home info foto's Texel links

Jan Wolkers deel 2

Vervolg Interview van Joop Rommets met Jan Wolkers


Jan Wolkers is
op afstand bij Texel betrokken


Ik wil niet het knuffeldier van de gemeenschap zijn

De liefde voor Texel, ooit ontstaan door de Verkade-albums, is nooit overgegaan bij Wolkers. Nog steeds kan hij lyrisch vertellen over het eiland. 'Een favoriete plek zou ik niet zomaar kunnen noemen. We maken iedere dag wel een wandeling.
Bij het Jan Ayeslag of Westerslag. Alle duingebieden vind ik schitterend. De duinen zijn het enige natuurlijke landschap dat we nog hebben in Nederland. Maar ook het polderlandschap met een mooie boerderij erin is prachtig. Of de Waddenkust, dat gebied bij de molen van Het Noorden. Bergen vind ik verschrikkelijk. Ik moet uitzicht hebben.' Op een pesterig toontje: 'Ik heb wel eens het idee dat mensen die altijd tegen bergen aankijken bekrompen worden. Kijk maar naar Oostenrijk.'

'Maar het mooiste op Texel is het licht. Waar het me om gaat is dat je het landschap ondergaat. Dat heeft te maken met emotie, met de belevenis van zo'n eiland. In juni was er storm, toen zijn we op het strand gaan kijken. Daarna heb ik een schilderij gemaakt van die schuimende zee. Of als je nu door de Dennen rijdt, met die bruine, grijze, afstervende kleuren. Dat onderga je. Daarbij gaat het er niet om dat je het landschap zo nauwkeurig mogelijk weergeeft, zoals de schilders van een paar eeuwen geleden. Dat doek met die schuimende zee bestaat uit allemaal stippen. Cézanne had in 1880 een schilderij gemaakt van water. Dat stond in een etalage. ledereen stond er bij te lachen, want schilderde je zó nu water? Toen kwam er een loodgieter langs en die zei: 'Dáár zou ik wel eens willen vissen.' 'Die zag dat, die voelde dat aan. Dat is mooi.'

De vroeger als flamboyant bekend staande Wolkers leidt een betrekkelijk geïsoleerd bestaan op Texel. Natuurlijk, het echtpaar gaat geregeld naar de Randstad om er boeken te kopen of een museum te bezoeken en er komt wel eens iemand logeren, maar hoewel hij hier een paar goede vrienden heeft, die vorige week ook waren uitgenodigd op zijn verjaardagsfeest, gaat het sociale leven op het eiland voor een groot deel aan hem voorbij. 'Ik krijg wel eens commentaar van mensen dat ik zo'n prachtig uitzicht heb maar dat ik het helemaal dicht heb laten groeien. Dat is een soort bescherming. Maar ik moet zeggen dat ik hier vrij anoniem kan leven. Texelaars laten je in je waarde. Ze kijken niet zo gauw ergens vreemd van op.
Dat stamt nog uit de tijd van de VOC, denk ik. Ze hadden alles al gezien voor het in de stad kwam. Dat zag je ook met dat naakte meisje dat destijds bij de VPRO op televisie was. Daar werd schande van gesproken. Wij zagen dat programma bij mevrouw Boon thuis. Ze praatte gewoon door, er werd geen woord aan vuil gemaakt. Die keek niet op van een beetje bloot. Dat vond ik zó mooi. Als Arie van het land kwam, ging hij vaak naakt achter de dijk zwemmen. Maar ik ben niet mensenschuw; hoor. Ik doe gewoon mijn boodschappen en ik vind het leuk om met Texelaars te praten. Over hun werk bijvoorbeeld. Met een kweker die van alles over zijn planten weet te vertellen. Ik zoek het alleen niet op.'

Uitgaan behoort niet tot de vaste gebruiken van het echtpaar Wolkers. 'Maar dat deed ik in Amsterdam ook niet. En zeker niet in een café. Vroeger, als jonge kunstenaar, ging ik wel eens naar de cafés aan het Leidseplein. Om in contact te komen met een schone nimf, die daar ook maar alleen zat. Maar ik heb een hekel aan dronkemansgedoe en met dat lawaai kun je in cafés niet eens praten. Hier ben ik wel eens naar Klif 12 geweest. Naar Joop Visser, met die liedjes. Ik vind het heel leuk wat ze daar doen. Ze hebben het ook mooi gehouden. Wat we wél geregeld doen is uit eten gaan. Met gasten, maar ook met de jongens. Naar Het Vierspan vooral. Die Jelle Pekel is fantastisch, dat is een topkok. En die dame van De Gravenmolen heeft hele mooie salades.'

