headerfoto

Verslagen

    home > Verslagen >

Verslag van de lezing (16 okt.) en de excursie (19 okt.)
Over ”wilde planten” in onze omgeving door Ido Cranen.

Ido Cranen is voorzitter van de Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze (VELT) in Gemert. Zij beheren daar al dertig jaren (m.b.v. 40 vrijwilligers) een tuin waarin diverse ecologische teeltwijzen zijn uitgeprobeerd en waarin vooral kruiden gekweekt worden die ook nog een speciale helende werking hebben op het lichaam. “Kruidengeneeskunde is eigenlijk een prikkeltherapie” zegt men bij de Hopveldtuinen. De gebruikte kruiden prikkelen het eigen genezende vermogen. Belangrijk vaak is te weten tot welke familie ze behoren, omdat het vaak familie-eigenschappen zijn.

De tuinen genaamd ; “Heerlijck Hopveld ”, bevinden zich in de kern van het dorp, bezijden het centrum in de buurt van “de Commandarije van de Duitse orde”, een kasteelachtig gebouw, waarvandaan in + 1400 mensen te huur waren voor legeractiviteiten. Voor een goede tuin, zo vertelt Ido, is allereerst belangrijk een goed bodemleven door compost en de aanwezigheid van wel 15 diersoorten zoals loopkevers, mezen libellen, koolmeesjes, bijen etc. die samen een ecosysteem vormen en plagen weten te voorkomen. Ook wisselteelten (om de zes jaren pas weer dezelfde plantenfamilie op die plaats) voorkomt uitputting van de bodem.

De indeling is als volgt: aan de ene kant meer tuinbloemen en aan de andere kant meer kruiden die in groepen staan met dezelfde werking b.v. voor bloedsomloop, zenuwstelsel .De bloementuin is zo gerangschikt dat er op elk moment van de dag een andere bloem opengaat zodat insecten altijd iets kunnen vinden en de tijd daardoor afgelezen kan worden! Op het achterste stuk staan meerdere gebruikskruiden bij elkaar om te oogsten en die later te drogen of te verwerken tot zalfjes, tinctuur of thee. In de lezing heeft Ido met gebruik van dia’s van planten van meerdere de textuur en de werking beschreven, waarvan ik er enkele zal weergeven. Het lukt me echter niet om dat op zo’n geestige wijze te verhalen alsdat hij het tonele bracht!

Duizendblad: gebruikt als bloedstelpend, tegen kolieken en rustgevend voor het zenuwstelsel.

Engelwortel: werkt kalmerend, werkt tegen slapeloosheid en nachtzweten; de wortel is te gebruiken bij vis.

Vogelmuur: moet vroeg geoogst worden als spinazie, ze werken slijmoplossend, laxerend, vochtafdrijvend en tegen jeuk!

Kaasjeskruid voor salades en kookgroente. Het helpt tegen zweren, aambeien en keelontsteking.

Goudsbloem (calendula): zalf te gebruiken bij wondjes, schraalheid ,droge en ruwe huid, bij littekens, gesprongen lippen en doorliggen.

Smeerwortel (symphytum): bij kloven, verstuiking, ontstekingsremmend.

Brandnetel: Heel goed te verwerken in soepen en stamppotten (arme-mensen-spinazie!),te gebruiken bij exceem, huiduitslag, insectenbeten en zonnebrand.

Helmkruid: Uitwendig gebruik bij aambeien; het werkt vaatvernauwend in de zwelling. Men zou de wortelknolletjes ook bij je kunnen steken in de zakken (Kontzakken!).

Rozemarijnzalf: voor winterhanden en -voeten, voorkomt het dode gevoel en bevordert de doorbloeding.Smakelijk als toekruid bij diverse gerechten in sausen en soepen en vleesgerechten.

Sint.Janskruid: Hypericumsoort: blaadjes zijn oliehoudend vooral in de top. Ze zijn puntsgewijs doorschijnend. Te gebruiken bij brandwonden ,droge huid, huiduitslag en pijnstillend en rustgevend. Niet met geneesmiddelen tegelijk gebruiken!

Bijvoet: Deze echte straatrandenplant volop in augustus werd al door de Romeinen gebruikt om de voeten mee te behandelen waardoor de marsen langer konden worden. Je gebruikt echter niet het blad maar de zaadjes kunnen tussen de voetdelen gestrooid worden!

Enkele smaakmakende keukenkruiden:

Siciliaanse selderij: vaste plant, lijkt op wortelloof, heeft selderijsmaak. Prikkelt de nier.

Abcint-gentiaan voor kruidenbitters voor de lever.

Artemisia of citroenkruid voor vis met olijfolie.

Chinese bieslook: met witte bloemetjes tussen ui en bieslook, te gebruiken als knoflook.

Agastache of dropplant: geurt naar drop, in voorjaar het smakelijkst.

Basilicumsoorten: Aziatische smaakt naar kruidnagel en vanillesoort lekker bij appelmoes.

Roomsche kervel: lekker bij vis.

Wij, de aanwezigen vonden de wandeling en de lezing bijzonder interessant en leerzaam!
Dank aan Ido Cranen!

Nel Dijstelbloem



 

Verslag van de excursie Streekpark Klein Oisterwijk op zaterdag 5 oktober 2019

Om half tien begon de wandeltocht bij het Streekpark Klein Oisterwijk een van de 30 Natuurpoorten in Brabant (herkenbaar aan de 4 meter hoge sleutel) dat grenst aan de Oisterwijkse Bossen en Vennen. Onze gids was Ad Smits (natuur- en duingids IVN). Klein Oisterwijk heeft ook een natuurwinkel en een restaurant met natuurprodukten.

De opkomst is 10 personen.
Om ongeveer half tien is iedereen aanwezig en beginnen we aan de wandeling. We komen direct al bij een zandstortplaats waar we prachtige doornappelplanten zien nog met bloem en met vrucht, ze zijn meegekomen met het gestorte zand maar zijn er niet minder mooi om, maar horen hier niet thuis. Dan zien we op ons pad een bruine verwarde bol liggen, rest van een nest van de eikenprocessierups, die momenteel uit de bomen vallen.
Nest processierups op de grond en tegen de boom zoals het er in de herfst uitziet.

Ondanks dat het niet de bedoeling was werd de tocht toch een soort paddenstoelen wandeling. De eerste die we zagen was de plooivoet stuifzwam. Hij heeft plooitjes op de voet van de steel en sporen in zijn buik.

Gele aardappelbovist in 4 verschillende vormen  sporen in buik     nog jong        ouder        met mycelium

Dan volgen de vliegenzwammen en krijgen we een uitleg over hoe de vliegenzwam aan de naam kwam. In het kort: de hoed van de giftige vliegenzwam werd vroeger door de boeren gedroogd, later in stukjes gebroken en in een bordje melk gedaan met wat zoet en neergezet tegen de vliegen, die daarvan dronken en het niet overleefden.

