headerfoto

Verslagen

    home > Verslagen >

Verslag laatste praktijklesochtend zaterdag 16 juni 2018 van Basiscursus Groen van Natuurgroep Gestel.

Om te beginnen: het papier met enquêtevragen die wij, cursisten, woensdagavond 13 juni meekregen, hebben wij, ingevuld uiteraard, bij binnenkomst op deze gedenkwaardige zaterdagmorgen 16 juni ingeleverd. Mogelijk dat er reacties of tips in de ingevulde formulieren stonden waarmee bij een evt. cursus volgend jaar rekening gehouden kan worden.

De laatste woensdagavond van de reeks lessen van Basiscursus Groen was dus al achter de rug (ik zou bijna zeggen: helaas!) en nu ook al weer de laatste praktijkles op zaterdag 16 juni. Maar die mag wat mij betreft bijgezet worden als een van de beste uit de reeks. Joeri de Bekker bleek een geweldige leraar, veelzijdig, kundig en een uitstekend explicateur. Zijn opgave was ons bij te brengen wat landgoederen behelzen. Maar alras bleek dat hij daarnaast ook van alles kon vertellen over al wat leeft en bloeit, al of niet op landgoederen. Zijn van de tongriem gesneden ontdekten we al snel bij de aanvang van de rondwandeling op het Landgoed Haanwijk.

Joeri ging in zijn relaas ver terug in de tijd en vertelde bijzonderheden over dijkjes die door boeren in vroeger eeuwen werden aangelegd om zich trachten te beschermen tegen hoog water van de Dommel, de Essche Stroom of de Maas en over de latere gebruikmaking door aaneenschakeling van die bestaande dijkjes tot één groot geheel door Frederik Hendrik in 1629 tijdens diens beleg van Den Bosch. Eén grote dijk rondom Den Bosch was namelijk nodig om het water rondom Den Bosch te kunnen insluiten en het water d.m.v. rosmolens weg te pompen, kort door de bocht gezegd.

Joeri wist ook veel informatie te geven over hoge en lage delen in het landschap, wat direct te maken had met de loop van de Dommel, eeuwen terug en hij wees ons die landschapselementen aan tijdens de wandeling. De verschillen in begroeiing van hoge en lage delen in het gebied was zelfs nu nog zichtbaar: wilgen, elzen, populieren en eiken kunnen goed tot redelijk goed tegen wat drassige bodem; daarentegen beuken en naaldachtige bomen niet. Inderdaad was dit fenomeen nu nog terug te zien op onze wandeling!

Bij Out Herlaer was recentelijk om de boerderij een gedeeltelijke gracht aangebracht. De daartoe verwijderde grond, rijkelijk voorzien van puin en andere rommel dat er ooit gestort was, lag nu op één enorme berg op het terrein, met hekken er om heen. Die hekken waren o.a. nodig om evt. “schatzoekers” naar oudheden te weren. Even verderop meende Joeri een wouw in ’t vizier te krijgen, een roofvogelsoort die je in onze contreien maar zelden ziet. Hij was in twijfel of het een rode wouw was of niet.

Tijdens de wandeling plukte Joeri één blad van de verschillende boomsoorten die wij passeerden en na een flinke verzameling hielden we halt en vroeg hij ons welke bomen de respectieve bladeren vertegenwoordigden. Gelukkig hadden wij dat geleerd in de les “bomen, struiken en planten”! Het verhaal over de heide die vroeger veel meer voorkwam dan nu en die door de toenmalige boeren geplagd werd om te gebruiken in de potstal, gaf hij ons in geuren (bijna letterlijk!) en kleuren weer.

We liepen langs een, volgens Joeri, bolle akker waarop gerst te pronk stond, met ertussen hier en daar korenbloemen en rode klaprozen. Een heel mooi, wat ouderwets aandoend, tafereel.

Bij een wel heel tegengestelde akker, namelijk die waar maïs groeide, stonden we stil en Joeri hield een uitgebreid vlammend en m.i. zeer gerechtvaardigd betoog voor de noodzaak van een omschakeling in denken en doen op het gebied van landbouw in ons land. Er vindt al geruime tijd een enorme overbemesting van onze landbouwgronden plaats. Boeren moeten, om een goed inkomen te hebben, steeds meer koeien houden en dat kan gerealiseerd worden omdat enkele jaren terug het melkquotum binnen de EU afgeschaft was. Maar er werd door de melkveehouders onvoldoende doorgedacht dat door vergroting van de veestapel (voornamelijk koeien) dan ook het al grote mestoverschot nog verder zou toenemen. Nu heeft Nederland van de EU weliswaar een uitzonderingspositie verkregen om meer mest te mogen uitrijden dan in de overige EU-landen, maar de mest moet wel ergens naar toe! Dan maar meer daarvan uitrijden op areaal maïs, dat bestemd is voor de gegroeide veestapel. Dat gewas kan inderdaad heel veel mest verdragen, in tegenstelling tot de meeste andere gewassen. Dat daarbij de grond, het bodemleven en uiteindelijk ook het grondwater vergiftigd wordt, neemt men daarbij op de koop toe. Bodemdieren als regenwormen, duizendpoten, springstaarten, pissebedden en diverse belangrijke bacteriën leggen bij die overbemesting het loodje, waardoor een totaal overbemeste en dode akker ontstaat. Als op een bepaald stuk land gestopt zou worden met het daarop uitrijden van mest, zou het nog ettelijke jaren duren voordat alle residuen zouden zijn uitgespoeld naar het grondwater en naar sloten, die trouwens ook door vermesting nu ook sterk vervuild worden. Met ons allen betalen wij de kosten van leidingwaterreiniging. Weliswaar is er een mestquotum ingesteld (mest bevat fosfaat en daarvoor geldt nog wel een Europees quotum, het fosfaatplafond). Maar dat is bij lange na niet voldoende om de mestproblemen op te lossen. De enige echte oplossing zou zijn aanzienlijke vermindering van de veestapel. Helaas ziet Joeri dat vooralsnog niet zitten. (Tenslotte moet ook nog de vaak grote bankschulden die zijn ontstaan i.v.m. bouw van moderne, grotere stallen worden afbetaald, Hugo).

Na deze grondige uitleg van een fraai ogende maïsakker vervolgden wij onze wandeltocht naar het Buitenlokaal van Brabants Landschap.

