headerfoto

Verslagen 2017

    home >  Verslagen >  Verslagen 2017 >

 

Verslag eindejaarswandeling Natuurgroep Gestel

Die wandeling werd gehouden op zaterdag 16 december met als doel afsluiting van het activiteitenjaar 2017. Peter Janssen en Bert Subelack waren deze keer de gidsen. De route startte bij het buitenlokaal van het Brabants Landschap en via Haanwijk, De Pettelaar, de Patersberg en de Houwsestraat weer terug naar het beginpunt. Enkele andere gidsen van de Natuurgroep liepen ook mee. Zij mochten de dienstdoende gidsen ondersteunen met hun kennis. In totaal waren we met 31 personen.
Bij de start om halftien was de temperatuur net boven het vriespunt. Maar niet veel later scheen de zon vol over en in het landschap. Het leek alsof de Schepper ons influisterde: “waar natuurmensen samenkomen, zal Ik in uw midden vertoeven”. Gezien het weer, de stilte en de schoonheid van het landschap, kon dat best eens waar zijn.

Het accent lag op wandelen, maar er waren ook stops. De eerste stop was bij (landgoed) Oud Herlaer. Het boerderijcomplex met woning zoals het er nu staat, is gebouwd in 1737 met oude muurdelen van het gesloopte kasteel Out-Herlaer. Dit kasteel, naar ik mocht lezen ‘een machtig kasteel’, moet gebouwd zijn in de 11e eeuw. Toch wel een kasteel met geschiedenis.
Het complex zou nu gekocht zijn door het Brabants Landschap. Helemaal duidelijk, begreep ik uit de discussies, is dat nog niet. Maar naar het schijnt zou er nu meer beweging zitten in een mogelijke overname. De toekomst zal duidelijkheid moeten brengen.
Op weg naar de tweede stop zagen sommigen van ons nog een goudvink in het struweel. Een inlandse eekhoorn en grote bonte specht vermaakten zich in de hogere bomen.
De tweede stop was de Patersberg. De Patersberg zou een gehucht zijn waar veel Bosschenaren vroeger op zon- en feestdagen al heen wandelden. Toen al! Die Bosschenaren waren wel van een mindere volksklasse. Aldus een oud woordenboek.
Onder een groep Douglassparren, met hun prachtige rechte stammen, op de Patersberg kwamen de borrelglaasjes voor de dag die gevuld werden met de Tilburgse kruidenbitter Schrobbelèr. Terwijl de groep een kring had gevormd en Michel een korte toespraak hield, werd het jaar 2017 als het ware uitgedronken. Michel bedankte met nadruk alle gidsen die het afgelopen jaar weer meer dan hun best hadden gedaan. Ook de deelnemers werden bedankt. Immers, zo zei hij, zonder deelnemers geen gidsen.

Stop drie was weer het buitenlokaal van het Brabants Landschap waar koffie met cake ons al opwachtte. Na wat bijpraten ging iedereen voldaan naar huis om Kerst en Nieuwjaar voor te bereiden.

Piet Brugman



 

Jeugdnatuurgroep Gestel, bijeenkomst buitenlokaal Haanwijk, onderwerp “dassen” o.l.v. Peter Kuijpers op 2 december 2017

De opkomst van het aantal kinderen stond in schrille tegenstelling tot het aantrekkelijke onderwerp: de das. De inleider Peter Kuijpers zowel als het dier van de maand hadden beter verdiend. Heeft de Sint dat op z’n geweten? Peter bleek ook nog eens een rasechte verteller te zijn, met een jarenlange achtergrond als leraar op een basisschool, wat heel duidelijk te merken was aan de wijze waarop Peter de das aan de man, of liever gezegd aan het kind, bracht.

Maar eerst was Annetje aan de beurt om Peter aan de aanwezigen voor te stellen en nog even de das als thema van de maand aan te stippen. Ze hield het deze keer kort om Peter alle gelegenheid te geven om een interessant verhaal af te steken. Hetgeen geschiedde.

Peter toonde een nachtcamera waarmee hij de das bij een burcht op film kan vangen door het apparaat aan een boom vast te ketenen (zonder ketting is al eens zo’n camera gestolen!). Een paar van die nachtopnamen had Peter meegebracht en deze konden via laptop op het grote scherm dat in het buitenlokaal aanwezig is, vertoond worden. We zagen o.a. spelende jonge dassen en een volwassen dier uit een van de pijpen te voorschijn komen, zijn neus in de wind stekend om te ruiken of er iets in de buurt was wat hem niet zinde om vervolgens snel weer de pijp in te schieten.

Peter gaf eigenlijk alles wat je van een das zou willen weten, weer, en dat op een manier waarbij de kinderen, maar al evenzeer de begeleidende ouder(s), alle wetenswaardigheden a.h.w. opzogen. Het leuke was dat Peter niet alleen maar informatie over ons mooie nachtdier te berde bracht, maar aan de kinderen ook vragen stelde die zowaar vaak nog raak beantwoord werden! Alleen de vraag van Peter hoeveel regenwormen een das op één avond zoal verorberde, werd te laag ingeschat. De aantallen liepen van 5 via16 tot 100. Nou, het juiste antwoord was 300! Maar dassen zijn ook niet vies van ander voedsel, zoals kevers, afgevallen fruit en maïs. Hoe komen dassen bij de maïskolven? Door de stengels om te duwen, zoals een meisje heel terecht veronderstelde.

De das is een dier dat bang voor mensen en honden is, ondanks zijn eigen kracht (flinke klauwen en een geducht gebit). Voordat de das ’s avonds zijn burcht verlaat om te gaan fourageren, gaat hij dan ook eerst vlak voor de uitgang van een pijp, ruiken. Dank zij zijn geweldige reukvermogen kan hij zo ontdekken of er kort tevoren misschien ongewenste bezoekers er rondgelopen hebben. In dat geval gaat hij onmiddellijk terug in het hol om na verloop van tijd het nog eens te proberen. Is de kust nu wel veilig, dan gaat hij na verlaten van de pijp zich eerst uitgebreid krabben, gaat zich ook nog eens flink schudden en vervolgens gaat hij op pad. Letterlijk, want het pad dat hij op gaat, is vaak duidelijk waarneembaar. We noemen zo’n paadje naar een foerageerplaats dat meestal tientallen jaren wordt gebruikt van generatie op generatie, een wissel.

’s Winters zijn Pa en Ma das alleen, maar in het vroege voorjaar komen er, normaal gesproken, jonge dasjes de familie versterken. Als die zo groot zijn dat ze de burcht uitkomen, wordt, net als de kinderen tijdens een schoolkwartier, gespeeld door bijv. rondom een dikke boom een soort tikkertje te spelen of ze gaan heerlijk ravotten.

Dassen zijn nette dieren, maken hun burcht nooit vies. In tegendeel, ze verschonen vaak het nest door oud gras etc. te verwijderen en er vers gedroogd gras in terug te brengen. Dat doen ze steeds achterwaarts lopend. Ook poepen ze nooit in hun burcht maar hebben ze een privé-wc, buiten in de buurt. Die dient tevens om hun territorium tegen vreemde dassen af te bakenen: “hier wonen wij en jij blijft hier buiten”. Het grappige is namelijk dat de leden van één dassenfamilie allemaal dezelfde reuk over zich hebben.

