|









| |

Zwolle, oktober
2004
In het navolgende wordt informatie gegeven over één van
de nieuwe behandelingsmethoden met betrekking tot de hartritmestoring
boezemfibrilleren (BF)
Eind oktober 2002 zijn in
locatie Weezenlanden van de Isalaklinkieken in Zwolle de eerste 4 patiënten
behandeld wegens boezemfibrilleren volgens een methode ontwikkeld door een
Italiaanse cardioloog met de naam Pappone, werkzaam in hospital San Raffaele in
Milaan.
In zijn algemeenheid geldt, dat bij de behandeling van BF het van groot belang
is onderscheid te maken tussen BF dat ontstaat SECUNDAIR aan een andere kwaal
(binnen of buiten het hart gelegen) of BF dat aanwezig is zonder verdere
problemen aan het hart of daarbuiten, z.g.PRIMAIR BF.
De behandeling dient in het eerste geval op zijn minst MEDE gericht te zijn op
een onderliggende oorzaak.
Kennis van de laatste jaren omtrent oorzaak/oorzaken van BF heeft duidelijk
gemaakt dat BF vaak wordt “aangejaagd” vanuit specifieke plaatsen in ons
hart en met name die plaatsen waar de longaders (aders die relatief zuurstofrijk
bloed van de longen naar het hart vervoeren)
de linkerhartboezem (LHB) binnentreden.
Momenteel worden meerdere methoden geëvalueerd, die allemaal beogen de
longaders ELECTRISCH te isoleren van de lLHB, waardoor de aanjagers het BF niet
kunnen opstarten.
De longaderisolatie volgens Pappone houdt in dat met behulp van een
3-dimensionaal geometriesysteem (afkomstig uit de militaire luchtvaart) de
preciese locatie van intrede van de longaders in de LHB kan worden vastgelegd,
waarna vervolgens een zg cathederablatie volgt waarbij circulair om de inmonding
van de longaders in de linker hart boezem met behulp van radiofrequente (RF)
(electrische) energie lidtekentjes worden aangebracht, waardoor de
longaders ELECTRISCH worden
geisoleerd van de rest van de LHB.
Cathederablaties mbv radiofrquente RF energie, waarbij kleine, goed omschreven
laesies (lees lidtekentjes) op een gewenste plek in het hart kunnen worden
aangebracht, worden sinds begin 90-er jaren in Nederland en België in een
aantal ziekenhuizen, die daarvoor toestemming hebben gekregen van VWZ,
uitgevoerd.
Het bijzondere van Pappone’s methode is het gebruik van RF ter omcirkeling van
de longaders, waarbij het bovengenoemde 3-D systeem onontbeerlijk is voor de
exacte plaatsbepaling van de inmonding van de longaders en vervolgens het
aaneengesloten aanbrengen van de RF lidtekentjes/laesies op exact gedefinieerde
plaatsen.
De methode ontwikkeld door Paapone is een catheder procedure, die op een
hartcathederisatiekamer wordt uitgevoerd, in principe onder plaatselijke
verdoving.
De catheders worden, na plaatselijke verdoving, via de liesaders ingebracht
(meestal de rechter lies) en soms via een ader die verloopt onder het
sleutelbeen (meestal de linker sleutelbeensader); daarnaast wordt voor de
continue bloeddrukmeting een dun slangetje in de rechterlies slagader
ingebracht.
Vervolgens wordt een transseptale punctie verricht, hetgeen inhoudt, dat door
het tussenschot tussen de rechter (RHB)-en linker hartboezem de catheder in de
LHB wordt geplaatst. Omdat het aanbrengen van de RF-lidtekentjes in de
linkerboezem op bepaalde plaatsen pijnlijk is, wordt intra-veneuze (door de
ader) pijnstillende medicatie gegeven. Vaak wordt ook medicatie gegeven om wat
slaperig te worden. De duur van de procedure, inclusief contôle,Is 4-4,5 uur.
De lange-termijn resultaten van Pappone in Milaan, die nu
al meer dan 1000 ingrepen heeft verricht zijn 80% of hoger. De ervaring
in Zwolle, na ong. 50 gedane ingrepen, worden op dit moment ook ingeschat op ong
80%, of dit op langere termijn ook zo zal blijven, moet nog duidelijk worden.
De opnameduur voor deze ingreep is 2 tot 4 dagen. U wordt opgenomen op de dag
voor de ingreep, op deze dag wordt bloed afgenomen en wordt een
slokdarmechocardiogram (TEE) verricht. Een TEE is een onderzoek, waarbij door
middel van zeer hoogfrequente geluidsgolven, die uit een zogenaamde transducer
komen, een afbeelding wordt verkregen van het hart, de kleppen en andere
hartstructuren. Bij dit TEE wordt een mini transducer, ingebracht via de
slokdarm, deze mini transducer
bevindt zich aan het eind van een zeer dunne slang, waarmede ook maagonderzoeken
worden verricht.
Het TEE geeft veel uitgebreidere infotmatie, met name omtrent de LHB dan een
“gewoon” echo.
