headerfoto

Verslagen 2016

    home >  Verslagen >  Verslagen 2016 >


Verslag Jeugdnatuurgroep Gestel 5 november 2016 zaden en vruchten Haanwijk

Vandaag waren er 22 kinderen met familiebegeleiding aanwezig. Allen werden door Michel en Annetje welkom geheten. Na enkele administratieve plichtplegingen vertelde Annetje aan haar kinderschare wat we vanmiddag zouden gaan doen: zoeken naar zaden, noten en vruchten plus diverse herfstbladeren. Al deze te verzamelen herfstschatten kunnen na terugkomst opgeplakt worden op A4-bladen die van voorgedrukte natuurtekeningen voorzien zijn, zodat een soort herfstschilderijtjes zouden ontstaan.

Maar voordat we op stap gingen gaf Annetje wat informatie over allerlei natuurgebeuren dat in de herfst voorkomt. Alles bereidt zich voor op de komende winter tot en met sommige dieren die een winterslaap gaan houden. En zoals gebruikelijk stelde ze de kinderen er tussendoor relevante vragen waarop heel vaak correcte of grappige antwoorden volgden.

Daarna volgde uiteraard de wandeling, een soort zoektocht naar al wat de herfst ons te bieden heeft en dat op de grond te vinden is: prachtige gekleurde blaadjes en verder natuurlijk eikels, paardenkastanjes, beukennootjes, sparappels etc. Al dit moois werd in de meegekregen mandjes gedeponeerd, waarbij ook de (groot)ouders zich veelal niet onbetuigd lieten. Daarnaast ontdekten we diverse soorten mooie paddenstoelen die wij natuurlijk ongemoeid lieten.

Aangekomen bij de lange beukenboomstam werd een verstopspelletje gedaan. Eekhoorns verstoppen hun buit en graven die later, als het winter geworden is, weer op om het op te peuzelen. Tja, natuurlijk moet je wel onthouden waar je je wintervoorraadje hebt verstopt, wil je in de wintertijd geen honger lijden!

Vervolgens ondernomen we de terugtocht die zoals meestal eindigde in het gebouw van Brabants Landschap op Haanwijk. Daar lagen op twee grote tafels al de te vullen tekeningen gereed, compleet met kleurpotloden en lijm. En dit alles kon gedaan worden onder het genot van een bekertje limonade en voor de begeleiders koffie of thee. Er werd hard gewerkt om van de tekeningen iets heel moois te maken en het moet gezegd, dat lukte bijzonder wel! Kijk maar eens naar enkele gemaakte foto’s. Rond vier uur werd afscheid genomen, hopelijk to 4 december a.s.!

Hugo Landheer





Zaterdag 29 oktober Nacht van de Nacht

Voor de 12e keer werd op zaterdag 29 oktober De nacht van de nacht gehouden. In heel het land organiseerde IVN-afdelingen, boswachterijen, sterrenwachten, wandelverenigingen en milieugroepen gevarieerde lokale activiteiten gerelateerd aan het milieu of het duister.

Natuurgroep Gestel in samenwerking met Het Brabants Landschap organiseerde de Nacht van de nacht op landgoed Haanwijk. Een goede opkomst van 127 deelnemers (waaronder 40 kinderen) hadden zich aangemeld en werden welkom geheten om 20.00 uur bij het Buitenlokaal.
In vijf groepen vertrokken de wandelaars om kennis te maken met het donkere nachtelijk leven van dassen, vleermuizen en nachtvlinders. De sterrenwacht Halley en een echte verteller maakte het allemaal nog spannender. Het einde om 21.30 uur werd afgesloten met warme koffie en chocomel. Lekker even opwarmen bij de vuurkorven voordat we huiswaarts gingen. We kijken terug op een geslaagde avond.
Noteert u vast in de agenda: 28 oktober Nacht van de nacht 2017





Verslag Jeugdnatuurgroep “paddenstoelen zoeken” op Haanwijk 01-10-2016

Deze middag was gewijd aan paddenstoelen die in de maand oktober normaliter overvloedig op Haanwijk te vinden zijn. Maar door de lange droogteperiode zou het wel goed zoeken worden voordat we de kinderen een interessant aantal paddenstoelen van divers pluimage en van verschillende mooie kleuren zouden kunnen laten zien.

Rond 2 uur bestond onze kinderschaar uit 10 jongetjes en meisjes, uiteraard allen met familiebegeleiding.
We hadden speciaal Cor Kievit als paddenstoelenkenner bij utstek uitgenodigd om iets te vertellen over paddenstoelen en hun ontstaan. Cor had de moeite genomen om een indrukwekkend aantal soorten mee te brengen en uit te stallen op de lange tafel in het infocentrum van Brabants Landschap op Haanwijk.

Hij vergeleek het paddenstoelenbegin met een appelboom en appels: de onder de grond groeiende zwamvlokken (mycelium) vormen a.h.w. de appelboom, de paddenstoelen die voortkomen uit de zwamvlokken zijn de vruchten, a.h.w. de appels aan de boom en de sporen (“zaad”) die paddenstoelen vormen zijn de pitten (ook zaad) in de appel.

Na deze inleiding was het de beurt aan Michel om buiten ieder nog even welkom te heten en om het doel van deze middag nogmaals aan te geven, waarna wij op pad gingen.