Soms hebben dassen buren die ook gebruik maken van één van hun pijpen. Vooral vossen die kennelijk te gemakzuchtig zijn om zelf een hol te graven, maken er gebruik van. Blijkbaar ontstaat er toch geen burenruzie van.

De das was in ons land bijna uitgestorven door de vele bejaging (waardevolle pels, kwasten van dassenhaar e.d.). Maar dank zij de Vereniging Das en Boom kon het tij keren. Das en Boom heeft er voor gezorgd dat deze koddige dieren weer werden uitgezet op geschikte plekken in ons land. Ook op Haanwijk is dat zo gegaan. Er is een gebied voor omrasterd, om de dassen te laten gewennen aan de uitgezette plek en ze werden aanvankelijk iedere dag gevoerd. Dat was nodig, omdat in de grond van het omrasterde gedeelte te weinig voedsel voor ze te vinden was.

Het afgerasterde gedeelte bestaat nog steeds, maar alle daar wonende dassen kunnen nu vrijelijk elders fourageren door het graven van gangen onder het draad door. De afrastering doet nu alleen nog dienst om “indringers”, voornamelijk honden, er buiten te houden. Als heel grote uitzondering mochten kinderen, ouders en team van Jeugdnatuurgroep, met Peter binnen het omrasterde deel een kijkje nemen: Peter had daarvoor toestemming gekregen van Brabants Landschap en hij maakte het slot open dat op het toegangshekje zat. Zo konden de kinderen met eigen ogen zien hoe de dassen bijv. het zand, breed uitgewaaierd, uit de pijpen wegwerken. Ook zagen ze een door dassen gemaakt luchtgat, want er moet daar beneden natuurlijk wel onbelemmerd geademd kunnen worden. Verder was er een spoor door de gevallen herfstblaadjes te zien waar dassen nog de afgelopen nacht gelopen moeten hebben.

Nadat alles door Peter ter plekke nog eens goed uitgelegd was, keerden we terug naar het buitenlokaal, waar o.a. door Henriëtte al weer hard gewerkt was om limonade en bekers gereed te zetten en om koffie of thee te kunnen serveren. Op de lange tafel waren attributen neergelegd om er een “dassenmasker” uit te knippen en met behulp van elastiekjes voor het vasthouden achter de oren konden die maskers opgezet worden. Ineens liepen er dus ook enkele dassen rond, die niet bang waren voor mensen; nee, de grote mensen waren bang voor de dassen! Ook een kleurplaat mochten de kinderen met kleurstiften versieren.

Nadat iedereen zijn of haar best had gedaan om evt. met behulp van ouder(s) iets aan de tafel te maken (en dat mocht mee naar huis worden genomen), werd door Michel een welverdiend dankwoordje aan Peter uitgesproken en natuurlijk volgde daarop een luid handgeklap. Onze inleider was een fenomeen en daarom was dat applaus wel heel erg verdiend! We zien hem graag bij gelegenheid nogmaals optreden.

We gaan nu eerst in december en januari uitblazen en in februari 2018 komen we weer met de kinderen bijeen.

Hugo Landheer, 02-12-2017



 

Avond: ‘NATUUR IN BEELD ‘met MART SCHEL

   (16 november 2017)

We werden meegetrokken in een sprookjesachtig concert van beelden en muziek, ieder in zijn eigen wereld en toch samen. Een avond van weinig woorden en veel natuurbeleving. Onze ogen werden gestreeld door de vele kleuren van vooral dieren, prachtig scherp gevangen in de lens.

Een kleine greep: we zagen kraanvogels vliegen en landen in de oranje-rood gekleurde avondlucht in Rugen in Oost Duitsland. Een zandplaat waar 50.000 van deze grote vogels verblijven, overdag in groepen van 100 fouragerend alvorens verder te vliegen om de winter in warmere oorden door te brengen.

De paardevlieg die een prachtige bundel witte eitjes legt in een soort schelpvorm. Kom je enkele dagen later kijken? Dan zijn de eitjes zwart! Magie zoals gebruikelijk in de natuur.

De slangenarend te herkennen aan het uilenkopje.

Vele prachtig getekende vlinders (specialiteit van Mart) waarbij we tussen neus en lippen door verrast werden met vele weetjes en vele namen, wat natuurlijk de vraag opriep: ‘Heb je een encyclopedie naast je liggen?’

Zijn passie is het om doelgericht bijzondere shots te willen treffen zoals bijvoorbeeld bij de poolvos. Op de te verwachten plek het stevige statief monteren en…… na twee dagen vond de poolvos het verstopspelletje welletjes en liet zich ten volle zien en fotograferen. Je moet er wat voor over hebben, nietwaar!

Ontelbare uren werk om ons kijkers een bijzondere natuurbeleving mee te geven. Bewondering, verwondering en ontroering bij het zien van de oneindige diversiteit in natuur. Het was een inspirerend concert van beelden en geluid en soms woorden, een natuurconcert om als dierbare herinnering bij me te houden. Chapeau!

Willy Hensen



 

Verslag Paddenstoelen excursie 14 oktober 2017

Alles zat mee voor de paddenstoelen excursie:  het was prachtig weer en doordat het zo vroeg al zo nat is zijn er heel veel paddenstoelen. Er was bekendheid gegeven via onder anderen in de lokale kranten en via de website van de IVN. Hierdoor kwamen er ruim 30 man af op de excursie onder leiding van Cor Kievit.

Na de aftrap vanaf het buurthuis "De Huif" zou de excursie gaan over het landgoed "de Zegenwerp".

De veelheid van paddenstoelen maakte dat de excursie langzaam vooruitkwam. Na het oversteken van de straat, werden al 4 soorten paddenstoelen gespot nog voor we het terrein van het sportveld opgingen.

Zo leerden we over de het hazenpootje, uit de inktzwammen familie. De jonge vorm heeft veel weg van een hazenpootje. Hij groeit op dood hout, waar hij zich voedt aan cellulose. Zijn volwassen vorm ziet er heel anders uit.

Interessant is om te leren dat paddenstoelen soorten allemaal hun eigen voorkeur hebben van welk onderdeel van het hout zij verteren, en dat dat ook de volgorde bepaalt waarin ze verschijnen op dood hout.

Over de nieuwe trend om zelf eetbare paddenstoelen te zoeken is Cor duidelijk: Niet doen. Hierbij geeft hij een voorbeeld van mensen die soms al jaren paddenstoelen zoeken, maar toch een keer de fout ingaan. Cor doet dan ook geen uitspraken over de eetbaarheid van de gevonden soorten.

Alle zintuigen worden ingezet om paddenstoelen te herkennen, zoals de geur bij het herkennen van de roze stinkzwam. Deze bijzondere stinkzwam doet zijn naam echt eer aan. Hij ruikt naar rottend aas. Hiermee lokt hij vliegen die zijn sporen verspreiden. Het is een soort die nog niet zo lang in Nederland voorkomt (sinds 1950).

Voor de melkzwammen wordt geaaid over de onderkant van de lamellen, om te zien of hij gaat melken. Eénmaal wordt een paddenstoel stiekem meegenomen, om thuis onder de microscoop naar de sporen te kunnen kijken.

