headerfoto

Verslagen

    home > Verslagen >

18 juni 2019: Lezing ‘het nachtelijke leven van uilen’

Door Katja Kleinveld

Op 18 juni jl. stond de lezing over uilen op het programma. Dat dit een onderwerp is dat tot de verbeelding spreekt, bleek door het aantal deelnemers aan deze lezing: 46 personen waren aanwezig. Ook Toon Ondersteijn, door Brabants Landschap uitgeroepen tot Uilenbeschermer van het Jaar 2018, was van de partij.

Na een introductie door Marco Renes, veldmedewerker soortenbescherming Landschapsbeheer bij Brabants Landschap, werden al snel wat feiten en data met ons gedeeld. Wereldwijd zijn er 202 soorten uilen, waarvan er 9 in Nederland voorkomen, waarvan er 7 broedsoorten zijn.

De ogen van de uil hebben nauwelijks licht nodig. Ze zien vooral zwart wit en hebben een beperkt gezichtsveld. Ter compensatie kunnen ze hun kop bijna 360 graden draaien. Uilen hebben in hun vleugels een soort weerhaakjes en dons, waardoor ze geruisloos kunnen vliegen. Tevens hebben ze een keerteen die ze naar achteren kunnen draaien zodat ze hun prooi makkelijker kunnen grijpen.

Na deze introductie kwamen de diverse soorten uilen die in Nederland voorkomen ter sprake.

Zo passeerden de ransuil, bosuil, oehoe en velduil de revue, elke soort heeft zijn eigen karakteristieken. De ransuil ‘steelt’ een bestaand nest van een andere vogel maar nestelt in steden ook in gevlochten manden van zo’n 30 centimeter (die door vrijwilligers zijn opgehangen). De bosuil is de meest algemene uil in Nederland en broedt al vroeg in het jaar. De jongen van de oehoe springen uit het nest (dat ongeveer 1 vierkante meter groot is) en groeien op de grond op. De velduil is overdag actief, en leidt een zwervend bestaan.

De kerkuil en de steenuil zijn uilen die vaak met de mens staan afgebeeld.

Kerkuilen zijn echte nachtuilen. Ze kunnen slecht tegen de kou en zitten het liefste binnen. 89% van hun voedsel bestaat uit muizen (veld-, bos- en huisspitsmuizen). In Brabant zijn zo’n 2300 geregistreerde velduil nestkasten en 435 broedparen. 80-90% van de broedparen broedt in nestkasten. Het gebruik van muizengif heeft een grote impact op de kerkuilen stand.

De kleinste uil in Nederland is de steenuil. De steenuil is overdag actief en leeft in nestkasten of oude boomgaarden rondom huizen en erven. Steenuiltjes houden van de zon en eten veelzijdige prooien (rupsen, mestkevers, wormen etc.). Steenuilen zijn trouwe uilen, en hebben een vaste partner. Ze zijn erg close met elkaar en verzorgen de veren bij elkaar. Steenuilen zitten vaak in tochtige holtes en kunnen beter tegen kou dan tegen warmte. In Brabant waren in 2018 1192 geregistreerde broedgevallen, dat is ongeveer 15-20% van de totale populatie in Nederland. 65% van de steenuilen sterft in het eerste levensjaar in het verkeer. Andere bedreigingen zijn gif, verdrinking en planologische veranderingen (harde overgang van dorp naar het platteland). Kauwen en steenmarters proberen ook vaak de nestkasten van de steenuilen in te dringen. Om dat te voorkomen worden nestkasten uitgerust met een extra 3e schot zodat de steenmarters niet de nestkast in kunnen dringen. In Brabant zijn 3489 geregistreerde steenuil nestkasten.

Meer informatie over uilenbescherming is te vinden op Facebook in de groep Netwerk Uilenbescherming Brabant en op de website van het Brabants Landschap www.brabantslandschap.nl.