Onderweg in het bos vonden we uiteindelijk toch nog zo’n dozijn soorten zwammen, waarvan in bepaalde gevallen Cor of Michel de deelnemertjes met hun begeleiding iets interessants kon vertellen, zoals over de gele aardappelbovist, waarvan de sporen (“zaad”) zichtbaar gemaakt kon worden door in een rijpe bovist te knijpen. Een kleine zwarte wolk was dan het resultaat. Ook elfenbankjes spraken natuurlijk tot de verbeelding, evenals de qua naam wat engere soort dodemansvingers. Het duivelsei en de daaruit voortkomende stinkzwam waren onderwerp van enige hilariteit bij de ouders. Maar de samenstelling van een door Cor doorgesneden duivelsei was ook voor de kinderen weer interessant om te zien.

Onder leiding van Michel werden enkele spelletjes in het bos gedaan:
het “blinde” konijn moest goed luisteren waarvandaan de vos kwam die hem wilde opeten. Hoorde het konijn de vos komen aanlopen, dan wees het konijn de richting van de vos aan en hoorde het konijn de vos niet aankomen, dan tikte de vos het konijn aan.
Een tweede, iets leerzamer spel was “bomen tikken”. Tevoren wees Michel een den, eik, beuk, berk en acacia aan. Dan riep hij bijv. “Berk vrij” waarna de kinderen, als ze de naam bij de juiste boom hadden onthouden, naar de betreffende berk liepen om die aan te tikken.

Vervolgens werd de wandeling terug naar de basis aangegaan en daar aangekomen kregen de kinderen als gebruikelijk limonade met een koekje en de ouders een kop koffie of thee. Voordien werd Cor natuurlijk heel hartelijk bedankt voor zijn goede en leerzame bijdrage. Na de consumpties vertrokken onze gasten weer naar huis met een bedankje aan Michel en vaak als afscheidsroep “tot de volgende keer!”. Dat laatste geeft ons de overtuiging dat de opzet van zo’n leermiddag goed is ontvangen.

Hugo Landheer





Seniorenwandeling 14 september 2016

Het was, zoals we intussen gewend waren in de eerste weken van deze september, weer een hete dag met temperaturen die rond de middag de dertig graden zouden passeren. Voor wie denkt ‘veel te warm voor oude mensen’: in totaal telden we 76 deelnemers, inclusief gidsen.

Voor de variatie hadden we een nieuw vertrekpunt gevonden, kloosterhotel ZIN aan de Boxtelseweg in Vught, veel van de deelnemers waren er nog nooit geweest.

De wandeling ging vanaf het kloosterhotel, over de parallelweg langs de A2, naar het landgoed Halse Barrier. De geschiedenis van het buurtschap Hal gaat terug tot de vroege middeleeuwen, de naam Barrier is afkomstig van de tol, de barrière, die er op die plaats was gekomen ter financiering van de Steenweg naar Eindhoven en Luik. Deze weg werd hier in 1741 aangelegd, was in 1745 tot Best gevorderd toen het geld op was, en was pas klaar in 1810.

Zoals de deelnemers aan de wandeling gezien hebben is het landgoed een natuurparel. Het landgoed van 13 ha, aangelegd rond 1850-1860 en steeds goed onderhouden, kent open gedeelten met prachtige oude bomen en dichter begroeide delen. Ook de hoogteverschillen met dijkjes en slootjes maken het landgoed gevarieerd. Op het landgoed is een dassenburcht. Indrukwekkend zijn de mierenhopen, de bosmieren hebben er heuvels gemaakt die bijna een meter hoog zijn. Het huis, ooit bekend als het badhuis, ligt op een heuvel, aangelegd met grond van de grote en langgerekte vijver die er schitterend ligt met het huis erboven. Ooit voorzag deze vijver de bierbrouwerij aan de Steenweg van schoon water.

oude eik

Voor de meesten was dit landgoed nog onbekend, ondanks dat het, met uitzondering van het privégedeelte, al sinds 1991 opengesteld is voor het publiek. Als gids vond ik het jammer dat we maar een uur de tijd hadden om rond te kijken.

Na afloop maakten veel deelnemers gebruik van de gelegenheid om nog even na te buurten met koffie en, voor wie wilde of er aan toe was, vers water bij het kloosterhotel ZIN waar we gastvrij ontvangen werden.

Gijs Sterks





Verslag van excursie naar De Brand.

Zaterdag 10 september gingen we voor een excursie o.l.v. Ad Smits, gids van het I.V.N., naar natuurgebied de Brand in Udenhout. Deze 800 jaar oude bossen behoren sinds 2002 bij nationaal park de Loonse en Drunense Duinen. Het was  prachtig weer en er waren al veel zwammen.
Toen we het bos inliepen kwamen we een dennenvoetszwam op een stuk dennenhout tegen. Deze blijft hier groeien zolang er voedsel in het hout zit. Op de achtergrond hoorden we de boomklever roepen. Daarna gingen we een laan in met allemaal beukenbomen. Deze laan ging richting kasteelhoeve. Onder de beukenboom groeit niks, door de bladstand (dakpansgewijs) komt er weinig zonlicht op de bodem. Even later kwamen we op een beuk een echte tonderzwam tegen.  Na 10 tot 15 jaar is een boom met een tonderzwam meestal aan zijn einde. Aan de ringen van deze houtzwam kun je zien hoe oud hij is. Gedroogde stukjes vruchtlichamen werden vroeger bewaard in een tondeldoos. Het werd  fijn gemalen om vuur mee te maken, het blijft lang gloeien. Ook werd van de gemalen tonderzwam een papje gemaakt om hoeden van te maken. Een stukje verder zat er op een stronk het gewone elfenbankje. Deze voelde fluweelzacht aan, want elfjes die er op gaan zitten hebben van die hele kleine zachte billetjes. Deze groeit het hele jaar door. Ook zagen we veel gele aardappelbovisten liggen. Die lijken op een aardappel vandaar de naamgeving. Deze komen in elk bos voor. heksenboter Wat we nog niet kenden was heksenboter,dat is een slijmzwam. Het is knalgeel en plakkerig.
Op natte stukken staat vaak waterpeper. Als je op een blaadje even kauwt en dat tegen het puntje van je tong houdt is het net peper. Het prikt op je tong. Vroeger gebruikte ze het wel eens  bij het eten.
De kasteelloop wordt binnen afzienbare tijd gedempt. De bedoeling is dat ze het voedselrijke water via de Endekeloop om het gebied heen stroomt, zodat de brand natter wordt.

