| home | info | foto's | Texel | links |
Jan Wolkers deel 1
![]() |
Jan Wolkers is op afstand bij Texel betrokken. Texelaars laten je in je waarde |
'Texelaars zijn heel prettig, ze bemoeien zich niet met je. Een groot verschil met Amsterdam, afgelopen week. Ik kon er niet lopen of mensen riepen me 'gefeliciteerd!' toe. Of ze begonnen te klappen. Alsof het bereiken van deze leeftijd een prestatie is. Ik leek wel een popster.' Schaterlachend, alsof hij het allemaal nog nauwelijks kan bevatten, kijkt Jan Wolkers terug op de commotie die zijn vijfenzeventigste verjaardag teweegbracht. Redacties van kranten, tijdschriften en radio- en televisieprogramma's stonden wekenlang in de rij om hem te mogen interviewen, kunstcritici schreven lange essays over het belang van zijn werk voor de literatuur en de beeldende kunst in Nederland en het NOS-journaal deed zelfs live verslag van zijn verjaardagsfeestje. Nu gaat hij weer aan het werk, zo heeft hij zich stellig voorgenomen. Alleen de Texelse Courant, die al weken geleden om een interview had gevraagd, kreeg nog toestemming om in huize 'Pomona' op audiëntie te komen.
Jan Wolkers interviewen is geen eenvoudige opgave. Steeds weer kreeg ik die
waarschuwing te horen, wanneer ik vertelde dat ik hopelijk nu toch snel bij
de grote kunstenaar op bezoek zou gaan. Hij springt voortdurend van de hak op
de tak en weidt uit over onderwerpen die hém na aan het hart liggen,
maar die jou misschien nauwelijks interesseren, zo werd me voorgehouden. Geen
opbeurende mededelingen, zeker niet omdat zijn afgemeten boodschap 'ik heb nu
geen tijd, belt u volgende week maar terug' nog naklonk in mijn oren en ik er
zelf steeds meer van overtuigd raakte dat hij wel eens helemaal geen zin zou
kunnen hebben in een interview met de Texelse Courant.
De praktijk blijkt een stuk vrolijker. Direct wanneer hij de voordeur van de
in 1936 gebouwde voormalige burgemeesterswoning aan de Rozendijk opent, informeert
hij belangstellend naar mijn achtergronden, grapt hij dat we nog maar even met
de koffie moeten wachten tot Karina weer thuis is aangezien zijn brouwsel geen
aanrader vormt en wijst hij enthousiast op de kleurenpracht in zijn herfsttuin.
Uitweiden doet hij inderdaad graag. Geestdriftig citeert hij fragmenten uit
de wereld-
literatuur die hem hebben aangegrepen. Vol passie bladert hij door de kunstboeken
die hij op zijn verjaardag cadeau heeft gekregen. En zelfs een beetje boos laat
hij weten dat Picasso 'schaamteloos' heeft gestolen van schilders die in de
westerse wereld primitief worden genoemd. 'Ha, primitief, hoe verzinnen ze het?'
Maar tegelijkertijd blijkt hij zeer bereid te vertellen over zijn liefde voor
Texel, zijn afschuw van wezensvreemde architectuur van veel vakantiebungalows,
de beslissing om zich niet met 'eilandzaken' te bemoeien en de plek waar zijn
as zal moeten worden uitgestrooid. Een paar maal worden we onderbroken door
een rinkelende telefoon. De gesprekken zijn steeds kort maar niet onvriendelijk.
Slechts eenmaal klinkt de boodschap: 'Als ik u even mag onderbreken: daar heb
ik helemaal geen tijd voor. Ik moet weer aan het werk, begrijpt u? Belt u over
drie of vier maanden nog maar eens.' Hij loopt terug naar de tafel en zegt bijna
verontschuldigend: 'Ik vind het nu wel even genoeg geweest.'
Wolkers heeft al bijna zijn leven lang een relatie met Texel, waar hij inmiddels bijna twintig jaar woont. 'Texel kende ik door de albums van Thijsse. Ik was acht of negen toen ik die voor het eerst las. Ik verzamelde en ruilde de plaatjes; die kreeg je bij aankoop van een rol beschuit. Het was een cultureel belangrijke daad van Verkade. Veel arbeiders hadden die albums. Mensen die anders niet zo gauw met de natuur in aanraking zouden zijn gebracht. De plaatjes waren getekend door professor Wenckenbach. Schitterend. Ze lieten zien hoe het toen moet zijn geweest op Texel. Zoals de ingang van Den Burg, met die landelijkheid. Ik stelde me Texel voor als het paradijs. Met een vriendje ben ik eens met de fiets op weg gegaan. Maar we waren net buiten Oegstgeest toen de koeken op waren. Toen zijn we maar teruggegaan.'
Zijn vader had al eerder met Texel kennisgemaakt. 'Hij zat in zijn diensttijd,
in de
Eerste Wereldoorlog, op de Mok. Dat was toen een marinevliegkamp.' Om zijn verhaal
te illustreren, pakt Wolkers Werkkleding uit de kast, een boek vol foto's dat
over zijn persoonlijk leven gaat. Op één ervan staat Wolkers senior
in militair uniform op het Texelse strand. 'Mijn vader vertelde er wel eens
over. Eén keer dachten ze dat er een duikboot was gestrand. Maar het
was een walvis of een potvis.
