|
|
klik hier om te kijken naar foto's van alle soorten vis die met de vliegenhengel zijn gevangen.
Fly-fishing in Holland
Baarsjes 03-10-2009 door Rinus van de Kerkhof Je komt ze werkelijk op
elk water tegen en soms in wel hele grote aantallen. Ik heb het natuurlijk over
baarsjes. Een baars kan zo’n vijftig centimeter groot worden, maar dat is niet
het formaat dat je het meest tegenkomt natuurlijk. Vooral van het kleinere soort
zie je ze erg vaak en letterlijk op elk watertype. Ik vind het met afstand de
mooiste vis die er rondzwemt in onze Nederlandse wateren en of je nou vist op
een kanaal, een beek, een vaart, een meertje of op een van onze grote rivieren,
baars kun je overal vangen. En dat niet alleen, het is nog een erg leuke
visserij ook. Er zijn dagen dat ze werkelijk alles pakken dat maar in hun buurt
komt en op die dagen schieten ze soms met zijn vieren of vijven tegelijk op je
streamertje af. Zo gaat het natuurlijk niet altijd, want ook baarsjes kunnen
soms volkomen ongeïnteresseerd je allermooiste en meest beloftevolle
streamertje van een afstandje bekijken. Twee uur later echter kan het alweer
totaal anders zijn en komt het voor dat ze als gekken op precies hetzelfde
streamertje duiken. Bijkomend voordeel voor de
baarsvisserij is dat je er geen aparte hengel voor mee hoeft te nemen, want de
hengel waarmee je ook op ruis- of blankvoorn vist voldoet uitstekend. Ik vis
zelf met een hengel voor een # 3 of # 4 lijn, mits ik geen al te zware
streamertjes hoef te gebruiken natuurlijk, want dat werpt dan niet meer echt
prettig op zo’n licht hengeltje. Ik gebruik naast
onverzwaarde exemplaren ook streamertjes met kettingogen in verschillende maten
en kleuren, met diverse soorten “goud”-kopjes, met looddraad verzwaard of
met een combinatie van deze zaken. Welke streamer ik gebruik
laat ik natuurlijk afhangen van de situatie ter plekke. Of het water diep of
ondiep is en of het snel stroomt of
juist stil staat, zijn zaken die van belang zijn bij het maken van de juiste
keuze. Het mag duidelijk zijn dat het kleine streamertjes zijn waarmee ik gericht op baars vis. Dat je echter ook met nimfen en natte vliegen baars kunt vangen is natuurlijk geen geheim en ook daarmee vis ik op baars. Het menu van de baars bestaat echter al vanaf dat ze zo’n 15 cm. groot zijn uit visjes en ze zijn dan ook niet bang van een stevige hap en dat hun bek wel een flinke hap aan kan is goed te zien. Meestal kies ik daarom
voor de streamertjes die ik er speciaal voor gebonden heb. Ik bind ze op haken #
10, # 8 of # 6 en meestal in de 2x of 3x lang uitvoering. De bindmaterialen die ik
ervoor gebruik zijn zeer divers. Ik gebruik zonkerstrips, vossenhaar, mallard,
maraboe, chenille, hertenhaar en verschillende soorten en kleuren dubbing. Hier
en daar bind ik ook wat glitter-materiaal in en af en toe gebruik ik plakoogjes
die ik dan voorzie van een laagje epoxy, zodat ze langer dan slechts één
aanbeet meegaan. Tevens zorgt zo’n epoxy-kopje voor wat extra gewicht. En net zoals de grotere uitvoeringen waarmee we op snoek streameren, kun je ook deze kleinere uitvoeringen in alle kleuren binden. Olive, bruin en vooral ook zwart zijn veel voorkomende kleuren in mijn baarsstreamer-doosje, maar beslist favoriet is ook hier chartreuse. Deze geel/groene kleur kan soms onweerstaanbaar lijken voor de “Perca fluviatilis” zoals de wetenschappelijke naam voor deze brutale rover luidt. “It ain’t no use, if it ain’t chartreuse,” zoals een bekende Amerikaans vliegvisser placht te zeggen. Dat hij hierbij niet aan onze vaderlandse baarsjes dacht moge duidelijk