 

Zesde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

De tweede woensdag van de maand juni viel op de 12e en dat betekende natuurwandelen voor senioren georganiseerd door Natuurgroep Gestel in Sint-Michielsgestel. 63 deelnemers verzamelden zich bij het zwembad Zegenwerp. Dat betekent dan wandelen op Landgoed Zegenwerp. Klokslag 10.00 vertrokken wij met drie groepen. Verslaglegger sloot zich deze keer aan bij de groep van Michel. Het weer was deze keer niet om over naar huis te schrijven. Een lucht van licht tot donker grijs en de laatste 20 minuten een flinke bui. De koffie-met maakte aan het eind van de wandeling alles goed.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Verslag lezing “Gallen, fascinerende co-producties” door Rini Kerstens

Op 16 mei jl. bezochten mijn vader en ik als echte fans van Rini de lezing over dit onderwerp. De opkomst van toehoorders viel een beetje tegen. De lage opkomst had ongetwijfeld te maken met de TV-uitzending van de selectieronde voor het songfestival, waarin Duncan Lawrence zich zou kandideren voor de finale. En inmiddels weten we dat hij zich de trotse winnaar mag noemen van het Eurosongfestival 2019.

Rini beloofde ons “gek te maken” vanwege de veelheid & breedte van het onderwerp Gallen. En daar had hij niets teveel over gezegd…

Rini begon zijn verhaal met de verschillende definities over gallen volgens o.a. Van Dale en Wikipedia. De definitie van de Duitse Heiko Bellmann had toch wel de beste lading: “Gallen sind Wachstumreaktionen einer Pflanze, die durch einen fremden Organismus herforgerufen werden. Dieses Wachstum is zeitlich und raümlich begrenzt. Das durch die Gallbildung veränderte oder neu gebildete Pflanzengewebe dient dem Gallbewoner als Nahrung und bietet einen sicheren Unterschlupf”. Ofwel het gaat om interactie tussen verwekker en plant waarbij de gal dient als herberg, die als behuizing en voedsel wordt gebruikt door de verwekker.

Gallen ontstaan doordat een ander levend wezen in de waardplant binnendringt en er een eitje (of eitjes) afzet. Die aantasting laat de gastheer niet koud, maar roept een reactie op die voor vervormingen of nieuwvormingen zorgt. Galverwekkers kunnen bacteriën, schimmels en dieren zijn (aaltjes, mijten, bladluizen, tripsen, kevers, muggen, vlinders, wespen). Bij het ontstaan van gallen is sprake van chemische interactie. De biochemische prikkel is afkomstig van de verwekker. Per verwekker verschilt deze prikkel overigens. Gallen komen op veel uiteenlopende planten voor. Opvallend is dat de ene familie “gallenrijker” is dan de andere. Rijk aan gallen zijn de berk (vooral galmijten en galmuggen), populier (galmuggen en bladluizen), wilg (galmuggen en galvormende bladwespen), vertegenwoordigers uit de rozenfamilie en de eik (vooral galwespen). Gallen komen op alle plantendelen voor: op het blad, in/aan de wortel, stengel, knoppen, bloemen en vruchten. Een bepaalde verwekker zal bijna altijd bij een vast deel van de waardplant een gal veroorzaken.

Een aantal galsoorten kent een generatiewisseling. Zo komen uit de galappels in het najaar vrouwtjes tevoorschijn. Die leggen (zonder bevruchting) eitjes op de oudere stam van eikenbomen en daar ontwikkelen zich kleine “ fluweelgalletjes”. Uit de eitjes komen in het voorjaar vrouwtjes en mannetjes tevoorschijn. Na paring leggen de vrouwtjes bevruchte eitjes aan de onderkant van een eikenblad. Daar ontwikkelt zich een galappel waaruit alleen maar vrouwtjes tevoorschijn komen!

Ook is er bij sommige gallen sprake van waardplantwisseling. Zo zien we bij de sparrengalluis dat een generatie de spar als gastheer heeft, de andere generatie de lariks.

Wat een veelzijdig en boeiend onderwerp! Het was weer een geslaagde lezing!

