ZERK 107 klik hier voor plattegrond

De staande zerk is die van Hero van Ockinga.

Het randschrift is:

Int iaer MVc LXXXVII den XII Ianuarij sterf den Eedele
Eerentvesten Hero van Ockinga
Int iaer MVc LXIII den XXIX Iuni sterf de Eedele Anna
Dekema Hero van Ockinga sijn wijf

Onder beeldhouwwerk in rechthoek staat:

Ao 1758 den 23 Iuly is in den Heere gerust de' Eer
bare en Deugthrycke Berber Gerrits Ursinga Huisvrou
van Ian Feikema mede Vroedtschap der stad Fra
neker In den ouderdom van 51 iaer en agt
maanden en leit alhier begraven.

Deze tekst is later gebeiteld over het hieronder nog te citeren Latijnse gedicht.

Opmerkingen:

bekijken, cariatiden, geloof, hoop, Heerma v. Vos mee!

Hero van Ockinga was de zoon van Lolle van Ockinga en Ael van Hermana. Zijn vrouw was een dochter van Jarich van Dekama en Trijn van Camstra.

Het zeer fraaie beeldhouwwerk dat bijna de gehele zerk beslaat is maar weinig beschadigd. Bovenin in het midden een vrouw (charitas) met 5 spelende kinderen. Links en rechts van haar in een andere kolom een sater met een slang. Onder het dak van een romeinse tempel staan een man en een vrouw. De man draagt een romeins krijger uniform en heeft in de linkerhand een zwaard en rechts een waterzak ?. Rechts een vrouw met een duif (liefde) in de hand. Zij houdt met rechterhand zich vast aan een anker (hoop). Beide staan op een soort graftombe en lijken het dak van de tempel te ondersteunen. Tussenin een links kijkende traliehelm met als helmteken een omhoog kijkende engel in een kroon. De beide wapenschilden zijn verminkt. Zeer fraaie dieptewerking van alles.

Het ornamentiek heeft zich ontwikkeld tot een kolomgebouw met sterk perspectivisch uitgevoerde dieptewerking. In de top een met "charitas" aangeduide vrouwenfiguur vergezeld van kindertjes. Deze groep bekroont een bouwwerk dat aan de voorzijde gedragen wordt door caryatiden in de gedaante van Geloof en Hoop. Daarin op de achtergrond hangen de alliantiewapens van het echtpaar.

Onder het helmteken van Ockinga: (een uitkomende egel) de wapens van Ockinga, gedeeld (een halve adelaar en een lelie met twee sterren naast elkaar) en Dekama. Van de acht wapens op de hoeken zijn alleen die van Camstra en Hoxwier in de linkerbenedenhoek herkenbaar.

In de franse tijd heeft men titels en functie weggehakt, maar het oude randschrift over het hoofd gezien.

Op de plaats van de tekst betreffende het echtpaar Ursinga - Feikema zat eerder een latijns vers betreffende het echtpaar dat in het randschrift wordt genoemd.

De tekst van dit latijnse vers was:

Munde immunde vale tua lubrica dona facesiant
Quae das momento mors inopina zapit
En modo non uno quae nomine dicta beata est
Nune saxo tegitur pulvis et umbra levis

In het graf van Anna van Dekema werd later begraven de Heer Adam van Paffenrode of Paffenraed, die overleed op 13 september 1639. Hij was gehuwd met Ymck van Liauckama. In de noorderbeuk ligt een zerk met het randschrift betreffende het overlijden van Anna Juw dochter Dekama. Dit is dus niet de dochter van Jarich. Op deze zerk wordt ook het overlijden van van Paffenrode vermeld.

ZERK 108 klik hier voor plattegrond

Op de zerk er naast is alleen nog een deel van het randschrift leesbaar; het andere ontbreekt, doordat het is verwijderd. Deze zerk is reeds eerder gebruikt. Sporen daarvan zijn nog duidelijk te zien.