Toen kwamen we langs een mooie open plek in het bos het hoort bij Landgoed het Lot en laten we hopen dat het ‘Lot’ anders beschikt en hier geen huizen midden in dit natuurgebied worden gezet.

Wat de paddenstoelen betreft zal ik het hele rijtje nu opnoemen: vele zwavelkopjes, Aardappelbovist, stuifzwammen, russulas, krulzoom, melkzwammen (komt een melkachtig sap uit), gele en bruine ringboleten, kastanje boleet, kleverige koraalzwam, grote stinkzwam, berkenboleet en veel schriftmos dat er uit ziet als een tekst op een boom en waren er beslist nog meer. Ook vertelde Ad over de verschillende soorten paddenstoelen zoals; plaatjes zwammen, buisjes zwammen, buikzwammen, melkzwammen en paddenstoelen die in symbiose leven met bomen. Ad vertelt ons ook over het mycelium, oftewel zwamvlokken, het netwerk van draden van schimmels (paddenstoelen) onder de grond en dat alles in het bos verbonden is door dit netwerk. Het is net zoiets als de kabels van telefoon of internet bij mensen, maar wat dunner. Door dit netwerk kunnen bomen met elkaar communiceren, alhoewel ze dat ook door de lucht doen met geuren, (een soort wifi).

Even nog een paar paddenstoelen er uitlichten: de grote stinkzwam, met de Latijnse naam Phallus impudicus. Als je hem doorsnijdt lijkt zijn structuur op de structuur van kroepoek en hij kan dan ook enorm veel water opnemen. Zijn eerste verschijningsvorm is een prachtig ei, duivelsei genoemd dan ontwikkelt zich de paddenstoel eruit eerst met een bruin/groen hoedje later wit. De paddenstoel lijkt op een penis en als je het hoedje er af neemt lijkt dat weer op een condoompje. Je kunt de stinkzwam al van een afstand ruiken, omdat die een aasgeur verspreidt, welke aasvliegen aantrekt die de sporen moeten verspreiden.

Nog een kanttekening bij de ‘eetbare paddenstoelen’, de gewone krulzoom, vroeger eetbaar, men ontdekte echter dat de giftige stoffen zich in het lichaam opstapelde en als er eenmaal genoeg gif in je lichaam zat men er toch aan overleed. Dan is er nog het pijpenstrootjemoederkoren een soort gras met een schimmel die vroeger ook soms in het graan voorkwam en waar veel mensen door stierven.

Nu komen we bij gagelstruwelen en krijgen daar uitleg over de gagel. Vroeger voor bereiding van bier, maar het was enigszins hallucinerend en werd door de paus verboden, nu wordt het weer toegepast. Ruikt heerlijk, werd ook gebruikt in bedden tegen vlooien en in linnenkasten voor de geur.

De volgende uitleg is over bomen en hoe en waarom ze hun blad verliezen. Voornamelijk om zichzelf te behoeden tegen uitdroging ook vertelt Ad nog over het verkleuren van de bladeren door het terugtrekken van de groenkorrels. Over het inademen van CO2 en uitademen van zuurstof en over kastanjebomen die ooit door de Romeinen hierna toe zijn gebracht.

We komen nog langs een mierenhoop, waar Ad ook alles over vertelt. Nest moet gebouwd worden in zon-half schaduw, het is koepelvormig en eronder zit een ruimte, dan pas het nest en vooral dieper de grond in. Vanuit de lucht is te zien waar mierennesten zijn, doordat de bomen daar vitaler zijn omdat er dan in 200 meter omtrek weinig insecten zijn die worden namelijk door de mieren gegeten. De mierenkoningin die bevrucht wordt in de vlucht en met dit sperma vele jaren toekomt omdat ze telkens een beetje gebruikt. Of er mannetjes of vrouwtjes uit de eieren komen is afhankelijk van de temperatuur. De mieren leven in symbiose met bladluizen.

Er zijn in Oisterwijk 80 vennen dat is de grootste concentratie van heel Nederland. We lopen nu langs het Lammerven dit is na de laatste ijstijd ontstaan. Sommige vennen zijn naar de vorige eigenaar genoemd zoals het Lammerven naar de familie Van Lammeren.
We gaan verder en komen bij de Rosep, een beekdalriviertje. Deze ontspringt in het Moergestelsebroek en mondt uit in de Esschestroom; is 10 kilometer lang en is een kwelwater riviertje. Omdat het kwelwater door vele grondlagen stroomt, ook die ijzerhoudend zijn, ligt er een roestige gloed over het water en zei men vroeger ‘roest erop” en zo is de naam Rosep ontstaan. Het riviertjes kronkelt na herziening nu weer door de bossen.

Het was een afwisselende en leerzame wandeling en we hadden nog mooi weer ook.
Ad heeft ons zoveel verteld dat als ik alles uitvoerig moest vertellen het verslag veel te lang zou worden. Dus zijn we nu aangekomen bij het eindpunt.

Bedankt Ad voor de onderhoudende tocht!



 

Negende seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Vijfenzeventig leden en niet-leden kwamen op woensdag 11 september naar het zwembad ‘Zegenwerp’ in Sint-Michielsgestel om deel te nemen aan de maandelijkse natuurwandeling. Deze keer op landgoed Zegenwerp. Alhoewel buienradar al vroeg aangaf dat er regen op komst was, bleek het allemaal reuze mee te vallen. De weinige regen die viel was zeker geen storende factor. Verslaglegger sloot zich aan bij een van de drie groepen; de groep van gids Michel. Hij vertelde gelijk dat de route zou gaan langs de Dommel met een stop bij de ‘Waterkrachtcentrale Dommelstroom’ om verderop uit te komen bij de ‘vispassage Zegenwerp’.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Jeugd Natuurgroep zoekt naar waterdiertjes

Sint-Michielsgestel, 7 september 2019
De zoektocht naar de waterdiertjes begon met een klein regenbuitje. Maar nadat de 36 kinderen samen met hun (groot)ouders aan de wandeling naar het Eerste ven in het Gestelse Gemeentebos waren begonnen, werd het al snel droog. Tijdens de korte uitleg van de Natuurgroep Gestel kwamen er interessante zaken naar voren en begon de zon zelfs te schijnen. Ik heb vaak rond het ven gelopen, maar ik heb me nooit beseft dat dit ven 12.000 jaar oud is en tijdens de ijstijd is ontstaan.
De meeste kleine waterdiertjes kunnen in het water, maar ook op het land leven. Uit een kleine rondgang bij de kinderen bleek al snel dat een eenden ook aan deze voorwaarden voldeden en we dus best een eend konden gaan vangen.

De kinderen wilden zo snel mogelijk aan de slag met hun schepnetten en emmers en na enkele minuten werd de rand van het ven vakkundige door de vele schepnetten uitgediept. Libellelarven, Bootsmannetjes, Kikker(visje)s, Waterspinnen, Zoetwaterpissebedden en andere kleine diertjes vulden al snel de verschillende emmers. Het meest bijzondere was de vondst van enkele kleine Watersalamanders; een soort babykrokodilletjes.
Tijdens de koffie en limonade met koekjes zagen enkele kinderen nog een bosmuis rond enkele rugtassen scharrelen.