Daar aangekomen werd de cursusgroep verrast, niet alleen met koffie/thee maar ook met broodjes en, jawel, een overhoring van de geboden lesstof in de vorm van een natuurquiz met meerkeuzevragen, ons overhandigd door onze voorzitter Angela Heetveld. Dat was wel even schrikken; want ja, je wilt tenslotte na zoveel aangehoorde lesstof en prima documentatie niet afgaan met onnoemelijk veel fouten, nietwaar? Maar gelukkig werden er geen punten of cijfers gegeven, noch resulteerde de quiz in een niet-geslaagd-zijn.

En uiteraard werd door Bert Subelack zeer terecht onze laatste leraar Joeri heel hartelijk bedankt voor de afgelopen woensdagavond geboden les en voor de rondleiding met uitvoerige uitleg van deze ochtend.

Angela hield vervolgens een uitgebreide speech i.v.m. het 25-jarig bestaan van Natuurgroep Gestel en wel betrof haar rede alle onderdelen waarmee wij ons tegenwoordig bezig houden. Dat zijn er heel wat meer dan in de aanvang een kwart eeuw terug! Angela zou, met de overige bestuursleden, graag zien dat meer leden zich zouden melden voor het op zich nemen van bepaalde taken. In alle geledingen van Natuurgroep Gestel kunnen we versterking heel hard gebruiken. Wie wil zich mee inzetten bij de Natuurwerkgroep, de Kindermoestuin, de Seniorengroep, de Jeugdnatuurgroep, de Vogelwerkgroep, de Plantenwerkgroep of, tenslotte, bij de groep Landschap en Bestemmingsplannen en Structuurvisies? (Ik plaats alle mogelijkheden met een hoofdletter, want ze zijn stuk voor stuk echt zo veel waard ten faveure van de natuur in onze gemeente! Hugo) En tenslotte zouden we graag ook nog leden vinden die in het bestuur zitting zouden kunnen nemen.

Maar na deze oproep werden ons dan e i n d e l ij k de certificaten uitgereikt. Die zagen er wel prachtig uit en er werd al geroepen om het certificaat in te lijsten. Plaats die dan ook meteen maar in de “goei kamer” zou ik zeggen!

Dan mogen we langs deze weg alle medewerkers nog wel eens in het zonnetje zetten voor de fantastische service op het gebied van de catering, niet alleen voor die ene zaterdag van de uitreiking van de certificaten, maar ook voor alle andere keren waarop wij te gast waren (in de Zaanstreek waar ik heel lang woonde, heette “te gast”: “te warskip”. Zo heeft iedere streek zijn eigen woorden). Maar ook al degenen die alle voorbereidingswerkzaamheden hebben verricht en die waren niet niks, wil ik hierbij nog wel hartelijk bedanken! Ik ben er zeker van dat ik dat mag doen mede namens alle andere 29 cursisten.

Hugo Landheer

Ik realiseer me maar al te goed dat het een lang verslag is geworden, maar Joeri vertelde ook zó veel interessants dat ik het jammer vond om niet alle aspecten van zijn zienswijze en verhalen trachten te reproduceren.



 

Verslag van de seniorenwandeling van 13 juni

De 13e juni was het weer zover. De zesde maandelijkse seniorenwandeling van dit jaar. Het verzamelpunt was deze keer het parkeerterrein van zwembad ‘Zegenwerp’ in Gestel. 68 deelnemers. Het was goed wandelweer; licht bewolkt, ongeveer 20 graden en niet onaardig muggenweer. De mug is dit jaar zo´n vier weken vroeger actief dan normaal. Het warme voorjaar met voldoende regen is daarvan de oorzaak. De tijgermug en de Aziatische mug zijn de boosdoeners. Nog niet in Gestel, maar ......

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Verslag fietstocht Groene Woud zaterdag 19 mei 2018

Maar liefst 25 enthousiaste fietsgasten vertrokken om 9.00 uur vanaf de Huif. Helaas fris en bewolkt weer, slechts 11 graden.
Doel was een verkenningstocht door een gedeelte van het Groene Woud. Door het landelijke gebied van het Woud fietsten we naar het Wijboschbroek. Een natuurparel die er zijn mag. Een populierenlandschap aan de Baksdijk dat de laatste 10 jaar is hersteld naar de situatie van rond 1900. Maar ook loofbossen met veel hazelaars, eiken en iepen, met populieren boomweiden en graslanden waren een genot om te zien.

Het fietsen over de Kruissteeg was een feest. Vele vogels brachten ons een serenade. In een boerderijtuin pronkte een pauw met zijn verenpracht en liet zich daarbij uitbundig heren. Nabij de schaapskooi klonk fel gefluit. Een herder trainde zijn bordercollies in het schapen drijven.

Door het mooie en stille gehuchtje Hoeves bij Eerde bereikten we de Vlagheide. De voormalige stortplaats is volledig gesaneerd en afgedekt en is nu in het landschap herkenbaar als een zacht glooiende groene heuvel.

Een rustplaats voor de fietsers was welkom al was het alleen maar om vooral handen te warmen. In uitspanning “De Helden van Kien” aan de rand van Sint-Oedenrode was de koffie bruin, maar het was te fris om deze op het terras te nuttigen, binnen was ook gezellig. Het laatste gedeelte van de tour bracht ons via de Schijndelse Heide richting Olland. Hier toonde natuurgebied de Geelders en Achterste Hermalen ons opnieuw hoe mooi het Groene Woud is. Prachtige rustige wegen met een geweldige variatie aan boom- en struiksoorten afgewisseld door weilanden. Tegen 12 uur werd na ruim 30 km. bij de molen aan de Genenberg afscheid van elkaar genomen met dank aan de deelnemers en begeleiders van de Natuurgroep Gestel.

Peter Janssen, mei 2018



 

Verslag van de seniorenwandeling van 9 mei


Die wandeling mochten wij meemaken en meebeleven vanuit het centrum van Sint Michielsgestel op woensdag 9 mei. Het verzamelpunt was: ‘Lunchcafé Toren 4’. Uit het dorp en directe omgeving verzamelden zich 63 deelnemers. Het weer was bijna te mooi voor een natuurwandeling; nagenoeg windstil en zo’n 28 graden. Dat wist de leiding ook niet, maar moest wel een voorgevoel hebben gehad. Want de route ging door het landgoed Zegenwerp. Wij wandelden grotendeels in halfschaduw. Verslaglegger sloot zich aan bij de groep van gids Bert Subelack.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Verslag lezing 8 mei 2018 “ Wilde planten, hoe wild zijn ze?” door Rini Kerstens

Sinds 2017 ben ik lid van de natuurgroep Gestel en bezoek ik graag de diverse lezingen die door de groep worden georganiseerd. Ik heb mijn vader inmiddels ook enthousiast gekregen en tegenwoordig gaan we er samen naartoe, een mooi vader-dochter moment! Aan mij dit keer de eer om een stukje verslaglegging te doen van de lezing van 8 mei jl.