Het beeldhouwwerk in een ovaal op het middenvlak behoort ook niet bij de overledene waarvan in het randschrift sprake is.

Het randschrift is:

Ao 1663 den 13 Augustii sterf Iuffrouw Agnes Althusen
huisvrou van D. Ulricus Huber U.I.D. Eloq Prof alhier
olt 22 Iaren

OPMERKINGEN:

Deze zerk heeft betrekking op de vrouw van professor Huber, Agnes Althusen waarmee hij op 4 december 1659 was gehuwd. Ze liet hem twee kinderen na. Zie verder zerk nr ... De eerdere tekst is verwijderd. Op de hoeken in vierpassen, die deels door het latere randschrift overlegd zijn, evangelisatiesymbolen. Het beeldhouwwerk in een cirkel op het middenvlak bestaat uit een aankijkende traliehelm met als helmteken twee vleugels in een kroon. M/V schilden verminkt maar nog vaag is op M schild twee vleugels in vooraanzicht te zien.

ZERK 109 klik hier voor plattegrond

De tekst op de zerk die er naast ligt is vrij goed te lezen. Het randschrif betrefd twee personen. Het laatste gedeelte van beide randschriften zijn in kleine letters boven elkaar gezet. De tekst op het middenvlak staat in drie rechthoeken. Verder is de zerk kaal.

Het randschrift is:

Int Iaer ons Heeren 1639 de' 15 May Sterf de' Eerentves.
Hooch geleerd' Dr Menelaus Winsemius profess. der Medicine
ovt 47 Iaer.
Anno 1637 de' 12 May Sterf die Eerbare Christina Mvlerea zyn
Hvysvrovwe

Op het middenvlak staat:

den 1 November 1756 is in den Heere gerust
Hylke Tjepkes Abbema oud ontfanger der
boelgoederen deezer steede en Administree
rende Kerkvoogd van den Dorpe Hitsum oud 57
jaaren 7 maanden 11 dagen en leit hier begraven

Den 19 Maij 1790 is in den Heere gerust Trijntje
Andries Wed. v Hylke Tjepkes Abbema oud 73 jaar
en 4 maanden en leit alhier begraven

Den 1 April 1801 is in Heere gerust Aaltje
Hylkes Abbema oud 47 Jaaren en lecht alhier
begraven
Den 20 December 1808 is in den heere gerust
Antje Hylkes Abbema Weduwe van Jan Buwalda
Oud 59 Jaaren en lecht alhier begraven

Opmerkingen:

Menelaus Winsemius werd op 25 januari 1591 te Leeuwarden geboren. Hij was een zoon van Haijo Piers Winsemius, praeceptor aan de triviale school te Leeuwarden.

Na het bezoeken van de triviale scholen, werd hij op 4 april 1609 als student ingeschreven te Leiden. In eerste instantie studeerde hij fysica en wiskunde. Later kwamen de medische wetenschappen daar nog bij en kennis over het gebruik van éénvoudige en samengestelde geneesmiddelen, artsenijkunde, botanie (plantkunde), anatomie (ontleedkunde). In 1613 verwierf hij de graad Laurea (met lof) doctoralis. Hij vestigde zich te Emden en trouwde op 11 juli 1613 met Christina Mulerius, de oudste dochter van Nicolaus Mulerius, hoogleraar te Groningen, en na 1613 stadschirurgijn te Harlingen.

In 1616 werd hij professor in de geneeskunde te Franeker en was hem opgedragen om alle delen dezer wetenschap te onderwijzen en te examineren. Een toenemend aantal leerlingen zowel uit eigen provincie als uit andere delen van ons land en uit het buitenland kwamen naar Franeker om van zijn lessen te profiteren. En vele kundige en uitstekende studenten kwamen, om van hem de doctorale graad te verwerven. Om de promotie in het algemeen meer luister bij te zetten, lokte hij op 15 october 1619 een Senaats besluit uit, dat bepaalde dat de doctorale titel voortaan niet verleend zou worden, tenzij de kandidaat sine praesidio in het openbaar ter diskusie zou stellen.