boomkikker

Uiteindelijk kwamen we bij een veld waar op de braamstruiken, lekker in de zon, de boomkikkers zaten. Ze gaan meestal in de zon zitten om het voedsel beter te kunnen verteren. De boomkikker overwintert in de strooisellaag onder de bramen, houtwallen, of struiken. Hij kan tussen de 6 en 8 jaar oud worden. Ze leggen eiklontjes in het water van ieder 50 a 60 stuks eitjes. Er wordt veel voortgebracht, maar er blijft uiteindelijk maar weinig van over. Elk jaar wordt er een telling gehouden,  dat is vermoedelijk ongeveer maar 10 % van wat er in werkelijkheid zit. Door dit bij te houden kunnen ze zien hoe de stand zich ontwikkelt en om kijken of er eventueel maatregelen getroffen moeten worden. Bijv.  poelen opschonen of geen paarden  laten grazen in de wei bij de poel. In paardenurine kunnen medicijnresten zitten, wat niet goed is voor de boomkikker.

Toen we terug liepen het bos uit kregen we het nog even over schimmeldraden of zwamdraden.
Er is een heel netwerk ondergronds van schimmeldraden. Dat zien we zo niet, maar het is er wel. Het grootste thans bekende levend organisme op aarde is een zwamvlok van schimmeldraden, die is 2400 jaar oud en 890 hectares groot. Ontdekt in Amerika in de staat Oregon.
Daarmee sloot Ad Smits de excursie af en hebben we genoten van de mooie wandeling in de Brand.

Yvonne Smulders





Verslag Jeugdnatuurgroep Gestel, waterdiertjes zoeken en benoemen op zaterdag 3 september 2016

Vanmiddag, op de voorlaatste dag van de zomervakantie, startte de Jeugdnatuurgroep Gestel nu eens niet bij het gebouw van Brabants Landschap op Haanwijk, maar bij het sportcentrum Theereheide. Thema van deze middag was het zoeken, of liever gezegd, het opscheppen en bekijken van waterdiertjes uit het ven van het gemeentebos.

Vooraf werd het nodige materiaal, inclusief frisdranken en speculaasjes, daar alvast neergelegd en Wilma bleef bij het ven achter om er op te passen. Het weer werkte mee, droog, soms een beetje zon, aangename temperatuur.

Om precies twee uur had zich nog maar één meisje met haar vader aangemeld! Maar géén paniek: een of twee minuten later waren er uiteindelijk toch nog 7 anderen met ouder of in één geval, oma, die graag van de partij wilden zijn. Michel verwelkomde iedereen, incl. Lara, nu 14 jaar, als een van de eerste kinderen die zich voor de Jeugdnatuurgroep bij de oprichting aanmeldde en die, na zoveel jaar, nog eens wilde meelopen, maar nu ter assistentie.

Om tien over twee vertrok de kleine stoet ven-waarts. Onderweg werd op een plekje gras neergestreken en werd door Annetje een en ander verteld over water en waterdiertjes, waarbij ze ook de kinderen duidelijk betrok door het stellen van gerichte vragen die alle uiteraard betrekking hadden op water en wat er zoal in leeft. Daarna werd de weg naar het ven vervolgd en, daar aangekomen, werden drie groepjes geformeerd met als doel zo veel mogelijk verschillende kleine waterdiertjes met de schepnetjes te vangen en te deponeren in gereedstaande emmers en waterbakken. Welke groep het meeste het gevangen had, had dan de “wedstrijd” gewonnen. Om het herkennen van een soort te vergemakkelijken kreeg ieder groepje een kaart mee waarop waterdiertjes afgebeeld en benoemd waren en was er schrijfgerei om de (soms vermeend) gevonden soorten te noteren.

waterdiertjes vangen

Met enorm enthousiasme werd geschept in het water en over de bodem van het ven, gekeken naar het resultaat in het netje en bij een vangst werd de buit snel in een emmer of waterbak overgegooid en werd nog eens gekeken naar de gevangen buit. Maar het determineren van een soort viel toch niet altijd mee, want er bleken in het water toch meer soorten aanwezig te zijn dan de kaart aangaf, ofwel leek een soort niet precies op een afbeelding waardoor ook twijfel over de juiste naam ontstond.

Rond kwart over drie werd het zoeken en scheppen gestopt en werden de groepjes gevraagd om voor te lezen welke soorten beestjes ze hadden verzameld, die na het tellen en benoemen natuurlijk weer in het ven werden teruggegooid. De scores bleken 8, 8 en 11. Leuke resultaten!

De op fietsen vooraf meegebrachte frisdranken gingen grif door dorstige kelen en na deze welverdiende pauze ging het gezelschap terug naar de Theereheide, waar afscheid van elkaar werd genomen met hier en daar de uitroep “tot de volgende keer!”.

