modelbouw in schaal 1:87

It Dockumer Lokaeltsje

 

Fokko Feenstra

andere modelbouwwebsites van Fokko Feenstra:

NTM-dioramaNTM-diorama

Station RoldeRolde

EexterhalteEexterhalte

Trucs met TrucksTrucs_met_Trucks

 

 

 

 

NFLS-links:

Spoorwegen in Friesland, een website van Wytze H. Wijbenga over NTM en NFLS.Spoorwegen_in_Friesland

 

De nostalgie van nevenlijnen met een groot aandeel NFLS vindt u op de website van Oege Kleijne.NFLS-site_Oege_Kleijne

 

"Spoorzoeken" met Arthur Kamminga op het gedeelte Leeuwarden-Stiens.Spoorzoeken

 

Station Dokkum-Aalsum op http://stationsweb.brinkster.net/.Rolde_op_stationsweb 

  Dokkum, eind augustus 1934.

Op een vrijdagmiddag staan we op het station Dokkum-Aalsum van de voormalige Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij (NFLS) te wachten op het "Dockumer Lokaeltsje" dat ons via Stiens naar Leeuwarden zal brengen. Omdat we vroeg zijn hebben we even de tijd om rustig rond te kijken. Op het emplacement wordt de buurtgoederentrein uitgerangeerd, waarbij een paar kolenwagens op een zijspoor worden geduwd om vervolgens door kolenboer Toornstra te worden gelost. Voor de goederenloods naast het stationsgebouw wordt een gesloten wagen met stukgoederen voor Van Gend & Loos geplaatst. Bij de laadheuvel zien we een veewagen die afkomstig is van de vrijdagse veemarkt in Leeuwarden en waarin koeien worden aangevoerd voor de naastliggende slachterij van Feenstra. Langs de losweg staan een paar boerenwagens met suikerbieten die nog met menskracht worden overgeladen om per spoor naar de suikerfabriek in Groningen te worden gebracht. Verderop zien we nog een aantal gesloten wagens staan op een laad- en losspoor langs de spoorweghaven, die hier plaatselijk het "spoordok" wordt genoemd. In de haven is men druk bezig om een schip te lossen dat aardappelen, afkomstig uit de Friese noordoosthoek, heeft aangevoerd om ze vervolgens per trein naar onze oosterburen te transporteren. Omdat in de trein geen toilet aanwezig is, maken we nog even snel gebruik van de op het perron staande retirade. Als we terug komen zien we stationschef Meijer al uit zijn kantoor het perron oplopen ten teken dat de trein uit de richting Anjum in aantocht is. Ook de Posterijen staan al klaar met een paar postzakken die met onze trein zullen meegaan. Even later zien we de trein aankomen en binnen luttele seconden komt het zaakje piepend en sissend tot stilstand. Op de zijkant van de loc zien we de plaat met het nummer 7108 staan, hetgeen betekent dat deze afkomstig is uit de voormalige NFLS-serie 1-10, die later in NS-tijd is omgenummerd tot 7101-7110. Achter de loc zien we een drietal door Werkspoor gebouwde lokaalrijtuigen hangen, die ook van de NFLS afkomstig zijn. Het eerste is een tweedeklasrijtuig, dat van binnen met rood pluche is bekleed; het tweede is een derdeklasrijtuig dat voorzien is van houten banken en daarom vaak gebruikt wordt voor het vervoer van schoolgaande jeugd. Het derde is een PBD-rijtuig, hetgeen betekent dat hierin een post-, een tweedeklas- en een bagageafdeling ondergebracht zijn. Dit rijtuig is niet zo vaak te zien op deze lijn, omdat het meestal dienst doet op de andere NFLS-lijn richting Harlingen. We zien dat er maar weinig reizigers in en uit de trein stappen, hetgeen wordt veroorzaakt door het toenemende auto- en busvervoer. Om het vervoer nog enigszins op te peppen zal men het stationsgebouw binnenkort een opknapbeurt geven door het wit te pleisteren en de houten versieringen te verwijderen, hetgeen eigenlijk wel jammer is vanwege het authentieke NFLS-karakter van het station. Tevens zullen de perrons worden voorzien van een tegelbestrating om het gemak van de reiziger te verhogen. We stappen in en na het vertreksignaal rijden we via de overweg en de spoorweghaven langzaam het Noord-Friese platteland op. Meer dan 60 jaar later herinnert op dezelfde plek bijna niets meer aan de spoorse situatie van toen. Op het spoorwegtracé ligt nu een gedeelte van de rondweg om Dokkum, de stationsgebouwen zijn verdwenen, de huizen en fabriek op de achtergrond zijn verstopt achter een hoeveelheid loof en op de plaats van de spoorweghaven ligt nu de ingang van een fietstunnel. Het enig spoorse bouwwerk dat nog aanwezig is, is de voormalige materialenloods van NS die nu dienst doet als veestalling van eerdergenoemde slachterij.