Chantal Dietvorst



 

Vijfde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Woensdag 8 mei 2019 was het weer zover. Natuurgroep Gestel uit Sint.-Michielsgestel organiseert iedere tweede woensdag van de maand deze wandeling. Dat was dus op 8 mei. Er wordt dan gewandeld en aandacht geschonken aan de natuur. Leden en niet-leden van de Natuurgroep zijn van harte welkom. Ongeveer het slechtste weer was voorspeld en buienradar deed ook driftig mee. Dat moet de reden geweest zijn dat er maar 51 senioren naar de Sporthal aan de Eikenlaan waren gekomen.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Excursie in de Vughtse Gement op 20 april 2019

Maar liefst 26 natuurliefhebbers verzamelden zich op het P-terrein aan de Deutersestraat. Vanaf hier startte de natuurwandeling over de Honderdmorgense Dijk. De wandeling stond onder leiding van Fons Mandigers, gebiedsmanager bij de vereniging voor Natuurmonumenten.

Fons vertelde ons uitgebreid over de ontwikkelingsgeschiedenis van de Vughtse Gement als onderdeel van het grote waterbergingsgebied HoWaBo (Hoogwateraanpak ’s-Hertogenbosch).
We wandelden bij zonnig weer, maar de natuurontwikkeling was enigszins vertraagd door de koude nachten en weinig regen in April. Dus nog geen orchideeën te zien.
De polder Honderd Morgen is een gedeelte van de Vughtse Gement. In dit gebied werden gronden gefaseerd afgegraven. Van voormalige landbouwpercelen werd de voedselrijke bovenlaag, ongeveer 40 cm, verwijderd en zo tegelijk het maaiveld verlaagd. Op die manier worden voor de natuur de benodigde voedselarme en natte omstandigheden gecreëerd. Een groot gebied is geschikt gemaakt als buffer voor hoogwater. Het gebied is onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur en van Natura 2000 het Europese ecologische netwerk. Het terugbrengen van het blauwgrasland stond hoog op de lijst van nationale natuurprojecten. De natuur paste zich snel aan bij de afgegraven polders. Het landschap veranderde. Wortels van planten komen veel dichter bij het schone kalkrijke kwelwater te staan. Dat betekende veel bloemen en plantensoorten en die trekken weer insecten, vlinders, vogels, hazen en reeën aan.
Met maaisel uit de Moerputten en het Bossche Broek, maar ook uit de omgeving van Nijmegen, waar nog blauwgraslanden aanwezig zijn, werd het proces versneld om die graslanden te ontwikkelen.
Een blauwgrasland is vochtig schraalland. De blauwe zegge geeft het gras een blauwe waas, waaraan het haar naam ontleent. Hierin komen vele zeldzame planten voor zoals Blauweknoop, Moerasviooltje, Spaanse ruiter en enkele soorten Orchideeën, waaronder de gevlekte Orchis. Op percelen, 20 ha., waar de bovenste grondlaag was verwijderd werd maaisel en plagsel in rollen vervoerd en met rieken verspreid (veel vrijwilligers nodig!). Het bevat een mengsel van plantenzaden en plantenresten, maar ook schimmels die nodig zijn voor de kieming van zaden en als voedsel voor andere organismen. Na één jaar was de eerste ontkieming al zichtbaar.

Een boswachter heeft zelfs een apparaat ontworpen, een speciale zelfgemaakte riek waarmee “tegels” grond van een vierkante meter uit de Moerputten werden gehaald. Vervolgens bracht hij 60 plakken met wortel en al op reeds afgegraven percelen in de Honderd Morgen. Zo transplanteerde hij het bodemleven van het blauwgrasland. In dit grote project werkten o.a. de volgende organisaties samen: Natuurmonumenten – Staatsbosbeheer – Waterschap Aa en Maas – De Provincie N.B. en omringende gemeenten.
We waren getuige van een herinrichting van het landschap waarin landbouw, natuur en waterberging in een nieuwe verhouding tot elkaar staan. De nieuwe kaden voegen een beeldbepalend landschapselement toe.
Regelmatig werd gepauzeerd om het gebied, al of niet met verrekijkers, af te speuren op vogels en te genieten van o.a. de Watersnip, Veldleeuwerik, de Kievit.
Met dank aan Fons namen we afscheid van dit bijzondere natuurgebied.

