Over de toekomst van het Twents

Door Goaitsen van der Vliet

Op 10 februari 1996 vond er op de Universiteit Twente een door de Friese studentenvereniging 'Tsjerk Hiddes' georganiseerde forumdiscussie plaats over 'De toekomst van het Twents'. Het forum werd gevormd door prof. dr. Anne van der Meiden, communicatiewetenschapper en Twents bijbelvertaler, het Tweede Kamerlid H.G.J. Kamp, ddie zich sterk heeft gemaakt voor de erkenning van het Nedersaksisch als derde landstaal, en de Enschedese uitgever/ingenieur Goaitsen van der Vliet. De inleiding van laatstgenoemde laten we hierbij in grote lijnen volgen.

Als oud-bestuurslid van de vorige Friese studentenvereniging aan de Universiteit Twente in de jaren zeventig doet het mij genoegen aan een forum over de toekomst van het Twents te mogen deelnemen. Indertijd organiseerden we als Frysk Studinteselskip Twinte ook eens een bijeenkomst over het Twents, met André Hottenhuis als voorganger. En in de introductieperiode lieten we een 'doegroep' van nieuwbakken studenten een enquête houden onder de inwoners van Enschede over hun gebruik van het Twents. In januari 1976 stond er zelfs een geheel Twentstalig artikel van de hand van Jan Terlaak in ons 'Nijs- en ferdivedaasjeblêd' Om Bokke hinne, over de oprichting van een Twentse schrijverskring. Dat is vandaag-de-dag wel heel actueel omdat er nu weer een Twentse 'schrieverskreenk' in oprichting is.

Ik woon inmiddels al meer dan 25 jaar in Enschede, maar ben pas een paar jaar geleden echt in het Twents geïnteresseerd geraakt als uitgever van de bundel Heftan tattat! - Gedichtn in t stadsplat van onze stadsdichter Willem Wilmink. De korte toespraak die ik toentertijd hield bij de feestelijke presentatie van dat boek wil ik in het kader van deze inleiding gedeeltelijk herhalen, omdat ze nog steeds actueel is. Bovendien zegt het wel iets over mijn drijfveren en mijn houding ten aanzien van talen en dialecten, waar ik zelf overigens geen onderscheid tussen maak. Ik citeer mezelf van 5 november 1992:

Toen Willem mij een half jaar geleden aan de stamtafel in Het Bolwerk vroeg of ik zijn Twentstalige gedichten wilde uitgeven, zei ik onmiddellijk ja. Dat was niet alleen omdat ik zijn werk zeer waardeer en ik me gevleid voelde. Ik zag als 'andere uitgever' een mogelijkheid weer iets nieuws aan te pakken, en anders dan men gewend was. In dit geval: het uitgeven van een Twentstalig boek. Ik heb de afgelopen jaren verschillende Twentstalige publicaties onder ogen gehad, en ik heb me vaak verbaasd over de wijze waarop die waren uitgegeven. Alsof het Twents een soort tweederangs taal is. Alsof zelfs de Twentse schrijvers en uitgevers de taal waarin ze publiceren niet serieus nemen.
In de eerste plaats valt me op dat begeleidende teksten vrijwel altijd in het Nederlands zijn gesteld. Voor mij als Fries een onbegrijpelijk fenomeen. Friese boeken zijn namelijk gewoon Friese boeken, tot en met de laatste letter. Geen uitgever die het in zijn hoofd haalt kopers te lokken met een Nederlandstalige flaptekst. Hij zou daarmee eerder kopers afstoten dan voor zich winnen. Hier in Twente is het blijkbaar anders geregeld.
Ook de Twentse media houden deze tweedeling in stand: het Twents is er mondjesmaat, voor de gezelligheid, voor de folklore en allerlei andere zaken die uit de tijd zijn. De landstaal is er voor het serieuze werk. Zelfs als in een streektaalrubriek een Twentstalig boek of evenement wordt aangekondigd of besproken, gebeurt dat in het Nederlands. In Friesland zou zoiets gewoon niet kunnen. Friese aangelegenheden worden als vanzelfsprekend behandeld in het Fries.
Wat mij ook vaak opvalt in Twentse publicaties, is de gebruikte spelling. Of, beter gezegd, spellingen. Het lijkt wel of elke schrijver er een eigen persoonlijke spelling op nahoudt en dat uitgevers die domweg overnemen. Zo heb ik bijvoorbeeld een bundeltje gedichten van één en dezelfde schrijver ('Wat sas as dös was kaans' van Bert Mutter) in de kast staan waarin het Twentse woord voor 'leven' op vijf verschillende wijzen is gespeld.
De nieuwste uitgave van Dijkhuis er op nageslagen, bleek mij, dat er van die vijf vormen maar twee in dit zogenaamde 'Twents Woordenboek'
staan. In plaats daarvan vond ik maar liefst achttien andere ingangen voor hetzelfde woord die allemaal, ik bedoel stuk voor stuk, verschillend waren gespeld. Zo vond ik in twee publicaties dus totaal 21 schrijfwijzen van één en hetzelfde woord.

