
De maze-operatie
Indien medicijnen en/of ablatie niet hebben kan er in overleg met u besloten
worden voor een maze(=doolhof)-operatie. Dit is een openhartoperatie waarbij in
beide boezems van het hart op kritische plaatsen sneden worden gemaakt en kleine
gedeelten van de boezems worden bevroren om het boezemfibrilleren te
onderdrukken. Na afloop worden de sneden gehecht en binnen enkele dagen zullen
er littekens ontstaan. Deze littekens zorgen ervoor dat de boezems voor het
boezemfibrilleren een soort doolhof worden, waardoor de ritmestoornis niet meer
kan optreden. De boezems zijn echter nog wel in staat de impulsen van de
sinusknoop goed te verwerken, zodat zij zo natuurlijk mogelijk kunnen
samentrekken. Na afloop van de operatie kan het hart dus weer als vanouds
reageren op spanning en emotie.
De ingreep duurt ongeveer 60 minuten, terwijl de operatie in zijn geheel drie
tot vier uur in beslag zal nemen.
Voordat de borstkas wordt gesloten, zal een aantal dunne draadjes (elektroden)
op de boezems worden vastgehecht. Mocht de hartactie na afloop van de ingreep te
langzaam zijn, dan kan op deze elektroden een uitwendige pacemaker worden
aangesloten om het hart te stimuleren.
Complicaties
Net als bij andere openhartoperaties kunnen er complicaties optreden, zoals
bijvoorbeeld koorts, vocht in het hartzakje en longcomplicaties. In het algemeen
treden dit soort complicaties op in minder dan 10 procent van de gevallen.
Na de operatie kan het boezemfibrilleren nog een aantal weken (soms zelfs tot
drie maanden na de operatie) in aanvallen optreden. Dit kan worden toegeschreven
aan het feit dat het boezemweefsel zich nog moet aanpassen aan de nieuwe
situatie.
Na de operatie
Na de operatie verblijft u gemiddeld twee dagen op de intensive care (IC).
Hebben zich in die periode geen complicaties voorgedaan, dan wordt u
overgeplaatst naar de afdeling voor postoperatieve zorg. Ook daar wordt uw
hartritme regelmatig gecontroleerd. Op de verpleegafdeling gaat u onder leiding
van een fysiotherapeut beginnen met hartrevalidatie.
Vlak voordat u met ontslag gaat zal er nog een elektrofysiologisch onderzoek
worden verricht. Uw specialist of een verpleegkundige zal u vertellen wanneer
dit zal plaatsvinden. Dit onderzoek is nodig om te kunnen nagaan of er nog
boezemfibrilleren kan worden opgewekt en om te onderzoeken hoe de sinusknoop
functioneert. De elektroden die op het hart waren bevestigd zullen hierna worden
verwijderd.
Soms lukt het niet om elektrofysiologisch onderzoek te verrichten met behulp van
de elektroden. Via een ader in uw lies zal dan een katheter naar het hart worden
opgeschoven (zoals bij een hartkatheterisatie).
Het komt regelmatig voor dat patiënten naar huis gaan met dezelfde medicijnen
als die zij vóór de operatie ook al gebruikten. De reden hiervoor is dat er
zich toch nog korte perioden van onregelmatigheid van de hartslag kunnen
voordoen, of ter voorkoming hiervan. Het betekent niet dat de operatie is
mislukt. Meestal kunt u na twee tot drie maanden stoppen met deze
geneesmiddelen.
Eenmaal thuis
De mogelijkheid bestaat namelijk dat er nieuw hartritmestoornissen optreden.
Het gaat vrijwel nooit om boezemfibrilleren maar om aanverwante stoornissen in
de boezem. Wij adviseren u om in het begin af en toe uw polsslag te controleren.
Ook is het noodzakelijk dat u de eerste maanden doorgaat met het innemen van
bloedverdunners. Na drie tot zes maanden kunnen deze worden vervangen door
Aspirine, dat ook een bloedverdunnende werking heeft. Enkele weken na de
operatie wordt u voor controle op de polikliniek verwacht. Poliklinische
hartrevalidatie bevelen wij u van harte aan.
(Informatie Antoniusziekenhuis Nieuwegein)
|