Peter Janssen



 

Vierde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Haanwijk 4A, het buitenlokaal van de stichting Brabants Landschap, was deze keer de plek waar de natuurwandelaars op woensdag 10 april samen kwamen om hun maandelijkse wandeling te gaan maken. Michel en Hugo van Natuurgroep Gestel waren de gidsen bij een van de drie groepen. Verslaglegger sloot zich aan bij deze groep. Het weer? Volgens Michel ‘mooi december weer’. Mooi gesproken, daar kun je van alles bij denken. Wel fris, nagenoeg geen wind en droog. Maar wel 87 deelnemers. Dit getal 87 zegt, wat het weer betreft, meer dan genoeg.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Derde seniorenwandeling 2019 Natuurgroep Gestel

Senioren uit Sint-Michielsgestel en omgeving, lid of geen lid, waren via mails of anderszins uitgenodigd om op de tweede woensdag van de derde maand van dit jaar deel te nemen aan de maandelijkse natuurwandeling. Dat was dan op 13 maart. De 13e? Nee, natuurlijk niet. Wij geloven niet in sprookjes. Zeker, het regende die ochtend. Flink zelfs. Dat moet ook. Tussen 1 oktober en 1 april moet het diepere grondwater worden aangevuld om daarvan de komende zomer gebruik te kunnen maken.

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Natuurgroep Gestel Bouwt Nestelplaatsen voor de Wilde Bij

Op zaterdag 16 mei was het NLDoet, de landelijke vrijwilligersdag. Deze dag hebben we gebruikt om als Natuurgroep Gestel mee te doen aan de Bijenwerkdag. In Park De Beek, achter tennispark De Beek willen we een aantal nestplaatsen voor bijen bouwen. In dit park wordt door de gemeente namelijk al bloemvriendelijk gemaaid en er staan veel bij-vriendelijke bomen en struiken. Bovendien ligt volkstuinvereniging De Eigenheimer daar vlakbij. Voedsel voor bijen is daarom voldoende aanwezig, maar nestgelegenheid ontbreekt daar nog.
Van tevoren hadden Wopke Wijngaard en ik met de gemeenteambtenaar Carla Buijsman besproken wat wel en niet was toegestaan. Daarna hebben Gijs Sterks en Wopke in het park 5 plaatsen uitgezet waar de nestelplaatsen gemaakt konden worden.
Na wat oproepjes op onze website, in de Groentjes en op de ALV-vergadering hadden we uiteindelijk een flink clubje van 10 man en vrouw sterk.
De ochtend begon om half 10 met nogal druilerig weer, maar het klaarde al vrij snel op en we hebben zelfs een streepje zon gezien. En, zoals Christl opmerkte, als je eenmaal buiten aan de slag bent, valt de regen altijd enorm mee.
Wopke gaf ons uitleg over hoe de bijen in de aarde nestjes maken en eitjes leggen en gaf aanwijzingen hoe we de nestelplaatsen zo aantrekkelijk mogelijk kunnen maken voor de bijen. De bijen houden van veel los zand en van warmte.
Daarna begon ieder met zijn eigen schop/schep/spade de grond te bewerken.
Tot onze verrassing kwamen we op zo’n 70 cm diepte wit zand tegen. Hiermee hebben we vervolgens alle zandheuvels bedekt, om zo een fijn warm zandbedje te maken voor de bij.
De heuvels zijn daarna in rap tempo gebouwd. Toen Hennie rond half 11 met koffie en thee kwam hadden we al zeker drie heuvels af en de vierde al bijna.
Na nog een klein uurtje waren de vijf heuvels klaar. Iedereen kreeg als dank een bijenwaaier van het Brabants Landschap en ging weer huiswaarts. Nu gaan we er nog een informatiebordje bijplaatsen, zodat ook langslopende wandelaars weten waar de 5 zandheuvels voor zijn. En we willen dit voorjaar nog een bijenhotel plaatsen. Als het zover is, laten we het weer weten via onze website.
Dank aan alle vrijwilligers!
Wil je weten hoe je de wilde bij kunt helpen? Kijk op de website van Nederland Zoemt.