Na ruim 1,5 uur werden de schepnetten weer opgeborgen en de kleine waterdiertjes weer op hun plek teruggezet. Voldaan liep iedereen weer terug. Hier en daar met natte broeken en soppende laarzen. Wat is Gestel toch mooi. Natuurgroep Gestel, bedankt!

Bram Taks
Foto, Michel van de Langenberg



 

Seniorenwandeling 14 augustus 2019

De Natuurgroep Gestel organiseert elke maand, elke tweede woensdag, aanvang 10 uur, de Seniorenwandeling. We streven ernaar om rond 11:30 terug te zijn en dan is er gelegenheid na te buurten en koffie te drinken. Steeds wisselende startplaatsen. Bijvoorbeeld Haanwijk vanaf het buitenlokaal van het Brabants Landschap. Bijvoorbeeld Zegenwerp vanaf het zwembad of de sporthal.

Vandaag was de beurt weer eens voor Landgoed Venrode bij Boxtel vanaf café-restaurant De Oude Ketting.
Het is mooi weer. Droog, zon, vochtig maar niet nat in het bos. Ik mag, met Nori, uw gids zijn. Althans: wij hadden een van de drie groepen. In totaal waren we volgens organisator Michel met 95 deelnemers inclusief gidsen. Is dat normaal, zoveel? Ja, bij goed weer. Gemiddelde per maand was vorig jaar 63, inclusief de dagen met slecht weer.

Eerst een stukje asfalt. Over de A2 dalen we af naar Venrode. Afdalen, want halverwege het viaduct is een pad naar beneden. Ik voorop, niet alleen omdat ik de weg aangeef: sinds mijn herseninfarct loop ik slechter. Als ik het kronkelpad in het begin af kan dan kunnen alle senioren het.

Het tempo van de groep ligt zoals altijd niet hoog. Het doel is natuurbeleving en tijdens stops te vertellen, niet meters maken. Achteraf zag ik op mijn iPhone dat we totaal 4,1 km gelopen hadden in 1u48m.

Om een indruk te geven van wat we gezien hebben en waarover we vertellen:
- Over het landgoed, de historie, en over Willem van der Vorm (1873-1957), niet alleen eigenaar vanaf 1917, ook scheepmagnaat en weldoener.
- De grafheuvel, geconserveerd voor later onderzoek.
- De vennen, idyllisch gelegen, zeker met de blauwe luchten van vandaag.
- De bomen op het landgoed. Over het verschil tussen spar, den en lariks.
- Vanaf de rand van het bos zagen we het landhuis.
- De gagel, nergens staat zo veel als hier, het van staat zo vol dat Google het veld niet meer herkent als ven.
- De Moerascipres met zijn ademwortels. Een paar senioren waren speciaal voor deze boom gekomen! De boom staat geregistreerd op MonumentalTrees. Jammer dat, vanwege de droge zomer, de ademwortels droog stonden, in het water staand zijn ze nog mooier. Ik kon vertellen dat het beslist goed komt, ik heb het vaker gezien, de boom staat in een laagte. We waren al laat. Ik gaf voor het laatste stuk de keuze de makkelijke weg of de langere mooie. Ik koos, net als de halve groep, de makkelijke. Nori ging met de anderen over de mooie.

Het was weer een leuke wandeling. En leerzame, gezien de reacties en bedankjes op het eind.

Volgende maand, tweede woensdag, is er weer een wandeling. Andere start, weer interessant.

Gijs Sterks
Met dank aan Ben Ribbers voor de foto’s

Ook Piet Brugman schreef over deze wandeling.
Lees het verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Zevende seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Op 10 juli kwamen de seniorenwandelaars uit Sint-Michielsgestel en omgeving voor de zevende keer dit jaar bij elkaar om hun maandelijkse natuurwandeling te maken. Startpunt was Haanwijk 4, het onderkomen van het Brabants Landschap. 73 deelnemers verzamelden zich daar. Het weer was goed; licht bewolkt en zo’n 20 graden. We bleven op Landgoed Haanwijk.
Verslaglegger sloot zich aan bij de groep begeleid door de gidsen Nori en Rien. Er werd veel keren gestopt omdat er veel te vertellen was. Ik zet de onderwerpen eerst even achter elkaar ....

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

18 juni 2019: Lezing ‘het nachtelijke leven van uilen’

Door Katja Kleinveld

Op 18 juni jl. stond de lezing over uilen op het programma. Dat dit een onderwerp is dat tot de verbeelding spreekt, bleek door het aantal deelnemers aan deze lezing: 46 personen waren aanwezig. Ook Toon Ondersteijn, door Brabants Landschap uitgeroepen tot Uilenbeschermer van het Jaar 2018, was van de partij.

Na een introductie door Marco Renes, veldmedewerker soortenbescherming Landschapsbeheer bij Brabants Landschap, werden al snel wat feiten en data met ons gedeeld. Wereldwijd zijn er 202 soorten uilen, waarvan er 9 in Nederland voorkomen, waarvan er 7 broedsoorten zijn.

De ogen van de uil hebben nauwelijks licht nodig. Ze zien vooral zwart wit en hebben een beperkt gezichtsveld. Ter compensatie kunnen ze hun kop bijna 360 graden draaien. Uilen hebben in hun vleugels een soort weerhaakjes en dons, waardoor ze geruisloos kunnen vliegen. Tevens hebben ze een keerteen die ze naar achteren kunnen draaien zodat ze hun prooi makkelijker kunnen grijpen.

Na deze introductie kwamen de diverse soorten uilen die in Nederland voorkomen ter sprake.

Zo passeerden de ransuil, bosuil, oehoe en velduil de revue, elke soort heeft zijn eigen karakteristieken. De ransuil ‘steelt’ een bestaand nest van een andere vogel maar nestelt in steden ook in gevlochten manden van zo’n 30 centimeter (die door vrijwilligers zijn opgehangen). De bosuil is de meest algemene uil in Nederland en broedt al vroeg in het jaar. De jongen van de oehoe springen uit het nest (dat ongeveer 1 vierkante meter groot is) en groeien op de grond op. De velduil is overdag actief, en leidt een zwervend bestaan.

De kerkuil en de steenuil zijn uilen die vaak met de mens staan afgebeeld.

Kerkuilen zijn echte nachtuilen. Ze kunnen slecht tegen de kou en zitten het liefste binnen. 89% van hun voedsel bestaat uit muizen (veld-, bos- en huisspitsmuizen). In Brabant zijn zo’n 2300 geregistreerde velduil nestkasten en 435 broedparen. 80-90% van de broedparen broedt in nestkasten. Het gebruik van muizengif heeft een grote impact op de kerkuilen stand.