Verscheidene predikanten uit Noord holland studeerden bij hem in de geneeskunde, om naast zielzorg te proberen de genezing van het lichaam te beproeven. Hij maakte zich tevens verdienstelijk door het aanleggen van de hortus botanicus (kruidentuin). Hij overleed 15 mei 1639, zijn vrouw 12 mei 1637. Het echtpaar had geen kinderen. Zie ook epitaaf in noorderbeuk.

De volgende namen hebben betrekking op de familie Abbema. Van de man wordt vermeld, dat hij ontvanger der boelgoederen was. Dat is waarschijnlijk een goed betaalde baan geweest. Tevens was hij administrerendkerkvoogd van Hitzum. Vermoedelijk heeft men te Hitzum geen persoon kunnen vinden, die geschikt en bekwaam werd geacht administrerend kerkvoogd te zijn en heeft men daarom naar iemand uit het naburige Franeker benoemd.

Dan volgt de naam van de vrouw Trijntje Aridries (Andries). De dochter Aaltje zal wel ongetrouwd zijn gebleven, want haar man wordt niet genoemd. Haar zuster Antje was gehuwd met Jan Buwalda.

ZERK 110 klik hier voor plattegrond

De zerk er naast ligt iets naar boven. De tekst er op is vrij goed leesbaar. Het grote fraaie beeldhouwwerk is deels afgesleten. In een kleine rechthoek staat de familienaam. De rest in 2 rechthoeken er onder.

Randschrift is:

Ao 1752 den 21 April is in den Heere gerust de Eersame
Man Paulus Scheltema in leeven old Burgemr der Steede
Franeker old 63 Iaaren 3 Maanden en leit alhier Begraven

:

Onder de uitgewiste familiewapens:

I.I. Scheltema

Ao 1694 den 18 Aug. sturf Ian Ians
Scheltema Bedienaar des Goddelijcken woords
onder d' Doops-gesinde deser stad oud 35
Jaar en is hier met drie van sijn kinders
begraven

Ao 1702 den 12 Decemb Sturf Tettje
Jacobs Tiesma tot Harlingen oud 40 Jaar
en wedu wijlen I I Scheltema en is hier
begraven

Opmerkingen:

Het beeldhouwwerk bestaat uit een poort waaronder een links kijkende traliehelm met als helmteken twee vleugels. De M/V schilden zijn verminkt. Op de hoeken de bekende J.K.M.D. afbeeldingen. De drie genoemden zullen wel familie van elkaar zijn geweest. Hoe de betrekking tussen hen was is mij niet bekend. Jan Jans was doopsgezind predikant. De drie kinderen, die ook hier zijn begraven zullen wel jong gestorven zijn.

Paulus Scheltema werd gekozen tot vroedsman 15 februari 1719, tot burgemeester 31 december 1722 en was volmacht ten Landsdage wegens Franeker in 1722.

ZERK 111 klik hier voor plattegrond

Aan de zijkant van de volgende zerk ligt een deel van een klein zerkje waarvan de tekst deels afgesleten is.

Ao den ..........
in flo...........
Ao 1604
rudolph..........

Opmerkingen: geen

ZERK 112 klik hier voor plattegrond

De zerk in het verlengde van de vorige is twee keer gebruikt. Het oud gotisch randschrift en de tekst op het middenvlak in de bovenste rechthoek is van een vroegere datum dan de tekst in de rechthoeken daaronder en betreffen ook een totaal ander familie. Een deel van hetrandschrift is afgesleten.