Ze schoten op zeppelins die op weg waren om Londen te bombarderen. Niet om ze
neer te halen - ze hadden nog geen echt afweergeschut - maar meer om ze weg
te houden van de kust.'
Wolkers’ vader, 2de van rechts, in de Eerste Wereldoorlog
als dienstplichtig militair op het strand bij de Mok.
'In 1969 gaf ik een lezing in De Lindeboom, georganiseerd door Langeveld en
de Rooy. We logeerden in Havenzicht. De volgende ochtend zijn we over het eiland
gaan rijden, om te kijken of er misschien iets te huur was. Ik was op zoek naar
een plek om rustig te kunnen werken. In het noorden van het eiland zagen we
plotseling die twee stenen huisjes van Mevrouw Boon-Verberg liggen. Ik kende
haar niet. Ik had natuurlijk wel eens gehoord over de Russenoorlog, maar niet
van de rol die zij erin had gespeeld. Die huisjes vielen meteen op, zo prachtig
gelegen tussen de bomen. Texelaars hadden niet zo veel met bomen. Mevrouw Boon
wel, ze was een Zeeuwse meen ik. Als haar zoon Arie takken wilde snoeien en
de zaag te voorschijn haalde, riep ze al: 'Weg met dat ding!' Ze vond het niet
goed. Maar als ze dan eens naar Georgië was, dan zag hij zijn kans schoon
en ging kappen. Op een manier zoals ze gewend zijn op Texel. Zodat je van die
bomen zonder zijtakken krijgt. Maar goed, we hebben aangebeld bij mevrouw Boon
en als ik me niet vergis zijn we er gelijk maar gebleven. Het was er prachtig.
Dat hele stuk is nu opgeofferd aan bungalows.
En aan kamelen en struisvogels, geloof ik. De keuze om op Texel iets te huren
was een heel bewuste. In de jaren vijftig was ik een paar keer op vakantie geweest
op Texel. En ook op Ameland. Met zeg maar, de vrouw uit Turks Fruit. Daar was
het ook prachtig, maar Texel kent geen isolement. De boten naar Ameland gaan
niet zo frequent, ze doen er langer over en dan sta je nog maar aan de Friese
kust.
Met de jongens gingen we later vaak met de boot van negen uur over en om elf
uur stonden we in het Rijksmuseum.'
In het huisje van mevrouw Boon-Verberg keerden Jan en Karina jaarlijks terug.
Eerst alleen een maand lang in mei, later ook - 'omdat de Texelse herfst zo
mooi is' - in september. 'Al mijn werk ging dan mee, ook beeldhouwwerk, en met
de kat bovenop.
Die had binnen een paar dagen roze teentjes. Van het schone Texelse zand. In
Amsterdam waren ze zwart. Op Texel heb ik heel wat van mijn boeken afgeschreven.
Ik kon er heerlijk ongestoord werken.'
Bij het vakantiehuisje 'De Krukel’ op Texel, voorjaar 1971, foto Steye Raviez.
In 1980 was Karina zwanger en besloten de twee uit te kijken naar een permanent
adres op Texel. 'Niet dat ik een hekel had aan de stad hoor, want ik had er
een prachtig atelier, dat van de verzetsstrijder Gerrit Jan van der Veen was
geweest. Het was acht bij acht, lag vlak bij de Amstel en op de fiets zat je
zo in die prachtige dorpjes in de omgeving van Amsterdam. Maar we wilden onze
kinderen in een rustige omgeving laten opgroeien.'
Een geschikt huis bleek niet zo makkelijk. 'Er stonden wel wat boerderijen te koop, maar die waren minder geschikt om te werken. Die zou je echt moeten verpesten, met grote ramen, om er voldoende licht te krijgen.'
Dit huis, het huis van oud-burgemeester Sprenger, zagen we bij de makelaar. We kenden het alleen van de voorkant, maar vonden het direct prachtig. Het paste zo mooi in dit natuurgebied. Daar stond Waldorf, de architect, om bekend. Dat zijn ontwerpen zo harmonieerden met de rest van de omgeving. Ik herinner me dat we later eens een architect op bezoek kregen. Ik haalde hem van de boot en we reden daar nog, over de Bakkenweg, toen hij riep: 'Verdomme, je hebt een huis van Waldorf! Dat was kennelijk ook voor hem iets bijzonders.'
Het echtpaar Wolkers kon er niet direct in. Er waren nog meer gegadigden en bovendien had Sprenger het verhuurd en was er een dependance van de Jellinek-kliniek in gevestigd. 'Het ergste wat die mensen me hebben aangedaan is dat ze alle zwaluwnesten hebben weggestoken.' Hij lacht: 'Er had er misschien wel één in hun drank gepoept. Maar die zwaluwen zijn niet teruggekomen, nooit meer. Die kennis slaan ze zeker op in hun genen.'
Wolkers noemde het huis Pomona, naar de godin van de boomvruchten. Geen originele naam, geeft hij direct toe, want op Texel stond al een bouwwerk met de naam Pomona en toen hij er net woonde, kreeg hij een kaartje van de bevriende musicus Willem Breuker, die in Pomona in Amerika op vakantie was. 'Daar hebben ze wel zeven Pomona's geloof ik. Maar de naam was wel passend. Toen we hier voor het eerst kwamen, lag het vol met eikels, appels en andere vruchten. Bovendien is Pomona een heel mooi woord.'
VERVOLG DEEL 2
| home | info | foto's | Texel | links |