Cilia Beijk



 

Verslag Jeugdnatuurgroep 2 maart 2019
“Speuren naar Sporen”

De beide woorden van het onderwerp van vandaag mogen dan wel een mooie alliteratie vormen, de praktijk kan inhoudelijk weerbarstig zijn. Want echte diersporen zijn niet veelvuldig op onze bospaden te vinden. Poot- en/of nagelafdrukken van de vos zijn sporadisch te vinden, die van de das en de ree iets vaker, maar nog altijd spaarzaam. Je kunt het kinderen niet aandoen om, zoals experts, alleen naar zulke pootsporen te zoeken. De leiding heeft het dus terecht in veel breder verband gezocht, zodat het speuren voor de kinderen echt aantrekkelijk wordt.

Het is carnavalzaterdag en ook de weersverwachting is “regenachtig”. Het wordt dus spannend hoeveel kinderen dan komen opdraven! Dat valt alleszins mee: 13 in getal mag Michel er verwelkomen. 13?! oei, daar moeten we iets aan doen: weet je wat, we tellen de ouders gewoon even mee: die zien er toch allemaal nog jong uit en klaar is Kees.

Goed, de inschrijving/betaling van onze jonge gasten gaat vlot, dank zij het loket-Rien. Alle kinderen zoeken vervolgens een plek aan de tafel, waar Annetje haar toepasselijke verhaal afsteekt over speuren en sporen.
Het is altijd weer een aangename verrassing om vast te stellen dat kinderen echt luisteren, want als Annetje een vraag stelt, gaan er meestal wel een paar vingers omhoog en volgt regelmatig het juiste, of in ieder geval een relevant antwoord.

Na de inleidende sessie gaat het gezelschap boswaarts. Michel deelt nog even emmertjes uit om bepaalde vondsten daarin mee terug te kunnen nemen.

Onder een boom ligt een pakketje duivenveren. Dat is ons eerstgevonden spoor: die veren geven aan dat daar een duif is opgegeten door ofwel een vos of een roofvogel. Als het een vos zou zijn geweest, moeten de veren afgebeten zijn; een roofvogel trekt de veren uit z’n prooi. Hier is het laatste het geval: een roofvogel dus. Kinderen vinden het wellicht zielig voor die duif, maar ze moeten toch weten dat zulke voorvallen nu eenmaal bij de natuur horen.
Even verder staat een hulststruik (hulst blijft ook ’s winters groen!) en daar stelt Michel vast en laat dat de kinderen zien, dat in enkele bladeren de mineervlieg bezig is geweest: zijn larven hebben gangen tussen beide lagen bladgroen gemaakt om het bladgroen te kunnen opeten. Je ziet ook duidelijk de poepjes die de larve achter zich heeft gelaten. Dat zijn ook sporen!
Nu we toch voor de hulst staan wijst Michel de kinderen op een ander fenomeen: verdroogde hulstblaadjes geven piepkleine paddenstoeltjes te zien, die de grappige naam “hulstdekselbekertjes” mogen dragen.

Vervolgens treffen we houtwormsporen op vermolmde bomen aan. Maar ook een boom met de sporen van de boktor.
En vanzelfsprekend zien we op onze tocht ook sporen van muizen en mollen in de vorm van muizenholletjes en molshopen. Bij een boom lagen lege notendoppen: muizenwerk!

Wat heel leuk is, is de redelijk dikke boom, waaromheen duidelijk dassen tikkertje hebben gespeeld: de grond om de boom is helemaal kaal en glad.
Ook sporen van de letterzetter, een keversoort, treffen we in een prachtige knoest met losse schors aan.
Voorts en ook altijd weer leuk: de jaarringen van een (helaas?) omgezaagde beuk bekijken of proberen te tellen.
En dan komt één van de grappigste “sporen”, n.l. die van de zogenaamde smidse. Die zit in een boom met flinke groeven zoals een acacia en een eik die hebben. Je ziet tussen die groeven soms een dop van een beukennoot, hazelnoot of een eikelgedeelte geklemd. Dat is spechtenwerk: hij kan de inhoud van een noot of eikel pas verorberen als de buitenzijde eraf is. En hoe kun je dat “pellen” beter doen dan zoiets lekkers ergens tussen vastklemmen en dan erop hameren ( vandaar de naam “smidse”) totdat de buitenkant van noot of eikel het begeeft!

