Het Dagboek van een Edesche evacué in het jaar 1944

     

Het hardekaft schrift.

   Al zoekende in grootmoeders kastjes vind ik weer eens iets interessants. Dit maal een oud langwerpig harde kaft schrift. Ik lees met moeite het verschenen etiket dat er vermoedelijk al heel wat jaren voorop zit: "M.A. Feringa - Noordhoff". Die naam klinkt mij wel bekend in de oren, het is mijn overgrootmoeder. Nieuwsgierig blader ik door het schrift. Met op de eerste bladzijde een foto van Jelte, haar echtgenoot. Dit begon al interessant, niets vermoedend blader ik verder en kom tot mijn verbazing in het midden een compleet dagboek uit 1944 tegen! Na een stuk te hebben gelezen blijkt het zich af te spelen rond haar huis in Ede. Ze verteld hoe ze in Ede de oorlog ervaart, hoe Ede wordt gebombardeerd, hoe ze haar kapotte huis achterlaat en hoe ze vlucht naar familie in het noorden. Deze reis onderneemt ze samen met haar stiefzoon Kees. Samen fietsen ze per bakfiets - gevuld met nog een paar laatste bezittingen - Ede uit op weg naar Haren, net onder de stad Groningen. Achterop de fiets bevestigen ze een grote witte vlag in de hoop niet beschoten te worden....
  
 

Margretha Anna

Feringa - Noordhoff

Vrijdag 15 September 1944: Na 3 onrustige weken, waarin treinen beschoten werden enz. Onder andere werden vrijdag de Enka in Ede en Arnhem stop gezet en in Arnhem moesten alle mannen van de fabriek in Arnhem naar Zevenaar, verder alle mannen van 18 – 50 jaar Zaterdag 's morgens 16 September naar de grensplaatsen. De meeste gaven aan dien oproep geen gehoor.
 
   

Zondag 17 September 1944: Bombardement op Ede, 's morgens eerst vele huizen verwoest, in de omtrek van de parkweg zijn vele doden en gewonden gevallen, 's middags omstreeks 3 uur Beukenlaan aan d'r eind. Verl. Naarderweg, park Paaschberg. 'T was ontzettend om het mee te maken. Alle huizen in de Beukenlaan onbewoonbaar. Maranatha's huis finaal tegen de grond, alle bewoners op één na (Bob Roos) gedood. Na de eerste bom – we stonden in de vestibule – vlogen we er uit en stonden in een ondoordringbare zwarte mist. We konden haast geen adem halen. Hand aan hand zochten we een schuilkelder, telkens haast struikelend over stukken steen en glas. Toen we er goed en wel in lagen begon het bombarderen opnieuw, we lagen maar af te wachten. Na plus minus een uur erin gelegen te hebben, kropen we er weer uit. Ik was reuzenkalm, doch daarna kwam de reactie. Mevrouw Bunnink deed niets anders dan jammeren en kreunen. We kregen uit een emmer water te drinken, omdat we haast stikten in de stof.

Schade aan het Huis.

In ons huis was 't een ravage, plafonds naar beneden, deuren ontwricht, ruiten kapot, boven op de zuiderkamer hing een gordijn aan flarden voor het raam. Een stuk steen van de neutrale school is door het raam naar binnen geslagen. In den tuin een groot gat, als een krater. Scholen verwoest, een dikke bom lag over den weg. We wisten eerst niet waarheen; in de consternatie hadden we er geen van allen aan gedacht koffertjes mee te nemen. Later haalde mijnheer Bunnink ze op. Ik bond een koffer op de fiets en dacht maar naar Stien Donkelaar door te gaan. Eerst ben ik nog naar het lege huis geweest van van Andel.
Toen ik terug ging en in m'n ontredderde huis alles nog eens bekeek en er triest en geslagen door was, komt ineens van der Voort de huiskamer in, om me op te halen. Het was zo'n heerlijk gevoel voor me, want je wist totaal niet waarheen je moest. Die goede menschen namen mij geheel in huis op, na eerst mevr. Boon haar moeder en fam. Bunnink goeden dag gezegd te hebben, die in 't lege huis van van Andel zaten gingen we op weg. Mevr. van de Aa gaf ons nog een glaasje drank. Wat heeft die fam. van der Voort ontzettend veel voor mij gedaan. Alle meubelen etc. hebben ze met hulp van hun buren uit m'n huis gehaald, de zolder en de schuur staan hier vol. Ze willen er voorlopig niets voor aannemen, maar ik hoop 't hen eenmaal dubbel en dwars te vergoeden. Je weet nu zoo heel niet waar je aan toe bent en prakkiseer ik ook veel hoe Annie het in Haren zou maken. Ik hoop dat ze voor dergelijke oorlogsemoties gespaard mag blijven. Ik heb hier een reuzenbeste kost, onder andere iederen morgen een ei en dikwijls spek, beter als ik het de laatste jaren ooit gehad heb. Ik wacht nu eerst maar kalm af hoe de verdere toestand zich ontwikkeld. Stien D. was me ook op komen halen en Gerrit zei; "al duurt het ook drie jaar, je kunt gerust bij ons komen!" Doch hier menen ze het ook zoo goed, dus blijf ik voorlopig hier. M'n huis en broodwinning ben ik kwijt. De verzekering zegt, het wordt niet uitbetaald...
  