Ontstaan van het idee
mdat ik op zolder een N-baan had staan die nooit was afgebouwd vanwege het feit dat deze, zoals wel vaker voorkomt, te groots was opgezet en tevens omdat het alleen op zolder zitten ook niet al te gezellig was, ging ik op zoek naar iets wat ik aanvankelijk in kleinere omvang kon gaan opzetten en het daardoor mogelijk was in de woonkamer veel te doen. Daarbij besloot ik om op schaal 1:87 over te gaan, omdat deze schaal zich in mijn ogen beter leent voor het zelf bouwen van veel zaken. In mijn jeugd had ik veel tijd doorgebracht in de omgeving van het voormalige station van Dokkum, waar toen nog slechts éénmaal per werkdag een buurtgoederentrein kwam, aangevoerd door een 2400 (of soms een sik). In die tijd behoorde het stationsgebouw tot het familiebedrijf van mijn vader, waardoor ik de mogelijkheid had veel in dit gebouw te vertoeven. Het werd toen gebruikt als opslagplaats van hooi en stro dat lag opgeslagen in de voormalige wachtkamers en dienstruimte die zich nog in originele staat bevonden, zij het dat de houten vloeren voor het grootste gedeelte waren uitgebroken. Ook de zolder van dit gebouw diende als opslagplaats van wat oude en nieuwe gebruiksvoorwerpen, maar deze was echter voor het grootste gedeelte als speelplaats in gebruik. Ook de naastgelegen goederenloods bezocht ik vaak doordat mijn grootvader toen werkte bij Van Gend en Loos, die het gebouw exploiteerde. Door deze herinneringen en het tegelijkertijd in contact komen met een plaatsgenoot die over veel foto's en andere informatie betreffende de vooroorlogse toestand van de NFLS-lijnen bleek te beschikken, werd het idee geboren het station met een klein gedeelte van het emplacement in modulevorm te gaan maken en te plaatsen in tijdperk II om de in 1936 gestaakte personendienst ook nog uit te kunnen beelden.