De kleinste uil in Nederland is de steenuil. De steenuil is overdag actief en leeft in nestkasten of oude boomgaarden rondom huizen en erven. Steenuiltjes houden van de zon en eten veelzijdige prooien (rupsen, mestkevers, wormen etc.). Steenuilen zijn trouwe uilen, en hebben een vaste partner. Ze zijn erg close met elkaar en verzorgen de veren bij elkaar. Steenuilen zitten vaak in tochtige holtes en kunnen beter tegen kou dan tegen warmte. In Brabant waren in 2018 1192 geregistreerde broedgevallen, dat is ongeveer 15-20% van de totale populatie in Nederland. 65% van de steenuilen sterft in het eerste levensjaar in het verkeer. Andere bedreigingen zijn gif, verdrinking en planologische veranderingen (harde overgang van dorp naar het platteland). Kauwen en steenmarters proberen ook vaak de nestkasten van de steenuilen in te dringen. Om dat te voorkomen worden nestkasten uitgerust met een extra 3e schot zodat de steenmarters niet de nestkast in kunnen dringen. In Brabant zijn 3489 geregistreerde steenuil nestkasten.

Meer informatie over uilenbescherming is te vinden op Facebook in de groep Netwerk Uilenbescherming Brabant en op de website van het Brabants Landschap www.brabantslandschap.nl.



 

Zesde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

De tweede woensdag van de maand juni viel op de 12e en dat betekende natuurwandelen voor senioren georganiseerd door Natuurgroep Gestel in Sint-Michielsgestel. 63 deelnemers verzamelden zich bij het zwembad Zegenwerp. Dat betekent dan wandelen op Landgoed Zegenwerp. Klokslag 10.00 vertrokken wij met drie groepen. Verslaglegger sloot zich deze keer aan bij de groep van Michel. Het weer was deze keer niet om over naar huis te schrijven. Een lucht van licht tot donker grijs en de laatste 20 minuten een flinke bui. De koffie-met maakte aan het eind van de wandeling alles goed.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Verslag basiscursus groen
Onderdeel: “zoogdieren“
Veldoefening 18 mei 2019

Samen met de trouwe gidsen van Natuurgroep Gestel Hennie Appel, Michel van de Langenberg, Dick Leering en Rien Pijnenburg (dank en hulde!! wij profiteren allemaal van jullie enorme inzet) werden wij vandaag geleid door Ton Popelier, met recht bijgenaamd De Dassenman.

Verzameld op Haanwijk bij het Buitenlokaal van Brabants Landschap kondigde hij ons klokke negen nog eens het onderwerp van onze veldtocht aan: de zoogdieren. Om daaraan dadelijk toe te voegen dat we er geeneen zouden zien.

Toch nog opgewekt zijn wij vertrokken voor een wandeling van ongeveer 4 km langs paden en lanen, Romeinse dijkjes en werken van Frederik Hendrik. We liepen er al eerder, maar opnieuw werd geconstateerd hoe mooi en telkens anders de landgoederen Haanwijk en de Pettelaar steeds weer zijn. Maar daarover ging het ditmaal niet.

Amper op pad werd de voorspelling van onze leider gelogenstraft. In een van de vleermuiskasten aan het pand waarin het Romeinse museumpje is gevestigd zagen wij een dwergvleermuis (officieel volgens het internet: pipistrellus pipistrellus): hij sliep en was inderdaad erg klein.

Volgend element was een geurvlag van een vos, een licht ranzige, muskusachtige geur. Niet iedereen ving hem op, maar hij was er wel.

Op meerdere plekken zagen wij wissels, die door onze gids werden geduid. Soms was het das, vos, haas en/of ree (want ze lopen over elkaars paden), soms waren het kleinere dieren (“Kijk maar, hier is hij onder die braamtak door gelopen, een rat of een konijn, misschien een bunzing”).

Het duurde niet lang of we stuitten op de grote, omheinde dassenburcht. Staande op een door de dassen ter ere van hem opgeworpen zandberg vertelde Dassenman Ton ons het verhaal van de dassen in Brabant, dat in wezen zijn verhaal is. Hoe hij 30 jaar geleden samen met zijn vrouw drie verweesde dassen - waarvan de moeder was doodgereden - hier uitzette, na noeste arbeid om een veilige plek te creëren. Hoe binnen een maand een van de drie dassen dood was, ver weg aangereden en zwaargewond teruggestrompeld naar de burcht om daar te sterven. Ook natuur is drama. Hoe het programma werd volgehouden en hoe nu - dankzij zijn project - de das in groten getale terug is in Brabant. Dan heb je iets gedaan wat er toe doet!

Verder lopend kwamen we een dassendrol tegen in een kuiltje, en later een vossendrol waaraan de vos geen puntje had gedraaid. Een lijsterbes met wrijfschade van een reebok. En bij Oud Herlaer de prent van een vos (je kunt een kruis leggen over de kussentjes), en ook die van een rat. En van watervogels.

De spiekbrief was niet nodig.

Intussen luisterden we tussen het praten door ook wel naar de vogels, stiekem want het was zoogdieren vandaag. Men hoort o.a. zwartkop, merel, grote lijster (die, zegt Michel, anders dan de zanglijster dan weer niet in herhaling vervalt - verwarring en vertwijfeling), en natuurlijk de ratelende winterrrrrkoning, de erratische roodborst, koolmezen (fietspomp), en men zei een specht (dewelke?) te zien die gewoon uit zijn holletje kwam.

Ook zagen we rotte, holle bomen als voedselvoorraadkast voor spechten en dassen. En voor insecten natuurlijk, maar dat is voor de volgende keer (over drie weken).

Zelfs planten kregen aandacht. De echte, en de dagkoekoeksbloem (in paars én wit) die na knijpen meestal mannetjes bleken te zijn, look zonder look, phacelia (fijn voor bijen), longkruid (niet fijn voor de tuin), bloeiende lissen. En heel veel bramen.

Qua zoogdieren ontmoetten we behalve exemplaren van de homo sapiens ook honden (canis lupus familiaris) en paarden (equus caballus). Ook loslopende honden, in dassen country nog wel… De mevrouw werd daarop aangesproken door Michel én De Dassenman zelf, hetgeen niet niks is. Maar de boodschap kwam niet aan. (“Ik woon hier al 20 jaar en ze doen niks.“)

En niet te vergeten: we hadden weer de twee-wekelijks geplande ontmoeting met het ree. Fantastisch mooi. Het bleek een reegeit te zijn, want er was geen gewei zichtbaar. En dat zou er in deze tijd wel moeten zijn, bij een bok.

Na nog een stukje oude dijk bij Haanwijk - ook die al ondergraven door dassen, het moet niet gekker worden, Ton! - waren wij rond 11:30 weer terug op het vertrekpunt.

Een prachtige wandeling met mooie verhalen. Met de avondsessie over zoogdieren van afgelopen woensdag genoeg aanleiding om met een nog nieuwsgieriger blik de natuur van Gestel en omstreken te beleven.

Dank aan Ton Popelier en het Cursusteam van Natuurgroep Gestel!