Maar verder is hij dagelijks vele uren aan het werk in zijn atelier en speelt ook de rest van het leven zich voornamelijk af in huiselijke kring, waar het 'erg stil' is geworden sinds zoons Bob en Tom aan de kunstacademie in Tilburg zijn gaan studeren. 'Ik mis ze erg.
En ook die regelmaat. Van 's ochtends sinaasappels voor ze persen, brood smeren en ze wegbrengen als het slecht weer was. Dat waren hele rituelen. Of we stonden ze na te kijken wanneer ze op hun fiets stapten en in de mist wegreden. En dat je zomaar een piano of een gitaar hoorde spelen. Ik kan nu ook wel een plaat opzetten, maar dat is toch anders. Het zijn fantastische jongens. Gelukkig komen ze nog bijna ieder weekend terug. Om vrienden te ontmoeten in de Balcken, bijvoorbeeld. Ja, het zijn echte Texelaars. Maar daar denken ze zelf niet bij na, dat is vanzelfsprekend voor ze. Jan van Nijlen, een Vlaamse dichter, schreef al: 'Daarom in 't land van mijne kinderjaren brandt mij de grond waar ik de voeten zet.' 'Dat hebben de jongens ook.'

Wolkers staat bekend als een sociaal bewogen iemand, die onder meer een actieve rol speelde in het verzet tegen de oorlog in Vietnam en later ook in de anti-apartheidsbeweging. Maar hoewel hij het Texelse nieuws nauwgezet volgt - 'ik spel de Texelse Courant' - en ook wel zorgen heeft over sommige ontwikkelingen op Texel, heeft hij zich maatschappelijk nooit actief willen opstellen. 'Ik heb me vanaf het begin voorgenomen me niet met 'eilandzaken' te bemoeien. Anders krijg je toch maar de reactie: 'hé, buitenstaander.' Of je wordt het knuffeldier van de gemeenschap. Het zou me benauwen als ik de gevierde kunstenaar van zo'n kleine eilandgemeenschap zou zijn.
Ik word nog steeds veel gebeld door actiegroepen. Dan zeg ik altijd: 'mensen doe het zelf, jullie moeten niet leunen tegen beroemdheden.' Een gemeenschap moet de kracht hebben om de koppen bij elkaar te steken en te zeggen: 'dit gebeurt niet.' Dat lukt soms aardig, ook op Texel. In Den Hoorn slagen ze er toch in zo'n straatje aardig te houden. Dat hebben ze aan zichzelf te danken.'

Over het Texelse landschap, de oude dorpskernen en de rol van de architectuur heeft Wolkers duidelijk nagedacht. Zijn oordeel is gematigd. 'Texel is geen museum. Dat bouwvalletje tegenover het Licht van Troost vind ik prachtig. Dat is net een tekening van Rembrandt. Maar de mensen moeten wel kunnen leven. En je kunt het ze natuurlijk niet kwalijk nemen wanneer ze zo'n gebouwtje willen opknappen. Ons huis zou op deze plek nu waarschijnlijk ook niet meer mogen worden gebouwd. En ik snap best dat veel boeren een grote schuur nodig hebben, maar het moet wel knap. Ken je die boerenschuren in de Haarlemmermeerpolder? Die zijn werkelijk prachtig! En dat zit 'm maar in kleine dingen. Het kan nog wel. Dat zie je aan dat gebouw hier verderop aan de Rozendijk, bij Hoogenbosch. Of aan die huizen van Jan Visser aan de Keesomlaan.
Die zijn eigen en sober, passen prachtig in hun omgeving. Iedereen heeft het nu over dat afschuwelijke stadhuis en iedereen zegt dat we dat nóóit meer zouden doen.
Maar ze doen het nog steeds, op andere plaatsen. Die bungalows in die parken, die zijn gewoon Wezensvreemd. Die zie je in heel Europa. Dictatuur is niet goed, maar je zou eigenlijk alle plannen moeten voorleggen aan de Rijksbouwmeester en een paar andere mensen. Die hebben verstand van ik bouwen. Texel is trouwens nog een gunstige uitzondering. Zuid-Holland ze is helemaal verpest. En het Groene Hart, dat stelt helemaal niks meer voor.'