Station
Doordat NS gelukkig nog beschikte over de tekeningen van de gebouwen, die (rond 1974) reeds waren afgebroken, kon ik gaan beginnen aan de bouw hiervan. Daarbij heb ik veel gebruik gemaakt van styreen. Het stationsgebouw heb ik inmiddels voor de tweede keer gebouwd, daar de detaillering van het eerste exemplaar naar mijn smaak te grof was door het gebruik van de verkeerde steentjesplaat (te grote stenen en onjuiste dakpannen) en doordat ik inmiddels wat gedetailleerder was gaan werken. Voor de muren van het stationsgebouw heb ik gebruik gemaakt van N-steentjesplaat van Kibri (nr. 7962), waardoor de stenen beter op schaal zijn. Ik ben begonnen om de muren en de openingen hierin uit te snijden, waarbij ik voor de openingen voor de ramen en deuren een stukje binnen de lijnen bleef om vervolgens het laatste deel met de vijl weg te halen, zodat er geen opstaande randen als gevolg van het snijden meer zijn te zien. Hierbij heb ik ook de steunbogen boven de kozijnen meegenomen, omdat deze moesten worden opgevuld met stenen in een ander verband. De hoekstenen bij de bogen zijn uit vlak styreen gesneden; de bogen zijn van ingekerfd styreen gemaakt en het teruggehouden deel is weer van steentjesplaat gemaakt dat 45° werd gedraaid. Vervolgens heb ik de kozijnen gemaakt van in stripjes gesneden dun styreen (onder andere van Evergreen), waarbij de spijlen kruislings over elkaar heen zijn gelegd, zoals beschreven is bij de bouw van mijn NTM-diorama (Rail Magazine 125). Nadat alle wanden klaar waren en de kozijnen waren ingezet, heb ik de zaak verlijmd en voorzien van een bodemplaat en binnenwanden van styreen (2 en 1,5 mm dik). Omdat ik grotendeels wist hoe het gebouw er aan de binnenkant had uitgezien heb ik dit tevens voorzien van een inrichting (overigens nog zonder meubilair), waarbij de vloeren zijn gemaakt van in stripjes gesneden fineer, dat in sommige merken sigarendoosjes" voorkomt. De lambrisering, schoorsteenmantels, deuren, trap en dergelijke zijn gemaakt van styreen. Voor de stevigheid van het geheel heb ik een uitneembare zoldering aangebracht die bestaat uit een onderlaag van styreen van 3 mm dik (afkomstig van een plastic voorzetraam). Hierop zijn de eerdergenoemde vloerplanken van fineer verlijmd met tweecomponentenlijm (om kromtrekken te voorkomen). De dakspanten heb ik van hout gemaakt om een zo realistisch mogelijk effect te krijgen. Het dak heb ik gemaakt van Kibri-dakplaten (nr. 4142) en het lijstwerk, dat hieraan is bevestigd, is gesneden uit Evergreen-styreen. De dakkapelletjes zijn ook gemaakt van styreen, maar de dakbedekking hiervan heb ik gemaakt van dunne stukjes papier die de leistenen moeten voorstellen. De ornamentjes hierop bestaan uit een stukje messingdraad, waaraan een paar kleine kraaltjes zijn bevestigd. Ook de ornamentjes op de puntgevels zijn gemaakt van messing om afbreken te voorkomen. Ondertussen is het geheel geschilderd, waarbij ik voor de muren een roodbruine grondlaag heb aangebracht, die ik vervolgens heb bewerkt met een glasvezelpen om een dof en verweerd uiterlijk te krijgen. Hierna is de zaak ge- weatherd (voegen laten inlopen met achtereenvolgens sterk verdunde zwarte en grijze verf) en opnieuw licht bewerkt met de glasvezelpen. De houten vloeren heb ik eveneens met verdunde verf behandeld om een iets verweerd uiterlijk te krijgen. Tenslotte heb ik de beglazing aangebracht die bestaat uit doorzichtig styreen van Evergreen, dat is verlijmd met Humbrol Clear Fix, wat een vergelijkbaar product is als het eerder door Len de Vries beschreven Crystal Clear. Een vergaande detaillering vergt natuurlijk veel tijd; de totale bouwtijd van dit stationsgebouw heeft zo'n 9 maanden aan spaarzame vrije uurtjes gekost, maar het resultaat en de reacties van collega-modelspoorders vergoeden veel. Bovendien vind ik dat detaillering zich niet moet beperken tot rijdend materieel, maar dat de spoorse omgeving daar best bij mag aansluiten.

Goederenloods
De goederenloods heb ik bijna geheel gemaakt van Evergreen-materiaal, zij het dat de onderkant bestaat uit HO-steentjesplaat (Kibri nr. 4122) en de dakbedekking uit metaal. Dit metaal is afkomstig van oude tandpastatubes, die opengeknipt en vlak gestreken werden om de dan ontstane plaatjes op een geribbelde Evergreen-plaat om te vormen tot golfplaatjes door hier een pen overheen te halen. Tandpastatubes bestaan overigens nu veelal uit kunststof, maar als alternatief kunnen bijvoorbeeld aluminiumfolie of de capsules van wijnflessen dienen. Deze golfplaatjes heb ik helaas met de verkeerde lijmsoort op een plaat styreen geplakt, waardoor het geheel na enige tijd begon krom te trekken. Daardoor was ik genoodzaakt om ook het dak met het gebouw verder te verlijmen om verder kromtrekken te voorkomen. Wanneer ik een tweecomponentenlijm had gebruikt, had ik dit probleem waarschijnlijk niet gehad. Doordat ik wist hoe de binnenzijde van de goederenloods er uitzag is deze ook voorzien van een inrichting. De gevels op de achtergrond zijn op een vergelijkbare wijze gemaakt als bij het stationsgebouw is beschreven, zij het dat het fabrieksgebouw van Slater's N-steentjesplaat is gemaakt. Dit materiaal is erg gemakkelijk te bewerken doordat het dun is, maar behoeft daardoor ook zeker enige versteviging om een strak bouwwerk te fabriceren. Dit is gedaan door aan de achterkant op een aantal plaatsen 2 mm dik styreen aan te brengen.

