|









| |
07-02-2006
BnDeStem
Hartonderzoek niet
zaligmakend
Door Peter de Brie
Dinsdag 7 februari 2006 - ROOSENDAAL – „Het ergste van alle plotse
hartdoden in de sport is helaas dat er achteraf bijna altijd wel een signaal is
geweest“, zegt Jan Mathieu, de wielerarts die de zaterdag gestorven
amateurrenner John Sulkers doorverwees naar een cardioloog. „Maar geen enkel
onderzoek ondervangt alles.“

Afgekeurd wegens hartproblemen zocht Nico Mattan en 1999 een second opinion
en kreeg een tweede kans. Vorig jaar won hij Gent-Wevelgem.
Mathieu,
ploegarts van Sulkers in diens tijd bij EuroGifts/De Jonge Renner, is ook dokter
bij de Belgische profploeg Davitamon-Lotto. Vorige week sprak hij in de Ronde
van Qatar nog met Nico Mattan (34), die in 1999 wegens hartproblemen werd
afgekeurd, maar via een second opinion weer groen licht kreeg om prof te
blijven. Vorig seizoen won Mattan Gent-Wevelgem.
„Nico zei dat hij nooit meer iets raars heeft gevoeld. Dat kan dus, maar het
maakt het overlijden van een jonge kerel als Sulkers niet minder dramatisch“,
vertelt Mathieu.
Dinteloorder Sulkers overleed zaterdag tijdens een trainingstocht in Limburg op
23-jarige leeftijd aan een hartaanval.
Mathieu testte Sulkers drie keer. „In 2004 sloeg zijn hart een keer over bij een
inspanningstest, begin 2005 gebeurde dat meermaals. John sputterde nog even
tegen, omdat hij nooit iets verontrustends had gevoeld, maar ik heb hem toch
doorgestuurd naar een cardioloog in het Franciscusziekenhuis in Roosendaal. Die
constateerde hetzelfde euvel, maar heeft niet geconcludeerd dat hij moest
stoppen.“
Mathieu stelt dat geen enkele sporter graag gedwongen stopt en dat er vast
atleten zijn die dingen verzwijgen. „Maar het komt voor dat mensen echt geen
last voelen, terwijl er toch iets aan de hand is. En ik kende John als een
verstandige jongen, dus neem ik aan dat hij zich oprecht geen zorgen maakte.“
De behandelend cardioloog van het Franciscus wenst uit het oogpunt van privacy
en beroepsgeheim geen commentaar te geven. Volgens Mathieu is het heel goed
mogelijk dat er onvoldoende aanleiding was om Sulkers het fietsen te ontraden.
„Maar als er dan toch zoiets gebeurt, dan is dat vreselijk voor iedereen.“
Binnestebuiten
Achteraf is het altijd simpel om te zeggen dat Sulkers beter had kunnen stoppen,
maar geen enkel onderzoek is zaligmakend, benadrukt Mathieu. „Ik ken een man van
veertig die binnenstebuiten was gekeerd, kerngezond bevonden werd en een dag
later bij het joggen stierf.“
Of neem Maarten Nijland, wiens hart enkele jaren geleden op hol sloeg.
„Hij maakte zich echt zorgen over die ritmestoornissen“, weet Mathieu, „maar op
diverse inspanningstesten was niks te zien. „Pas toen hij een koers lang met een
speciale holter reed, werd er een afwijking ontdekt, waaraan hij is geopereerd.
En nu koerst hij weer.“
Ton Langenhorst, sportarts bij het Amphiaziekenhuis in Breda en het Nederlands
vrouwenvolleybalteam, betreurt de dood van Sulkers. „Het is altijd waardeloos
als een jonge sporter zo aan zijn eind komt“, zegt Langenhorst, die stelt dat
zo’n sterfgeval in ons land zo’n tweehonderd keer per jaar voorkomt, verdeeld
over allerlei leeftijdsgroepen, en van trimmer tot topsporters.