Hugo Landheer





Verslag seniorenwandeling 8 juni 2016

Deze keer startte onze wandeling, met schitterend warm weer en volop zon, vanaf het zwembad. Onze gidsen gunden er ons geen frisse duik want na het formeren van drie groepen startte de wandeling precies om 10 uur en vertrok onze groep onder de ook deze keer weer bezielende leiding van Michel.

Bij de bosingang stond Michel stil om even kort te vertellen wat wij afgelopen zaterdag met de kinderen van Jeugdnatuurgroep Gestel hebben gedaan: van alle bloemsoorten die de kinderen bij de boswandeling en langs een stukje van de Dommel aantroffen, mochten ze er steeds één van plukken en in een mandje meenemen naar de ontmoetingsruimte van Brabants Landschap. Daar kregen ze een opplakvel karton waarop de gevonden bloemen als een schilderijtje aangebracht konden worden. Zo’n leeg plakkartonnetje had Michel nu meegenomen en werd aan een van de deelneemsters overhandigd. Het karton moest nu onderweg door haar opgevuld worden. En zo geschiedde, met als gevolg dat het aan het eind van onze wandeling helemaal volgeplakt was. Een kleine bloemlezing van de gevonden en opgeplakte soorten is wel op z’n plaats: fluitenkruid, look zonder look, korenbloem, ganzenbloem, klaproos, brandnetel, ossentong, tulpenboombloem, vergeet-mij-nietje, vlierbloesem, vingerhoedskruid, ooievaarsbekje, braam, melkdistel.

De vlier staat nu in volle bloei en grappig was om het verschil te zien tussen het blad van een “gewone” zogenaamde zwarte vlier en een peterselievlier, waarvan het blad qua vorm ook echt aan peterselie doet denken. Deze laatste vliersoort komt overigens veel minder voor.

Michel ging uitgebreid in op de manier waarop de voortplanting van planten via insecten als hommels en bijen tot stand komt, hoe bloemen daarop helemaal (in)gericht zijn en iedere bloemsoort via een eigen methode insecten kan lokken en verleiden om toch vooral op die bloem te landen of er naar binnen te kruipen.

De enige paddenstoelensoort, die je niet ongemerkt voorbij kunt lopen wegens de stank die hij produceert en verspreidt, is, hoe kan het ook anders, de stinkzwam. Michel toonde ons deze paddenstoel met zijn duidelijke fallusvorm en vertelde over de strontvliegen die aangelokt worden juist door deze stank en die zo meewerken aan de verspreiding van de zaadsporen, aan de bovenkant van deze paddenstoelensoort aanwezig. Ook een duivelsei waarin de stinkzwam in aanleg zich bevindt, sneed hij door om te laten zien hoe deze in die eivorm al zo mooi verborgen zit. De naam duivelsei is voortgekomen uit het geloof van de mensen van weleer, die vonden dat de duivel wel achter het feit moest zitten dat de fallus binnen slechts luttele uren uit dat ei volwaardig is uitgegroeid.

Ook verhaalde hij voor de nieuwkomers onder de groep nog maar eens over het kindergrafje uit 1811 dat op zo’n idyllische plek in het bos verscholen ligt.

De tulpenboom, een typische exoot die je wel vaker aantreft op landgoederen, staat nu in volle bloei. Eindelijk hebben wij zijn bloemen nu eens van dichtbij kunnen bewonderen en inderdaad lijken ze sprekend op een tulp!

tulpenboom

Op de terugtocht liepen we op het pad tussen de roggevelden. Die velden staan gedeeltelijk vol korenbloemen aan de ene kant van het pad en aan de andere kant stonden korenbloemen en ganzenbloemen te pronken tussen de roggearen. Het was een ware lust voor het oog!

Teruggekomen bij het zwembad werd nog koffie gedronken. Om afrekening te vergemakkelijken heeft de kas van Natuurgroep Gestel betaald en werd de deelnemers gevraagd om een vrijwillige bijdrage aan onze penningmeester af te dragen.

Wij hopen dat de volgende keer de belangstelling voor onze wandelingen al even groot zal zijn als vandaag!

Hugo Landheer, 08-06-2016





Excursie naar het nieuwe Kanaalpark langs het Maximakanaal

Op zaterdagochtend 21 mei verzamelden zich 38 enthousiaste belangstellenden, met fiets, bij de Dungensebrug over de Zuid-Willemsvaart. Ze werden namens de Natuurgroep Gestel ontvangen door ondergetekende. Onder de nieuwe brug in de N279 over het Maximakanaal volgde een terugblik over het ontstaan van de Zuid-Willemsvaart. De brug fungeerde keurig als klankbord om de vrij grote groep verstaanbaar te kunnen informeren.
Kanalenkoning Willem1 besloot tot de aanleg van dit 123 km. lange kanaal van Maastricht naar Den Bosch. Uitvoering van 1822 tot 1826. In slechts 4 jaar werd door duizenden mensen met kruiwagen en spade dit karwei geklaard voor 40 ct.per dag!
We staan nu bij de afsplitsing van het Maximakanaal richting de Maas nabij Empel. Met de aanleg van dit 9 km. lange kanaal werd in 2010 gestart. Eind 2014 konden de eerste schepen vanaf de Maas het kanaal opvaren richting Den Dungen en verder.
De gemeente Den Bosch raakte niet zomaar zijn openstaande bruggen en rijen wachtende auto's kwijt. Het Rijk stelde dat de gemeente als compensatie moest zorgen voor een ecologische verbindingszone langs de oostzijde en over de gehele lengte van het kanaal. De breedte is minimaal 25 meter en plaatselijk ruim 40 meter.
Ook moest in dit nieuwe natuurgebied een riviertje, de Rosmalense Aa, aangelegd worden. Deze nieuwe waterloop werd afgetakt van de Aa en meandert nu prachtig door het park. De ecologische verbindingszone is inmiddels ingericht en heet Kanaalpark en is dus onderdeel van de Groene Delta als ring om de stad.