zijn, maar ook voor “onze” baars is die spreuk beslist vaak geldig. En dat chartreuse een kleur is die ook de snoek zeer aantrekkelijk vindt, is al lang geen geheim meer natuurlijk. Het gebeurt dan ook regelmatig dat een snoekje het baarsstreamertje pakt. Kleinere snoekjes kun je meestal gewoon landen en dat is dan een leuke verrassing tijdens het baars-vissen. Soms echter ziet een flink uit de kluiten gewassen exemplaar er wel brood in en dan moet je meestal afscheid nemen van je streamertje, omdat de vele tandjes die een snoek in zijn bek heeft nou eenmaal vlijmscherp zijn en voor hen vormt je dunne onderlijntje geen enkel probleem. Dit is alleen het geval
natuurlijk als je, net als ik, zonder stalen onderlijntje vist. Voor baars is
dit natuurlijk ook niet nodig, maar als je op zeker wilt spelen zou je een –
erg dun – stalen onderlijntje kunnen monteren. Soms is de snoek gunstig gehaakt, bijvoorbeeld precies in de hoek van zijn bek en dan kun je hem of haar, na een leuke dril toch landen. ( Bij de snoek op de foto was dat bijvoorbeeld het geval en je ziet het streamertje, dat even tevoren nog mooi in de hoek van zijn bek gehaakt zat, dan ook op de vis liggen.) Dat die dril dan wat
langer duurt dan ik gewend ben als ik gericht op snoek vis, komt natuurlijk
doordat ik als onderlijn altijd
12/00 of 14/00 gebruik. Dikker is voor het vissen op baars in de meeste gevallen
dan ook niet nodig. Als je vist in water met veel obstakels of als je
voornamelijk grove baars verwacht, zou je kunnen besluiten om zwaarder te gaan
vissen. In veruit de meeste wateren zal dat echter niet nodig blijken. Als je het dus weer eens meemaakt dat de ruis- of blankvoorns niks pakken en de windes ook al geen interesse tonen in je fraaie vliegen en nimfen, probeer het dan eens met een klein streamertje op baars. Je kunt deze visserij bijna het hele jaar door beoefenen. Je moet alleen de zogenaamde “gesloten tijd” in de gaten houden en voor baars is dat van 1 april tot de laatste zaterdag in mei. Probeer het eens, wellicht word je aangenaam verrast. gr. Rinus
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1 April !!!
2009
door Rinus van de kerkhof 1 April 2009, een lekker zonnige dag, een
behoorlijk stevige wind, maar vooral; droog!! Dat zijn de omstandigheden
waaronder ik eens ging kijken of het al de moeite waard was om een paar uur te
gaan vissen op mijn favoriete kanaal. Ik heb daarvoor een gedeelte van het
kanaal uitgekozen dat werkelijk midden door de stad loopt en dat er dus
landschappelijk niet erg aantrekkelijk uit ziet. Het biedt niet de mooie natuur
waarin ik zo graag mag vertoeven en ook de rust is er meestal ver te zoeken,
want je moet steeds goed om je heen kijken voordat je weer gaat aanzetten voor
een nieuwe worp, want voordat je het weet heb je een auto, fietser of voetganger
gehaakt. Dat zorgt er dus voor dat je je niet alleen op het vissen kunt
concentreren, maar dat je daarnaast ook erg goed op je omgeving moet letten.
Meestal is dat geen probleem, maar een enkele keer ben je zo gefocust op je
visserij, dat goed om je heen kijken er bij in schiet en op die momenten kun je
dan maar beter voorbereid zijn op een minder vriendelijk commentaar. Gelukkig
behoren die momenten tot de uitzonderingen en de contacten die ik er met de
“locals” heb, zijn meestal een stuk vriendelijker van aard. Vaak hoor je als
vliegvisser natuurlijk de bekende vragen, zoals:”Zit hier forel?” of:”Vis
je niet met een hele dikke lijn?” om maar te zwijgen van de vraag:”Wat ben
jij nou aan het doen?” na mijn antwoord meestal gevolgd door:”Vliegvissen..