Dat het met de Groeneplaats ooit nog goed komt, betwijfelt Wolkers. 'Als ze het stadhuis nu zouden afbreken en er een mooi oud ontwerp van Rietveld voor in de plaats zouden zetten, daar zou ik nog wel voor zijn. Maar zoals het was, haal je het nooit meer terug. Dat gebouwtje tussen de banken is aardig, maar het zit ingeklemd tussen die twee weerzinwekkende banken, met die rare zuilen. Wat daar nu toch de gedachte achter is geweest, begrijp ik echt niet. Het is natuurlijk vooral een kwestie van plannen. Dat gemeentehuis had toen al uit het centrum weg gemoeten. Net als die supermarkten. Neem Albert Heijn. Toen ze uit de Binnenburg weg gingen, hadden ze meteen naar het industrieterrein gemoeten. Net zoals in Amerika. Nu zit je met de problemen.' Albert Heijn zelf iets kwalijk nemen doet Wolkers niet. Hij doet er zelf boodschappen. 'Maar we gaan nog zo veel mogelijk naar de kleine winkeltjes. Naar 'De Banaan', bijvoorbeeld. Jammer dat ze er geen groente meer hebben. Voor brood gaan we naar Timmer. Vroeger gingen we altijd naar het drankenwinkeltje in Den Hoorn. Of naar dat in de Witte Kruislaan. Was dat van Kooiman? Fantastisch, zo veel verstand die man had van Italiaanse wijnen.'

Wanneer de woningschaarste en de 'krankzinnige' huizenprijzen ter sprake komen, lacht Wolkers verontschuldigend: 'Die vormen zeker een bedreiging. Maar ik ben eigenlijk ook zo'n rijke overkanter die hier een huis heeft gekocht. Hoewel ik met die jongens inderdaad ook heb bijgedragen aan de samenleving. Maar mijn huis kostte ook al vijfhonderdduizend gulden. Ik verkocht in die tijd heel veel boeken en daardoor had ik een bedrag van tweehonderdduizend gulden op de gemeentegiro staan. De rest moest ik lenen en daarvoor moest ik voor het eerst van mijn leven naar een bank. Daar was ik nooit geweest. Mijn accountant moest mee, om te verklaren dat ik genoeg geld binnenkreeg. Rob Houwer wilde in die tijd de filmrechten voor Brandende Liefde kopen. Hij was rijk geworden met Turks Fruit, dus ik zei tegen Karina: 'Ik moet er honderdduizend gulden voor hebben, anders gaat het niet door.' Ik herinner me nog dat hij hier kwam en we het bos in gingen om te onderhandelen. Dat wilde hij altijd. Ik zei Rob, 'ik wil er honderdduizend gulden voor hebben.' Hij deed nog een paar stappen, stopte toen en zei: dat is goed. Hij had anders geprobeerd af te dingen, dat weet ik zeker, maar hij dacht zeker ook: 'ach, ik ben rijk geworden door Turks Fruit.' Toen we terugkwamen, zat er zo'n blauwe envelop inde bus. Ik maak hem open en lees dat ik honderdduizend én honderdvijfentwintig gulden moest betalen. Ik zeg: Rob, ik heb nog honderdvijfentwintig gulden te weinig aan je gevraagd.'

Hij denkt even na en vervolgt: 'Ik heb enorme aantallen boeken verkocht. Nu wat minder, maar die boeken geven me een soort basisinkomen. Daardoor kan ik me het schilderen veroorloven. Niet dat ik nooit een schilderij verkoop, maar ik heb een tube met een speciale rode verf die honderdzestig gulden per stuk kost. Die zou ik me waarschijnlijk niet kunnen veroorloven als ik alleen maar schilderde.'

Wolkers heeft het druk. Zijn glazen gedenktekens - waarvan die voor Jac. P. Thijsse in de vijver bij de gelijknamige basisschool nog steeds 'in het vat' zit - lijken nog wel steeds populairder te worden onder opdrachtgevers. Hij schildert en ook de liefhebbers van de romans van Wolkers hoeven niet te wanhopen. 'Ik blijf werken tot ik er dood bij neerval. Dat heeft niet met financiën te maken, maar met wat ik doen wil. Uiteindelijk zal ik wel doodgaan op Texel. Want ik ga hier nooit meer weg. Ik wil gecremeerd worden. En daarna eigenlijk verstrooid in de duinen. Maar niet op dat veld bij Jan Ayeslag. Ik weet niet of dat zo goed is, ik vindhet nogal onnatuurlijk. Laat ze me daarom maar in mijn tuin uitstrooien. Dat de bosanemonen denken: Dit is geen kunstmest, maar een natuurproduct. Je neemt dan weer deel aan de natuur. Ze vroegen ooit een Grieks filosoof of hij bang was voor de dood. 'Nee hoor', antwoordde hij, 'ik ben al zó lang dood geweest.' En zo is het natuurlijk ook.'


Bron: Interview van Joop Rommets met Jan Wolkers, die een week
eerder in A'dam zijn 75ste verjaardag heeft gevierd.
(TX Courant 3-11-2000) Joop Rommets

TERUG DEEL 1

home info foto's Texel links