Maandag 18 September 1944: was 't in Ede weer eng. Kazernes zijn door de Duitsers in brand gestoken, ook de school die nog gedeeltelijk stond. Tegen de avond gingen alle mannen uit Ede en omtrekken op pad, om kleren, dekens, motorrijwielen enz. Die nog niet branden weg te halen. Den heelen week verder onrustig om en nabij Ede. Dinsdag's werden melkboeren bestormd en liep iedereen met kannen, pannen en akertjes melk. Hier is nog wel alles te krijgen. Maar waar vliegeniers en zwaar kanongeschut is, is dit niet van kracht. Mevr. B zit nu met haar moeder en kinderen in Lunteren. Familie Bunnink ergens aan de luntersche weg bij Vernark, naast huize Bibi. De piano staat nog in huis, met een kleed erover. Indien er geen oplossing voor komt wil Lena de Dunnen hem kopen. 'T schrijfbureau, Jelte's stoel zijn alvast ergens in een schuur gebracht, die Kees gehuurd had (hoorde ik bij Kap). Van Kees daar hoor ik natuurlijk ook niets van. Hoe zullen Truida en Wibrand het maken? En Annetje, ze zal nog wel ziek zijn. Gek dat alle contact verbroken is. Verleden week was het een wilde vlucht van alle N.S.B.ers. Doch velen kwamen bepakt en bezakt terug, omdat ze geen plaats konden krijgen om hun tenten op te slaan.

Duitsers op de vlucht voor de gealieerden.

   
Zondag 24 September 1944: moeten vele Edesche mannen lijken begraven. Ook van der Voort. Wat een luguber werk! Dit schreef ik op den 24sten september en zal iederen dag van nu af vervolgen. Nog even dit, dat we hier de eerste paar dagen in den kelder op matrassen hebben geslapen, nu zijn we weer gelijkvloers gegaan. Ook een buurvrouw met haar man en twee kinderen brengen hier den nacht door. 'T gaat heel gemoedelijk toe. Tot zover - - -
   
Zondag middag 7 uur: Geheel Arnhem moet evacueren. Bepakt en bezakt trekken vele groepen meschen hier langs. Maandagmorgen 25 September heb ik een briefkaart van Annie ontvangen, gedateerd: 9 September 1944. Het is rustig in de lucht, er komen nog vele vluchtelingen binnen uit Arnhem. De meubelen etc. zijn nu weggehaald door van der Voort en behulpzame buren. Vanmorgen zijn ook de kachels opgehaald door Kaashoek. Er zijn vanuit Arnhem 's middags twee vluchtelingen bijgekomen. Ik ben ook nog even bij Stien geweest, ze bakte pannenkoeken en vroeg mij te blijven.
   
Dinsdagmorgen 26 September 1944: Ik ben naar Ede geweest om bonkaarten op te halen. Net toen ik thuis kwam vielen er enige bommen in de buurt, vermoedelijk op den Rijksstraatweg, we kropen in de kelder, wat vandaag nu weer?
         

Vluchtelingen trekken voorbij door de straten.

Woensdag morgen 27 September 1944: Vannacht is er druk gevlogen. Nu trekken vluchtelingen van geesteszieken hier langs. Mannen lopende met dekens bij zich, de vrouwen erachter op open boerenwagens gewikkeld in een deken. 'S middags ben ik bij Stien Donkelaar geweest, er waren daar 24 vluchtelingen ondergebracht. Ze vertelden dat ze in Arnhem met grote tanks de winkels ramden en erin door drongen, ze hadden enige dagen en nachten in schuilkelders doorgebracht. De Driesprong is vanmiddag erg beschoten, de huizen waren daar onteigend en er werden gewonden in ondergebracht. Ik hoor of zie niets van de familie van de hoek en Jan Bourgingnon. Ik heb zorg over hen. Familie de Vos wonen nu tijdelijk bij Agnes in. Vandaag verkocht van der Voort batterijen van zaklantaarns, hij had 500 gehaald, ze waren dien zelfden dag nog uitverkocht, evenals 40 noodbatterijen.
   
Donderdagmorgen 28 September 1944: Vanmorgen was het stralend mooi weer. Ik ben naar Ede geweest en heb foto opnamen gemaakt van de schade, in, om en nabij de Beukenlaan. Er gaan weer vele evacués voorbij, nu uit Wageningen. Er wordt druk gevlogen, er gaan geruchten dat ook Ede moet evacueren, dan zouden we naar Ederveen trekken, naar familie van familie van der Voort. Ik voel me bezwaard door hun hartelijkheid, ze willen mij dan ook meenemen. Soms denk ik erover naar Groningen te fietsen, maar je weet niet of je het volbrengen kunt. De familie de Vos horen niets van Wieke en Maike en de Arnhemmers zijn allen geëvacueerd. Ik ben vanmiddag bij Jannet geweest, ze was blij mij te zien. Vannacht is er op de spoorlijn in Lunteren gebombardeerd. Er zijn veel evacués uit Wolfheze ondergebracht uit het gesticht. Een vreselijk gezicht!
   