We stonden stil bij de kruising van de Aa met het kanaal. Een grote sifon, bestaande uit 4 kokers, hoogte 3.50 m. en breedte 4.75 m. per stuk, duikt hier onder het kanaal door. Een van de kokers is speciaal voor vissen ingericht. De vissen komen vanaf de Aa via een fraaie vistrap in een opvangbekken alvorens de koker in te zwemmen en het kanaal te passeren.

Met de fiets over de nieuwe schutsluis bij Hintham namen we een kijkje bij de Wamberg. Hier is een gedeelte van het bos gerooid om plaats te maken voor het kanaal. De daar vlakbij gelegen dassenburcht is nog steeds bewoond, terwijl een iets verderop aangelegde nieuwe burcht nog niet door dassen betrokken is. Langs het kanaal komen we in het gebied van de zandgronden. Afwisselend zie je langs de slingerende beek bosjes, bloemrijke graslanden en ruigten.

In een van de oeverwallen hebben zich oeverzwaluwen gevestigd. Werk voor de fotografen in het gezelschap. Bij de bruggen en sluizen zijn in de stalen damwanden speciale voorzieningen getroffen. Dit zijn fauna-uittreedplaatsen, openingen in de wand om b.v. reeën en dassen aan de wal te helpen.
We fietsten verder richting Maas om te pauzeren bij de biologische boerderij Eygentijds. Langs het pad naar de boerderij vond op 16 maart j.l. de nationale viering van de boomfeestdag plaats. 1500 Kinderen van 10 scholen hebben hier 5000 stuks bomen en struiken geplant. In een speelbos werden 12 vredesbomen in een cirkel geplant.
De boerderij is gevestigd in een voormalig kantoorgebouw en proefstation voor de varkenshouderij te Rosmalen. De ontwikkeling is nog volop gaande. Dagbesteding voor ouderen (Cello) is een van de activiteiten.
In het noordelijke deel van het park vinden we de rivierpolders van de Maas, de Rosmalense Delta. We naderen sluis Empel aan de Maas. De Rosmalense Aa mondt hier uit in het kanaal. Ook hier is een mooie vistrap aangelegd om migratie mogelijk te maken.
Het kanaal gaat door het natuurgebied de Koornwaard om uit te monden in de Maas.
Voor de landschappelijke inpassing van het kanaal en de compensatie van aangetaste natuurwaarden is een landschap- en compensatieplan opgesteld en inmiddels in uitvoering. Via het fietspad op de westkade van het kanaal komen we langs een lindenveld. Dit veld moet het groene karakter van het kanaal waarborgen voor de toekomst, wanneer hier hoge kantoorpanden in het stedelijk knooppunt zullen gaan verrijzen. Ook fietsten we langs een essenlaan ter ondersteuning van de ruimtelijke geleding tussen de woonwijken.
Einde van de excursie; iedereen was enthousiast en weet nu waar en waarom het kanaal er is.

Peter Janssen





Verslag speurtocht Jeugdnatuurgroep 07 mei 2016

Op de eerste officiële zomerse dag kwamen er maar weinig kinderen met begeleiders opdagen. Niet helemaal verwonderlijk, want deze dag viel nog in de vakantieperiode. Maar de “kwaliteit” was aanwezig, want de kinderen waren heel goed bij de les, letten goed op wat er gezegd en gevraagd werd en bovenal was de komende speurtocht een groot succes.

Annetje startte de middag in het buitenlokaal van het Brabants Landschap met een kleine geschiedenisles, waarbij ze terugging tot vierduizend jaar geleden, een voor de kinderen indrukwekkend getal. Daarbij passeerde ook een verklaring over de oorsprong van de naam Haanwijk de revue. Vragen die Annetje er tussendoor aan de kinderen stelde, werden “kundig” beantwoord.

Vervolgens gaf ze aan wat we deze middag zouden gaan doen. Dat was direct verbonden met de naam Haanwijk. Ze liet namelijk een klein vel dun karton zien waarop een tekening van een lichtgrijze haan stond, te midden van 8 gelijke en genummerde vierkantjes. Op ieder van deze hokjes was een gedeelte van de haan zichtbaar. De bedoeling was om deze hokjes te vullen met 8 gekleurde plakplaatjes die tezamen dezelfde delen van de grijze haan konden bedekken en op deze wijze ontstond eenzelfde, maar dan gekleurde haan.

Hoe konden de kinderen die 8 verschillende plakplaatjes die daarvoor nodig waren, bemachtigen? Dat ging zo: tijdens een uitgezette wandeling die gemarkeerd was met kleine stukjes roodwit afzetlint was op verschillende plaatsen een klein geel genummerd bordje geplaatst en in de directe nabijheid ervan was een doosje verstopt waarin een aantal van het erbij behorende plakplaatje te vinden was. Ieder kind had tevoren een vel met de grijze haan met de 8 vakjes meegekregen. Als je nu goed had opgelet en de wandeling geheel uitgelopen had aan de hand van de roodwitte lintjes, dan had je de nodige 8 plakplaatjes verzameld en onderweg op de grijze haan geplakt. Vrijwel alle kinderen waren daarin geslaagd! En de beloning wachtte hen op in de vorm van een of meer glazen limonade en koekjes bij de speelgelegenheid, gelegen tegenover het theehuis.