Met een spiegeltje kijken we aan de onderkant van de paddenstoel om te zien of hij lamellen of buisjes heeft.

Bijzonder is ook de vondst van de varkensoor Otidea onoticais)., Deze zakjes zwam staat op de rode lijst van kwetsbare soorten. Ook deze doet zijn naam echt eer aan, je zou hem bijna horen knorren.

Het was al met al een prachtige excursie, onder ideale omstandigheden en met een zeer kundige gids.

Gerda Snoek

Klik hier voor een lijst met gevonden paddenstoelen.



 

Verslag JNGG 07-10-2017

Deze dag stond in het teken van de paddenstoel en daarvoor hadden we Cor Kievit kunnen charteren om de kinderen een beetje wegwijs te maken in paddenstoelenland.
Het was een wat druilerige middag, maar desondanks was de opkomst verbluffend hoog: 36 kinderen. Ongetwijfeld speelde het onderwerp een grote rol want paddenstoelen spreken bij de kinderen nu eenmaal tot de verbeelding.

Annetje ontving de groep met ouder(s) met een korte inleiding over de mensen van vroeger tijden die al snel meenden dat paddenstoelen in verband stonden met heksen en ook de boeren gebruikten de hoeden van de vliegenzwam, overigens een paddenstoelsoort die de meeste kinderen wel kenden, om vliegen te vangen en te doden: toevoegen aan melk en de vliegen komen er graag op af, waarmee ze een wisse dood tegemoet gingen. Zo was het vee verlost van deze hinderlijke insecten.

Daarna werd het woord gegeven aan “meneer Kievit”, voor “ingewijden” Cor…..
Cor had al een aantal voorbeelden meegebracht en op de tafel uitgestald. Hij verhaalde onder meer over de zaden zoals bijv. in een appel voorkomen, die in de paddenstoelenwereld sporen genoemd worden. En om dat zichtbaar te maken kneep hij enkele malen in een rijpe gele aardappelbovist of stuifzwamsoort (dat kon ik niet goed zien vanaf een afstandje) en meteen verschenen wolkjes bruine sporen. Ook het enorme verschil in grootte tussen de diverse soorten paddenstoelen werd verduidelijkt door een geweizwammetje te vergelijken met een enorme tonderzwam.
Verder had Cor het nog over de “draden” die onder de grond zitten en waaruit de paddenstoelen als vruchten boven de grond groeien.
Uit voorzorg gaf hij aan dat de kinderen altijd hun handen moeten wassen na in aanraking geweest te zijn met paddenstoelen, omdat daar veel giftige soorten tussen zitten. Michel deelde spiegeltjes uit, zodat iedereen zonder een paddenstoel te hoeven plukken, toch de onderkant ervan kan bewonderen (“plaatjes of gaatjes”?) waarna de stoet het bos in gestuurd werd. De kinderen lieten zich niet onbetuigd en er werd heel enthousiast en fanatiek door allen gezocht naar paddenstoelen en niet vergeefs, want er groeiden heel wat soorten op ons pad. Om er enkele van te noemen die de kinderen vonden, volgt een kort lijstje: het paadje naar de kindermoestuin was a.h.w. bezaaid met de langsteel franjehoed en langs de bospaden werden o.a. gevonden: zwavelkopjes, geschubde inktzwam, sombere honingzwam die via de rhizomorfen een boom doodt, botercollybia, helmmycena, geweizwammetje, knolparasolzwam, houtknotszwam (dodemansvingers ook wel genoemd), kastanjeboleet, krulzoom, stevige braakrussula.

Na afloop werden alle spiegeltjes weer ingenomen en Michel wilde wel eens weten wat er nu vanmiddag is blijven hangen aan paddenstoelenkennis. Het bleek dat veel kinderen nog namen wisten te reproduceren en er is dus wel degelijk veel blijven hangen in het geheugen. Dat is verheugend!
Ook werd Cor hartelijk bedankt voor zijn fantastische medewerking: onderweg had hij ogen en oren tekort om te luisteren naar de kreten van de kinderen die wat ontdekt hadden en hij kreeg dan ook een welverdiend applaus.

In het lokaal van Brabants Landschap troffen de deelnemertjes aan paddenstoelgerelateerde in te kleuren tekeningen aan en er werd onder het genot van limonade dus driftig met kleurpotloden fraaie kunstwerken gemaakt.
Om vier uur was de pret afgelopen en vertrokken ouders en kinderen, met hun ingekleurde tekening, waarbij we van hen en ouders hier en daar “tot de volgende keer!” mochten aanhoren. Daar houden we het graag op!

Hugo Landheer, 07-10-2017



 

Verslag Excursie “Een wandeling door De Scheeken“, bij Liempde

Zaterdag 24 juni. Een prachtige wandeling middendoor de leemboskern in het hart van Het Groene Woud. Met 18 wandelaars. Vanaf de boerderij aan de Sortestraat onder leiding van Ger van den Oetelaar. Een gebied waar heel veel gebeurd is. En toch ouderwets kleinschalig coulissen landschap gebleven. Ooit te nat om doorheen te komen……. “Gemene gronden” waarop boeren grond hebben gepacht en er populierenbossen aangeplant hebben. Ger schreef hier een bijzonder mooi boek over!

De Scheeken zou duiden op “Schei Eik”, die zou gestaan hebben op het “drielandenpunt” Best-Liempde-Sint Oedenrode. Brabants Landschap is tegenwoordig eigenaar en beheerder. Onlangs werd 130 ha grond tussen de Dommel en De Mortelen bijgekocht voor nieuwe natuur! Huidige oppervlakte telt 440 ha.

We zien weelderig bloeiende Moerasspirea. Wat ruikt dit heerlijk! Ook Akkerkool tiert welig. De wandelaars onderling wisselen wat bloemenkennis uit: hoe herken je Echte Kamille? Aan de holle binnenkant van hun gele bolle “kopjes”!

Ger klimt als een ware veldbioloog in een drooggevallen sloot om ons een allerlaatste “voorpootstrook” te laten zien. Dit was vroeger eigendom van de Hertog. De “aanliggende” eigenaren konden op de hoger gelegen grond naast deze sloot hun eigen populierenbomen aanpoten. Ger vertelt dat hier de meest inheemse en autochtone bomen en struiken voorkomen, aldus onderzoek door vermaard “boomoloog” Bert Maes. Bijvoorbeeld de Fladderiep of Steeliep (Ulmus laevis). Een zeldzaam exemplaar hebben we met eigen ogen mogen aanschouwen. Om toch even stil van te worden!

In ons land zijn er hier niet zo heel veel meer van. Deze iep kan erg goed tegen veel nattigheid. De Fladderiep bloeit (maart/april) voordat de bladeren aan de boom komen. Mooi herkenbaar aan een dubbel gezaagde bladrand. Misschien is het een goed idee om hier in de lente terug te komen om dan zijn karakteristieke “fladderige” bloemen te kunnen bewonderen!