Vrijdag 29 September 1944: Vannacht heb ik zoo goed als niet geslapen, vanwege het geschut in Wageningen. Ik heb vandaag mijn intrek genomen bij Stien Donkelaar. Ze hadden het me te voren al spontaan aangeboden. Ik voel me weer thuis in mijn oude buurt, waar we eens zonnige dagen geleefd hebben. Stien behoord ook in mijn herinneringen bij die gelukkiger tijd. Ik vond het eerst wel naar om de knoop door te hakken en bij van der Voort weg te gaan. Toch zal ik hun blijven gedenken en niet vergeten wat ze voor mij deden. Straks ga ik er even heen om nog het één en ander op te halen. Er is actie in de lucht, maar de oorlog schiet niet op, wie weet hoe lang we er nog in zitten.
        
Zaterdag 30 September 1944: Vannacht is er bij Arnhem geschoten, ondanks dat ik voor 't eerst sedert langer tijd rustig heb geslapen. Ik voel me hier echt thuis en toen ik hier vanmorgen de gordijnen openschoof deed de rust hier en het uitzicht in 't groen me weldadig aan. Ze zijn allen zoo hartelijk voor me en wat de kost betreft, moet ik wel iets van m'n oude gewicht weer krijgen, doch we kunnen nog heel wat meemaken. We zitten als het ware midden in de gevechtshandelingen. Er zijn hier in de schuur 25 Arnhemsche vluchtelingen, die ontzettend veel haast bovenmenschelijks mee gemaakt hebben. Gisteren heb ik de familie Visser opgezocht die in ons oude huis aan de Lunterscheweg zitten, toen ik die van vroeger wel bekende drempel overstapte ging er een ontroering door me heen. "Nooit gedacht" was toen het opschrift, maar zoiets had ik zeer zeker nooit gedacht. Vanmiddag of vanavond zal ik verder bij schrijven.   

 

 

Huize "Nooitgedacht".

 

   
Zondagmorgen 31 September 1944: Ik ben vanmorgen wakker geworden door kanongebulder in de verte, vermoedelijk Wageningen. De zondagen zijn wat oorlogshandelingen betreft dubbel onrustig, doch ikzelf voel me nu heel kalm en rustig, om de reden dat ik me bij de familie Donkelaar geheel op m'n plaats gevoel. Ik heb het hier beter dan ik 't ooit in de laatste jaren gehad heb, daarbij zijn allen me zeer sympathiek. Vanmorgen speelde Gerth de oudste jongen zeer vriendelijk op een mondharmonica. Al die oude vertrouwde wijzen, bekend van de radio gaf hij ten beste. Zoo voel je den druk der tijden op 't moment niet zoo. Diep over alle gebeurtenissen nadenken, die zich in je eigen familie kunnen afspelen doe je op heden maar niet, maar vooral aan Annie denk ik vaak. Zou ze er goed afkomen? En m'n zusters? Tot zoover, 't is nu half 10 's morgens. 'S middags kalm verlopen.
 

Overkomende vliegtuigen.

Maandag 1 Oktober 1944: Ik zit fijn buiten in het zonnetje te schrijven. Ik heb net twee glazen karnemelk gedronken. Ik heb 't hier fijn! Ik ben vanmorgen naar Ede geweest, ook bij notaris Fischer, hij heeft adressen etc. opgeschreven. Op de Kalverkamp werd ik opgeschrikt, doordat er vele vliegtuigen overkwamen, ik ben bij van Beek ingevlucht, waar we een poosje in den schuilkelder hebben gezeten. Vanmiddag wordt er ook druk gevlogen, als je het bombarderen boven je hoofd hebt meegemaakt sta je te trillen op je benen. Gisteren heb ik aan Annie geschreven, huize Visser brengt de brief naar 't rode kruis, hopende dat hij binnen niet al te langen tijd op de plaats van bestemming komt.
 
Dinsdag 2 Oktober 1944: Er zijn vele vluchtelingen, ze trokken onder stortbuien triest verder.
  
Woensdag 3 Oktober 1944: Er wordt meer geschoten in de lucht dan gisteren, ook vielen er 's nachts hier en daar bommen met als doel spoorlijnen en hoofdwegen. Er gaan weer ontzettend veel vluchtende menschen voorbij, zo nu en dan staan ze even stil als er veel vliegtuigen boven hun zijn. Ik ben even bij Visser geweest, Suze en Rie zijn gistermorgen naar Velp gegaan om Bram op te zoeken, ze zijn nog niet terug. Jan Vis is per fiets vanuit Utrecht gekomen en het blijkt dat daar gebrek aan voedsel is, ze wisten daar niets van het bombardement op Ede.
 
Donderdag 4 Oktober 1944: Vannacht is er ontzettend geschoten, ze stonden opgesteld bij de militaire ziekenkazerne. Ik ben opgestaan en heb m'n koffertjes ingepakt, voor als we hier eventueel vandaan moeten. We hoorden vanmorgen dat de geallieerden de Rijn over zijn en Arnhem en Velp bezet hebben. Er komen ook Edeschen hier langs, die Ede uit voorzorg hebben verlaten. Ik had niet den moed gisteren en vandaag naar Ede te gaan. Nog is de trek uit omliggende plaatsen aan de gang. Er is vandaag hevige actie in de lucht. Suze en Riet Visser zijn terug, ze hebben Bram wel gesproken, doch daar zijn vrouw ziek was kon hij niet weg. Door hevig spervuur kwamen ze weer terug. Tot morgen.