nooit van gehoord!!” Een enkeling wil er graag wat meer over horen en soms wil
men zien waarmee je die vissen dan eigenlijk vangt, want dat er geen made, brood
of pier aan mijn haakje zit hebben ze meestal snel gezien. In de loop der jaren kom ik er ook steeds
dezelfde personen tegen, bijvoorbeeld de dames die er hun hond uitlaten en met
hen heb ik steeds een leuk gesprekje en door de jaren heen worden die gesprekken
steeds langer en leuker natuurlijk. Het zijn eigenlijk niet de omstandigheden
waarnaar ik op zoek ben als ik ga vliegvissen, maar de aantallen vis en ook het
formaat waarin ze er soms te vinden zijn maken veel goed en het is dan ook leuk
om er zo af en toe een paar uurtjes te gaan vissen. Zo ook vandaag dus, woensdag
1 april. Ik had mijn # 3 hengeltje meegenomen, en
mijn reel waarop een DT # 3 lijntje zit. Aan mijn leader knoopte ik een lange tip 12/00 en als
laatste zocht ik een verzwaard
olive kleurig nimfje # 16 uit en zoals al snel bleek, was dat een goede keus. De vissen zitten nog niet verspreid over het gehele kanaal, maar zitten nog op een paar plekken bij elkaar. Omdat ik dit kanaal al heel wat jaren bezoek, zijn die plekken inmiddels wel bekend en ik hoef dan ook niet lang te zoeken om de vissen te vinden. Ik vang veel blankvoorns, een behoorlijk aantal ruisvoorns en ook nog een verdwaald brasempje. Het water is nog verre van helder en het
is dan ook lastig om de vis goed te “spotten”. De mooie en grote ruisvoorns
die ik er al zo vaak ving heb ik vandaag nog niet kunnen vinden en het zijn dan
ook voornamelijk kleinere vissen die ik gevangen heb. De harde wind is daar ook
voor een deel debet aan, want als er een kabbel op het water staat, zoeken de
ruisvoorns het meteen wat dieper. Door de stevige wind die er vandaag stond,
lieten de ruisvoorns zich dan ook helemaal niet zien in het oppervlak. Maar dat
mag de pret geenszins drukken, want ik heb me weer uitstekend vermaakt. Niet
alleen de vissen die ik regelmatig ving bezorgden me een goed gevoel, maar ook
de zon op mijn hoofd en lijf, het rustig langs de waterkant struinen en af en
toe een kort praatje maken met de wandelende niet-vissende medemens, zorgden
ervoor dat ik met een goed gevoel na een paar uur weer naar huis ging, wetend
dat ik er binnenkort beslist weer zal zijn, weer op zoek naar die dikke blank-
en ruisvoorns, hoewel het vangen daarvan echt niet nodig is om een heerlijke dag
te hebben. Heel vaak echter zal dat niet het geval
zijn, want de drukte die het kanaal aan weerszijde begeleid, maakt het niet
aantrekkelijk om er vaker dan af en toe een bezoekje te brengen. Veel liever
zoek ik de rust en stilte van de natuurlijke omgeving op. Dat ik daar veel
minder vissen vang is van geen enkel belang en weegt absoluut niet op tegen al
het andere dat ik zoek in het vliegvissen en dat ik daar wel vind en niet bij
een kanaal midden in een drukke stad. Voor vandaag was het echter een prima keuze en ik kijk dan ook terug op een heerlijke visdag. gr. Rinus vd Kerkhof ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ruisvoorn in plaats van vlagzalm. Hoogwater en nog meer regen voorspeld. Erg hoog water zelfs en erg veel regen op komst, tja dan staat je geplande Lenne-tripje natuurlijk op losse schroeven. We zouden met zijn drieën een dagje naar de Lenne in Duitsland gaan om daar op forel en vlagzalm te vissen maar de omstandigheden waren verre van gunstig en omdat één van ons er een week eerder al geen gunstige omstandigheden aantrof en ze deze week dus nog slechter zouden zijn, hebben we na kort overleg besloten om voor een alternatief te kiezen en in eigen land “op de ruisvoorn te gaan”. Gr. Rinus en Ger -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Laaglandbeken, door Rinus van de Kerkhof Kortom, het zijn niet alleen de vissen die ons als vliegvisser naar een bepaalde plek of stek trekken, maar ook alle andere facetten die de natuur ons biedt spelen daarin een grote rol.