(Verslag: Peter Louwers)



 

Verslag lezing “Gallen, fascinerende co-producties” door Rini Kerstens

Op 16 mei jl. bezochten mijn vader en ik als echte fans van Rini de lezing over dit onderwerp. De opkomst van toehoorders viel een beetje tegen. De lage opkomst had ongetwijfeld te maken met de TV-uitzending van de selectieronde voor het songfestival, waarin Duncan Lawrence zich zou kandideren voor de finale. En inmiddels weten we dat hij zich de trotse winnaar mag noemen van het Eurosongfestival 2019.

Rini beloofde ons “gek te maken” vanwege de veelheid & breedte van het onderwerp Gallen. En daar had hij niets teveel over gezegd…

Rini begon zijn verhaal met de verschillende definities over gallen volgens o.a. Van Dale en Wikipedia. De definitie van de Duitse Heiko Bellmann had toch wel de beste lading: “Gallen sind Wachstumreaktionen einer Pflanze, die durch einen fremden Organismus herforgerufen werden. Dieses Wachstum is zeitlich und raümlich begrenzt. Das durch die Gallbildung veränderte oder neu gebildete Pflanzengewebe dient dem Gallbewoner als Nahrung und bietet einen sicheren Unterschlupf”. Ofwel het gaat om interactie tussen verwekker en plant waarbij de gal dient als herberg, die als behuizing en voedsel wordt gebruikt door de verwekker.

Gallen ontstaan doordat een ander levend wezen in de waardplant binnendringt en er een eitje (of eitjes) afzet. Die aantasting laat de gastheer niet koud, maar roept een reactie op die voor vervormingen of nieuwvormingen zorgt. Galverwekkers kunnen bacteriën, schimmels en dieren zijn (aaltjes, mijten, bladluizen, tripsen, kevers, muggen, vlinders, wespen). Bij het ontstaan van gallen is sprake van chemische interactie. De biochemische prikkel is afkomstig van de verwekker. Per verwekker verschilt deze prikkel overigens. Gallen komen op veel uiteenlopende planten voor. Opvallend is dat de ene familie “gallenrijker” is dan de andere. Rijk aan gallen zijn de berk (vooral galmijten en galmuggen), populier (galmuggen en bladluizen), wilg (galmuggen en galvormende bladwespen), vertegenwoordigers uit de rozenfamilie en de eik (vooral galwespen). Gallen komen op alle plantendelen voor: op het blad, in/aan de wortel, stengel, knoppen, bloemen en vruchten. Een bepaalde verwekker zal bijna altijd bij een vast deel van de waardplant een gal veroorzaken.

Een aantal galsoorten kent een generatiewisseling. Zo komen uit de galappels in het najaar vrouwtjes tevoorschijn. Die leggen (zonder bevruchting) eitjes op de oudere stam van eikenbomen en daar ontwikkelen zich kleine “ fluweelgalletjes”. Uit de eitjes komen in het voorjaar vrouwtjes en mannetjes tevoorschijn. Na paring leggen de vrouwtjes bevruchte eitjes aan de onderkant van een eikenblad. Daar ontwikkelt zich een galappel waaruit alleen maar vrouwtjes tevoorschijn komen!

Ook is er bij sommige gallen sprake van waardplantwisseling. Zo zien we bij de sparrengalluis dat een generatie de spar als gastheer heeft, de andere generatie de lariks.

Wat een veelzijdig en boeiend onderwerp! Het was weer een geslaagde lezing!

Chantal Dietvorst



 

Vijfde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Woensdag 8 mei 2019 was het weer zover. Natuurgroep Gestel uit Sint.-Michielsgestel organiseert iedere tweede woensdag van de maand deze wandeling. Dat was dus op 8 mei. Er wordt dan gewandeld en aandacht geschonken aan de natuur. Leden en niet-leden van de Natuurgroep zijn van harte welkom. Ongeveer het slechtste weer was voorspeld en buienradar deed ook driftig mee. Dat moet de reden geweest zijn dat er maar 51 senioren naar de Sporthal aan de Eikenlaan waren gekomen.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Excursie in de Vughtse Gement op 20 april 2019

Maar liefst 26 natuurliefhebbers verzamelden zich op het P-terrein aan de Deutersestraat. Vanaf hier startte de natuurwandeling over de Honderdmorgense Dijk. De wandeling stond onder leiding van Fons Mandigers, gebiedsmanager bij de vereniging voor Natuurmonumenten.

Fons vertelde ons uitgebreid over de ontwikkelingsgeschiedenis van de Vughtse Gement als onderdeel van het grote waterbergingsgebied HoWaBo (Hoogwateraanpak ’s-Hertogenbosch).
We wandelden bij zonnig weer, maar de natuurontwikkeling was enigszins vertraagd door de koude nachten en weinig regen in April. Dus nog geen orchideeën te zien.
De polder Honderd Morgen is een gedeelte van de Vughtse Gement. In dit gebied werden gronden gefaseerd afgegraven. Van voormalige landbouwpercelen werd de voedselrijke bovenlaag, ongeveer 40 cm, verwijderd en zo tegelijk het maaiveld verlaagd. Op die manier worden voor de natuur de benodigde voedselarme en natte omstandigheden gecreëerd. Een groot gebied is geschikt gemaakt als buffer voor hoogwater. Het gebied is onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur en van Natura 2000 het Europese ecologische netwerk. Het terugbrengen van het blauwgrasland stond hoog op de lijst van nationale natuurprojecten. De natuur paste zich snel aan bij de afgegraven polders. Het landschap veranderde. Wortels van planten komen veel dichter bij het schone kalkrijke kwelwater te staan. Dat betekende veel bloemen en plantensoorten en die trekken weer insecten, vlinders, vogels, hazen en reeën aan.
Met maaisel uit de Moerputten en het Bossche Broek, maar ook uit de omgeving van Nijmegen, waar nog blauwgraslanden aanwezig zijn, werd het proces versneld om die graslanden te ontwikkelen.
Een blauwgrasland is vochtig schraalland. De blauwe zegge geeft het gras een blauwe waas, waaraan het haar naam ontleent. Hierin komen vele zeldzame planten voor zoals Blauweknoop, Moerasviooltje, Spaanse ruiter en enkele soorten Orchideeën, waaronder de gevlekte Orchis. Op percelen, 20 ha., waar de bovenste grondlaag was verwijderd werd maaisel en plagsel in rollen vervoerd en met rieken verspreid (veel vrijwilligers nodig!). Het bevat een mengsel van plantenzaden en plantenresten, maar ook schimmels die nodig zijn voor de kieming van zaden en als voedsel voor andere organismen. Na één jaar was de eerste ontkieming al zichtbaar.