De brug over de Rijn bij Arnhem waarover de duitsers weg zijn gevlucht, duidelijk zichtbaar door achtergelaten materieel.

 
Vrijdag 5 Oktober 1944: Er is veel actie in de lucht, dat horen we door almaar kanongebulder. 'S middags kwamen hier de familie Muters uit Arnhem heen gevlucht, de familie die hier al eerder heen gevlucht is. Hun huis en inboedel is verbrand. Ze zijn hier ook liefelijk opgenomen door Gerrit en Stien. Ze helpen waar ze kunnen. 'T is mogelijk dat Ede ook moet evacueren. Waar dan heen?
 

Arnhem bevrijd maar de verwoesting is groot.

Zaterdag 6 Oktober 1944: Vanmorgen heb ik een boek terug gebracht bij Menges, er zijn bladen beschadigd door het bombardement. Vanmiddag om half 1 werd ik aan tafel opgeschrikt door bommen die hier in de buurt vielen. 'S middags om ongeveer 4 uur zag ik duizenden vliegmachines in de lucht, ze wierpen hun bommen uit boven het oorlogsterrein. De uitslag weten we nog niet. De oorlogshandelingen zijn nu al enige weken aan den gang tusschen Arnhem, Nijmegen en omliggende plaatsen. Van de mooie stad Arnhem moet weinig meer over zijn.
 
Zondag 7 Oktober 1944: Vannacht was het rustig even als vanmorgen, zeker wegens de mist. Het is nu half 1 en het weer klaart op. Vanmorgen ben ik naar Dr. de Haan geweest, hij is met me in het oude huis geweest. Ik denk wel dat het afgebroken moet worden. Mevrouw Boon woont nu in een vrij landhuisje achter Lunteren, met haar moeder en de kinderen. Ze fietst hier geregeld met de veldwebel voorbij, daar ben ik tenminste vanaf, evenals de Bunninks. Stien is reuzenhartelijk, ik waardeer het zoo dat ik hier terecht ben gekomen. Vandaag zal ik weer eens aan Annie schrijven. 'T is een reuzenrustige zondag geweest, we hebben 2 uur lang gewandeld.
 
Maandag 9 Oktober 1944: Vanmorgen al om 8 uur op pad per fiets naar Ede. Juffrouw Verweg haar zoons hebben 't hout opgehaald waar vader bourgingnon zoo bloedig op gewerkt had om het klein te krijgen. Er is vandaag meer actie in de lucht dan gisteren. Of 't is eigenlijk meer kanongebulder. Nu even Annie's brief vervolgen.
 
Donderdag 12 Oktober 1944: Sedert Dinsdag 10 Oktober moet Ede evacueren op verschillende plaatsen. Paaschberg, Arnhemscheweg en Amsterdamscheweg. Ik ga tegenwoordig niet meer per fiets naar Ede, daar alle fietsen in beslag worden genomen en als we van hier weer opgejaagd worden is een fiets onmisbaar, vooral met het opladen van bagage. Gisteren door gelopen naar Ede – Ik stond juist met Kleinpaste te spreken, die vertelde dat ze in Kootwijkerbroek zaten – komt ineens Jan Bourgingnon er aan. Wat was ik blij die weer te zien, daar de Driesprong erg beschoten is, hij is aan z'n been gewond geweest en heeft 3 dagen met bloedvergiftiging te bed gelegen. Zijn schuur is intact gebleven, doch zijn eigen huis stuk gebombardeerd, die jongen van Grost is ook nog bij hem.

Dode militairen op de Amsterdamseweg richting Ede.

Het huis van v.d. Hoek is beschadigd, doch ze wonen er nog in. Jan zou mijn zilver hier eens heen brengen. Op den Driesprong mag men niet komen, alleen de bewoners. Gisteren heb ik rommel etc. nagezien op de zolder bij v.d. Voort. Ze hebben verscheidene dingen van me in gebruik, ook een van die mooie wollen dekens namen ze, 't is treurig dat de menschen toch altijd misbruik maken, waarom nu juist die mooie deken en geen andere, er liggen genoeg. Mijn linnengoed en kleren zijn verspreid, hier een deel en bij van der Voort. Zal ik het ooit weer bij elkaar zien? Door het vlugge inpakken weet je niet eens wat je hebt. Stien heeft het tweepersoonsbed met matras gekocht van de zuiderkamer, een veren bed en 2 kussens voor een goede prijs, ze doen het meer om me te helpen. Stien en Gerrit zijn eigenlijk veel te goed. De familie Muters leven nu ook op hun kosten. Het is één op de duizend, zoals je het hier hebt, ik krijg ook iederen dag een ei. Ik heb soms terugbikken van triestheid, doch laat het hier niet merken, wel heb ik vaak slapeloze nachten, doch daar hebben anderen geen last van. Ik wou dat ik maar eens iets van Annie hoorde. Ik zal maar weer schrijven, bij Mens kregen ze wel bericht uit Groningen. Doordat er geen kranten zijn en er geen radio is hoort men niets, ook niet over het verloop der oorlog, totaal niets komt men te weten. 'T is stralend mooi weer voor Oktober. Ze vliegen weer druk! Mevrouw Mens is vrijdag overleden en maandag begraven. De vrouw van Sulchel is aan een beroerte overleden. Gelukkige menschen die dood zijn. Beklaag zij die heengegaan zijn nooit. Maak van je leven wat er nog van te maken is en help zoveel mogelijk anderen. Wat leer je menschen in tijd van nood kennen. Enkelen hun leven bestaat vooral nu uit diende liefde, doch er lopen ook zoveel die maar profiteren van andermans goedheid, zichzelf dik en zat eten en alleen denken, als ik er maar niets bij tekort kom. Ik ga nu aan Annie schrijven, nog even dit, dat de piano gisteren vervoerd is naar Koetsier, daar wordt hij opgeborgen, ik heb alsnog f. 10,- voor 't vervoer betaald.
  