In de Sleedoorn zitten bessen, ook wel “slee-peren” genoemd. De Sleedoorn herken je vast wel: de allereerste witte bloesem die je overal ziet al heel vroeg in het voorjaar, in februari, dat is de Sleedoorn. Na de bloei komt pas de bladgroei! In het voorjaar groeit hier ook de bosanemoon en slanke sleutelbloem. Naast de sleedoorn biedt een wilg, vuilboom en bramenstruiken aan diverse vogels een ideale nestplek. Door de kalk in de bodem is het hier het slakkenrijkste gebied van Nederland. Adelaarsvarens staan 1.50 m. hoog aan weerszijde. Oerwoud?

In de toekomst zie je hier waarschijnlijk Edelherten? Ze zijn al in de buurt….. We hebben slechts 25% van De Scheeken vandaag bewandeld. Ger wijst ons op meerdere wandelroutes door dit gebied. Ga gerust googlen en dan gewoon zelf op pad!

Nori Verhagen



 

Seniorenwandeling woensdag 14 juni Haanwijk

Een mooie zomerse dag met een grote opkomst. Daarom gingen 3 groepen op pad. Bert Subelack en Dick Leering namen meteen het hazenpad en klommen een heel oud dijkje op, 50 meter vanaf het buitenlokaal. Hier zagen we besjes aan de salomonszegel. Dit groeit hier welig. Bijnaam is ook wel: “Zeug met biggen”, vertelde zomaar een seniorwandelaar. Dick wijst ons op de wilde Kamperfoelie. Lekker ruikt dat!
Een spoor van jonge dassen op zoek naar een nieuwe burcht. Zandhopen en grote gaten (vluchtpijpen naar een burcht een eindje verderop) in de dijk. Bert vertelde hoe je een hol van een vos of een das kunt herkennen. Bij de das ligt het uitgegraven zand wat afgebogen naar rechts voor de uitgang en bij de vos ligt het recht voor het gat omdat hij het zand tussen zijn poten door naar achteren gooit. Een vossenhol is hoger van vorm en de das maakt een wat plattere en bredere ingang. Een vos is een ietwat lui aangelegd dier want het deponeert zijn uitwerpselen gewoon in zijn eigen nest. Daardoor ruik je goed bij een uitgang van een vossenhol dat het daar behoorlijk stinkt! Terwijl de das een proper dier is en buitenshuis mestputjes graaft.
Vanaf dit oude ‘verbindingsdijkje’ hadden we een fraai doorkijkje op het Brabantse Coulisselandschap. We kwamen langs “een oude hoeve met hanen”. Deze Hoeve Haanwijk - als onderdeel van het gelijknamige landgoed - werd in 1651 gekocht door Baron Jacob Zweerts. En 300 jaar later komt het in bezit van Nicolaas Bink. Vandaag de dag zouden we hem wel “een moderne held” kunnen noemen, want hij ging destijds tijdens de ruilverkaveling van het Bossche Broek het conflict met de provincie niet uit de weg! Zijn zoon is de huidige beheerder. Al ruim 30 jaar is de Stichting Brabants Landschap eigenaar van Landgoed Haanwijk.

Leuke weetjes: Waarom groeit er zoveel groens op oude (vestings)muren? De (kalk)mortel in de stenen is erg vruchtbaar. Wat is een Brabants Bankske? Zie foto: een langgerekt opstapbalkje bij een weiland met de kenmerkende vorm van 1 meter lengte en het korte pootje van 50 cm hoogte. Waar haalt Abraham de mosterd vandaan? Dat was een takkenbos = een “mutserd”, er liggen er 3 achter het bakhuisje. Er zijn maar liefst 4 soorten Vlierbessen: Bergvlier, Peterselievlier, Gewone Vlier en Trosvlier. Nou is het wel tijd voor koffie!!

Gijs Sterks en Gerard Olijslagers liepen richting Out Herlaer en vertellen deze ochtend over weer een ander boeiend gedeelte van de lokale geschiedenis. Het Beleg van 1629, De linie die Frederik Hendrik liet bouwen waardoor in 3 maanden tijd Den Bosch kon worden ingenomen. Michel van de Langeberg en Hugo Landheer maakten er een ware bloemenwandeling van. En onderweg zagen zij o.a. de Siererwt oftewel Lathyrus pronkerwt. Onvergetelijk! En als mooie afsluiting gaan meerdere senioren met een zelfgemaakt bloemen-mozaïek naar huis!

Nori Verhagen



 

BASISCURSUS GROEN voorjaar 2017

Bevlogen docenten wisten ons te raken: Sjors van de Greef (landschappen), Rien van der Steen (vogels), Ton Popelier (zoogdieren), Rini Kerstens 2x (bomen, struiken, planten; insecten), Joeri de Bekker (landgoederen). Zowel voor de macro als de micro geïnteresseerden was er veel te beleven: van landschap tot loep, van theorie tot praktijk. Waar we ons veel bewuster van zijn geworden is dat ieder diertje, ieder plantje een boekje waard is omdat alles een volstrekt eigen leven leidt dat bewonderenswaardig op elkaar is afgestemd en ingespeeld. En vooral zijn we ons nog meer gaan verwonderen over de natuur dicht bij huis. Eindelijk iets meer weten van de plantjes in de berm die je dagelijks ziet! We hebben nu een beetje inzicht in het landschap en hoe het grondgebied van Sint Michielsgestel is ontstaan. Op de fiets hebben we het laagste punt bezocht in de Bossche Broek, het afvalputje van de Dommel en de Aa, en het hoogste punt in onze omgeving in Venrode. Al die zandruggen zijn al 10.000 jaar geleden ontstaan op het einde van de laatste ijstijd! En al die moerasstukken die langzamerhand verdroogden en mede zorgen voor ónze prachtige habitat van nu. Vogeltjes horen en zien en ja hoor, op bestelling werden we op onze tweede excursie getrakteerd op een baltsend stel ooievaars in de lucht. Een schouwspel om nooit meer te vergeten. Net als de zang van de winterrrrrrrkoninkje of de tjif tjaf die opgewekt begint en timide eindigt: ‘Het is mooi weer vandaag maar het blijft niet zo…. Hoe groot was onze verbazing toen onze hele onderarm verdween in een spechtenhol in een dikke beuk, liggend op de grond van landgoed Wamberg. En nog voelden we de bodem niet! We hebben gezien dat Reesporen recht en dassensporen gekronkeld lopen. Een dassenburcht bewoond door een das of de luie vos (die alleen gebruik wenst te maken van kant en klare woningen)? Je kunt het zien aan het zand voor het gat, de ingang naar de burcht en je kunt het ruiken! De kringloop hebben we steeds weer kunnen zien bijvoorbeeld aan de myceliumdraden en de tondelzwam, de natte opruimers (schimmels) en de droge. De paardenbloem is eigenlijk zelf al een boeketje want iedere geel draadje is een bloem op zich. De achteruitkijkspiegel van de waterjuffer, de zonnecollectoren van de libellen en ga maar door. Het is razend interessant en vraagt naar meer.

In de Basiscursus Groen gaat het niet om de weetjes, om de kennis maar om verbanden te kunnen gaan begrijpen en natuurlijk is hier bepaalde kennis voor nodig. Nou, die kennis wordt aangereikt door onze docenten: absolute profs met een griffel.