Een boswachter heeft zelfs een apparaat ontworpen, een speciale zelfgemaakte riek waarmee “tegels” grond van een vierkante meter uit de Moerputten werden gehaald. Vervolgens bracht hij 60 plakken met wortel en al op reeds afgegraven percelen in de Honderd Morgen. Zo transplanteerde hij het bodemleven van het blauwgrasland. In dit grote project werkten o.a. de volgende organisaties samen: Natuurmonumenten – Staatsbosbeheer – Waterschap Aa en Maas – De Provincie N.B. en omringende gemeenten.
We waren getuige van een herinrichting van het landschap waarin landbouw, natuur en waterberging in een nieuwe verhouding tot elkaar staan. De nieuwe kaden voegen een beeldbepalend landschapselement toe.
Regelmatig werd gepauzeerd om het gebied, al of niet met verrekijkers, af te speuren op vogels en te genieten van o.a. de Watersnip, Veldleeuwerik, de Kievit.
Met dank aan Fons namen we afscheid van dit bijzondere natuurgebied.

Peter Janssen



 

Vierde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Haanwijk 4A, het buitenlokaal van de stichting Brabants Landschap, was deze keer de plek waar de natuurwandelaars op woensdag 10 april samen kwamen om hun maandelijkse wandeling te gaan maken. Michel en Hugo van Natuurgroep Gestel waren de gidsen bij een van de drie groepen. Verslaglegger sloot zich aan bij deze groep. Het weer? Volgens Michel ‘mooi december weer’. Mooi gesproken, daar kun je van alles bij denken. Wel fris, nagenoeg geen wind en droog. Maar wel 87 deelnemers. Dit getal 87 zegt, wat het weer betreft, meer dan genoeg.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Derde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Senioren uit Sint-Michielsgestel en omgeving, lid of geen lid, waren via mails of anderszins uitgenodigd om op de tweede woensdag van de derde maand van dit jaar deel te nemen aan de maandelijkse natuurwandeling. Dat was dan op 13 maart. De 13e? Nee, natuurlijk niet. Wij geloven niet in sprookjes. Zeker, het regende die ochtend. Flink zelfs. Dat moet ook. Tussen 1 oktober en 1 april moet het diepere grondwater worden aangevuld om daarvan de komende zomer gebruik te kunnen maken.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Natuurgroep Gestel Bouwt Nestelplaatsen voor de Wilde Bij

Op zaterdag 16 mei was het NLDoet, de landelijke vrijwilligersdag. Deze dag hebben we gebruikt om als Natuurgroep Gestel mee te doen aan de Bijenwerkdag. In Park De Beek, achter tennispark De Beek willen we een aantal nestplaatsen voor bijen bouwen. In dit park wordt door de gemeente namelijk al bloemvriendelijk gemaaid en er staan veel bij-vriendelijke bomen en struiken. Bovendien ligt volkstuinvereniging De Eigenheimer daar vlakbij. Voedsel voor bijen is daarom voldoende aanwezig, maar nestgelegenheid ontbreekt daar nog.
Van tevoren hadden Wopke Wijngaard en ik met de gemeenteambtenaar Carla Buijsman besproken wat wel en niet was toegestaan. Daarna hebben Gijs Sterks en Wopke in het park 5 plaatsen uitgezet waar de nestelplaatsen gemaakt konden worden.
Na wat oproepjes op onze website, in de Groentjes en op de ALV-vergadering hadden we uiteindelijk een flink clubje van 10 man en vrouw sterk.
De ochtend begon om half 10 met nogal druilerig weer, maar het klaarde al vrij snel op en we hebben zelfs een streepje zon gezien. En, zoals Christl opmerkte, als je eenmaal buiten aan de slag bent, valt de regen altijd enorm mee.
Wopke gaf ons uitleg over hoe de bijen in de aarde nestjes maken en eitjes leggen en gaf aanwijzingen hoe we de nestelplaatsen zo aantrekkelijk mogelijk kunnen maken voor de bijen. De bijen houden van veel los zand en van warmte.
Daarna begon ieder met zijn eigen schop/schep/spade de grond te bewerken.
Tot onze verrassing kwamen we op zo’n 70 cm diepte wit zand tegen. Hiermee hebben we vervolgens alle zandheuvels bedekt, om zo een fijn warm zandbedje te maken voor de bij.
De heuvels zijn daarna in rap tempo gebouwd. Toen Hennie rond half 11 met koffie en thee kwam hadden we al zeker drie heuvels af en de vierde al bijna.
Na nog een klein uurtje waren de vijf heuvels klaar. Iedereen kreeg als dank een bijenwaaier van het Brabants Landschap en ging weer huiswaarts. Nu gaan we er nog een informatiebordje bijplaatsen, zodat ook langslopende wandelaars weten waar de 5 zandheuvels voor zijn. En we willen dit voorjaar nog een bijenhotel plaatsen. Als het zover is, laten we het weer weten via onze website.
Dank aan alle vrijwilligers!
Wil je weten hoe je de wilde bij kunt helpen? Kijk op de website van Nederland Zoemt.

Cilia Beijk



 

Verslag Jeugdnatuurgroep 2 maart 2019
“Speuren naar Sporen”

De beide woorden van het onderwerp van vandaag mogen dan wel een mooie alliteratie vormen, de praktijk kan inhoudelijk weerbarstig zijn. Want echte diersporen zijn niet veelvuldig op onze bospaden te vinden. Poot- en/of nagelafdrukken van de vos zijn sporadisch te vinden, die van de das en de ree iets vaker, maar nog altijd spaarzaam. Je kunt het kinderen niet aandoen om, zoals experts, alleen naar zulke pootsporen te zoeken. De leiding heeft het dus terecht in veel breder verband gezocht, zodat het speuren voor de kinderen echt aantrekkelijk wordt.

Het is carnavalzaterdag en ook de weersverwachting is “regenachtig”. Het wordt dus spannend hoeveel kinderen dan komen opdraven! Dat valt alleszins mee: 13 in getal mag Michel er verwelkomen. 13?! oei, daar moeten we iets aan doen: weet je wat, we tellen de ouders gewoon even mee: die zien er toch allemaal nog jong uit en klaar is Kees.

Goed, de inschrijving/betaling van onze jonge gasten gaat vlot, dank zij het loket-Rien. Alle kinderen zoeken vervolgens een plek aan de tafel, waar Annetje haar toepasselijke verhaal afsteekt over speuren en sporen.
Het is altijd weer een aangename verrassing om vast te stellen dat kinderen echt luisteren, want als Annetje een vraag stelt, gaan er meestal wel een paar vingers omhoog en volgt regelmatig het juiste, of in ieder geval een relevant antwoord.

Na de inleidende sessie gaat het gezelschap boswaarts. Michel deelt nog even emmertjes uit om bepaalde vondsten daarin mee terug te kunnen nemen.