Ondanks dat het schitterend weer was met bijna tropische temperaturen, waren toch zo’n 25 mensen op de lezing van Rini in De Huif gekomen. Een aantal van de gezichten kwamen mij inmiddels bekend voor van voorgaande lezingen. De man naast mij bleek echter voor het eerst aanwezig te zijn en was speciaal voor Rini gekomen. 40 jaar geleden had hij namelijk de eerste presentatie van Rini bijgewoond voor de IVN-cursus in Oss. Omdat hij destijds al zo genoten had, besloot hij om opnieuw een lezing van Rini bij te wonen. Maar nu dus 40 jaar later, een fan van het eerste uur dus.

De lezing begon met een korte toelichting op de specifieke kenmerken van planten. De kleurstofkorrels (plastiden genaamd) die onderscheidend zijn voor planten, zorgen ervoor dat met hulp van zonlicht, water en CO2 planten suiker, zuurstof, eiwitten, vitamines en vetten kunnen produceren. Daarmee zijn planten echt anders dan bacterien en schimmels. Stuifmeel is ook een typisch kenmerk voor planten. Elke plant heeft zijn eigen soort stuifmeel. Op basis van pollenanalyses kun je dus voor de verschillende tijdsperioden (zoals de ijstijden) bekijken hoe de vegetatieontwikkeling was. Zo vertelde Rini dat pollenanalyse ook is gebruikt bij de identificatie van de lijkwade van Turijn.

Na de typering van planten kwam het begrip Wild aan de orde. Wild staat voor natuurlijk/oorspronkelijk en het type gronden zijn van belang voor het voorkomen van wilde planten. Als ijkpunt wordt gebruikt dat wilde planten van origine stammen uit de periode van < 5000 jaar geleden.
Ook vertelde Rini over zogenaamde Ingeburgerde planten, die je weer in kunt delen in oude soorten (voor 1492) en nieuwe soorten (na 1492). Het zijn planten die onder invloed van de mens hier zijn gekomen en die dus niet ‘wild’ zijn . De springbalsemien is daar een mooi voorbeeld van, die door de soldaten werd meegebracht. De Amerikaanse eik, de behangersbij, de Douglasspar, de Japanse duizendknop en de waternavel zijn ook ingeburgerde planten, die in grote getalen in Nederland voorkomen. Planten waarvan je wellicht zou denken dat ze wild zijn.

Tot slot benoemde Rini andere soorten planten die tot het plantenrijk behoren: mossen, algen, varens, coniferen en ging hij nader in op sporenplanten (o.a. varens) en zaadplanten (o.a. dovenetel, hondsdraf, salvia, pinsterbloem). Tussen de inhoudelijke wetenswaardigheden door, was de lezing doorspekt met allerlei woordspelingen en grapjes die zo kenmerkend zijn voor de lezingen van Rini. Hij heeft er in ieder geval weer 2 fans bij, mijn vader en ik ;-).

Chantal Dietvorst



 

Verslag ‘Vogels’, basiscursus “Groen”, 21 april 2018

Zaten we woensdag avond nog enigszins op een kluitje in het warme instructielokaal, nu, op deze heerlijke zaterdagochtend stonden we in de frisse lentezon verzameld op Haanwijk. De groep begint al aardig kennis te maken met elkaar, en iedereen heeft een uitstekend humeur met een mooie wandeling op de vroege ochtend in het vooruitzicht. “De groep” zijn in dit geval de mensen die gestart zijn met de basiscursus ‘Groen’, en vandaag staat er een excursie op de agenda waarin we vogels gaan spotten onder de leiding van Rien, die afgelopen woensdag een inspirerende presentatie gaf.

De start is aangenaam verrassend: in plaats van meteen de natuur in te duiken, maakt Rien even plaats voor een momentje van bezinning door een gedicht voor te lezen. Een gedicht, dat gaat over hoe mensen meer en meer afdwalen van de natuur, totdat ze volledig onthecht zijn geraakt. Het bevestigt nog eens waarom wij nu op dit tijdstip hier aanwezig zijn en wat ons drijft om op deze fraaie zaterdagochtend hier om half acht te staan: wij voelen ons juist wél verbonden met de natuur, en dat is meteen ook de reden om er meer van te willen weten, meer van te leren kennen, zodat we nog bewuster in contact staan met de wereld om ons heen.

Vlot daarna gaan we het natuurgebied in, en overal om ons heen wordt druk gefloten. Gelukkig weet Rien al snel de vogels te duiden. Ik som in dit verslag niet alle vogelsoorten op die we zien, want het blijken er aan het eind een twintigtal te zijn. De grote verscheidenheid heeft vooral te maken met de biotoop rondom Haanwijk, die zeer gevarieerd is. Er staan verschillende soorten oude loofbomen, het is een coulisselandschap en volop water in de omgeving. Kortom: de ideale omgeving om veel te zien.

Een paar vogels springen eruit, die me echt bij zijn gebleven. Om te beginnen signaleren we de Winterrrrrrrkoning, die ons de hele tocht bijblijft. We horen de specht (maar zien ‘m niet), groen of zwart, dat blijft voor ons verborgen. Ook de tjiftjaf is volop aanwezig, en dan de Koolmees. Deze laatste maakt het ons erg moeilijk, vanwege de tientallen verschillende deuntjes die hij kan produceren.

Tijdens de wandeling staan we niet alleen stil bij vogels, maar ook bij planten en bomen die we tegenkomen. Zo leerde ik het Look-zonder-look kennen, een woord dat ik ergens diep in m’n geheugen had opgeborgen, ik herinnerde het me nog van de middelbare school, zo’n veertig jaar geleden. Maar ook planten waar ik het bestaan nog niet van wist, zoals de gele dovenetel. Overigens is het aardig om te vast te stellen dat in de groep veel kennis aanwezig is, dus het is ook erg leuk om van elkaar te leren. Midden in het bos staan we stil bij een rij oude beuken, en op een hele leuke manier wordt aanschouwelijk gemaakt hoe de naam “Sterrebos” tot stand is gekomen.