Vrijdag 13 Oktober 1944: Vandaag bracht de post, tot mijn grote verrassing een brief en briefkaart van Annie, waarin ze haar verloving bekend maakt met Piet Torringa, ik heb zitten huilen van blijdschap. De zorg voor haar en spanning waarin ik verkeerde maakte me soms stil en triest. Wat fleurt een mensch op bij dergelijke goede berichten. Vannacht is er hevig en tamelijk dichtbij geschoten. Ik ga nu even aan Annie schrijven en de brief posten, daarna ga ik naar de familie in 't veld.
 
Zondag 15 Oktober 1944: Het is nu zondagmorgen 10 uur. Zaterdagmorgen ben ik naar Jeanet in Lunteren geweest, ze had een brief van Büchli ontvangen. Er was veel actie in de lucht, vannacht is er ook druk gevlogen. De familie hier en ik waren ook in actie, we liepen om beurten naar de toilet, het moet aan het voedsel gelegen hebben zou ik denken. Vanmorgen wordt er druk gevlogen en geschoten, dat zal wel weer voor velen een dramatische dag worden. Ik zal nu eerst Annie Blom schrijven, als antwoord op haar hartelijke brief, die ik tegelijk met Annie's verlovingsbericht ontving. Ze hebben op den zelfden dag geschreven.
 

Duitsers onder boomgroepen.

  Vrijdag 20 Oktober 1944: Vrijdagmiddag, ik heb enige dagen niet bijgeschreven, omdat het tamelijk rustig was. De gevechtshandelingen worden opgehouden vanwege de drassige wegen die het najaar met zich mee brengt. Ik veronderstel dat we hier nog een harde dobber krijgen en dat het nog maanden zal duren eer Nederland vrij is. Stien en haren man zijn reuzenhartelijk, de familie die er is maakt schandelijk misbruik, ze zijn zeer onbescheiden en mesten zich ten koste van de Donkelaars vet. Op woensdagavond was er heftige ruzie, ik ging maar op de toilet zitten, ze vlogen elkaar haast in de haren. Verder wil ik zwijgen over de oorzaak. Het is weer bijgelegd door de geraffineerdheid van de vrouw en kinderen. Waar zouden ze weer zo'n kosthuis vinden? Ik ben vanmorgen naar Ede geweest, het zit er vol Duitschers, onder boomgroepen en verder hebben ze zich overal ingenesteld. Toen ik thuis kwam lag er tot m'n blijdschap een brief van Jopie, van Blom en van Truida 2 kaarten. Gelukkig is alles goed, doch ieder heeft het moeilijk. Tot zoover.
 
Zondag 22 Oktober 1944: Gisteren moest Bennekom en omtrekken evacueren, het was een trieste stoet die hier onafgebroken door trok, koeien, varkens, geiten tot katten toe voerden ze mee. Daarbij werd onafgebroken in de verte geschoten en ging het kanongebulder z'n gang. Er komt vandaag familie van Stien, ook haar moeder die hier intrek zal nemen. Het is nu ruim 8 uur 's morgens en al vroeg trekken ze hier weer langs. Als het wat rustig is ga ik morgenochtend naar Ede om de envelop met bewijzen van verzekering, trouwboek en Annie's geboortebewijs uit de kluis bij Notaris Fischer terug te halen, dan zal ik het geboortebewijs door bemiddeling van het rode kruis naar Haren zien door te zenden. Nu zal ik eerst Jopie's brief beantwoorden. De post schijnt nog te gaan al is het met grote vertraging.
 
Dinsdag 24 Oktober 1944: Bij de stroom vluchtelingen is ook de familie van Stien hier aangekomen. Haar moeder, zuster en man met 1 dochter en 2 zoons. Gisteravond was er een hele consternatie ontstaan, doordat één van de zoons begin bloedvergiftiging kreeg. Ze zijn toen naar de politie gegaan, omdat het al over 9 was en zodoende met een politieagent naar een dokter in Ede geweest. Het één en al schijnt nogal mee te vallen. Maandagmorgen moesten alle mannen van 17 tot 50 jaar zich melden, wat weer dramatische tonelen gaf. Het is alles even ontzettend! Er komen vele vluchtelingen vanuit Limburg. De meeste lopende. Ze gingen door Duitschland en bij Gleve het land hier binnen. Gisteren ben ik naar de notaris geweest, ik moet vanmiddag terug komen. Ik hoop het dan te krijgen. Stien haar moeder doet me weer aan de gelukkige tijd denken, toen we hier aan de Lunterscheweg woonden. Laatst vluchtte mevrouw Visser – waar ik juist was – ons oude huis in voor vallende bommen. Ik keek toen uit op dat oude vertrouwde pad in den tuin en zag Jelte en Annie als klein meisje in m'n gedachten, als vroeger weer zoo levendig voor me. Zou er ooit nog weer een tijd van vrede aankomen? Je zit almaar op de sprong om verder te vluchten en mag dan nog dankbaar zijn dat je het er levend af brengt, want alles moet je verder achterlaten en ben je kwijt.