Dan komen we aan op een min of meer open deel van het bos met alleen wat hoge beukenbomen, waaronder niets groeit en is het tijd om daar een leuk spel te beginnen! Michel gaat het uitleggen: we maken een grote kring, gevormd door allemaal heel hongerige vossen en in het midden staat een zielig konijn; zielig, want het is ook nog geblinddoekt. Eén van de vossen voelt z’n maag zo knorren dat die gaat proberen het konijn aan te tikken, te “vangen”. Maar het konijn mag dan wel niets kunnen zien, maar des te beter kan het horen, dank zij z’n grote oren! Als het konijn dan een takje of wat oneffen gelegen blaadjes hoort kraken, dan wijst het met één “poot” naar de richting van de vos en die kan z’n maag dus niet vullen. Misschien een andere vos? Als die het lukt om het konijn “ongehoord” te benaderen en aan te tikken, tja, dan is het konijn de klos en wordt dan ineens omgetoverd tot een vos in de kring en is een ander het konijn.

Na dat spel is even verderop “onze” zitboom bereikt: een lange dikke eikenboomstam, waarop de kinderen allemaal een mooi zitplaatsje vinden, om vervolgens te luisteren naar een sprookje dat Annetje zal voordragen. Het gaat deze keer om een ontevreden jonge kraanvogel die uiteindelijk via de altijd weer wijze uil een goed advies krijgt en een toch tevreden kraanvogeltje wordt.

Daarna gaan we naar de dassenburcht die op Haanwijk te vinden is. Het is een bosgedeelte dat omrasterd is om geen buitenstaanders het gebied te laten betreden. Maar er is ook een dassengang (een pijp genaamd), onder het gaas door, vlak naast het bospad te zien. Michel laat de kinderen er omheen staan en vertelt wat wetenswaardigs over de das. Wat daarbij voor de kinderen er uit springt is dat Michel laat weten dat, als een das vanavond deze pijp als uitgang zou willen nemen, hij zich toch daaruit zal terugtrekken, omdat hij, na vooraf de lucht te hebben ingesnoven, ruikt dat er mensen geweest zijn! Dus zal hij een andere uitgang nemen om in die nacht te gaan fourageren. Pootafdrukken (eindelijk dan èchte pootafdrukken!) verraden ook al de aanwezigheid van de das bij de betrokken pijp.

Na dit interessante deel van onze sporenwandeling gaan we de terugweg aanvaarden, totdat Michel ineens stil blijft staan en onze jonge vrienden en vriendinnen de vraag stelt of ze misschien ook een zoogdier kennen dat kan vliegen. Nou, enkele kinderen (misschien wel die welke al eens meegewandeld hebben) geven het juiste antwoord, wellicht mede geïnspireerd door de vleermuizenkast waar wij vlak onder staan. Ook daar is een spoor te zien, want onderaan de kast ziet iedereen witte vlekken: uitwerpsels van de vleermuis en dus kunnen we vaststellen dat deze zoogdiertjes er in hebben gezeten of wellicht er nog in zitten.

Na terugkeer zitten allen kinders rond de tafels om limonade te drinken die Bozena druk ronddeelt en om een tekening van o.a. een muizenkop in te kleuren en uit te knippen. Daar kunnen ze dan een masker van maken. Er wordt dus veel gekleurd, geknipt, kortom gefröbeld, zoals dat vroeger genoemd werd. En de ouders? Die helpen hun kroost zo nu en dan en zij krijgen van ons een kop koffie of thee met natuurlijk een koekje voor alle aanwezigen.

Rond vier uur zijn alle maskers en tekeningen wel klaar en dus wordt er dan afscheid genomen, heel vaak met een “dankjewel!”. Nou, wij zeggen “dankjewel” terug voor de komst! En graag tot 6 april a.s.