Wil je ooit een docent rollend op de grond een mineerder (mijnengangmaker in een groen blaadje) zien nadoen? Zodat je de poepsporen begrijpt en dus weet of het rupsje een kevertje of een vlindertje wordt? Wij weten het nu voorgoed en denken er glimlachend aan terug.

Nori Verhagen en Willy Hensen



 

Excursie naar landgoed “De Baest” 27 mei rondom ”de Heilige Eik”.

We worden welkom geheten door de twee excursieleiders van het Brabants Landschap t.w. Wim de Jong, beheerder van het gebied en Thijs Caspers, redacteur blad B.L.

Allereerst wordt de samenstelling van het landgoed uitgelegd dat qua infrastructuur nogal ingewikkeld ligt. Het gebied bestrijkt zo’n 400 ha., wordt doorsneden door het Wilhelminakanaal en heeft dus een duidelijk zuidelijk en kleiner Noordelijk deel. Het Zuidelijk deel is het landgoed met gebouwen en boerderijen die nog in eigendom zijn van de fam. van de Mortel, en omgord door bosgebieden met steeds een andere soort naaldbomen. In een van de gebouwen bevindt zich een uitvaartcentrum met daarbuiten een natuurbegraafplaats. Om tot een beter verdienmodel te komen wordt er een vroegere boerderij binnenkort omgebouwd tot een kwekerij voor biologische landbouw; “Estafette Odin”.

Maar wij starten op het Zuidelijke deel van het gebied rondom de H.Eik. Hier staat een grote Mariakapel die nog dagelijks veel bezocht wordt, vooral in de Meimaand. Deze bedevaartsplaats verwijst naar een legende van een Mariabeeld dat tegen de stroom in in de Beerze zou hebben gedreven. Nadat het uit het water in een boom was geplaatst werd het door de pastoor in de Kerk gezet maar het beeld was snel zelf teruggekeerd: dat was een wonder. Behalve deze kapel zijn er nog enkele kleinere kapelletjes van Maria met haar gestorven zoon en een Antoniuskapel. Daarnaast bevinden zich langs de paden nog de kruiswegstaties zodat een stichtelijk bezoek in de vorige eeuw zeker de moeite waard was. In de volksmond wordt tegenwoordig ook gesproken over de :”geinige eik” omdat er veel jongeren op de paden in contact kwamen met elkaar. Op deze zonovergoten dag starten wij de wandeling bij het bruggetje waar we over de Beerze uitkijken en Thijs ons meteen in een paradijselijke stemming wist te brengen door te wijzen op de mooie blauwe bosbeekjuffers en libellen die we hier kunnen bewonderen. Dit is tevens het bewijs dat de waterhuishouding hier goed is en daar blijft B.L aan werken. In het Zuidelijke deel komen de Grote en de Kleine Beerze samen tot een beek die via een syfon onder het Wilhelminakanaal wordt geleid en hier weer uitwaaierend en meanderend zich wegen baant door het elzen-broekbos. Begeleid door uitbundig vogelengezang van o.a. zwartkop, merel, tuinfluiter, roodborst en winterkoninkjes lopen we over de paden met veel mooie grote eiken die het door de wisselende waterstanden best moeilijk hebben. Daaronder treffen we gele liopachtige bloemen aan; hengel genaamd, een halfparasiet die leeft op grassen. Aan de oevers staan prachtige varens ( Koningsvarens, dubbelloof en mannetjesvaren) en mooie grote bolvormige bloeiende bosbies en veel zeggensoorten. Ons pad voerde ook naar de buitenranden van het gebied waar we zicht hadden op de nieuwe weitjes met bloeiende zuringsoorten die laatst aangekocht zijn en waar door “uitmijnen”, het verarmen en regelmatig maaien en afvoeren de soortenrijkdom wordt verhoogd. We zien de oude perceeltjes met namen als speldenkussen, varkensbos, osseweide, groot snippenbos. Onderweg treffen we een “hoogstoel”, een soort uitkijkplaats waar over de weitjes uitgekeken kan worden. Hierdoor kan wild opgespoord en geteld worden en zonodig zieke, verwonde dieren afgeschoten op een veilige manier. En gelet moet worden op dieren die zich hier verschuilen als herten, reeën konijnen fazanten en andere weidevogels.

Begeleid door de tonen van de sprinkhaanrietzanger komen we uit bij een vogelkijkwand die zicht geeft op een mooie gebouwde verstevigde oever in de Beerze waar vooral oeverzwaluwen in nestelen. Met acrobatische toeren vervolgen we de route over de wiebelende hangbrug terug naar het bosgebied, omgeven door mooie wilde planten o.a. smeerwortel, grasmuur, heggewikke, echte koekoeksbloem, vossestaart en hopklaver. Bij het inzaaien wordt alleen gebruik gemaakt van inheems materiaal, van de “Stichting Bronnen” gekweekt bij Staatsbosbeheer.

We sluiten weer af bij de kapel met hartelijk dank aan de enthousiaste gidsen Thijs en Wim.

Nel Dijstelbloem



 

Vroege vogelwandeling

zaterdag 20 mei 2017

Vanmorgen in alle vroegte (05:40 uur) vertrokken we naar Haanwijk om ons te laten inspireren door de ontmoeting in en met mens en natuur. Een grote groep (30 mensen!) stond klaar voor vertrek.

Na de kennismaking begon Rien ons al vrij snel te vertellen welke vogel ons in alle vroegte wakker zingt: rond 04:15 uur begint het roodborstje al te zingen. De roodborst zingt een warrig liedje zonder echte melodie, met van alles erin: hoog, laag, trillers, lange tonen.

We wandelen door Haanwijk, het landgoed van een grootgrondbezitter. Rijke stedelingen bouwden in vervlogen tijden vaak een buiten- of zomerverblijf op hoger gelegen gronden bij kleine rivieren zoals de Dommel en de Essche stroom. Op het terrein is dit goed zichtbaar door duidelijke hoogteverschillen en afwisselend droge en natte gebieden.

Waarom zingen vogels?

  • Bescherming van hun nest
  • Territorium verdedigen
  • Als lokroep voor één of meerdere partners

Luisteren en herkennen
We staan 1 minuut muisstil te luisteren en horen een haan, merel, houtduif, tjiftjaf, winterkoning, kraai, vink, zwaluw, bonte specht, zwarte specht (die zien we even later ook voorbij vliegen). Als we doorlopen zien we een Vlaamse gaai (ook wel bosbouwer genoemd, vanwege zijn wintervoorraad).

De tuinfluiter is een van de laatste terugkomers, zijn liedje lijkt op dat van de zwartkop. Soms worden de namen van deze twee soorten samengetrokken tot zwartfluiter, dan zit je altijd ergens goed met het herkennen van de roep. Het klinkt als een snel achter elkaar doorzingende merel.

De winterkoning blijft in Nederland en zowel het mannetje als het vrouwtje zingt ook in de winter, om het territorium met het schaarse voedsel te verdedigen. Ze vechten elkaar bij tijd en wijle de tent uit! De rollende rrr in het lied is na enige luistertraining duidelijk te horen. In de lente breekt een drukke tijd aan voor de winterkoning: hij houdt er namelijk meerdere gezinnen op na, die hij allemaal trouw van voedsel voorziet!