Nadat alle kinderen genoeg gespeeld en gedronken hadden ging ieder weer zijns weegs met een “tot de volgende keer!”

Hugo Landheer, 07-05-2016





Verslag seniorenwandeling 13 april 2016 Haanwijk

Om 9:20 uur stonden al veel gegadigden voor de seniorenwandeling te wachten op Haanwijk en de toestroom bleef aanhouden. Uiteindelijk stonden ruim 70 personen in de startblokken en vroeg Michel van de Langenberg even ieders aandacht. Hij verwelkomde allen op deze mooie, rustige voorjaarsdag en stelde voor om drie groepen te formeren; één onder leiding van Bert Subelack, één met Peter Janssen als gids en één met Michel zelf. Alle drie groepen gingen een aparte kant op om zo wandelingen van verschillende aard te kunnen maken.
Jullie verslaggever deelde zichzelf bij Michel in en van die wandeling volgt dan hier in een notendop verslag.

Gestart werd op de zogenaamde Ganzendreef. Deze was nu totaal ontsloten en dus voortaan voor publiek volledig toegankelijk gemaakt. De Ganzendreef bevindt zich tussen het ontvangstcentrum van Brabants Landschap en de witte boerderij Oud Herlaer.
Al snel stond Michel stil om ons deelgenoten te maken van zijn kennis der natuur en, in sommige gevallen, der cultuur. Waar was zijn oog op gevallen? Op Look zonder Look, een plant die sterk ruikt naar ui als je een blad kneust. Toch blijkt (bij naslag) de plant niet tot de allium-familie te behoren. Look zonder Look is een van de waardplanten van het oranjetipje. Michel sprak ook nog over stinsenplanten, zoals de bosanemoon die nu volop bloeit. Ook de daslook (wel een alliumsoort en tegelijk stinsenplant!) liet zich zien. Het woord “stinsen” komt uit Friesland en betekent “stenen” . Stinsenplanten werden in vroeger eeuwen voornamelijk rondom statige Friese landhuizen geplant.

De bever is zo’n honderd meter verwijderd van onze dreef inmiddels gesignaleerd! Het dier was in Nederland praktisch uitgestorven, maar een aantal is in de jaren tachtig weer hier te lande uitgezet vanuit de toenmalige DDR. En nu heeft hij zijn sporen al nagelaten bij de Dommel door het omknagen van populieren, om zijn beverdam te maken. Michel verhaalde dat hij een bever in het water al zelf gezien had toen hij recentelijk bij Oud Herlaer in zijn roeiboot op een afgesloten zijtak van de Dommel zat!

De grote witte boerderij (“Out Herlaer” staat er in zwarte letters op) is niet langer omgeven door de lelijke stallen en loods. Dit alles is onlangs afgebroken en met de grond gelijk gemaakt, grond die nu gesaneerd wordt. De bedoeling is het geheel te verkopen waarbij zeer strenge voorwaarden aan de uiteindelijke koper gesteld wordt, waaronder uiteraard het behoud van de natuurlijke waarden rondom.
Michel toonde ons een tekening van het kasteel zoals die er wellicht ooit heeft uitgezien.
Een gedeelte van de contouren van het kasteel dat daar vroeger gestaan heeft, is bloot gekomen bij de grondsanering. Wij hoopten die delen nog te kunnen bekijken, maar intussen was alles bedekt met een zandlaag en het geheel met stenen bestraat. Eén deelnemer had ongeveer een week geleden nog wel op tijd een foto kunnen maken van enkele overblijfselen, waarbij wij hopen dat wij die foto van hem toegestuurd krijgen.


Wij maakten vervolgens een oversteekje naar het Sterrenbos, waar wij veel sporen van de das aantroffen, zoals wissels en graafsporen. Dassen hebben nu jongen en moeten derhalve nu hard werken om aan de “uitbreidings-kost” te komen. Dassen zijn erg schuw en zullen zich niet snel vertonen als er mensen en honden in de buurt rondlopen of er net hebben rondgelopen. De das kan weliswaar slecht zien, maar kan des te beter ruiken. Zodra het dier de geur van in zijn ogen vijanden waarneemt, blijft het in zijn burcht. Gelet op het noodzakelijke fourageren, is die reactie natuurlijk funest voor het dassengezin.

Michel had nog heel veel meer onderweg te vertellen. Dat komt vooral omdat de lentebodes zich immers allerwegen aanmelden: alles ontluikt en gaat bloeien, waardoor er enorm veel “vertelswaardigs” weer zichtbaar wordt. Enkele voorbeelden: bloeiende brem (mierenbroodjes!), de eikenboom met de mannelijke katjes en de nu niet gevonden vrouwelijke bloempjes, de witte dovenetel met nectar achterin de bloem, de hommel en z’n nest onder de grond, de vlinders (oranjetipje, bont zandoogje etc.).