Het gotisch randschrift is:

Ao MD LII de` III Ianuarij sterf Hilik Alberts doch.
Everd Reinerz wiif olt 26 Iaar

In bovenste rechthoek staat:

Hier leit begraven De Eerbare Ielke
Everds dr Boner Wedu va'
Philipi du Garanneri Sterf
de 30 Ianuarij 1608 olt omtrent
55 Iaeren

Den 26 Iunij 1694 Stierf Sioukien
Huber out int 14 Iaer
Ende wacht hier een zalige
Verrijsenisse

Ulricus Huber hoc Sepulchro conditus
Qui Jus et aequvan in Patria docint Schola

Ademqie dixit in Suprema gracia
Et Civibus respondit libere Sias
Sed maximum Secrantulic Solation
Quod Spiritus Divimi Testimonam
Prima in Juventa pignus Creditoni Sibi
Contra ruentis Soeculi Sephis mata
Fidei Sacris que vindicavit litteris
Natus Doccumij XIII Martii 1636
denatus Franequerae VIII Novembris
1694 anno aetatis LIX

Opmerkingen:

Op de hoeken in vierpassen een huismerk.

De tekst van het randschrift is in oude Gotische letter uitgevoerd en mede daardoor moeilijk leesbaar. Jelke Evertds dr Boner weduwe van Philipi du Garanie, blijkens de naam een Fransman, was een zuster van Evert Boner die in 1630 raadsheer te Franeker was.

Sioukien Huber was een dochter van Ulricus en Judith.

Dan volgen mededelingen over Ulricus Huber.

Ulricus Huber werd op 13 maart 1636 geboren te Dokkum. Hij was een zoon van Zacharrias Huber en Sjoukje Jensma. Hij bezocht de latijnse school te Dokkum en later te Leeuwarden. Op 4 juli 1651 werd hij als student aan de academie te Franeker ingeschreven. Omdat het onderwijsniveau hem niet aanstond, vertrok hij in 1654 naar Utrecht en in mei 1656 naar Marburg alwaar hij met grote belangstelling een heksenproces volgde. Op 16 september 1656 schreef hij zich in te Heidelberg. Op 14 mei 1657 werd hij tot I.U.D. bevorderd. Na zijn promotie ging hij naar Straatsburg om zich daar op zijn leraarschap voor te bereiden. Op 18 maart 1665 werd hij als hoogleraar welsprekendheid en historie aan de academie te Franeker aangesteld, en op 19 september als professor in de rechten. Op 14 maart 1667 werd hij professor primaris. Eind 1670 was hij de eerste professor die wekelijks twee collegien 'publiek recht' gaf. Hiermee had de academie te Franeker de wereldprimeur.

Huber overleed op 8 november 1694.

Op 4 december 1659 trouwde hij met Agnes Althusen. Zij is op 13 augustus 1663 overleden, nog slechts 22 jaar oud. Het echtpaar had toen twee kinderen. Op 4 oktober 1668 hertrouwde Huber en wel met Judith van der Leij

Huber was een man van uitzonderlijke geleerdheid, die op boeiende wijze zijn wetenschap aan de studenten overdroeg. Hij trok dan ook veel studenten, ook van andere plaatsen die van zijn roem gehoord hadden. Daarbij had hij een grote werkkracht. Vaak was hij in de weer van s'morgens 6 uur tot s'avonds 6 uur, waarbij hij zich slechts een korte tijd gunde om zijn middagmaal te gebruiken.

Hij had een brede belangstelling en bekwaamde zich in allerlei takken van wetenschap. Dat hij in 1682 colleges aanving over het Friese recht vergeleken met het Romeinse, moge hier apart worden vermeld. In 1686 verscheen van zijn hand in 2 delen: De hedendaagse rechtsgeleerdheyt zoo elders als in Friesland gebruikelijk.

ZERK 113 klik hier voor plattegrond

Deze zerk links is van normale grootte, en de tekst is redelijk goed leesbaar. De familiewapens in het ovaal beeldhouwwerk zijn onherkenbaar gemaakt. Het randschrift bestaat uit twee delen.