Nadat al onze gasten en gastjes verdwenen zijn, wordt er nog een heleboel activiteit ontplooid, want we mogen Brabants Landschap niet met onze rommel opzadelen. Dat houdt o.a. in: potloden en kleurstiften verzamelen en in de daarvoor bestemde dozen terugleggen, scharen idem, knipsels in de prullenbak, tafels schoonmaken (er wordt wel eens met limonade geknoeid), tafels waar nodig terugplaatsen, stoelen stapelen, de vloer vegen, kopjes en bekers verzamelen, afwassen en verzamelen in kratten, tezamen met thermoskannen van de koffie en thee, etc. Dit alles gaat ofwel naar de zolder of het wordt mee naar huis genomen door Michel. Het spreekt vanzelf dat dit alles min of meer het omgekeerde is van hetgeen moet gebeuren voordat om 14 uur iedereen verwelkomd kan worden!

Tja, dit is dan mijn laatste bijdrage aan Jeugdnatuurgroep. Ongetwijfeld zal ik m’n (speur?)neus nog wel eens om een hoekje steken om te zien of alles nog wel goed gaat (ja ja!) en om een lekker kopje koffie te halen. Mocht ik daarbij te veel voor jullie voeten lopen of opmerkingen hebben (je weet maar nooit…), welnu, er is altijd nog een bezemkast, die ik nog goed ken, zij het in een andere context…..

Het ga jullie en de Jeugdnatuurgroep in alle opzichten goed!

Hugo Landheer, 5 maart 2019



 

Tweede seniorenwandeling 2019

Deze keer, 13 februari 2019, was het vertrek van de seniorenwandeling vanaf de sporthal ‘Theereheide’, Eikenlaan 5, in Sint-Michielsgestel. Toen verslaglegger thuis die morgen om acht uur de tv-zender NPO-1 beluisterde, begon de nieuwslezer letterlijk met: ‘bewolkt, 8 tot 10 graden’. Dat was het! Toen pas volgde het nieuws, maar ik wist genoeg. Geen problemen met het weer vandaag. Natuurlijk was het om 10 uur nog ietwat fris, maar uitstekend wandelweer. Er werd, vermoed ik, ook nog een nieuw record gevestigd. Het aantal deelnemers deze keer was moeilijk te tellen. Daarom moest er een schatting worden gemaakt; ongeveer 90 belangstellenden. Echt geweldig!

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Braakballen pluizen met de Jeugdnatuurgroep

De 2e februari, datum van de eerste Jeugdnatuurgroep-samenkomst van 2019, was nou niet direct een zonovergoten dag. Het was een beetje druilerig; zo eentje waarbij je je afvraagt of er nu wel veel kinderkens tot ons zullen komen. Wèl dus: 19 in getal! Voorwaar, toch een mooie opkomst.
Het onderwerp van deze middag was dan ook wel aantrekkelijk: het zoeken van uilenbraakballen en de gevonden grijze, ietwat langwerpige eetrestanten vervolgens uitpluizen met pincet en kindervingertjes.

Dit alles ging de kinderen goed af en zo werden heel wat geheimen in de zin van “wat heeft deze uil zoal verorberd?”, ontraadseld, zo bleek tijdens de zitting. Natuurlijk was er daarbij dan ook de geweldige en onontbeerlijke hulp van Toon Ondersteijn, die bij het uitpluiswerk steeds tafelrondjes maakte om aan te geven welke botjes van welke muissoort afkomstig waren. Leuk dat ook de volwassenen zich daarbij niet onbetuigd lieten en al even hard en enthousiast meededen! Een moeder die met kind voor de eerste keer kwam zei spontaan en ongevraagd dat ze het “súperleuk” vond. Een beter compliment konden Toon en wij ons niet wensen!

Maar nu lopen wij wel een eindje voor de muziek uit, want enkele voorafgaande zaken mogen beslist niet onvermeld blijven:
Bij binnenkomst moest eerst afgerekend worden i.v.m. het nieuwe jaar: de ouders konden kiezen tussen betaling voor een eenmalig bezoek à € 2 per kind en voor een jaar”abonnement” van € 10 voor een gezin. Bij de inschrijvingstafel was het dan ook een drukte van jewelste. Maar alles verliep natuurlijk in de beste harmonie en op rolletjes: Wilma kwijtte zich, als opvolgster van Henriëtte die ons eind 2018 helaas heeft moeten verlaten, uitstekend van haar nieuwe taak als “incasseuse”.