De grote bonte specht is ook op zijn roffel te herkennen: deze is harder dan die van zijn zwarte en groene neven. De zwarte specht heeft een heldere roep: kruu, kruu, soms afgewisseld met een langgerekt mieh.

Begroeiing en haar functie
In het beukenbos zien we welig groeiende hedera of klimop, een belangrijk gewas voor overwinterende vogels. Omdat de hedera ’s winters groen blijft, overwinteren er veel insecten en vormt het een natuurlijke schuilplaats. Daarnaast bloeit de hedera laat in het jaar en draagt in de winter nog vrucht. Dat de klimop een boom zou wurgen, is een mythe: de plant groeit recht omhoog langs de stam en is dus niet in staat om de boom te wurgen. Problematisch wordt het pas voor de boom, als de hedera de boom “inhaalt”en de bladeren gaat bedekken.

Oude bomen zijn ideaal voor spechten, maar ook voor andere vogels. In het zachtere hout is het gemakkelijk gaten kloppen. De kleinere openingen bieden nestgelegenheid aan kleinere vogelsoorten als roodborstje, mezensoorten, en de winterkoning. De boomklever gebruikt de gaten ook om beukenootjes in open te slaan. Ook trekken ze micro-organismen als schimmels en (korst)mossen aan.

Op de verder kale grond tussen de beukenbomen vinden we een verendek. Rien vertelt dat deze houtduif waarschijnlijk door een havik of sperwer is geslagen. Dit kun je zien aan de veren die in hun geheel uitgetrokken zijn. Een vos bijt de veren stuk.

Het verschil tussen gedeelten met monocultuur (de beukenlaan) en stukken bos waar de natuur haar gang kan gaan, is op de bodem heel goed te zien. Onder een rij beuken groeit zo goed als niets, waar elders allerlei struiken en bodembedekkers opschieten. Het hedendaagse natuurbeleid schippert tussen het streven naar biodiversiteit en het economisch belang van gemakkelijk te oogsten hout.

Trekvogels
Het blijven fascinerende wezens: de trekvogels. Waarom gaan ze weg, en waarom komen ze terug? We zien een koekoek overvliegen, nadat we hem hebben horen roepen. De vlucht van de koekoek is duidelijk te herkennen: één strakke lijn. De koekoek is de enige parasitaire broedvogel in ons land. Dit jaar is het jaar van de koekoek, wat betekent dat het niet goed gaat met de soort.

De koekoek specialiseert in een bepaalde soort, de karekiet is een favoriet, maar ook het winterkoninkje is wel eens de klos. De gelegde koekoekseieren lijken op die van de gastsoort. De koekoek gooit bij het leggen de andere eieren uit het nest. Wanneer er naderhand eigen eieren van de gastouders bijkomen, werkt het koekoeksjong de jonge vogeltjes het nest uit.

Na het leggen van de eieren vertrekt de koekoek naar Afrika, tot voorbij de Sahel om daar te overwinteren. De reden hiervoor is dat onze winternachten te lang en te koud zijn voor de soort om te kunnen overleven. In Afrika zijn de dagen en nachten altijd ongeveer 12 uur vanwege de nabijheid van de evenaar.

Voor het voortplanten is veel voedsel en water nodig, daarom komen de vogels in de lente en zomer weer hier naartoe.

Afwisselend landschap
Bos wordt afgewisseld met open ruimtes, zoals een bijen- en vlinderwei waar we langs lopen op weg naar de Dommel. Aan de overkant spotten we een ree! Gelukkig staat de wind van ons af, zodat het dier ons niet ruikt. Reeën hebben slechte ogen en tunnelvisie, als je stokstijf stil blijft staan, zien ze je niet en kun je ze rustig bekijken. Wel stil zijn, want hun gehoor is uitstekend.

Boven het water zien we een witte kwikstaart vliegen met zijn kenmerkende staartbeweging. In de Essche stroom (zijarm van de Dommel) zijn twee futen een nest aan het bouwen. Begin vorige eeuw was de fuut bijna uitgestorven vanwege de populariteit van zijn veren voor dameshoeden, maar na beschermende maatregelen heeft de soort zich goed hersteld.

Wij kunnen als mensen een voorbeeld nemen aan de fuut als het gaat om het opbouwen van een langdurige en solide relatie. Futen nemen ruim tijd om elkaar te leren kennen, wel meerdere maanden. Ze testen hun compabiliteit door synchroon te bewegen, waarbij mannetje en vrouwtje beurtelings het initiatief nemen. Als deze fase succesvol is doorlopen (lopen kunnen ze overigens slechts met moeite vanwege de poten die sterk naar achteren zijn gericht), beginnen ze samen een nest te bouwen. Pas als het nest klaar is, neemt het vrouwtje erop plaats en kan er gepaard worden.

De meeste watervogels paren in het water, maar de fuut niet. Zijn voortplantingsorgaan leent zich daar niet voor en dat is de reden waarom het nest eerst klaar moet zijn. De daad zelf is wel snel voorbij: even van achter naar voren eroverheen schuiven en meteen het water weer in.

Een blauwe reiger scheert nog even langs, maar vond het kennelijk te druk en zocht zijn heil elders.

Rond acht uur komen we weer bij de slagboom van het landgoed aan en nemen we afscheid van elkaar. Hartelijk dank voor de boeiende verhalen en het goede gezelschap!

Ashirda Oosterlee en Marie-Astrid Zeinstra-Vermaas,
(foto's van Lisette van de Kam)



 

Fietsen door het Groene Woud

Op zaterdag 22 april meldden zich maar liefst 26 fietsgasten voor een fietstocht door het Groene Woud.
De Provincie zorgt met het project Landschappen van Allure vanaf 2013 tot 2019 voor een impuls met een stimuleringsprogramma.
Een van de landschappen van Allure is het Groene Woud met het uitvoeringsprogramma Kloppend Hart van het Groene Woud bestaande uit 14 projecten. Twee van deze projecten werden tijdens de fietstocht bezocht.
Vanaf de Huif langs Venrode en Heult naar Boxtel. Over prachtige fietspaden ging het langs en door Boxtel-oost naar het stadslandgoed Stapelen. In een statig en mooi park aan de Dommel stonden we voor kasteel Stapelen met een prachtige poort, gebouwd in Neogotische Tudorstijl, om te luisteren naar informatie over de geschiedenis van kasteel en park. Al in 1293 is de naam Stapelen genoemd.
De binnenplaats van het kasteel heeft een fraai doolhof van taxus waaromheen o.a. de Leenzaal, St.Joriskapel en oude Koetshuis gegroepeerd zijn. De organisatie van de paters Assumptionisten,eigenaar van kasteel met park, heeft een woningbouwplan (appartementen) in voorbereiding om door verkoop van woningen de benodigde financiën te verkrijgen voor het onderhoud van kasteel en park. Maar ....inmiddels is het landgoed te koop! Een nieuwe situatie met een onzekere toekomst. We verlaten het park via een brugje over de Dommel. Aan de overzijde naast het park heeft een stichting enkele jaren geleden met behulp van crowdfunding en met medewerking van Brabants Landschap een 6,5 ha. groot stuk grond met natte graslanden en rietmoeras kunnen verwerven om er nieuwe natuurontwikkeling mogelijk te maken. Dit gebied De Dommelbimd (beemd) is een interessant kwelgebied en dient beschermd en verder ontwikkeld te worden als uniek natuurgebied.