De randschriften zijn:

Anno 1688 den 6 october is overleden Agge Andris olt
int 73 Iaer en is hier begraven
Anno 1679 den 10 december is overleden Teetske Hanses ge-
wesene Huisfrou van Agge Andris out 64 Iaren Hier begraven

In het middenvlak boven beeldhouwwerk staat:

Ao 1739 den 16 februari is in den here gerust de
eerbare Cornelia Wellens wedu wijlen de
Hr. Lambertus van Houwerda oud sijnde 54
Iaeren ende leit alhier begraven

1772 Den 10 7ber is in Den Heere
Gerust De Eerbare IJbeltie L: Van
Houwerda oud 67 jaaren 16 dagen
En leit Alhier Begraven

Onder beeldhouwwerk staat:

Den 8sten 9ber 1721 is in den Heere
gerust den Eersaemen en Deugrijken
Lambertus Hilarides van Holwerda
in leeven Inspector Burse binnen Franeker
en Weesfoogd van 't Clara Chamrster
Weeshuis alhier oudt int 45 Iaar leit alhier
begraven Anno 1740 den 21 Augti is in
den Heere gerust de Eerbare Anna van Holwerda
Huisvrouw van Do A: Stryk oud sijnde 31 Iaeren ende
leit alhier begraven

Opmerkingen:

In de twee blokken tekst boven het beeldhouwwerk zijn tussen sommige woorden ruimtes open gelaten omdat daar de steen beschadigd was. (gas of houtnesten)

Het beeldhouwwerk in de cirkel bestaat uit een aankijkende traliehelm met als helmteken een klimmend hert uit een kroon. De M/V schilden zijn verminkt, evenal de wapens op de hoeken.

De in het randschrift genoemden zijn een echtpaar geweest. De man heette Agge Andris (Agge Andries) en zijn vrouw heette Teetske Hanses. Met gewesene huisvrouw wordt bedoeld dat ze eerder overleed dan haar man. Zou zij haar man overleeft hebben, dan zou vermeld zijn: weduwe van Agge Andris.

op het middenvlak gaat het over de familie Van Houwerda. Eerst wordt genoemd Cornelia Wellens, de weduwe van Lambertus Houwerda. Dan volgt IJbeltje van Houwerda, waarschijnlijk een dochter van Lambertus en Cornelia. IJbeltje is overleden op 10 7ber, dat is 10 september (sept is 7, toe de zevende maand van het jaar).

Vervolgens wordt melding gemaakt van het overlijden van de man Lambertus Hilarides van Holwerda. Ondanks de naamsverandering, de u wordt een l, is het zeker dat het dezelfde familie is. Hij was in leven inspector (inspecteur) van de burse. De burse was een gebouw dat voor arme studenten een goedkoop kosthuis was. Het was gevestigd aan de voorstraat zuidzijde tussen het Martenahuis en de Waag. Tevens was hij weesfoogd (weesvoogd) van 'tClara Chamsrster Weeshuis.

In deze afwijkend gespelde naam kan men gemakkelijk het Klaarkamster Weeshuis herkennen.

Ook Anna van Holwerda is een dochter van Lambertus en Cornelia. Zij was getrouwd met do A: Strijk. Met do wordt waarschijnlijk Dominee bedoeld. Het zou dan gaan om ds. Antonius Strik of Strick, Johanneszoon, geboren te Enschede in 1692, predikant van 1716-1733 te Edens en Spannum en van 1733-1741 te Tzummarum, overleden 22 maart 1756.

ZERK 114 klik hier voor plattegrond

Deze zerk ligt iets voor de staande zerk.

Het is een klein, zogenaamd hoek- of bidsteen dat nogal beschadigd is, zowel de tekst als het beeldhouwwerk. Er zijn maar een paar woorden van het randschrift leesbaar.

Int jaer M ......
Aesgo' van Hoxwier

Opmerking:

Het vermoeden is wel uitgesproken (Cannegieter) dat het hier een vroeg overleden kind van Esgo van Hoxwier (zerk 315) en Edwert van Herema (idem) zou betreffen.