Jelte Feringa met dochtertje Annie.

  
Zondagmiddag 29 Oktober 1944: Den gehelen week, vluchtelingen en nog eens vluchtelingen. Ze zeggen dat het grote offensief is begonnen, nu dan staat ons zeer zeker nog heel wat te wachten, eer Nederland bevrijd is. Nog zitten we en de kanonnen bulderen van verre, soms schieten ze ineens uit de lucht. Ik ben eigenlijk net opgestaan. Gisteren was ik niet lekker en toen ik me de temperatuur opnam, was het bijna 39 graden. Stien gaf me een glaasje cognac, ik sliep ervan in en nu is de temperatuur weer gewoon, ik had zeker kou gevat. Ik was al bang om bij een ander ziek te worden en daardoor tot last te zijn. Stien bracht me vanmorgen een geklotst ei met cognac en daarna weer een gekookt ei, kop koffie en boterham met kaas. Tot mijn schrik wordt hier in het pad een groot kanon opgesteld, dat is nu juist niet iets om je rustiger van te maken. Tot zoover.
 

Een Groot Duits Kanon.

  Zaterdagmorgen 4 November 1944: Het grote kanon dat in het pad was opgesteld is gelukkig den zelfden dag elders heen getrokken. De tijd gaat voorbij en nog is er eigenlijk geen grote gebeurtenis gevallen; zodat de bevrijding lang op zich laat wachten. Wel veel vluchtelingen uit Limburg trekken hier langs. Vannacht erg opgeschrokken door het vallen van een bom hier dichtbij op de spoorlijn, ik vloog uit bed, doch verder bleef alles rustig. Gisteren heb ik een brief van Annie Blom gehad, van Annie heb ik niets meer gehoord sedert ze 5 Oktober schreef. Ik berust nu maar in alles en denk daarom aan de spreuk; Men lijdt het meest, door 't lijden dat men vreest, doch dat nooit op komt dagen. Vandaag is Jarmij Donkelaar jarig. Gisteren heb ik de piano met het krukje verkocht, voor f.350,-. Hij stond erg vochtig in een schuur en zou hem geheel bederven. Ik heb er nu al f.16,50 onkosten aan vervoerloon betaald. Ik heb ook de spiegel verkocht voor f.50,- en de wandelstok voor f.5,-. Ik kan het geld later nodig hebben. Nu staat alles overal verspreid. Straks is het weer vluchten van hier, je leeft op een vulkaan.
 
Zondag 18 November 1944: Sedert 4 November niet meer bijgehouden. Toen had ik niet verwacht dat ik nu van hieruit bij m'n zuster in Haren verder zou vervolgen. Ik heb vaak in angst en vreezen geleefd, veel staaltjes gezien van onbeschrijfelijke ellende, opgejaagde evacue's trekkende met een deel van hun hebben en houden, rijk en arm. Al had ik het zelf goed, beter zelfs als ooit, toch had ik slapeloze nachten, het was soms niet te verwerken. Mannen werden opgepikt, van kwalen die ze hadden werd geen notitie genomen, velen bezweken onderweg. Meisjes gevorderd om voor de Wehrmacht te werken, enkelen die ik weet om te dienen voor zogenaamd lijfsgenot. Het lijkt ongelooflijk en toch waar.
 
Nu zal ik vanaf vrijdag 10 November mijn wedervaren vertellen. 'S morgens lopende aan de Schaapsweg te Ede zie ik ineens van verre Kees m'n stiefzoon aan komen fietsen op z'n driewieler, daar hij al een paar maanden bij z'n ooms in 't noorden zat en er niet weg kon, keek ik vanzelfsprekend vreemd op hem te zien. Moeder zei hij: "Ik ben in 2 dagen hierheen gefietst om m'n kleren, geld enz. op te halen. Als u nu mee terug wilt rijden, bestaat de kans dat u bij uw zuster Jo terecht komt". Ik moest zoo gauw mogelijk beslissen en toen ik thuis gekomen was lag er een brief van m'n zuster Jo, waarin ze schreef: "Zou er geen kans zijn dat je naar Haren kwam, je bent ten allen tijde welkom, was dat een aanwijzing voor mij, en gaf die brief de doorslag? Ik ga!!

Kees Feringa.

 

Reconstructie van de bakfiets met witte vlag.