Onder een boom ligt een pakketje duivenveren. Dat is ons eerstgevonden spoor: die veren geven aan dat daar een duif is opgegeten door ofwel een vos of een roofvogel. Als het een vos zou zijn geweest, moeten de veren afgebeten zijn; een roofvogel trekt de veren uit z’n prooi. Hier is het laatste het geval: een roofvogel dus. Kinderen vinden het wellicht zielig voor die duif, maar ze moeten toch weten dat zulke voorvallen nu eenmaal bij de natuur horen.
Even verder staat een hulststruik (hulst blijft ook ’s winters groen!) en daar stelt Michel vast en laat dat de kinderen zien, dat in enkele bladeren de mineervlieg bezig is geweest: zijn larven hebben gangen tussen beide lagen bladgroen gemaakt om het bladgroen te kunnen opeten. Je ziet ook duidelijk de poepjes die de larve achter zich heeft gelaten. Dat zijn ook sporen!
Nu we toch voor de hulst staan wijst Michel de kinderen op een ander fenomeen: verdroogde hulstblaadjes geven piepkleine paddenstoeltjes te zien, die de grappige naam “hulstdekselbekertjes” mogen dragen.

Vervolgens treffen we houtwormsporen op vermolmde bomen aan. Maar ook een boom met de sporen van de boktor.
En vanzelfsprekend zien we op onze tocht ook sporen van muizen en mollen in de vorm van muizenholletjes en molshopen. Bij een boom lagen lege notendoppen: muizenwerk!

Wat heel leuk is, is de redelijk dikke boom, waaromheen duidelijk dassen tikkertje hebben gespeeld: de grond om de boom is helemaal kaal en glad.
Ook sporen van de letterzetter, een keversoort, treffen we in een prachtige knoest met losse schors aan.
Voorts en ook altijd weer leuk: de jaarringen van een (helaas?) omgezaagde beuk bekijken of proberen te tellen.
En dan komt één van de grappigste “sporen”, n.l. die van de zogenaamde smidse. Die zit in een boom met flinke groeven zoals een acacia en een eik die hebben. Je ziet tussen die groeven soms een dop van een beukennoot, hazelnoot of een eikelgedeelte geklemd. Dat is spechtenwerk: hij kan de inhoud van een noot of eikel pas verorberen als de buitenzijde eraf is. En hoe kun je dat “pellen” beter doen dan zoiets lekkers ergens tussen vastklemmen en dan erop hameren ( vandaar de naam “smidse”) totdat de buitenkant van noot of eikel het begeeft!

Dan komen we aan op een min of meer open deel van het bos met alleen wat hoge beukenbomen, waaronder niets groeit en is het tijd om daar een leuk spel te beginnen! Michel gaat het uitleggen: we maken een grote kring, gevormd door allemaal heel hongerige vossen en in het midden staat een zielig konijn; zielig, want het is ook nog geblinddoekt. Eén van de vossen voelt z’n maag zo knorren dat die gaat proberen het konijn aan te tikken, te “vangen”. Maar het konijn mag dan wel niets kunnen zien, maar des te beter kan het horen, dank zij z’n grote oren! Als het konijn dan een takje of wat oneffen gelegen blaadjes hoort kraken, dan wijst het met één “poot” naar de richting van de vos en die kan z’n maag dus niet vullen. Misschien een andere vos? Als die het lukt om het konijn “ongehoord” te benaderen en aan te tikken, tja, dan is het konijn de klos en wordt dan ineens omgetoverd tot een vos in de kring en is een ander het konijn.

Na dat spel is even verderop “onze” zitboom bereikt: een lange dikke eikenboomstam, waarop de kinderen allemaal een mooi zitplaatsje vinden, om vervolgens te luisteren naar een sprookje dat Annetje zal voordragen. Het gaat deze keer om een ontevreden jonge kraanvogel die uiteindelijk via de altijd weer wijze uil een goed advies krijgt en een toch tevreden kraanvogeltje wordt.

Daarna gaan we naar de dassenburcht die op Haanwijk te vinden is. Het is een bosgedeelte dat omrasterd is om geen buitenstaanders het gebied te laten betreden. Maar er is ook een dassengang (een pijp genaamd), onder het gaas door, vlak naast het bospad te zien. Michel laat de kinderen er omheen staan en vertelt wat wetenswaardigs over de das. Wat daarbij voor de kinderen er uit springt is dat Michel laat weten dat, als een das vanavond deze pijp als uitgang zou willen nemen, hij zich toch daaruit zal terugtrekken, omdat hij, na vooraf de lucht te hebben ingesnoven, ruikt dat er mensen geweest zijn! Dus zal hij een andere uitgang nemen om in die nacht te gaan fourageren. Pootafdrukken (eindelijk dan èchte pootafdrukken!) verraden ook al de aanwezigheid van de das bij de betrokken pijp.

Na dit interessante deel van onze sporenwandeling gaan we de terugweg aanvaarden, totdat Michel ineens stil blijft staan en onze jonge vrienden en vriendinnen de vraag stelt of ze misschien ook een zoogdier kennen dat kan vliegen. Nou, enkele kinderen (misschien wel die welke al eens meegewandeld hebben) geven het juiste antwoord, wellicht mede geïnspireerd door de vleermuizenkast waar wij vlak onder staan. Ook daar is een spoor te zien, want onderaan de kast ziet iedereen witte vlekken: uitwerpsels van de vleermuis en dus kunnen we vaststellen dat deze zoogdiertjes er in hebben gezeten of wellicht er nog in zitten.

Na terugkeer zitten allen kinders rond de tafels om limonade te drinken die Bozena druk ronddeelt en om een tekening van o.a. een muizenkop in te kleuren en uit te knippen. Daar kunnen ze dan een masker van maken. Er wordt dus veel gekleurd, geknipt, kortom gefröbeld, zoals dat vroeger genoemd werd. En de ouders? Die helpen hun kroost zo nu en dan en zij krijgen van ons een kop koffie of thee met natuurlijk een koekje voor alle aanwezigen.

Rond vier uur zijn alle maskers en tekeningen wel klaar en dus wordt er dan afscheid genomen, heel vaak met een “dankjewel!”. Nou, wij zeggen “dankjewel” terug voor de komst! En graag tot 6 april a.s.

Nadat al onze gasten en gastjes verdwenen zijn, wordt er nog een heleboel activiteit ontplooid, want we mogen Brabants Landschap niet met onze rommel opzadelen. Dat houdt o.a. in: potloden en kleurstiften verzamelen en in de daarvoor bestemde dozen terugleggen, scharen idem, knipsels in de prullenbak, tafels schoonmaken (er wordt wel eens met limonade geknoeid), tafels waar nodig terugplaatsen, stoelen stapelen, de vloer vegen, kopjes en bekers verzamelen, afwassen en verzamelen in kratten, tezamen met thermoskannen van de koffie en thee, etc. Dit alles gaat ofwel naar de zolder of het wordt mee naar huis genomen door Michel. Het spreekt vanzelf dat dit alles min of meer het omgekeerde is van hetgeen moet gebeuren voordat om 14 uur iedereen verwelkomd kan worden!