Beeldhouwwerk in rechthoekig kader is een links kijkende traliehelm waarboven een franse lelie die ook op het M schild is te zien. Het V schild heeft links van de deellijn een klimmende adelaar en rechtsboven eikels met een klaverblad. Op de hoeken in cirkels dezelfde afbeeldingen.

ZERK 115 klik hier voor plattegrond

Voor de staande zerk, ligt weer een kleine zerk. De tekst is vrij duidelijk leesbaar.

1806 Den 3 Februarij
is in den Heere gerust den
Eerbare Anna T. Willemsen
Egtgenoot van T.S. V.D. Wal
out cijerka 28 jaaren en
ligt Alhijer Begraven

Opmerkingen:

T.S. V.D. Wal is T.S. van der Wal. Bij de vermelding van de ouderdom wordt een vreemd woord gebruikt, namelijk cijerka. Het zal wel circa (ongeveer) betekenen. De speling wijkt nogal wat van de gebruikelijke af.

ZERK 116 klik hier voor plattegrond

Deze tegen de muur staande, kleine zerk met een zeer antiek uitziend randschrift in gotische letters heeft betrekking op de tweede vrouw van Tyalyng van Bothnya.

Tekst randschrift is:

Hyr licht begraven die eerweerdighe Froucke Tzalijgh
Bothnya wijf Hottinga int jaer ons Heeren M CCCC XC
VI op Sinte Wilbordsdach

OPMERKINGEN:

Op de bovenrand van de zerk staat Vincent 1561 Lucas.
De steen is dus lang na het overlijden van Froucke vervaardigd!

Het beeldhouwwerk bestaat uit een links kijkende traliehelm met als helmteken een arm met een zwaard in slaghouding. Hangende aan de helm de M/V schilden. Op M schild een arm met opgeheven zwaard en het V schild links van de deellijn een klimmende adelaar, rechtsboven een wassenaar en twee sterren. Rechts onder drie schelpen. Buiten het kader van zuilen twee vrouwen die met het hoofd een balkon steunen waarop een kind staat. Bovenin twee kleine leeuwenkoppen met een lint in de bek waaraan een vrucht hangt.

Tegenover het antieke randschrift doet de ornamentiek van het middenveld heel wat moderner aan. Ter weerszijden van de alliantiewapens der begravenen caryatiden, die voor treurend leunende putti een rustvlak torsen. Verder maskers en vruchtmotieven die de tussenruimtes vullen. In het midden de wapens van Botnia en Hottinga. Op de hoeken zijn nog wapens aangebracht op dezelfde wijze als op de grafsteen van haar echtgenoot. Frouck van Botnia was de tweede vrouw van Tjalling van Botnia.

ZERK 117 klik hier voor plattegrond

De tekst op deze staande zerk betreft Gerardus Agricola.

Ao Milles Qvincent nonac
octavo decimo qvinto kalendas Octobris obiit in
Christo Venerab vir Dns.
Gerardus Agricola vltimus Prior Clari Campo

Orborum pater I. Iingua qui doctus Ulraque
hic iacet Agricola qui suit ante prior
Quam bene conventuut prior hic Sibi parta reliquis
Orbis, un Claarcamp qui suit ante prior

Opmerkingen:

Gerardus Agricola, werkelijke naam Gerrit Luytzenzn, was het derde kind van het echtpaar Luytzen Jarichzn en Aaltgie Thomasdr. die op een kleine boereplaats woonden in de buurt van salvert. Al jong toonde hij intresse in het geestelijk leven. In 1574 werd Gerrit prior in klooster Claarkamp, de Cisterciënser abdij bij Rinsumageest, en nam de naam aan van Gerardus Agricola, als vertegenwoordiger van de agrarische orde. Toen op 31 maart 1580 de resolutie, die het openlijk uitoefenen van de Rooms Katholieke godsdienst verbood, van kracht werd, confisqueerden de gedeputeerde staten van Friesland het klooster. De overdracht van de bezittingen van het klooster geschiedde door Harperus Jarichi. Daarmee was de funktie van prior voor Agricola voorbij. Wat hij tussen 1580 en 1587 heeft gedaan of waar hij heeft gewoond is niet bekend. Mogelijk heeft hij in het geheim toch de katolieke godsdienst onderwezen. Eind 1587 ging hij bij de notaris Johannes Doyema inwonen, die getrouwd was met Anna Jacobsdr. Deze Anna was een zuster van de ambt van het Claarkampster klooster, Gerardus Jacobi met wie Agricola veel had samengewerkt.

Hij werd financier en huisbaas. Hij was in het bezit van een flink aantal huizen, zowel in als buiten de stad. In 1591 liet hij een kleine boerderij en een woonhuis bouwen op het Vliet. Vanuit zijn funktie als prior had hij al te maken met hulp geven aan de zwakkeren in de maatschappij. Welke reden Agricola had om geld te schenken aan een instelling van een ander geloof, is niet bekend. Wel dat hij meewerkte aan het tot stand komen van een nieuw weeshuis. En toen dat in 1597 werd opgericht, schonk hij bij zijn overlijden een bedrag van ca. 4500 gulden. Het laatste jaar van zijn leven was hij ziekelijk en bemoeide zich niet veel meer met zijn omgeving. Vanuit het weeshuis is zijn lichaam overgebracht naar de Martinikerk en daar begraven.

Merkwaardig is wel dat zijn collega, Gerardus Jacobi, veel meer voor het weeshuis heeft gedaan en ook veel meer geld heeft geschonken, ca. 15000 gulden. Jacobi was een zeer rijk man en genoot ook veel aanzien in de stad. Toch wordt op de gedenksteen in de muur van het weeshuis alleen maar gesproken over Agricola. De reden waarom is niet duidelijk, maar waarschijlijk is door zijn nogal streng en autoritair optreden, zoals blijkt in de processtukken uit het Gem. archief, enige angst of ontzag voor hem ontstaan. De processen die Agricola tegen diverse burgers en raadsheren voerde, gaan allemaal over geld en huurschulden. De toon in de brieven was kort en duidelijk met een dreigende ondertoon. Hij overleed op 15 october 1598.

In het midden van de steen bovenste gedeelte een ongeschonden wapen, halve adelaar boven doorsneden met een boom en beneden een eikel aan een takje. In de vierpassen zijn de leeftijdskoppen aangebracht, (een zeldzaam voorkomende combinatie), en het wapen van Agricola hangt in een nis, geflankeerd door caryatiden. Verder op het middenveld het epitaphium in twee disticha.

ZERK 118 klik hier voor plattegrond

Tegen de staande zerk ligt een klein beschadigd zerkje met fraai beeldhouwwerk. Van het randschrift is maar een deel leesbaar.

Deel tekst randschrift is:

.....minga Gerrolt Cam zo.³

Opmerkingen:

Het betreft hier een zoon van Gerrolt van Kamminga.

Het beeldhouwwerk is binnen een soort venster geplaatst. Een links kijkende traliehelm met als helmteken een klimmende leeuw of adelaar. Het M schild staat een reebok en op op V schild is niet mee te zien. Op de hoeken in cirkels M/V schilden. Linksboven is nog goed te zien. Links van de deellijn een hert met groot gewei en er onder een soort kam. Rechtsd van de deellijn een klimmende leeuw en dan een tweede deellijn met horizontale lijn waar boven twee bladeren en onder een blad.

Volgens Cannegieter: In het midden de wapens Camminga en Ockinga, met de uitkomende leeuw als helmteken. Op de hoeken telkens twee wapens in één schild. Rechts boven: Camminga en Herema. Rechts beneden: Minnema en Sjaerdema. Links boven: Ockinga en Minnema. Links beneden: Roorda en Walta.