradeel

Onder beeldhouwwerk in cartouche staat:

Ao 1600 den 4 Decembr
Sterf de' Erbr. Iests
Gerrits dor. Claes Ens Wijf

OPMERKINGEN:

De randversiering op het middenvlak vertoont veel overeenkomst met de zerk van o.a.Arnaud. Tussen randversiering in een cirkel twee af gekapte familieschilden. Op dehoeken de leeftijdskoppen.Van deze zerk is links beneden een stuk afgebroken. Hoe het zit met het randschriftop de rechterzijde van de zerk heb ik niet begrepen.Bedoeld zal wel zijn: Erentvesten, maar hoe men gekomen is tot die vreemde tekensmidden in het woord is mij niet duidelijk.Het is duidelijk, dat de zerk betrekking heeft op het echtpaar Ens en zijn vrouw.Die wordt Iests genoemd. Het zou mij niet verwonderen als dit Iets moet zijn.Zoals het op de zerk is gespeld is het moeilijk uit te spreken. Over Ens heb ikniets kunnen vinden.Wel over een Sicco Ens, maar die is geboren in 1779 en het is dus helemaal nietzeker, dat deze familie was van de op de zerk genoemde. De naam is niet Iests of Iets, maar Jetske. ---------------