  Zondag den 12 November: Op pad; om 8 uur onder stroomenden regen begon de tocht, de fiets volgeladen en een witte vlag er achterop, als beveiligingssignaal voor beschietingen uit de lucht en voor mogelijke inbeslagnemingen, want bijna alle fietsen werden gevorderd, ik had hem te voren al ergens weggestopt staan en legde alle mogelijke boodschappen en bezoeken naar Ede te voet af. Koeien, schapen, varkens werden te voren al afgeslacht en in beslag genomen, evenals de voorraden uit de kelders. En om op mijn voorgenomen reis terug te komen, ik kreeg vele pakjes in vetpapier gewikkelde boterhammen mee en 10 gekookte eieren. Kees had 4 hele broden in de lengte doorgesneden en besmeerd mee van z'n kostjuffrouw en verder nog een flesch water. Den dag te voor was zijn bakfiets al opgeladen, met z'n kleren, geldkistje en tabaksbladeren en mijn kleren, linnengoed en enkele kleinigheden, waar ik aan gehecht was. Een groot mooi karpet, dat ik niet missen wou, lag dubbel gevouwen over alles heen.
 
Zaterdag bracht hij die zwaar geladen bakfiets tot Otterloo, met het oog op het vermoeiende heuvelachtige terrein, hij stond daar in een boerenschuur. Na op den Driesprong van de familie van der Hoek en Jan Bourgingnon afscheid te hebben genomen, ging het op Otterloo aan. Met die bakfiets viel het niet mee, Kees kon er slechts langzaam mee vooruit komen, z'n driewieler lag er bovenop. Voor mij werd het toen meer lopen als fietsen. Na 8 uur gaans kwamen in Apeldoorn aan, waar ik sinds m'n jongen meisjesjaren niet meer geweest was. Hoe anders als toen! Van een evacue die met me samen was bij Donkelaar had ik een adres gekregen voor onderdak bij haar ouders. Helaas waren ze niet thuis en daar stonden we doornat en verkleumd. Van de buren, waar we aanbelden hoorden we dat niet ver er vandaan een broer met z'n vrouw woonden, hij ging met ons mee en zoo werden we na eniger uitleg over de situatie binnen gelaten, we kregen warme thee en konden onze door regen nat geworden kleren bij de kachel drogen, m'n kousen kon ik uit wringen en Kees z'n sokken waren niet minder nat. In 't donker kwam de familie thuis waar we zouden overnachten. Het was maar goed dat het mistig en regenachtig was, anders hadden we zeer zeker meer last gehad van zoekende vliegtuigen, die hunne bommen neerwerpen en schieten op zogenaamde doelen, maar waarvan meestal onschuldigen de slachtoffers worden. Doch om op onze tocht terug te komen. We sliepen bij die familie van der Meer aan de Kalverstraat 27. Volgenden morgen maandag zware mist, zoo togen we op pad. We waren een eind op weg gebracht door onze vriendelijke gastheer, 't was inmiddels beginnen te regenen, waarbij sneeuwbuien. Zoo trokken we met een slakkengangetje op Epe aan. In een eenvoudig boeren huisje vroegen we iets warms te drinken, we kregen warme koffie met een snee brood erbij. Dat gaf weer wat moed, 't was toen ongeveer 11 uur. Om 12 uur hadden we een café zonder de Wehrmacht ontdekt. In Epe zijn bijna alle dergelijke zaken in gebruik genomen door de Duitsche Wehrmacht, zodat we overal terug gewezen werden. Het café bleek gesloten, zodat we achterom liepen. In het zogenaamde pothuis zat de familie aan tafel en las de man uit de bijbel voor. We stonden er rustig naar te luisteren en vroegen toen om een kop koffie. In plaats daarvan kregen we een diep bord stamppot met een groot stuk vleesch erbij. Het was mij veel te veel zodat ik Kees de helft ervan op zijn bord overdeed, toen 't op was kreeg hij nog meer. 'T is beslist ontroerend als je op zo'n tocht dergelijke goede menschen ontmoet, hun adres is Rodijk Nieuwe Eisch Epe. Tegen 4 uur was ik doodmoe en waren we kletsnat aangekomen bij huize Beukenhof. H.J Jonker is de naam nummer G. 503. Het was een weduwe met 2 dochters. O, neen 't was beslist onmogelijk om bij hen onderdak te krijgen zeiden ze eerst. Ik was zoo moe en kreeg hartkloppingen, zodat ik beslist niet den moed had verder te trekken, ik zei:"Och, laat ons hier maar op de grond slapen". We kregen toen eerst koffie met suiker en melk, 's avonds een soort cacaudrank en balkenbrij. Er waren 2 matrassen op de grond gelegd, met een paar dekens, ik kreeg zelfs nog een warme kruik en zoo brachten we den nacht door in het café op den grond. Ze wilden er geen vergoeding voor aannemen, zulke menschen zijn zonnestralen op je pad. Ik zal ze steeds dankbaar gedenken. Volgende morgen Dinsdag was het triest weer, doch droog. Het ontwaken, onder dergelijke omstandigheden is altijd somber, men weet niet van te voren wat voor moeilijkheden er zich nu weer voor zullen gaan doen op zo'n tocht en onder wiens dak je nu weer opgenomen zult worden. "Och" zeiden we tegen elkaar, als we eerst maar in Zwolle zijn, over de Ijselbrug. Op, om en nabij die brug is alles erg versterkt en zijn er stellingen gebouwd. Kees kon