Eenmaal bij het water zien we enkele watervogels, en Rien legt ons het bijzondere baltsgedrag van de Fuut uit. De tijd en aandacht die beide partners besteden aan de hofmakerij is ronduit bijzonder. Voor mij persoonlijk geldt, dat ik de veelheid aan details en bijzonderheden die Rien over de vogels vertelt erg interessant vind, een voor mij onbekende en nieuwe wereld. Ik ga dit vast en zeker vaker doen!

Aan het eind van de tocht staan we nog even stil bij Kasteel Herlaer, waar we de Heggenmus horen en zien. Tot slot wandelen we terug naar Haanwijk, waar we de Holenduif zien. Heel eerlijk, zonder aanwijzingen van Rien was het voor mij gewoon weer ‘zomaar een duif’ geweest, maar inmiddels kan ik ‘m nu onderscheiden van de meer gewone houtduif. Aan het eind maken we nog even een korte opsomming van alle vogels die we gezien of gehoord hebben, en het blijkt een verrassend lange lijst te zijn! We nemen afscheid van elkaar en iedereen kijkt uit naar de volgende bijeenkomst, wat een geweldig leuke en leerzame dag was dit!



 

Seniorwijs

Met de aankondiging “Leer je eigen omgeving kennen” is op donderdag 19 april 2018 de bijeenkomst van Seniorwijs georganiseerd voor senioren van Gestel. Onder leiding van drie gidsen van de Natuurgroep Gestel, te weten, Angela Heetvelt, Michel van de Langenberg en Dick Leering hebben de ruim twintig deelnemers de prachtige natuur van het landgoed Haanwijk verkend.
De ontvangst van de groep vond plaats in de boerderij van Brabants Landschap op Haanwijk, waar Pia Verbakel, coördinator Ouderenwerk en Mantelzorg van Bint en Marianne van Hulten namens de KBO de aanwezigen hartelijk welkom heette onder het genot van een kopje koffie/thee en een heerlijke donut. Mevrouw Heetvelt, voorzitter van de Natuurgroep, gaf in een korte uiteenzetting weer waar de Natuurgroep voor staat. Met circa 250 leden heeft de groep al meer dan vijf en twintig jaar oog voor natuur en landschap in en om de gemeente Sint-Michielsgestel, met als doel mensen bewust te maken en te laten genieten van de natuur om ons heen. De vereniging is actief op velerlei terrein actief, onder meer op natuureducatie voor het basisonderwijs, het organiseren van natuurwandelingen en natuurexcursies voor jong en oud. Voor de jeugd is er ook een Kindermoestuin op Haanwijk.

Daarna zijn de aanwezigen in drie groepen en met een gids op weg gegaan op het Landgoed Haanwijk. In de tijd van de Romeinen was er al bewoning in het natuurgebied. Er zijn nog sporen zichtbaar van een landhuis uit de 17e eeuw en lanen in de vorm van een ster uit de 18e eeuw. Er is een dassenburcht met levende dassen.
Enkele deelnemers hebben ook nog een bezoek gebracht aan het museum Romeins Halder. Dank zij het prachtige zomerse weer was het een groot genoegen daar rond te wandelen. Diverse mensen waren nooit eerder op het landgoed Haanwijk. Met een drankje werd deze mooie middag afgesloten in de boerderij van het Brabants Landschap. (De foto’s zijn van Adri van Hoof en van Marianne en Sjef van Hulten).



 

Vierde seniorenwandeling Natuurgroep Gestel 2018


Deze keer, 11 april 2018, waren 68 belangstellenden op de natuurwandeling afgekomen. Startpunt was bij het buitenlokaal van het Brabants Landschap. Er werden drie groepen gevormd; de groep Bert, Hugo en Michel. Verslaglegger sloot zich aan bij de groep van Hugo Landheer.
Het weer was bewolkt en enigszins mistig. In de nacht voorafgaande aan de wandeling was Brabant lettelijk gezegend door een flinke onweersbui. Op enkele plaatsen viel zo’n 30 millimeter water. Niets is mooier dan dat bomen, net vóór zij in blad komen, nog even schoongespoeld worden.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Op zoek naar de natuur in de stad,
14 april 2018

We startten de wandeling vanaf de Wolvenhoek. Na tweehonderd meter zagen we al een prachtige perenberceau met bloesem op een binnenplaats. Daarna ging het richting stadswal. Bij het Bastion staan prachtige oude bomen: acacias, platanen, linde, en inlandse eik. Ook zagen we lopend langs de stadswal een weichelboom, familie van de roos. Hier hadden we een prachtig uitzicht over het Bosche Broek.
Op de stadsmuur vonden we het muurleeuwenbekje en de tongvaren.
In het Bosche Broek is het wandelpad verhoogd en zijn er duikers aangelegd voor de waterbeheersing, zodat het gebied niet uitdroogt.
We stonden even stil voor de markante gevel van het paleis van justitie. Ook attendeerde iemand ons op een gebouw in de Hollandse Stijl.
We liepen beneden langs de stadswal en zagen aangelegde eilandjes in het water voor de flora en fauna. Op de paleisbrug (kosten18 miljoen) heeft tuinarchitect Piet Oudolf een tuin aangelegd met grassen, planten en bomen. We zagen de judasboom, krentenboompje, magnolia en sneeuwklokjesboom.
We kwamen langs een fabrieksgebouw dat gelukkig niet is afgebroken maar waar een andere bestemming voor gezocht is; toch een blikvanger voor de stad.
Men probeert de inwoners van de stad te motiveren om meer beplanting aan te leggen door trottoirtegels te verwijderen langs gevels en deze te laten begroeien. Dan word Den Bosch nog mooier en groener.
Al met al een prachtige en interessante wandeling met veel informatie van onze enthousiaste gidsen. CHAPEAU..

verslag: Fransien De Klein
foto: Odilia Scheltinga



 

Vroege Vogelwandeling van de Natuurgroep Gestel
Zondag 8 april 2018 van 6.30 tot 09.00 u.