Van het grootste belang is b.v. om te weten of zich in de LHB stolsels bevinden.
De dag van de ingreep dient u nuchter te zijn (van 24.00 uur af) Op de
cathederisatiekamer worden beide liezen gedesinfecteerd en wordt u toegedekt met
steriele doeken.
Na de procedure wordt een
drukverband aangelegd op de plaats waar de catheders ingebracht zijn geweest en
dient u 6-8 uur bedrust te houden teneinde de prikplekken in de liesader-en
slagader te laten helen.
Na de ingreep op de afdeling blijft u gedurende 24 uur aangesloten aan een
monitor en heeft u dus nog een 4-tal elektrode plakkers op de borst; u kunt zich
in deze periode (behoudens de eerste
8 uur) vrij rondbewegen over de afdeling.
De eerste dagen tot soms ruim een week na de ingreep kan de borst nog van binnen
pijn doen, vaak weergegeven als een “beurs” gevoel, dat met name bij diep
inademen wordt gevoeld.
Dit is het gevolg van het aanbrengen van de RF-lidtekens.
Belangrijk is het ook om te weten, dat de eerste 3 maanden na de ingreep nog
boezemritmestoornissen kunnen voorkomen, ZONDER dat dat iets zegt over het
uiteindelijke resultaat van deze ingreep.
De eerste 3 maanden na deze behandeling wordt ook altijd de
antistollingstherapie via de trombosedienst voortgezet zo ook de behandeling via
arrhytmica (pillen).
Na ontslag volgen poliklinische contrôles na 3, 6 en 12 maanden en zonodig
natuurlijk op andere tijdstippen. Bij de contrôle na 3 maanden wordt het
volgende gedaan: ECG (“hartfilmpje”) , transthoracaal echocardiogram (een
hartecho vanf de buitenkant van de borst, dus geen TEE) en een CT-scan.
Een CT-scan is een onderzoek op de afdeling radiologie, waarbij röntgenstraling
wordt gebruikt en een ingewikkeld computersysteem om afbeeldingen te verkrijgen
van in uw geval, de LHB en de overgang van de longader naar de LHB. Dit
onderzoek dient ter constatering van en eventuele vernauwing van de overgang
longader-LHB. Na 3 maanden wordt bepaald of de behandeling met arrhytmica en
antistollingsmiddelen kan worden gestaakt.
Bij de controle na 6 maanden wordt een ECG gemaakt en een Holteronderzoek
verricht.
Een Holteronderzoek houdt in, dat een kleine recorder die om uw middel bevestigd
kan worden en die met 4-5 elektrodes met uw borst is verbonden gedurende 24 uur
het hartritme registreert.
De recorder wordt in het ziekenhuis op de hartfunctieafdeling aangesloten en ook
weer afgekoppeld; verder is uw aanwezigheid in het ziekenhuis niet nodig.
Indien na 6 maanden nog hinderlijke ritmestoringen aanwezig zijn, kan in
onderling overleg worden besloten een hernieuwde ingreep te verrichten.
Na 12 maanden volgen een ECG en opnieuw een transthoracaal echocardiogram.
Er zijn natuurlijk complicaties mogelijk tijdens deze
ingreep:
De mogelijkheid bestaat dat een (grote) bloeduitstorting ontstaat in de lies, op
de plaats van het inbrengen van de catheters, dit komt weinig voor.
De mogelijkheid bestaat dat passeren van het tussenschot tussen de RHB en LHB
lastig is en dat bloed in het hartzakje ( het vlies om het hart) komt. Dat kan
tot pijn en kortademigheid leiden en soms moet het bloed door middel van een
punctie direct uit het hartzakje worden weggezogen.
In het uiterste geval moet de
hartchirurg op de operatiekamer door middel van een operatie het hartzakje
leegzuigen, dit komt zeer zelden voor.
De mogelijkheid bestaat, dat bij het aanbrengen van de RF lidtekentjes een
barstje ontstaat in de wand van de LHB, met weer als gevolg, dat
er bloed in het hartzakje komt, ook dit komt weinig voor.
De belangrijkste complicatie is de mogelijkheid van het optreden van een
beroerte als gevolg van een losgeraakt stolseltje dat in één der hersenvaten
vastloopt. Dit kan leiden tot een tijdelijke uitval van functie, maar ook kan
permanente beschadiging optreden, deze complicatie is zeer zeldzaam.
Opgemerkt dient nog te worden, dat medicamenten veelal nog de hoeksteen vormen
van de behandeling van BF en vaak met recht. Immers indien een patiënt met 1 of
2 pillen per dag, die goed worden verdragen het BF voldoende kan onderdrukken is
dat een gemakkelijk en goed verkregen resultaat.
Vaak onderdrukken medicamenten echter het BF onvoldoende of zijn er bijwerkingen
van de pillen en komen er alternatieve behandelingsopties aan bod, waarvan de
longaderisolatie er een is.
Andere opties zijn het “accepteren” van BF als keuzeritme, pacemakertherapie
en soms zelfs hartoperatie.
|