alleen de zware bakfiets toen niet over de brug krijgen, zodat er een Duitscher hem hielp duwen, te voren was hij al op sleeptouw genomen achter paard en wagen, zodat ik toen op de normale manier ernaast kon fietsen, anders was 't meer wandeltocht.Doch om op m'n verhaal terug te komen. Hè, hè eindelijk waren we op de brug! Juist toen we wat vlugger den brug af gingen begaf één der dikke banden van Kees zijn fiets zich. We konden voor nog achteruit en stonden er zowat een half uur in regen en wind. Eindelijk kwam er een melkwagen en sleepte de fiets terwijl Kees er op zat naar een fietsenmaker midden in de stad. Volgenden morgen konden we hem om 8 uur ophalen. Toen moesten we zien dien nacht ergens onderdak te vinden. Door bemiddeling van het evacuaatbureau werden we in het noodziekenhuis dat in de ambachtsschool zat ondergebracht. We werden geheel gewasschen, de zuster waschte zelfs m'n doornatte, bemodderde kousen uit. De bedden waren handgestopte stromatrassen, maar het eten was het best, ook kregen we warme melk en appelen en een dokter kwam bij ieder bed een praatje maken. 'S avonds werd er een konvooi opgepikte zieke Rotterdammers binnen gebracht, T.B.C. patiënten, zelfs een blinde en een krankzinnige. Deze laatste die op de mannenafdeling naast ons lag kreeg een paar maal een hevige zenuwtoeval en gilde de hele boel bij elkaar. Weer een treurig beeld van de oorlog! In Rotterdam was namelijk een razzia gehouden en zieken werden op transport gesteld. Dat was op dinsdag 14 November, de volgende morgen 15 November zijn we vroeg opgestaan, om Kees z'n bakfiets op te halen. Toen we aankwamen was hij nog niet klaar 't was bij Edeleu van Ittersumstraat 114. Ik mocht zoolang boven bij de vrouw wachten, die de kachel voor me aanmaakte en een beker cacao gaf met koekjes. Na een uur – 't was bij negenen – trokken we verder op avontuur. Ik ontroerde ervan toen ze ons een flesch echte koffie met melk en suiker, een brood, groot stuk kaas en half stuk boter meegaven. Kees kreeg zelfs de nieuwe band gratis. Dat zijn momenten in je leven, die je nooit vergeten zal. Ik vergat nog te zeggen dat de melkboer die ons met z'n kar heen had gebracht H. Dubbeldam heet, adres 'IJselhoeve', ook daar hadden we eerst koffie gehad. Woensdag 15 November gingen we dan op Meppel aan, over staphorst bij een evacuatiepost hebben we daar heerlijke soep met spek gehad, daar hielp toevallig zuster Stegema uit Ede, die me een jaar tevoren hielp onder de hoogtezon vanwege open klieren in de hals. Verderop ontmoeten we Middelveld een Edesche, z'n vriend zorgde voor nachtlogie's. Ook hartelijke menschen, we kregen nog brood mee. Kees stelde toen voor dat ik maar vast vooruit moest fietsen, daar het voor mij meer lopen dan fietsen was. Na enig aarzelen deed ik dat dan maar. Dat tergend langzame vooruit komen werd op het laatst een soort nachtmerrie. Dien donderdag kwam ik tegen 3 uur in Beilen, in een verwarmde kerk kreeg ik pap en mocht ik op mijn verzoek met een konvooi mee rijden, want de laatste loodjes wegen het zwaarst en ik voelde me toen echt moe. In een gesloten bakkerskarretje met nog drie halfzieke vrouwen en twee baby’s en mijn fiets er bovenop. In een benauwde stinkende atmosfeer kwamen we tegen den avond in assen aan. We zouden daar in een sigarenfabriek op stro slapen, doch ik liep stiekem een andere kant uit en vroeg een eenvoudige dikke juffrouw of ze vannacht geen onderdak voor me had. Ze was heel vriendelijk en bracht me bij haar getrouwde dochter die een kindje had, die Alie heette en honderd uit praatte. Ik at daar mijn eigen brood en boter erop en deelde het stuk kaas in tweeën. De volgende morgen gaf ik haar als aandenken, een zilver theeschepje en zette toen ze even de kamer uit was een envelop met f.20,- erin achter de klok op de schoorsteenmantel, schreef erop: "voor de spaarpot aan Alie". Ze wou namelijk geen geld aannemen. Zoo leerde ik op dezen moeilijken tocht ware, warme menschenliefde en hartelijkheid kennen. En nu het einddoel van den tocht. Hoe in gelukkig en dankbaar gestemd ging ik dien morgen – dat wil zeggen 17 November – op weg. Op weg naar Haren waar ik meer dan ooit naar verlangde. Eindelijk zou ik Annie weerzien en m'n zuster Jo, die me de steeds zulke bemoedigende brieven schreef, ik wist dat ik bij haar welkom zou zijn. Even voor Haren voelde ik me zenuwachtig door het zien van al dat bekende en nam ik een zenuwpastille voor de emotie, want toen ik van mijn fiets afstapte trilde ik van emotie. De zwerfster had dan toch haar doel bereikt. Mijn zuster was eerst sprakeloos toen ze me voor de deur zag staan. Ze haalde gauw Annie op. Laat ik het hierbij laten, niemand zou verder belang stellen in mijn verder wedervaren en gevoelens zijn persoonlijk en 't is beter ze voor je te houden en het in je zelf te verwerken.