Onder leiding van Jaap van der Linden en Michiel van de Langenberg zijn we in alle vroegte gaan wandelen met...... regelmatig stilstaan en luisteren/kijken naar vogels...! De wandeling ging van start vanuit het “Buitenlokaal van Brabants Landschap” (Haanwijk 4a, Sint-Michielsgestel) via de “Ganzendreef” richting Oud Herlaar. Bij het huis via de oprijlaan naar de Dooibroek weg, rechtsaf. Na ca. 700 m rechtsaf Haanwijk (met aan weerskanten suiker esdoorns) even verderop linksaf over het wandelpad op de dijk, via een ommetje kwamen we weer op Haanwijk en liepen terug naar het Buitenlokaal.

Bij de start van de route hoorde Jaap vele vogelgeluiden, voor mij een “warboel van geluiden”..... Toch kon hij in een korte tijd wel ca. 13 vogelgeluiden onderscheiden: koolmees, pimpelmees, tjiftjaf, groene specht, vink, winterkoning (ze roepen naar elkaar), boomkruiper (kruipt op de boomstam naar boven), kwikstaart, heggemus, houtduif, zwartkop, roodborstje, putter, haan......! Je hoort ze wel maar ziet ze niet allemaal. Zo ervaar je ook het omgekeerde; je ziet ze wel maar... hoort ze niet.

Later zagen/hoorden we boven/naast ons wandelpad: boomklever, houtduif, zwartkop, putter, buizerd, roodborst tapuit, zilver reiger (wit), blauwe reiger (is brutaal, komt dicht bij huizen), kraai, bonte specht (vliegt in golven), (vlaamse)gaai (is de boswachter, waarschuwt met zijn geluid als er onraad is in het bos), spreeuw (doet andere vogelgeluiden na, kan verwarrend zijn. Broed in holten van bomen). Meerkoet (wit kopje, zit meestal op het water), waterhoen (rode snavel, zit meestal in de berm naast het water), krakeend (zwarte achterkant), wilde eend (groen kop), nijlgans, keep, grauwe gans, boom klever (kruip op een boomstam op en neer).

Uit de vele geluiden ben ik “gevorderd” tot het herkennen van drie vogelgeluiden: de tjiftjaf, de koolmees en het winterkoninkje. Dit proef wel naar meer........

    Tips die ik kreeg tijdens het heerlijk ontbijt, koffie met broodjes, na de wandeling:
  • Elke 2e woensdag van de maand een seniorenwandeling
  • Elke maand een lezing over verschillende natuuronderwerpen, op wisselende weekdagen.
  • App te downloaden “Vogels van Nederland”
  • Zie de site van “Natuurgroep Gestel”, voor meer info.

Jef van de Ven, natuurliefhebber



 

Derde seniorenwandeling Natuurgroep Gestel 2018

Woensdag 14 maart verzamelden de wandelaars zich om 10.00 uur op de parkeerplaats van Eetcafé ‘De Oude Ketting’ in Boxtel. Zevenenzestig deelnemers. Het werd een zonovergoten morgen. Met drie groepen liepen wij in vijf minuten naar Landgoed Venrode. Dit landgoed, 88 hectaren, ligt op een stuifzandrug. Dat betekent glooiend terrein. Venrode heeft andere landgoederen als buren; Sparrenwijk, Eikenhorst, Wilhelminapark en Zegenrode. Vanaf 1979 is het Brabants Landschap eigenaar van landgoed Venrode. Het was Willem van der Vorm (1873-1957), een gevreesde havenbaron uit Rotterdam, die het landgoed in 1917 kocht als buitenverblijf. Gekscherend werd het ‘het vakantieoord van Oome Willem’ genoemd.

Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Verslag Jeugdnatuurgroep Gestel “Speuren naar Sporen” op 3 maart 2018

Op deze mooie dag, zonder de felle oostenwind van de laatste dagen, lag er nog een klein laagje sneeuw langs de paden. Dat gaf ons de hoop dat de kinderen en alle begeleiders nog wat sporen van dieren in de resterende sneeuw zouden kunnen aantreffen. Maar vandaag was de laatste mogelijkheid om nog te kunnen schaatsen en het zou kunnen zijn dat daardoor minder kinderen de weg naar de Jeugdnatuurgroep zouden vinden. Dat viel mee: zo’n 16 jongens en meisjes lieten zich met (groot)ouder(s) toch zien.

Rond één uur werden intern al veel voorbereidingen getroffen om het “speuren naar sporen” letterlijk in goede banen te leiden. Zo werden al plastic emmertjes voorzien van wat natuur-attributen als daar zijn noten, eikels, kastanjes. Kleurplaten, kleurpotloden en -stiften, uit te knippen muismaskers, scharen etc. werden op de beide grote tafels neergelegd.

Om twee uur waren alle kinderen wel binnen en gaf Annetje uitleg over wat de bedoeling was: Sommige dieren verstoppen een deel van hun gevonden voedsel om de winter door te komen. Denk maar eens aan de Vlaamse gaai, de eekhoorn en de muis. En als deze dieren sommige verstopte eikels etc. niet meer kunnen terugvinden, dan heb je kans dat uit zo’n niet opgegeten eikel zo maar een eikenboom groeit. En zo blijft een bos ook een beetje in stand.

De kinderen zouden deze dieren nabootsen en hun in de door Michel meegegeven emmertjes aangetroffen kastanjes, eikels en walnoten ergens verstoppen, bijv. ingraven. De bedoeling was dat op de terugweg de zo verstopte voorraad door ieder kind weer teruggevonden wordt. Wat bleek? De kinderen waren geen vergeetachtige dieren, want vrijwel allen vonden hun verstopte “wintervoorraad” na wat naarstig speuren, keurig terug!

In de sneeuw vonden we niet echt veel sporen terug. Een paar afdrukken van honden die met hun baasjes op het dijkje hadden gelopen. Maar ja, honden zijn geen in het wild wonende dieren meer, dus hun sporen gelden eigenlijk niet. Gelukkig zagen we ook een paar vogelpootjes in de sneeuw en, jawel, een vossenpoepje! Ja, dan moet er dus ook een vos in de buurt huizen.

Daarop was ons kinderspel van vandaag toevallig ook geënt: een vos, geblinddoekt, stond in het midden van een kring en een van de kinderen was het konijn dat, héél zachtjes, de vos ging pesten door naar hem toe te sluipen om vervolgens te proberen hem aan te tikken. Maar ja, de vos was dan wel geblinddoekt, maar horen kon hij nog als de beste! Dus wees hij vaak naar het konijn dat net niet stilletjes genoeg, kwam aanlopen. Tja, dan was het konijn “gepakt” en probeerde een ander “konijn” het er beter van af te brengen. Dat is moeilijk hoor!