Een waterspreeuw heb ik nog nooit gezien in ons eigen landje, maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt door de vele ijsvogels die er, zeker de laatste jaren, te zien zijn en op enkele plekken heb ik ook al heel wat meivliegen gezien, soms tientallen op een dag. En natuurlijk draagt de rust die een prachtige natuur ons biedt, bij aan het fantastische gevoel dat we tijdens en na een (vlieg)visdag kunnen hebben. In Nederland is het bijna onmogelijk om te ontsnappen aan “het geluid”. Hoe afgezonderd we ons soms ook wanen als we in een fraaie natuur alleen rondlopen met ons hengeltje in de hand, altijd is het geluid van auto’s van de snelweg verderop of van een langsrazende trein wel aanwezig. Dat zullen we dus helaas voor lief moeten nemen, maar soms worden we zo in beslag genomen door de visserij in een werkelijk prachtige omgeving, dat de beschavingsgeluiden niet eens meer opvallen, laat staan storen. Natuurlijk zou ik er niet te vinden zijn als er geen vissen zouden zitten, in ieder geval zeker niet zo vaak. Ik heb er al blank- en ruisvoorn gevangen, maar ook alver, winde, kopvoorn, snoek en baars. En vooral mooie serpelingen vang ik uitsluitend op de beken die ik bezoek. Soms zie je er dikke brasems voorbij zwemmen, paling zag ik er ook al en af en toe zwemmen er twee of drie karpers bijna statig voorbij, soms met hun rugvin boven water omdat het water ter plaatse zo ondiep is.
Ik vis op de beken alleen “op zicht”, dat wil zeggen; ik zoek de vissen eerst op en werp ze dan gericht aan. Het water moet daarvoor natuurlijk helder genoeg zijn en ook niet al te hoog staan. Het is echt hartstikke spannend om de kopvoorn, die je even tevoren ontdekte terwijl die zich volkomen alleen waande, langzaam te zien bewegen richting de zojuist door jou zeer voorzichtig gepresenteerde vlieg, even een stukje mee zwemt met je vlieg om die dan zelfverzekerd en tergend langzaam te nemen. Als je dan de haak zet, explodeert het in het algemeen erg ondiepe water en het spel tussen vis en visser is dan weer bijna gespeeld. Overigens kan ik er net zo van genieten als die prachtige vis zich vanuit zijn standplaats langzaam naar mijn vlieg beweegt, om daarna om welke reden dan ook, zich plotseling af te wenden. Zou hij me dan toch gezien hebben? Ik beleef het als een spel tussen de vis en mezelf, de ene keer gewonnen door de vis, een andere keer weer door mij. Omdat de visserij zich echter afspeelt aan een fraaie beek en in een soms adembenemend mooie omgeving, maakt het ook vrijwel niet uit wie de winnaar van het spel is, zolang het spel maar gespeeld kan worden.
Uren kan ik zo bezig zijn langs onze laaglandbeken en regelmatig ga ik gewoon even zitten kijken. Naar een groepje windes bijvoorbeeld dat, met de kop in de stroom, rustig afwacht op wat er aan eetbaars langskomt en ook is het prachtig om een groepje serpelingen te bespieden dat, wat verspreid over het water, erg druk bezig is om kleine “dingetjes” van het oppervlak te plukken. En terwijl ik zo stil en bewegingloos als maar mogelijk probeer te achterhalen waarop die serpelingen nou eigenlijk azen, verschijnt er ineens een muisje naast mijn linkervoet en dat verdwijnt pas nadat we elkaar secondenlang hebben aangekeken, mij achterlatend met een glimlach op mijn gezicht. Ondertussen meen ik te weten waar ik zo’n serpeling mee kan verrassen en knoop het door mij uitgekozen vliegje aan mijn tip. Bij voorkeur vis ik er met mijn splitcane hengeltje van 1.60 meter voor een # 2-lijntje. Omdat ik vaak midden tussen struiken of laaghangende takken moet vissen, zou een lange hengel alleen maar lastig zijn en los daarvan vind ik het heerlijk om met splitcane te vissen, zeker als het dan ook nog eens een G2 splitcane hengel is, werkelijk wereldhengels zijn dat. Even later drijft mijn vliegje richting het groepje vissen en de voorste serpeling schiet vanaf vijftig centimeter op mijn vlieg af en neemt die zonder enig spoor van twijfel flitsendsnel en…. hangen dus!!! Daar zit ik dan, met mijn werkelijk hoepelronde hengeltje in mijn handen, terwijl de serpeling erg levendig blijk geeft van het feit dat hij gehaakt is. Al snel geeft de vis zich gewonnen zodat ik hem kan scheppen en onthaken, er eventueel een fotootje van kan maken om hem dan snel weer terug te zetten. Rustig sta ik op en ga weer op zoek naar een mogelijkheid om het spel opnieuw te spelen, ondertussen genietend van de aanblik van de prachtige natuur en het geluid dat de vogels maken. Eens nam ik een vliegvisser mee die, omdat hij zo vaak vast zat met zijn vlieg, onmiddellijk aan takken begon te rukken om zodoende meer plaats te hebben voor zijn worpen. Ik heb hem een vandaal genoemd en gezegd dat hij voortaan maar beter op een parkeerplaats kon gaan vissen, daar zit waarschijnlijk minder vis, maar er staan niet zo veel bomen en struiken waar je aan vast kunt zitten. In plaats van te kunnen genieten van wat de natuur ons biedt, werd het door hem blijkbaar als overlast beschouwd. Je moet dus wel ingesteld zijn op deze speciale visserij, door sommigen ook wel “indianenvisserij” of “pielvisserij” genoemd. Niet iedereen kan het dus blijkbaar op dezelfde wijze waarderen en dat hoeft ook helemaal niet natuurlijk. Ik geniet er me echter te pletter!!