Rijdend materieel
Aangezien ik de wens had om de (voorbije) werkelijkheid zoveel mogelijk te benaderen en het rijdend materieel niet in model te koop was, was ik genoodzaakt om dit zelf te bouwen. De voormalige NFLS-loc (NS-serie 7101-7110) heb ik geheel van messing gemaakt naar voorbeeld van een tekening uit het archief van de Nederlandse Vereniging van Modelbouwers. Deze tekening betreft er een van de NS-serie 7111-7125, maar komt, behalve enkele detailverschillen, overeen met die van de eerstgenoemde serie. Daar dit mijn eerste geheel zelfgebouwde Ioc betreft, laten de rijeigenschappen helaas nog wat te wensen over, maar het ligt in de bedoeling om hier nog het nodige aan te sleutelen. Van de rijtuigen had ik echter geen tekeningen zodat ik deze zo goed als mogelijk aan de hand van foto's heb nagemaakt. Deze rijtuigen bestaan uit bakken die zijn gemaakt van styreen en die op onderstellen van tweedehands aangeschafte Fleischmann-donderbussen zijn gezet. Voor de stangen heb ik veelal dun messingdraad gebruikt, terwijl de luchters op het dak voor het merendeel bestaan uit overgebleven Roco-onderdeeltjes. Het goederenmaterieel bestaat uit normaal in de handel verkrijgbaar materieel dat hier en daar enigszins is aangepast.

Onder- en bovenbouw
De modules bestaan uit een plaat multiplex van 16 mm verstevigd met zij profielen van eikenhout (restant van een bankstel). Hierop is een laag zachtboard bevestigd waarop de rails (Shinohara code 70 en Peco-wissels code 75) zijn gelegd. De wissels worden overigens hand bediend met zelfgemaakte wisselstellers van messing. Er zijn nagenoeg geen concessies gedaan ten aanzien van de lengte van de sporen, zodat ik, om een redelijk deel van het emplacement na te kunnen bouwen, nu over drie modules beschik. In één van deze modules werd een verdieping aangebracht om de spoorweghaven te kunnen maken. Het water in de haven bestaat uit een donkergroene verflaag waarover 4 tot 5 lagen bootlak zijn aangebracht. De aanlegsteiger en trap zijn gemaakt van op structuur geselecteerde openhaardlucifers, die naderhand zijn behandeld met waterbeits. Deze lucifers zijn trouwens ook prima te gebruiken voor het maken van stootblokken in de vorm zoals die bij lokaalspoorlijnen veel voorkwamen: een rij staande bielzen met een hoop aarde als ruggensteun. De bestrating aan de voorzijde van de modules is gemaakt van Alabastine-vulmiddel, dat in kleine hoeveelheden werd aangebracht en dat in natte toestand werd ingekerfd met een dun mesje. Daardoor ontstaat een wat grote maat steen, maar is het wel goed mogelijk om oneffenheden, die in de werkelijkheid ook voorkwamen, aan te brengen. Zo heeft onder andere de laadheuvel een naar mijn mening aardig realistische vorm gekregen. Aan de achterkant van de modules heb ik geverfd steentjeskarton voor de wegen gebruikt, doch dit heeft een te glad oppervlak, zodat ik dit op termijn nog ga vervangen door het hierboven genoemde wegdek. De ballast bestaat uit twee kleuren fijne steenslag van Busch (nrs. 7060 en 7069) dat naderhand op kleur is gebracht met verdunde roestkleurige verf. Het gras is voornamelijk gemaakt van groengekleurd vilt dat, nadat het met houtlijm was bevestigd, is uitgeplozen met een staalborstel en, om uitzakken te voorkomen, is bespoten met haarlak. De bomen zijn gemaakt van zeeschuim, dat gedeeltelijk is gekleurd met waterbeits en dat vervolgens is bespoten met spuitlijm om te worden bestrooid met fijngemalen groen schuimplastic. De stammen zijn deels wat dikker gemaakt door deze te besmeren met een mengsel van houtlijm en aarde. Tenslotte is het geheel nog voorzien van een achtergrond die is gemaakt aan de hand van de artikelen van Len de Vries (Rail Magazine 136 en 137). Vlak voor deze publicatie is de overweg nog voorzien van slagbomen van Weinert. Aangezien de aflevering hiervan nogal op zich liet wachten, moeten deze nog worden voorzien van de bijgeleverde aandrijving. Tevens moet het rijdend materieel hier en daar nog wat worden aangepast (juiste opschriften, remwerk verwijderen, en dergelijke) en uitgebreid (nog een personenrijtuig derde klasse). Ook denk ik eraan om aan de voorzijde van de modules nog het een en ander te realiseren, zoals een kolenoverslagplaats en de eerdergenoemde materialenloods. Voorlopig hoef ik dus nog niet stil te zitten!

 

Terug naar It Dockumer Lokaeltsje