Na terugkomst in het Ontmoetingscentrum van Brabants Landschap stond de limonade (met een eierkoek) voor ieder kind al klaar; zo ook alles wat te maken had met de muis: een muizenmasker kon geknipt worden uit een voorbedrukt papier. De muizenkop uitknippen, de oortjes idem en aan de kop vastplakken, een paar elastiekjes door twee gaatjes en hup, je bent zó maar een muis! En natuurlijk waren er ook platen van andere dieren die ingekleurd konden worden, zoals een eekhoorn.

Toen alle consumpties verorberd waren en de muizenmaskers gereed om mee naar huis te nemen was het al weer vier uur; tijd om naar buiten te gaan en gauw nog een paar sneeuwballen te gooien voordat de sneeuw gesmolten was. Tenslotte dooide het al behoorlijk. Maar omdat Natuurgroep Gestel dit jaar het 25-jarige jubileum viert, mochten van Michel alle kinderen eerst nog even een cadeautje uit de grabbelton halen om dat thuis uit te pakken. Dat was nog eens een leuk afscheid voor deze keer! En dan zeggen wij graag er achteraan: tot de volgende keer!!

Hugo Landheer, 4 maart 2018



 

Tweede seniorenwandeling 2018 Natuurgroep Gestel

Die was op woensdag 14 februari vanaf ‘Theereheide”. Temperatuur iets onder nul, matige wind, overgoten zon. Zo’n 60 deelnemers, drie groepen van 20, kwamen op de wandeling af. Schrijver van dit verslag sloot zich aan bij gids Michel. De 3½ kilometer lange route ging door en om het terrein van de 90 jaar oude golfclub ‘De Dommel’. Het werd min of meer een boswandeling met natuurstops.

De eerste stop was bij een boom met gaten/holten in de stam. Zo’n boomholte in een stam of dikke tak kan ontstaan door vergroeiing of doordat gaten in de bast het onderliggende hout bloot legt. Dat hoeft niet altijd nadelig te zijn. Veel diersoorten gebruiken de holten als slaap-, schuil- of nestplaats. Zowel bij levende als (bijna) dode bomen. Gaten in bomen kunnen ook spontaan ontstaan. Ook afgebroken takken of blikseminslag kunnen holtes veroorzaken. De boom die wij zagen is langzaam afscheid aan het nemen van ons mensen. Niet van de natuur. Michel wees ons op de voet van de stam. Toen moet ik toch even denken aan “stof zijt gij oh boom en tot stof zult gij wederkeren”. Schimmels, bacteriën en insecten tasten bomen aan; ook deze boom. Langzaam, heel langzaam is deze boom op weg naar zijn einde.

De tweede stop was bij een op de grond liggende half vergane boomstam. Onze gids peuterde er een soort van buikzwam uit. Het bleek een ‘Gekraagde aardster’ te zijn. Een leuk paddenstoeltje, inheems en algemeen voorkomend. Het begint met een klein bruin bolletje van 4 tot 7 centimeter doorsnee. Na enige tijd barst de buitenkant open in 4 tot 7 slippen en vormt daardoor een kraag. Vandaar de naam. Het bolletje staat als een kleine ui of tulpenbol in het midden. Als de sporen rijp zijn ontstaan er een of meerdere gaatjes in het bolletje. Door vallende regendruppels, aanraking of door er zachtjes in te knijpen ontsnappen er dan wolkjes sporen om hun werk te doen. Dat werd door onze gids dan ook even gedemonstreerd. Aardsterren zijn niet giftig, maar ook niet eetbaar. In Nederland komen 19 soorten aardsterren voor.

Stop drie was bij een hazelaarstruik. De Hazelaar komt in struikvorm meer voor dan in boomvorm. De zondagse naam voor de hazelaar is Corylus avellana. Bekend van de hazelaar zijn de hazelnoten. Eetbaar voor mens, zoogdier en vogel. Maar toch, minder geschikt zijn deze noten voor de mens. Mag ik ergens lezen. De hazelnoten voor menselijke consumptie komen deels uit andere werelddelen en zijn van andere soorten hazelaars. Opvallend zijn de vrouwelijke bloemen; minuscule purperrode stempels die zeker, wat aantrekkelijkheid aangaat, het meeste andere bloeiwerk doet verbleken. Michel wees ons daarop. Samen met de els bloeit de hazelaar als een van de eerste struiken of bomen in het jaar, afhankelijk van het weer. De mannelijke katjes bloeiden al in december van het vorig jaar (2017). De wind zorgt met de bestuiving van miljoenen pollen van de mannelijke katjes voor het bestuiven van de vrouwelijke bloempjes. Zij zoeken de vrouwelijke bloemen op vóórdat de bladeren aan de struik zitten. Dat geeft meer kans op bevruchting. Dat een plant, boom of struik bloeit vóórdat het blad er is, noemt men wel ‘de zoon vóór de vader’.

Michel wees ons, aangekomen op stop drie, op de Azaleaknopvreter, een schimmel. Die schimmel wordt overgebracht op jonge knoppen door de Rhododendroncicade (insect, soort krekel). Die cicade komt uit Noord-Amerika en is sinds 1930 in West-Europa. In februari en maart zijn de aangetaste knoppen goed te herkennen. Ze zijn dan zwart/bruin. De gidsen lieten ons dat zien. Om de schimmel te kunnen zien had je wel een pIantenloepje nodig. In je eigen tuin kun je de verpieterde knoppen in een handomdraai gemakkelijk verwijderen. Wil je de schimmel nog eens zien. Google ‘Azaleaknopvreter’ en je ziet foto’s om nooit te vergeten.

Op hetzelfde punt kregen we ook nog de Maretak te zien. Schrijver van dit verslag mocht er iets over vertellen. Onder nummer 232 van mijn weblog www.brugmanpraat.typepad.com kunt u een uitgebreid verhaal lezen over “Maretak, mistletoe, mistel, vogellijm, heksenbezem”. Wat ik daar niet vertelde is dat verspreiding van de maretak tamelijk langzaam gaat. Als er geen maretakken groeien in een omgeving, dan worden er ook geen bessen gegeten en vegen de vogels ook hun achterwerken niet af. ‘Das toch logies hè?’ zou Johan Cruijff zeggen.