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Op zicht met een nimfje. Door Rinus van de kerkhof Bij voorkeur doe ik dat “op zicht vissen” met een droge vlieg, maar daar is het nu, begin april, nog wat te vroeg voor. Gewapend met een licht hengeltje, een drietje deze keer, een paar licht verzwaarde nimfjes, zowel goudkopjes als met wat looddraad verzwaard en een beetverklikkertje op de leader, ben ik vandaag een paar uurtjes op mijn favoriete kanaal bezig geweest. Doordat het water op sommige plaatsen al redelijk helder begint te worden én omdat de zon goed zijn best deed, had ik al snel een groepje wat kleinere ruisvoorns gevonden. Die zon is echt wel nodig om de vis te kunnen spotten, zeker nu het water nog lang niet zo helder is als het kan zijn. Mijn polaroid zonnebril is dan natuurlijk ook een niet te missen hulpmiddel. Overigens vind ik dat een zonnebril met polariserende glazen sowieso een onmisbaar attribuut voor elke vliegvisser is. Maar goed, het eerste groepje ruisvoorns was dus snel gevonden en de allereerste worp leverde al meteen een leuke ruisvoorn op en dat is natuurlijk altijd leuk om je visdag te beginnen. Uit dit schooltje ving ik er nog een stuk of vier en besloot toen om wat verderop te gaan kijken of er ook al wat grotere exemplaren te vinden waren. De echt grote vissen heb ik vandaag nog niet kunnen vinden, maar toch waren er een flink aantal bij waarvoor ik blij was dat ik mijn net bij me had. Mijn nimfjes waren allemaal gebonden op haak # 16 en # 14 en aan mijn leader had ik een tip van 12/00. Het heeft me, ook vandaag, weer heel wat (vis)plezier bezorgd.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Streameren, Door Rinus van de Kerkhof. De wintertijd is natuurlijk bij uitstek de tijd om met een streamer op snoekenjacht te gaan. Ik gebruik daarvoor het liefst mijn # 8/9 hengel. Lichter zou natuurlijk ook kunnen, maar omdat ik graag met grote zonkerstreamers vis is, is een iets zwaardere hengel wel prettig. Zo’n zonkerstreamer kan behoorlijk zwaar worden als hij goed nat is en om dan nog prettig te kunnen werpen heb je wel een hengel nodig in de wat zwaardere aftmaklasse en voor mij is dat dus een # 8/9 van 9 1/2/ ft..
Zoals ik al meldde hebben zonkerstreamers mijn voorkeur. Ze hebben een geweldige aktie en zelfs bijna stilhangend in het water bewegen ze vaak nog erg verleidelijk. En het is natuurlijk ook erg prettig dat ze makkelijk en snel te binden zijn, waardoor ook een beginnend binder al snel een paar fraaie streamers voor zichzelf kan fabriceren.Bijna elke vliegvisser die met streamers achter de snoek aangaat, heeft wel een favoriete kleur en al die vliegvissers vangen met hun persoonlijke voorkeur allemaal even goed. Ik geloof dus niet zoveel in het voordeel van de ene kleur boven de andere. Maar ondanks dat heb ik toch ook een favoriete kleur en wel chartreuse. Dat klinkt natuurlijk enigszins tegenstrijdig, maar ik vis net zo makkelijk met een donkerblauwe of oranje zonkerstreamer, sterker nog, ik heb ze werkelijk in alle kleuren en in de meest verschillende kleurencombinaties en ze “doen” het allemaal. Maar ik vis nu eenmaal het vaakst met die chartreuse uitvoering en ja, dan vang je daar dan natuurlijk ook de meeste snoeken mee.
|