Zo steeds uitleggend aan wetenswaardigs van wat we rondom ons zagen, was de tijd aardig aan het verstrijken. Omdat Michel de sleutel van het ontvangstcentrum bij zich had, moesten wij ons bijna “spoeien” om om half twaalf terug te zijn, opdat iedereen op tijd koffie of thee kon nuttigen.
Na terugkomst op onze basis posteerde Michel zich ook nog eens achter een tafel en schonk tientallen kartonnen bekers vol voor ieder die koffie wenste. Ook een plak cake lag voor een ieder te wachten. De zog. “koffiepotjes” werden weer bijgevuld. Al met al was het een gezellige drukte en er werd tussen de drie groepen uiteraard druk nagepraat over alle wederwaardigheden.
Haast jammer dat we weer een hele maand moeten wachten voordat een nieuwe seniorenwandeling onder de bezielende leiding van onze drie gidsen gemaakt kan worden. Nog maar eens aan dit drietal: hartelijk dank!

Hugo Landheer, 14-04-2016





Verslag excursie Ommetje Vossenholen, zaterdag 26 maart 2016

Deze excursie was naar de mening van jullie verslaggever één van de gezelligste, geestigste en misschien ook wel, heemkundig gezien, leerzaamste tocht der tochten die ik heb meegemaakt binnen Natuurgroep Gestel. Dat Peter Janssen en Bert Subelack er in geslaagd zijn om de twee oude “rotten” in het excursievak, de Gemondse autochtonen Ad Kuppens en Martin Bressers, te strikken om hun persoonlijke verhalen en ervaringen onderweg ten beste te geven, was een belangrijk onderdeel van het succes van deze wandelexcursie. Te prijzen valt de leiding ook voor het feit dat zij beide Gemondenaren alle ruimte gaven om hun verhalen op specifieke plekken aan ons door te geven. De geringe tijdnood waarin wij tenslotte kwamen te zitten, nam ieder graag op de koop toe.
Met een zekere trots gaf Martin aan, voordat de wandeling begon, dat Gemonde ouder was dan ’s-Hertogenbosch……

De opkomst was deze zaterdagochtend goed: meer dan 30 deelnemers en het weer werkte gelukkig ook al mee. Klokslag half tien vertrok het gezelschap.
De eerste stop was al meteen direct naast de kerk, waar Willemien Nijenhuis ons liet weten dat het vrieshuis dat er staat, nog het enige is dat in onze regio in gebruik is en men kan nog steeds een lade huren voor € 45 per jaar.

Er werd op diverse plaatsen stilgestaan, ofwel om te luisteren naar de wederwaardigheden van Ad en Martin ofwel omdat er iets fraais te zien was. Zo passeerden we het hek van de begraafplaats, waar de stenen palen geheel door vrijwilligers waren opgetrokken ter vervanging van de in verval geraakte oude palen.
Een dode eekhoorn lag als verkeersslachtoffer in de berm van de weg. Jammer, want er zijn nog maar zo weinig eekhoorns overgebleven.

Een onverharde weg in het centrum zou, zo liet Ad ons weten, volgens plannen geasfalteerd worden, waardoor het landelijke karakter teniet gedaan zal worden.

Een van de eerste halteplaatsen was het kapelletje dat, vooral door het streven van Bert Schellekens, in 2012 tot stand is gekomen.

We zagen tijdens onze wandeling heel veel (karren)paden die omzoomd zijn door populieren, iets waar deze streek om bekend staat en dat ons Ommetje Vossenholen extra aantrekkelijk maakte. Onderweg kwamen we enkele malen de Beeksche Waterloop tegen, liepen we er langs of moesten we de beek via een paar houten balken oversteken.
Een Groenling keek op ons neer vanuit een hoge populier op een kruispunt van wegen.

Er werd nog eens gememoreerd dat Gemonde voor de gemeentelijke herindeling van 1996 onder vier verschillende gemeenten viel: Boxtel, Schijndel, Sint-Michielsgestel en Sint Oedenrode. Zo nu en dan wees Ad of Martin ons er op dat we ons bevonden op een van de vroegere gemeentegrenzen.

In het weidse landschap waren ook hier en daar schei-eiken te zien. Ze gaven in vroeger tijden weer waar van een eigenaar een stuk land eindigde of juist begon. Het zijn schitterende, karakteristieke overblijfsels van vroeger tijden.

Martin stak enkele van zijn sappige verhalen af en waande zich weer even een jongen van 8 jaar. We luisterden naar hem aan de rand van een stuk bos waar in vroeger tijden nog drie woningen hadden gestaan die hij, met hun bewoners, nog had meegemaakt. Helaas verstond jullie verslaggever net te weinig om zijn relaas hier te herhalen, maar de meeste toehoorders hebben alles wel in zich opgenomen!

Even nog werd een 20 meter van onze wandeling staande oude eikenboom van dichtbij bekeken: er zat een uilenkast in en er was een kruis in 1932 in de boom gekerfd als aandenken aan een toen plaatsgevonden ongeluk waarbij, door het kantelen van een wagen, een landbouwer de dood vond. Een informatiebord gaf de details ervan weer.

Wij passeerden ook enkele heel oude knotwilgen die helaas niet goed onderhouden waren, waardoor ze sterk ingescheurd waren en het is een wonder dat er nog leven in zat. Jammer dat de eigenaren, w.o. een boomkweker, kennelijk de schoonheid van deze bomen onvoldoende waardeerden om te zorgen voor goed onderhoud. (Een vingerwijzing voor vrijwilligers om eens contact met deze eigenaren op te nemen?)

Ad herinnerde de deelnemers nog eens over het “bekwaamzijn” van een populier als deze een “voiem” (vadem) in omvang had gekregen, meestal na zo’n 25 jaar na planten. De opbrengst van een aantal via het voorpootrecht neergezette populieren werd dan gebruikt als bruisschat voor de dochter van de aan de betrokken weg wonende boer. Ad toonde ons hoe je een “voiem” moet meten.