Stop vier was op de bekende open plek van landgoed Zegenwerp. Drie bomen kwamen daar ter sprake: de Mammoetboom, de Tulpenboom en de Weymouthden.
De tweede wetenschappelijke naam van de mammoetboom is giganteum. ‘Gigantisch’ zou je kunnen zeggen. De mammoetboom is wel de grootste en de zwaarste boom onder de bomen, maar niet de hoogste. Dat zou de Kustmammoetboom (Sequoia sempervirens) moeten zijn; leerde mij de theorie.
Sequoia was een Cherokee indiaan in Californië. Botanicus Endlicher beschreef in 1847 deze door hemzelf ontdekte boom in het leefgebied van de Cherokee-indianen. Sequoia en zijn stam zal hem daar wel de weg gewezen hebben. Voor de botanicus is dat de reden geweest om de eerste naam van beide bomen aan Sequoia te geven.

De Tulpenboom met de zondagse naam Liriondendron tulipifera dankt zijn mooie naam aan de op tulpen gelijkende bloemen tijdens de bloei. Ook de bladeren lijken enigszins op tulpen. Daar is de boom goed aan te herkennen. Maar niet toen wij daar waren. Wat wil je in februari? Ik vond de boom er wel aftands uitzien. Er werd toen verteld dat de bliksem in de boom ingeslagen. Dat was ook goed te zien. Zo gaat dat in de natuur. Nu blijkt dat hij zich toch aan het herstellen is.
Bomen? Soms zijn het net mensen!
Geef hem een kans!

De Weymouthden (Pinus strobus) is, zoals hij daar stond, een prachtige boom. Lord Weymouth bracht deze pijnboom in 1705 naar Europa. De boom heeft werkelijk dunne, zachte, en sierlijke naalden die in groepjes van vijf bijeen staan. Beter bekend bij ons is de Grove den (Pinus sylvestris). ‘Sylvestris’ betekent ‘groeiend in het bos’. Zelf vind ik die grove dennen niet mooi. Vooral in bosverband. Schots, scheef en staakachtig.

Dat was goed te zien toen wij terug wandelden naar de sporthal om nog wat bij te praten. (Zie foto 4) Voor de cake was gezorgd; koffie, thee, of cappuccino was voor eigen rekening. Wat zegt U? 1,50 euro? Das toch geen geld?

Piet Brugman



 

Verslag Jeugdnatuurgroep Gestel, zaterdag 03-02-2018

Uilenballen zoeken en uitpluizen, dat is altijd weer spannend. Zullen we ze deze keer weer aantreffen onder de stam van hoge bomen? En zo ja, dan vervolgens gaan kijken wat er in te vinden is. Dat is in korte trekken wat wij deze middag voor onze jeugdige vrienden in petto hebben.

De opkomst was aanvankelijk wat aarzelend maar tegen tweeën en zelfs daarna nog, liep het, wat overdreven gezegd, bijna storm. In totaal mochten we 27 kinderen ontvangen, natuurlijk vergezeld door hun opvoeders.

Annetje vertelde de jonge aanwezigen iets over uilen. Ze liet eerst wat foto’s zien van de hier voorkomende soorten. Daarna gaf ze o.a. aan dat uilen een fantastisch gezichtsvermogen bezitten en ook dat hun gehoor uiterst scherp is; beide zintuigen zijn veel beter dan die van de mens. Daarna vroeg ze de kinderen wat uilen zoal eten. “Muizen!” jazeker, maar o.a. ook mollen, kleine vogels en kevers. Muizen etc. worden in hun geheel naar binnen gewerkt.
En wisten de kinderen ook dat uilen bijna geruisloos vliegen? Hoe zou dat komen? Nou, het antwoord was dat ze ook donzige veren in hun vleugels hebben die nauwelijks of geen geluid maken bij het vliegen. Zo kunnen ze hun prooi gemakkelijk verrassen.
Vijanden hebben uilen eigenlijk niet, behalve het verkeer dat, ook onder uilen, helaas nog wel eens slachtoffers vergt. Verder werd nog even door Annetje aangestipt dat er twee typen muizen bestaan: muizen die alleen maar van planten leven en andere soorten die insecten eten. Ze hebben daarom ook verschillende kaakbotjes, afgestemd op het vermalen van hun voedsel.

Na het opslokken van hun prooi houden uilen de botjes, haren en veren over die ze niet kunnen verteren. Daarom spugen ze die uit in de vorm van een langgerekte bal, de uilenbraakbal dus. En dáár gaan we deze middag naar op zoek.

Michel deelde buiten mandjes uit. Eerst maakten we een korte boswandeling en, aangekomen bij hoge beukenbomen, gingen de kinderen op zoek en gelukkig niet vergeefs. Daar moeten toch wel echt veel uilen zitten hoor, want alle kinderen hadden meerdere braakballen gevonden….. De mandjes waren dan ook niet vergeefs meegenomen.

Op de terugweg vond Michel op een boomstronk vossenkeutels, die hij de om hem heen staande kinderen liet zien. Maar die keutels hebben we toch maar niet meegenomen…..

Terug in het Ontmoetingscentrum van Brabants Landschap kreeg ieder kind limonade met een koekje en (groot)ouders koffie of thee. Daarna werden de drie aanwezige tafels en stoelen al snel ingenomen door alle kinderen en begeleiders terwijl Toon nog wat aanwijzingen gaf, zoals “een muis heeft een bovenkaak en twee onderkaken” waarna het echte avontuur (wat vinden we??) kon beginnen. Zoals vrijwilligers van archeologie en archeologen zelf altijd weer gespannen zijn over wat ze in de bodem zullen vinden, zo moeten de kinderen wel nieuwsgierig zijn naar wat zij in de braakballen zullen aantreffen.
Op de tafels lagen zwart-wit determineerbladen en verder een aantal oude kranten waarop stukjes van de braakbal konden worden uitgeplozen, soms met behulp van een pincet, terwijl de erin “gevonden voorwerpen” apart gehouden en soms bekeken werden door een loep, die Toon had meegebracht. De botjes etc. mochten na afloop desgewenst mee naar huis worden genomen.

De grote vondst van deze middag was toch wel dat een jongen een onderkaak van een waterspitsmuis bloot legde, een dier dat heel weinig voorkomt en zich goed schuil houdt voor de mens. Een waterspitsmuis eet kleine prooidieren die in en om stromend water leven. De waterspitsmuis is daarbij ook nog de ambassadeur van de gemeente Sint-Michielsgestel!
Toon was dus heel enthousiast met de vondst van die onderkaak.