Tja, dit is dan mijn laatste bijdrage aan Jeugdnatuurgroep. Ongetwijfeld zal ik m’n (speur?)neus nog wel eens om een hoekje steken om te zien of alles nog wel goed gaat (ja ja!) en om een lekker kopje koffie te halen. Mocht ik daarbij te veel voor jullie voeten lopen of opmerkingen hebben (je weet maar nooit…), welnu, er is altijd nog een bezemkast, die ik nog goed ken, zij het in een andere context…..

Het ga jullie en de Jeugdnatuurgroep in alle opzichten goed!

Hugo Landheer, 5 maart 2019



 

Tweede seniorenwandeling 2019

Deze keer, 13 februari 2019, was het vertrek van de seniorenwandeling vanaf de sporthal ‘Theereheide’, Eikenlaan 5, in Sint-Michielsgestel. Toen verslaglegger thuis die morgen om acht uur de tv-zender NPO-1 beluisterde, begon de nieuwslezer letterlijk met: ‘bewolkt, 8 tot 10 graden’. Dat was het! Toen pas volgde het nieuws, maar ik wist genoeg. Geen problemen met het weer vandaag. Natuurlijk was het om 10 uur nog ietwat fris, maar uitstekend wandelweer. Er werd, vermoed ik, ook nog een nieuw record gevestigd. Het aantal deelnemers deze keer was moeilijk te tellen. Daarom moest er een schatting worden gemaakt; ongeveer 90 belangstellenden. Echt geweldig!

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Braakballen pluizen met de Jeugdnatuurgroep

De 2e februari, datum van de eerste Jeugdnatuurgroep-samenkomst van 2019, was nou niet direct een zonovergoten dag. Het was een beetje druilerig; zo eentje waarbij je je afvraagt of er nu wel veel kinderkens tot ons zullen komen. Wèl dus: 19 in getal! Voorwaar, toch een mooie opkomst.
Het onderwerp van deze middag was dan ook wel aantrekkelijk: het zoeken van uilenbraakballen en de gevonden grijze, ietwat langwerpige eetrestanten vervolgens uitpluizen met pincet en kindervingertjes.

Dit alles ging de kinderen goed af en zo werden heel wat geheimen in de zin van “wat heeft deze uil zoal verorberd?”, ontraadseld, zo bleek tijdens de zitting. Natuurlijk was er daarbij dan ook de geweldige en onontbeerlijke hulp van Toon Ondersteijn, die bij het uitpluiswerk steeds tafelrondjes maakte om aan te geven welke botjes van welke muissoort afkomstig waren. Leuk dat ook de volwassenen zich daarbij niet onbetuigd lieten en al even hard en enthousiast meededen! Een moeder die met kind voor de eerste keer kwam zei spontaan en ongevraagd dat ze het “súperleuk” vond. Een beter compliment konden Toon en wij ons niet wensen!

Maar nu lopen wij wel een eindje voor de muziek uit, want enkele voorafgaande zaken mogen beslist niet onvermeld blijven:
Bij binnenkomst moest eerst afgerekend worden i.v.m. het nieuwe jaar: de ouders konden kiezen tussen betaling voor een eenmalig bezoek à € 2 per kind en voor een jaar”abonnement” van € 10 voor een gezin. Bij de inschrijvingstafel was het dan ook een drukte van jewelste. Maar alles verliep natuurlijk in de beste harmonie en op rolletjes: Wilma kwijtte zich, als opvolgster van Henriëtte die ons eind 2018 helaas heeft moeten verlaten, uitstekend van haar nieuwe taak als “incasseuse”.

Nadat alle kinderen en hun begeleider(s) een plaatsje aan een tafel hadden ingenomen, had Annetje, als altijd, twee taken: eerst werd onze speciale gids van deze middag, Toon Ondersteijn, hartelijk verwelkomd en voorgesteld met: “Toon weet alles over uilen” waarop Toon riposteerde met “nou, bìjna alles!”.
En haar tweede opgave was een inleidend woord over uilen in z’n algemeenheid uit te spreken en ze stelde de kinderen daarbij ook enkele gerichte vragen, zoals “waar wonen uilen?” en “wat eten ze?”. Daarop kwamen prompt leuke antwoorden!
Vervolgens kwam Toon nog kort aan het woord met als voornaamste onderwerp: informatie over braakballen (waarom maken sommige dieren braakballen?) en speciaal die welke door uilen geproduceerd worden.

Toen werd het tijd om het bos eer aan te doen met het zoeken naar braakballen. Tevoren werd door Annetje aan de wat grotere kinderen gevraagd om ook de jongste kinderen een kans te geven door niet meer dan 3 à 4 braakballen in het mee te krijgen emmertje te stoppen. Iedereen heeft zich daaraan keurig gehouden, want alle kinderen hadden een oogst binnen, zo bleek.
Bij terugkomst werden de junioren verrast met een prachtige kleurige, afwasbare, plastic beker limonade “Ranja” en de ouderen kregen koffie of thee. En dit alles natuurlijk vergezeld van een kuukske.

Tijdens het uiteenrafelen van uilenballen werden soms leuke dingen ontdekt, zoals een kaakgedeelte van een bruine rat! Nu dus eens geen muis, maar een iets grotere prooi die kennelijk ook niet te versmaden bleek! Door ouders werden foto’s gemaakt, dus kinderen en botjes werden vereeuwigd.

Zo tussen half vier en vier uur vonden de meeste kinderen het voor vandaag welletjes. De aangetroffen botjes mochten worden mee naar huis genomen en daartoe kreeg iedereen een plastic zakje uitgereikt, waarna afscheid van ons werd genomen.
Wij denken dat veel niet-jaarabonnees nog vaker zullen terugkomen, gelet op alle positieve commentaar op deze middag.
Ook zij zijn op 2 maart a.s. van harte welkom op de sessie “Speuren naar sporen”!

Na de laatste bezoekers weg waren werd opgeruimd, schoongemaakt, afgewassen en tenslotte werd, met aanwezigheid van Toon, nog even nagepraat en deze middag geëvalueerd. Bij die zitting werd Toon, nogmaals onder dankzegging, een boekenbon gepresenteerd die in dank werd aanvaard. Ook kregen we de belofte dat Toon eveneens in 2020 ons weer zal vereren met zijn uilenexpertise op een Jeugdnatuurgroep-dag. Dank bij voorbaat Toon!

Hugo Landheer, 03-02-2019.



 

Eerste seniorenwandeling Natuurgroep Gestel in 2019

Om 10.00 uur van de 9e januari was het weer vrijwillig aantreden voor de maandelijkse seniorenwandeling van Natuurgroep Gestel in Sint Michielsgestel. Het vertrek was deze keer bij het buitenlokaal van het Brabants Landschap, gelegen in het buitengebied Haanwijk (4a) in Gestel. Verslaglegger is veelal 20 minuten vóór het vertrek daar aanwezig. Ook deze keer. Zes personen waren er al. Leuk om te zien hoe dan in 10 minuten, net voor vertrektijd, zo’n 75 enthousiastelingen komen aanrijden; velen op de fiets ......

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Een overzicht van lezingen en excursies in 2018