Op de fiets langs fraaie Dommelmeanders gaat het naar Liempde voor een bezoek aan het tweede project. In het centrum aan de Barrierweg hebben we een afspraak bij het in ontwikkeling zijnde bezoekerscentrum "D'n Liempdsen Hert". Een uitvoerige rondleiding door Rob Dito, coördinator van dit project, volgt. De stichting promotie projecten leefbaar Liempde, SPPiLL, restaureert sinds twee jaar deze prachtige langgevelboerderij. In Oktober wordt de huiskamer van Liempde opgeleverd.

Andere projecten in het kader van het Kloppend Hart van het Groene Woud zijn o.a. het Groot Duijfhuis te Kasteren; het Edelhertenproject in de Scheeken met een ecoduct over de spoorlijn; D'n Eijngel, een voormalige boerderij/herberg in Lennisheuvel wordt na restauratie expositieruimte en twee projecten in St.Oedenrode. Een volgende keer maken we weer een tochtje door het Groene Woud langs nieuwe projecten.

We vertrekken richting Kasteren en genieten onderweg van bijzonder mooie natuur in de Maai en de Geelders. Café het Groene Woud is halteplaats voor een gezellig kopje koffie. Langs de Achterste Hermalen komen we uit op de Gemondsedijk. We stappen af om een kijkje te nemen bij de onlangs gereedgekomen biotoop voor de waterspitsmuis, onze ambassadeurssoort. Gijs Sterks coördinator van de uitvoering van dit project, gaf een uitvoerige toelichting. Een mooi stuk grasland aan de Beeksewaterloop kwam beschikbaar voor herinrichting.
Door uilenbraakballen te verzamelen en deze uit te pluizen konden resten van waterspitsmuizen gevonden worden en een vermoedelijke verblijfplaats van deze diertjes. Door samenwerking met de Gemeente, het waterschap de Dommel en het Brabants Landschap is dit project tot stand gekomen. Er kon subsidie verkregen worden. Er is een poel gegraven met verbinding naar de Beeksewaterloop en met de uitkomende grond is een licht verhoogde rand langs het gehele terrein gemaakt. Deze rand is door de schooljeugd ingeplant met honderden stekken van diverse planten als elzen, wilg enz. Een heerlijke plek!
Tot ziens!

Peter Janssen



 

De seniorenwandeling van 8 maart 2017

Sinds afgelopen najaar lopen wij Henk en ik Jo mee met de seniorenwandeling in Sint Michielsgestel. De natuurgroep gestel. De eerste keer was het even aftasten maar al gauw merkten wij dat het het erg leuk is om met een gids (in ons geval met Gijs en Gerard ) mee te lopen. Wat een kennis hebben die mannen!! Een stok geeft aan waar er iets te vertellen valt. Geweldig. En vertellen kunnen ze! Twee wandelingen hebben wij gemaakt in de buurt van Haanwijk en daar viel veel te vertellen over de bevers en de dassen. Opeens ging de stok omhoog en wij keken allemaal de verkeerde kant op. Nee zei Gijs het is aan de anderen kant te zien! en warempel er stond een geweldige mooie boom solitair. Dat is natuurlijk het fijne van een gids want je loopt ook te kletsen en zoude zomaar aan al het moois voorbij lopen.
Woensdag 8 maart hebben we een wandeling gedaan op Venrode in Boxtel. In de stromende regen maar we waren toch met 15 personen om al dat moois te zien. En Gijs was de gids. We kwamen bij een grafheuvel die bedekt is met gaas en zand zodat hij bewaard blijft. Verder hebben Brabants Landschap en Natuurgroep Gestel een strook gemaakt waar de vlinders zich thuis voelen. Verder liepen we weer en kwamen bij een moeras waarin veel gagel groeide en daar hoorden we dat dat vroeger gebruikt werd in strozakken van de bedstee om de beestjes eruit te houden o.a. de bedwants.
En weer liepen we verder om bij een kleine poel te komen waar een zeldzame boom staat (de naam ben ik kwijt) die rondom zich de wortels omhoog laat komen om zuurstof te krijgen. Geweldig toch hoe de natuur in elkaar zit.
Wij lopen met veel plezier elke maand mee en hebben grote bewondering voor de gidsen die hun kennis aan iedereen willen overdragen. Ook hebben wij ons opgegeven voor de basiscursus groen om voortaan als wij ergens gaan wandelen zonder gids ook kijken naar al het moois wat de natuur ons te bieden heeft.
Hopelijk lopen we nog vele malen mee.

Jo van Laarhoven



 

Verslag van de excursie naar de “Kerkeindse heide” van de Natuurgroep Gestel 25 maart.

Het gebied ligt tussen Moergestel en Tilburg naast de Trappistenabdij Koningshoeven. We zien dat het gebied voor 30 procent uit heide bestaat, dus het merendeel is productiebos.

Onderweg tijdens het carpoolen wordt al gespeculeerd over de titel die we hoorden: “cultuurbosbouw op heidegrond”. Zijn niet bijna alle bossen in Brabant daar een voorbeeld van?

Onze professionele gids Theo Quekel, bosbouwer van origine, en beheerder bij het Brabants Landschap weet dat haarfijn uit de doeken te doen. Dit gebiedje is eigenlijk nog een relict uit de oude bosbouwmethode. Zien we in de meeste bossen een trend ontstaan om meer diversiteit in flora en fauna te ontwikkelen? In de Kerkeindse heide heeft deze mode geen gevolg gekregen waardoor meer specifiekere soorten als nachtzwaluw en korhoeders kansen krijgen. In dit gebied zijn de diverse bospercelen behouden wat betreft de originele beplanting. En hoe was die beplanting dan?

Het bos werd in vakken verdeeld en per vak werden er steeds dezelfde bomen geplant, vooral naaldbomen. Zo stonden er vakken met grove den, zwarte den, larix, weymouthsden, corsicaanse den, douglasspar, eidkenspar, sitka en enkele hemlocksparren. Aan de randen van de percelen mochten diverse soorten loofbomen –en struiken geplant worden om zo het brandgevaar wat in te dammen. Het is dus een echt productiebos en zo wordt de aanplant ook verzorgd. Op een terrein van 1 ha worden 10.000 boompjes geplant met een plantafstand van 1 meter. Ze worden dicht op elkaar geplant om zodoende de zijtakken geen kans te geven uit te groeien waardoor er zo weinig mogelijk knoesten onstaan in het hout. Elke 15 jaar vindt er dunning plaats. Elke boom krijgt rondom 1 meter grond om uit te groeien.

Ook de geschiedenis van het gebied passeert de revue: Na de grote kaalslag rond de Middeleeuwen vonden er zandverstuivingen plaats en ontstonden heidegebieden. Die werden door de Hertog van Brabant en later door koning Willem 11 uitgegeven aan boeren om heide te plaggen voor de potstallen. Ook schapen werden er in de “gemeine gronden” geweid. In de 20 ste eeuw kwam er meer vraag naar bomen o.a. voor de mijnbouw. En zo is de aanplant van productiebos ontstaan.