Tussen half vier en vier uur was alles wel zo ongeveer uitgezocht en werd langzaamaan gestopt. Van Toon werd afscheid genomen met een “hartelijk dank” en een spontaan applaus. En met een “tot de volgende keer!” vertrokken ook onze gasten successievelijk.

Restte ons nog op te ruimen, de tafels schoon te maken en de vloer te vegen, waarna wij de sleutel in het slot mochten doen en ook wij huiswaarts gingen.
Het was een geanimeerde middag die ongetwijfeld nog wel herhaald zal worden.



 

Wandeling voorafgaand aan de nieuwjaarsreceptie

Het was uitgelezen prachtig zonnig weer, waardoor de stemming onderweg al meteen uitstekend was en al snel ontsponnen zich dan ook geanimeerde gesprekken.

Hoewel in de winter meestal in de natuur niet zo veel te beleven valt, omdat het wel lijkt alsof alles een winterslaap houdt, in afwachting van de lente, waren er toch een paar bijzonderheden onderweg te zien, te beginnen bij mensenwerk: de waterkrachtcentrale in de Dommel, waardoor zo’n 200 Gestelse gezinnen van elektra worden voorzien. Het rad draaide hard, door de nog hoge waterstand in de Dommel.

Het Landgoed Zegenwerp dat wij aandeden na een wandeling over een smal pad langs de Dommel is altijd aantrekkelijk als wandelgebied. We bewonderden er o.a. de Sequoia die er prominent aanwezig is met z’n hockeystickachtige onderste takken en verder was er midden op het grasveld de tulpenboom, hoewel deze jammer genoeg nu helemaal kaal was. De typische tulpenvorm van de bladeren was dus nu niet zichtbaar. Onderweg hoorden we het typerende geluid van een gaai en zagen we twee buizerds, achterna gezeten door een kraai. Zou de kraai al willen nestelen?
In de berm vonden we enkele gekraagde aardsterren, die nog redelijk intact waren. Het is een paddenstoelsoort die je niet zo vaak aantreft. Langs de vispassage werd nog gekeken naar het nu lege hoornaarsnest in een holle boom en even verderop werd de aandacht gevestigd op enkele dunne bomen, die, bevers eigen, een beetje zandloperachtig aangeknaagd waren.

Al pratend waren we na zo’n uurtje weer terug in het Geko-gebouw.

Hugo Landheer, 14-01-2018



 

Eerste natuurwandeling seniorengroep 2018

Iedere tweede woensdag van de maand organiseert Natuurgroep Gestel zo’n wandeling. Dat was dus op 10 januari. Het weer? Nat tot zeer nat. Schrijver van dit verslag heeft eens geleerd dat tussen 1 oktober en 1 april veel regen moet vallen om de watervoorraad ondergronds aan te vullen. In de daarop volgende zes maanden kunnen wij, mens, dier en plant sportief gebruik maken van die voorraad om in de behoeftes te voorzien. Verstoor je dat evenwicht, dan kunnen er Groningse teferelen ontstaan. Maak de gaten in onze aardbol niet te groot. Dat geeft, op termijn, bijna altijd problemen.
Toch waren er nog 45 belangstellenden komen opdagen. Wat bleek? Het viel allemaal wel mee met die regen. Slechts enkelen liepen met opgestoken paraplu. De start was ook deze keer vanaf het onderkomen van het Brabants Landschap, Haanwijk 4A. Het werd deze keer ongeveer “de paden op en de lanen in”. De route, ik schat 3½ tot 4 kilometer, met op de helft een gezamenlijke stop. Waarover verderop meer. Overigens een mooie Brabantse route.

De groep waar ik bij liep werd vergezeld van een van de coördinatoren van de pas opgerichte vogelwerkgroep Sebastiaan Bakker. Sebastiaan leerde ons omhoog te kijken. Want daar is het veelal te doen. Boven in de Zwarte els en de Ruwe berk zagen wij groepen Sijsjes en Groenlingen. Verder op de route zagen we onder meer Canadese Ganzen, Putters, Koperwieken en Vinken./p>

Onderweg wees Michel ons op een Tonderzwam. Een hoofdstuk apart. Een Tonderzwam, ook wel Tondelzwam of Tonder-gaatjeszwam genoemd, is te vinden op verzwakte of dode bomen. Er zijn meerdere soorten. Het vruchtlichaam is meerjarig en kan consolevormig, klok- of koepelvormig zijn. Als de boom eenmaal dood is leeft de zwam nog een tijdje als saprofyt (voedt zich dan met dood organisch materiaal). De schimmels van de tonderzwam bezoeken graag de Berk en de Beuk. De Eik, Populier en de Linde volgen daarna. Op gezonde bomen is het moeilijker zoeken naar een tonder zwam Op de Veluwe worden tonderzwammen door tonderrovers van bomen gehakt, geslagen, gezaagd en toegeeïgend om hun medicinale werking. Geloven zij. Het is zuivere diefstal. Kan via de Natuubeschermingswet als Economisch delict zwaarder dan diefstal worden bestraft.

Volgende stop was een eikenstruik. “Daar komen wel 60 gallen op voor” volgens onze gids. Neen, vertelt een serieus artikel in dagblad Trouw; het zijn er 78; je kunt ze vinden op knoppen, op bladeren, op meeldraadkatjes, op takken, op de stam, op de eikels en op de wortels van de plant of struik.
Gallen zijn woekeringen die plantendelen een abnormaal aanzien geven. ‘Beschadigen’ zou je kunnen zeggen. Bacteriën, zwammen, wormpjes, mijten of insecten parasiteren (op schadelijke wijze profiteren van de gastheer) op de plant. De galwesp is als galverwekker de kampioen. Van de 78 verschillende soorten gallen neemt hij er 69 voor zijn of haar rekening.

Zoals ik al zei, de twee groepen troffen elkaar op ongeveer de helft van de route. Ook deze keer onder een groep kaarsrechte Douglasbomen. De bekende borrelglaasjes kwamen weer uit de rugzak tevoorschijn. Deze keer werden ze gevuld met koude thee met een smaakje. “Op het jaar 2018”, wensten wij elkaar toe. Daarna wandelden wij weer terug naar het startpunt om ons de koffie met cake te laten smaken in het honk van het Brabants Landschap.

Piet Brugman