Twee groepen
„Ruwweg kun je twee groepen hartdoden onderscheiden, boven en onder de 35 jaar.
Erboven gaat het meestal om verkalking van de kransslagader bij het hart. Onder
de 35 is het vaak een aangeboren afwijking of aandoening aan de hartspier. Die
zijn lastig op te sporen“, zegt Langenhorst.
Het Amphia is een van de sportmedische adviescentra waar wielrenners een keuring
kunnen ondergaan die ze moeten voorleggen bij een licentieaanvraag bij de KNWU.
Bij reguliere sportkeuringen, zoals Langenhorst die ook uitvoert bij BN/DeStem-lezers
die in mei meedoen aan de beklimming van Alpe d’Huez, wordt geluisterd naar het
hart, een filmpje in rust gemaakt en een inspanningstest gedaan. „Ook informeren
we naar hartdoden in de familie die nog geen vijftig jaar waren, want vaak heeft
zo’n plots overlijden een erfelijke oorzaak.“
Bij profwielrenners en -voetballers wordt jaarlijks een echo van het hart
gemaakt, die door een cardioloog wordt bestudeerd. „Die kijkt diepgaand naar
aangeboren afwijkingen, verdikking van de hartspier of een lekkende hartklep.
Maar dat is dus ook gebeurd bij David di Tommaso van FC Utrecht, wat maar
bewijst dat je niet alles kunt ondervangen“, zegt Langenhorst.
De trieste voorbeelden zijn legio, met in het voetbal Dominique Diroux (NAC),
Esad Osmanovski (Breskens), Marc-Vivien Foé (Kameroen), Miklos Fehér (Benfica)
of twee weken geleden Richard Kouwenberg (39) van Zundert, die na een helft als
grensrechter stierf in de kleedkamer.
De wielersport kende in de jaren tachtig en negentig een golf van plotse
overlijdens, met Marc Demeijer, Bert Oosterbosch, Connie Meijer, Johannes
Draaijer, Reinier Valkenburg, Ruud Brouwers en Geert de Vlaeminck. „Een aantal
gevallen is destijds in verband gebracht met doping“, geeft wielerarts Mathieu
zelf aan. „In het geval van John is dat ‘zeker en vast’ niet het geval geweest.“
Pech
Sporters, zoals in die periode ook de atleet Stijn Jaspers, kunnen ook de pech
hebben van niet ontdekte aandoeningen. Langenhorst noemt de Amerikaanse
topvolleybalster Flo Hyman, die onlangs in de Japanse competitie dood neerviel.
Tijdig aan de alarmbel trekken, kan helpen, maar het hoeft niet. Langenberg kent
een basketballer die bij een sprintoefening duizelig werd, naar een arts stapte
en na een operatie nu nog op niveau zijn sport bedrijft. De Belg Stive Vermaut
stopte in 2002 met profwielrennen, maar bezweek in 2004 alsnog aan een
hartstilstand. En Langenhorst herinnert zich een wielrenner die net als Mattan
na een second opinion weer ging koersen, maar kort daarna gereanimeerd moest
worden. „Die is toen echt gestopt.“
Langenberg adviseert zowel top- als breedtesporters om te luisteren naar de
signalen van het lichaam en zeker bij griep het hart te sparen. „Een
virusinfectie kan gevaarlijk zijn. Zeker in combinatie met koorts en spierpijn
moet je je hart niet belasten, maar sporters zijn vaak ongeduldig en
verwaarlozen zo’n teken aan de wand. Verder moet je bij inspanning alert zijn op
pijn op de borst of duizelingen.“
Mathieu is zeer stellig dat bijna elke hartdode wel een keer een signaal heeft
gehad. „Al wordt dat vaak achteraf pas duidelijk, als het te laat is. De vader
van de pas gestorven Belgische veldrijder Tim Pauwels meldde dat Tim in een
cross ineens 260 op zijn hartslag had staan. Dat vonden ze zo gek, dat ze
dachten dat het aan de hoogspanningskabels bij het parkoers lag. Een paar weken
later was hij dood.“
|