Nadat alle kinderen en hun begeleider(s) een plaatsje aan een tafel hadden ingenomen, had Annetje, als altijd, twee taken: eerst werd onze speciale gids van deze middag, Toon Ondersteijn, hartelijk verwelkomd en voorgesteld met: “Toon weet alles over uilen” waarop Toon riposteerde met “nou, bìjna alles!”.
En haar tweede opgave was een inleidend woord over uilen in z’n algemeenheid uit te spreken en ze stelde de kinderen daarbij ook enkele gerichte vragen, zoals “waar wonen uilen?” en “wat eten ze?”. Daarop kwamen prompt leuke antwoorden!
Vervolgens kwam Toon nog kort aan het woord met als voornaamste onderwerp: informatie over braakballen (waarom maken sommige dieren braakballen?) en speciaal die welke door uilen geproduceerd worden.

Toen werd het tijd om het bos eer aan te doen met het zoeken naar braakballen. Tevoren werd door Annetje aan de wat grotere kinderen gevraagd om ook de jongste kinderen een kans te geven door niet meer dan 3 à 4 braakballen in het mee te krijgen emmertje te stoppen. Iedereen heeft zich daaraan keurig gehouden, want alle kinderen hadden een oogst binnen, zo bleek.
Bij terugkomst werden de junioren verrast met een prachtige kleurige, afwasbare, plastic beker limonade “Ranja” en de ouderen kregen koffie of thee. En dit alles natuurlijk vergezeld van een kuukske.

Tijdens het uiteenrafelen van uilenballen werden soms leuke dingen ontdekt, zoals een kaakgedeelte van een bruine rat! Nu dus eens geen muis, maar een iets grotere prooi die kennelijk ook niet te versmaden bleek! Door ouders werden foto’s gemaakt, dus kinderen en botjes werden vereeuwigd.

Zo tussen half vier en vier uur vonden de meeste kinderen het voor vandaag welletjes. De aangetroffen botjes mochten worden mee naar huis genomen en daartoe kreeg iedereen een plastic zakje uitgereikt, waarna afscheid van ons werd genomen.
Wij denken dat veel niet-jaarabonnees nog vaker zullen terugkomen, gelet op alle positieve commentaar op deze middag.
Ook zij zijn op 2 maart a.s. van harte welkom op de sessie “Speuren naar sporen”!

Na de laatste bezoekers weg waren werd opgeruimd, schoongemaakt, afgewassen en tenslotte werd, met aanwezigheid van Toon, nog even nagepraat en deze middag geëvalueerd. Bij die zitting werd Toon, nogmaals onder dankzegging, een boekenbon gepresenteerd die in dank werd aanvaard. Ook kregen we de belofte dat Toon eveneens in 2020 ons weer zal vereren met zijn uilenexpertise op een Jeugdnatuurgroep-dag. Dank bij voorbaat Toon!

Hugo Landheer, 03-02-2019.



 

Eerste seniorenwandeling Natuurgroep Gestel in 2019

Om 10.00 uur van de 9e januari was het weer vrijwillig aantreden voor de maandelijkse seniorenwandeling van Natuurgroep Gestel in Sint Michielsgestel. Het vertrek was deze keer bij het buitenlokaal van het Brabants Landschap, gelegen in het buitengebied Haanwijk (4a) in Gestel. Verslaglegger is veelal 20 minuten vóór het vertrek daar aanwezig. Ook deze keer. Zes personen waren er al. Leuk om te zien hoe dan in 10 minuten, net voor vertrektijd, zo’n 75 enthousiastelingen komen aanrijden; velen op de fiets ......

Verder lezen?
Lees het volledige verslag van Piet Brugman op Brugmanpraat.typepad.com



 

Een overzicht van lezingen en excursies in 2018