Bijna weer gearriveerd op onze uitvalsbasis bekeken we nog even het rijksmonument, villaTwijnmeer dat door de nog kalende bomen goed zichtbaar was. De bijgebouwen vallen onder de lijst van gemeentemonumenten.

Daarna werd het tijd om afscheid te nemen van onze rasechte vertellers Ad en Martin die voor hun inzet met een hartelijk applauswerden beloond. Ook een dankjewel voor Peter en Bert was op z’n plaats, want zij hebben veel voorwerk verricht om tot een welslagen van onze excursie te komen.

Hugo Landheer, 28 maart 2016

Jef van Veldhoven maakte een fotoserie van de excursie. Deze is te bekijken via onderstaande link:
http://myalbum.com/album/ctOpMDy6IPpT

Het ommetje Vossenholen gaat door het dal van de Beekse Loop, zie de kaart. kaartje Beeksche waterloop





Verslag Jeugd-Natuurgroep- Gestel “Speuren naar sporen” 05-03-2016

Door Henriëtte van Hedel was vooraf al wat werkmateriaal op de lange werktafel gelegd: tientallen naambadges van kinderen die al eerder hebben meegedaan, voorbeelden op A4-vellen van diverse pootsporen, vaasjes met kleurpennen etc. en dat alles in de ontvangstruimte van Brabants Landschap op Haanwijk, de plek waarvandaan wij als regel op de eerste zaterdag van iedere maand vertrekken.

Om 7 minuten voor twee kwam het eerste kind met begeleiders binnen en 10 minuten later waren allen gearriveerd, in totaal 19 kinderen met (groot)ouder(s).
Annetje Oomen ging uitleggen wat vanmiddag ons doel zou worden: speuren naar sporen. Maar eerst legde ze uit wat nu eigenlijk een spoor in de natuur is. En ze vroeg de kinderen wie enkele voorbeelden kon geven. Die werden grif aangegeven (en daarna door Annetje nog met enkele aangevuld): krabsporen, holen en holletjes, molshopen, aangevreten sparappels, smidsen, dassenwissels, braakballen.

Daarna ging het gezelschap op pad om in de praktijk zulke sporen hopelijk te vinden. Dat lukte aardig en alleen de krabsporen waren vandaag niet zo “voorradig”.

Michel van de Langenberg die de leiding had, vertelde de kinderen steeds enkele bijzonderheden over de dieren die behoorden bij een vondst zoals bij een paar tussen de braamslingers gevonden vossenholen met daar aangetroffen vossendrollen, over een smidse op een eikenboom, over poepjes van een vogel, over lege sparrenappels. De kinderen luisterden aandachtig en er werd zelfs niet gelachen bij woorden als “drollen”. Onderweg werd nog gewezen op spechtenholten in een dode boom.

Onder een beukenbosgedeelte werd het spel van konijn en vos gespeeld. Er waren veel konijn- en vosgegadigden. Alle kinderen moesten tijdens het spel heel stil zijn en vandaag lukte dat zo maar heel goed.

Vervolgens ging het naar de “vertelboom”, een lange omgezaagde beukenstam die als lange bank diende en waarop alle kinderen al snel een plaatsje vonden. Stilletjes werd geluisterd naar een verhaaltje dat Annetje voorlas over de mol die op een morgen uit zijn hol kroop, boos werd op alles wat de andere dieren in het bos deden. De conclusie van de dieren was dat de mol leed aan ochtendhumeur.

Daarna liepen we langs het afgerasterde gedeelte van het terrein met uitgebreide dassenburchten en  werd even stilgestaan bij één hol dat buiten de afrastering lag. Alle kinderen werden door Michel gemaand om even stil te zijn, zodat de dassen als nachtdieren lekker konden doorslapen. Hij deed zijn verhaal over de dassen, stelde een paar vragen  waarop goede antwoorden kwamen en voort ging het richting ontvangstruimte.

Daar aangekomen had Henriëtte al weer koekjes en limonade klaargezet en voor de ouderen was er koffie en thee. Op de tafel lagen nu ook lege vellen papier waarop de kinderen met kleurstiften konden tekenen wat ze onderweg zoal aangetroffen hadden. We zagen tekeningen verschijnen van veertjes, vossendrollen, hondensporen, boom met smidse e.d. Ook de logboeken konden worden ingevuld.

Tegen vier uur vertrokken de meesten weer huiswaarts en wij kunnen terugkijken op een heel geslaagde middag en hopen allen op 2 april weer terug te zien.





Uilenballen zoeken met Jeugd-Natuurgroep-Gestel

Op 13 februari 2016 gingen we uilenballen zoeken met 28 kinderen. Eerst kregen we wat uitleg over uilen daarna een wandeling. Toen kwamen we op een open plek uit, daar kregen we een verhaaltje over een uil wat oehoe moet leren roepen. Daarna gingen we een spel doen. Er was een kind een uil en de andere kinderen waren spreeuwen, en de spreeuwen moesten roepen: hoe laat is het en de uil zij bijvoorbeeld 2 uur en de spreeuwen moesten dan 2 stappen doen en op het einde van het spel moest de uil etenstijd roepen en een spreeuw pakken en die was de uil. Toen gingen we uilenballen zoeken en er lagen er heel veel iedereen had er 3 of meer.
Toen gingen we naar een boerderij en de uilenballen uit pluizen er zaten heel veel botjes van een muis in. En Meneer Toon wist wat voor soort muis het was. En toen gingen we naar huis.

Amy Rutjes