Tijdens de mooiste eerste lentewandeling van dit jaar struinden we door de diverse bospercelen.De vogels lieten hun hoogste liedjes al horen! We hoorden de tjiftjaf, koolmezen en twijfelden tussen sijsjes en kruisbekken. Dat de bereden paden ook nog nuttig zijn voor de natuur bleek uit de waterplassen in de bandensporen die al volop kikkerdril bevatte van de bruine kikker. Hoop voor de toekomst! Op de terugweg naar de auto lopen we langs een weide onder de hoogspanningskabels.Uit veiligheidsoverwegingen mogen daar geen bomen meer groeien. Het gebiedje wordt begraasd door bijzondere schapen om een schraal graslandje te krijgen met o.a. hazepootje en grasklokje in de toekomst. Zo moet het bosbeheer in onze moderne tijd ook weer innovatief geleid worden!

Nel Dijstelbloem



 

Verslag Jeugdnatuurgroep Gestel Sporen zoeken 04-03-2017

Op deze mooie zoele, meteorologische lentedag verzamelden zich rond de dertig kinderen met hun familiebegeleiders bij de boerderij van Brabants Landschap op Haanwijk om van daar uit te zoeken naar door dieren achtergelaten sporen. Henriëtte zorgde bij binnenkomst van de groep weer getrouw als altijd voor de inschrijvingen en voor nadere informatie, waar nodig.
Nadat deze formaliteiten achter de rug waren, was het de beurt aan Annetje om de kinderen de vraag voor te leggen welke sporen de aanwezigheid van bepaalde dieren nu eigenlijk verraden kunnen. Er werden enkele juiste antwoorden gegeven en de rest werd door Annetje zelf ingevuld, zodat iedereen wist waar naar gezocht kon worden. Bovendien kreeg ieder kind een plaat mee waarop de voorbeelden afgedrukt waren en de (groot)ouder(s) werd een lijst overhandigd van alle spoormogelijkheden die zich onderweg kunnen vertonen.

Enkele voorbeelden: veertjes, vogelpoep, keuteltjes van konijnen, holletjes van muizen en konijnen, smidses (door spechten in een voeg van een eik ingeklemde noot), galappeltjes, blaadjes bezocht door mineermotten, krabsporen, haarplukjes. Alle tastbare sporen werden na het vinden ervan door de kinderen in een tevoren uitgereikt emmertje meegenomen. Zowel Annetje als Michel gaven onderweg bij ieder aangetroffen spoor de daarbij behorende informatie aan de kinderschaar door, zodat het de deelnemertjes duidelijk werd waardoor zo’n spoor er zo uit ziet, hoe het komt dat op juist die ene plek het er ligt, etc. Zo werd het geheel een leerzame wandeling.

Aangekomen bij de beukenzitboom werd door Annetje ook deze keer weer een verhaal verteld en wel die van de geldwolf, de gemene dief die alles stal wat hij kon vinden, zelfs een wekker. Dat laatste voorwerp hadden de luisteraartjes in ieder geval niet nodig, want het was tijdens de voordracht duidelijk stil.
Vervolgens werd de tocht voortgezet, werd onderweg door Michel nog een dodemansvinger (een paddenstoel) aangetroffen en getoond. Een van de kinders mocht deze in zijn mandje meenemen en riep onderweg triomfantelijk “ik heb een dodevinger!”, tot grote hilariteit van de volwassenen.

En natuurlijk werd nog even stilgestaan bij de omheinde dassenburchten, waar Michel een paar vragen stelde die door enkele kinderen juist beantwoord werd! De informatie over dassen kenden sommigen nog van vorige wandelingen. Daarmee is het bewijs wel geleverd dat zulke natuurwandelingen ook bij kinderen beklijven en dus nuttig zijn!

Als eind van de rondgang door het bos werd nog de kindermoestuin van Natuurgroep Gestel aangedaan, waar juist deze dag de opening van het seizoen plaats vond. Daar worden nog vrijwilligers gezocht om de kinderen die aan dit project meedoen, te ondersteunen. Frans, een van de leidende vrijwilligers, vertelde de kinderen zo een en ander over wat zoal gedaan wordt in de moestuin.

Tenslotte werd rond half vier de boerderij weer aangedaan, waar onze kleine gasten ieder een dierenplaat ontvingen die aan de tafels ingekleurd kon worden. En uiteraard was er voor de kleine dorstigen limonade met een koekje en voor andere aanwezigen koffie of thee.
Tegen vieren vertrokken daarop de meeste aanwezigen weer in de hoop en eigenlijk ook wel in de verwachting, dat het allen zo goed bevallen is dat wij ook in april opnieuw veel kinderen en begeleiders mogen begroeten!

Hugo Landheer, 5 maart 2017



 

De eerste Seniorenwandeling van de Natuurgroep Gestel van 2017

Het was slecht weer. Motregen of lichte regen, wat is het verschil – je wordt van allebei nat. Maar het goede nieuws was dat Michel beloofde dat het tijdens de wandeling droog zou zijn.

We vertrokken deze keer vanaf Haanwijk 4a, het lokaal van het Brabants Landschap. We liepen naar de Patersberg. Ik mocht zeker niet tegen de mensen zeggen dat we rond 11 uur bij de Patersberg moesten zijn, waar Michel met de andere groep dan ook zou zijn. Waarom dat was zei hij niet, hij vroeg wel aan Peter “Heb jij de andere fles en de bekertjes bij je?” Vanwege het weer, zo veronderstel ik, was de opkomst minder dan gemiddeld. Het jaargemiddelde van 2016 was 61, nu waren er ‘slechts’ 53 deelnemers, inclusief begeleiding. Natuurlijk is 53 een aantal waar wij trots op zijn!

Met Gerard en Peter liepen we met onze groep via de Ganzendreef en Oud Herlaar, vorige keer had ik tegen de klok in gelopen, ook de gids houdt van verandering. Het was niet warm, reden om een kilometertje extra te maken langs de knoteiken en Sterrenbos 1.Daarom moest ik ergens bij de Geuzendijk Gerard inseinen dat we nu door moesten lopen en dat we anders te laat waren bij de Patersberg. Wat we niet vertellen komt een volgende keer wel aan bod. Ikzelf heb niet eens verteld over de Geuzendijk, de enige dijk in onze omgeving die aangelegd werd, opgeworpen heet dat geloof ik, door de troepen van Frederik Hendrik bij het beleg van Den Bosch in 1629, of over de Amerikaanse vogelkers die we met de NatuurWerkgroep daar verwijderd hebben.

We waren precies op tijd, Michel kwam er net aangelopen van de andere kant af. We zochten een mooie plek bij de Patersberg. Voordat de fles tevoorschijn kwam hield Peter nog een kort woordje ter ere van Michel, zeer actief in de Natuurgroep en meestal op de achtergrond. En dat 2017 maar net zo’n succes wordt als het afgelopen jaar! We dronken er een borrel op!

PS: Michel had niet helemaal gelijk met het weer, maar het natte bij Patersberg kwam uit de fles…