Sommigen beweren dat het gewoon niet anders kan, omdat er zoveel verschillende soorten Twents zijn. Ik vind dat een onhoudbaar argument. Men gaat dan voorbij aan het feit dat je met goede eenduidige spellingregels ook de varianten van een taal kunt weergeven en in hun waarde kunt laten. Anderen gaan nog een stapje verder en zeggen dat de spelling de uitspraak exact moet weergeven. Er is geen enkele taal waarbij dat het geval is.
Ik ben er van overtuigd dat spellingregels alleen nodig zijn om in een taal te kunnen communiceren op schrift, en dat de keuze voor een bepaalde spelling er op gericht moet zijn het lezers en schrijvers zo gemakkelijk mogelijk te maken.
Het gaat er ook om dat iedere taal, dialect of variant van een dialect het waard is om gesproken en geschreven te worden. Het is voor mij dan ook een doodnormale zaak, dat het colofon, de aantekeningen en zelfs het copyright statement in dezelfde taal zijn gesteld als de inhoud van 'Heftan tattat!'
en dat de gebruikte 'standaard schriefwieze' consequent is doorgevoerd. De spellingregels zitten overigens als losse bijlage achterin het boekje, zodat nu iedereen aan de slag kan. En nu maar afwachten of er recensies in het Twents verschijnen.

We zijn ondertussen ruim drie jaar en vier drukken van Heftan tattat! verder. Twentstalige recensies verschenen er in eerste instantie niet in de regionale pers. Dat gebeurde anderhalf jaar later pas, voor het eerst in de geschiedenis, door Gerard Vaanholt in de Twentsche Courant bij de bespreking van het eerste nummer van De Nieje Tied. Nog een half jaar later volgde Dagblad Tubantia dat goede voorbeeld met een geheel in het 'stadsplat' van Hennie Talens geschreven maar wat late recensie van de bundel Heftan tattat! van Willem Wilmink.

Ik ben gevraagd een en ander te zeggen over de Twentse literatuur 'als graadmeter'. Leeft het Twents? Heeft het nog toekomst?
Als we de verkoopcijfers van de bundel Heftan tattat! in ogenschouw nemen lijkt het wel goed te gaan met het Twents als literaire taal. Ik heb er ondertussen al meer dan vijfduizend exemplaren van verkocht. Toch vrees ik dat het eerder andere dan literaire overwegingen zijn die mensen tot het kopen ervan aanzetten. Nostalgie vooral, of een leuk kadootje voor opa en oma dat de kleinkinderen zelf niet willen of kunnen lezen. Of misschien een hart onder de riem voor Twentstaligen met een minderwaardigheidscomplex, omdat een landelijk bekend dichter als Willem Wilmink het waagt zijn gedichten in het Twents te publiceren.
Het abonneebestand van ons min of meer literaire 'blad in t plat'
De Nieje Tied geeft een heel ander beeld: slechts 150 abonnees en een even groot aantal in de losse verkoop. Ik denk dat dit laatste meer zegt over in hoeverre het Twents leeft als literaire taal. De toekomst zie ik wat dat betreft ook somber in. Er is nauwelijks aanwas van jongere schrijvers die het Twents serieus nemen. Een paar veertigers, en de rest heeft op z'n minst Abraham al gezien. Er wordt beweerd dat de tegenwoordige herwaardering van de streektalen hierin verandering zal brengen, maar ik geloof daar niet in. In Friesland zijn ook al sporen van zo'n ontwikkeling te vinden. Als er geen jongere generatie geïnteresseerd is in het Twents als schrijftaal houdt alles op.
Ook de conclusie van een recent streektaalonderzoek door Natasja Engelbertink onder de leerlingen aan de Hogeschool Edith Stein in Hengelo geeft een weinig hoopvol beeld te zien: het Twents speelt er geen rol van betekenis meer. Men spreekt liever Nederlands, vooral omdat men dat 'mooier' vindt.

De tweede vraag die mij gesteld werd: Moet er een uniforme spelling komen?
Een goede aanzet tot een uniforme spelling is in 1985 al gegeven door de Kreenk vuur de Twentse sproak. Helaas is die spelling de afgelopen tien jaar geen standaard geworden, want, zoals ik al eerder constateerde, veel schrijvers bleven hun eigen spelling hanteren, ook in de dagbladen en de tijdschriften die daarbij eigenlijk een voorbeeldfunctie hadden moeten vervullen. De vraag of wat dat betreft de Kreenk vuur de Twentse sproak iets te verwijten valt, kan en wil ik in dit verband niet beantwoorden.
Met mijn eigen
standaard schriefwieze die ik toepas in al mijn uitgaven, heb ik voortgeborduurd op genoemde spelling van 1985. Ik heb die op een enkele punten proberen te verbeteren en er nieuwe regels aan toegevoegd om wat meer eenheid in de weergave van verschillende streektaalvarianten te brengen en de algemene leesbaarheid te verhogen.
Natuurlijk moet er een uniforme spelling komen, voor zover die er al niet is. Het probleem is echter dat er alleen sprake kan zijn van een uniforme spelling kan zijn als iedereen daaraan meewerkt: auteurs, uitgevers, instanties, kranten en tijdschriften.
Ondertussen werkt de Kreenk vuur de Twentse Sproak aan een herziening van zijn spelling van 1985. Ik heb er, gezien de voorgeschiedenis en de eigenzinnigheid van de in het algemeen al wat oudere dialectschrijvers, een hard hoofd in dat het met die uniformiteit nu wel gaat lukken.

Tenslotte ben ik gevraagd twee stellingen te poneren om de discussie op gang te brengen. Hier komen ze.

1. Over 75 jaar, drie generaties verder, wordt er geen Twents meer gesproken. Wat waarschijnlijk nog wel lang zal standhouden is een oostelijk accent, ook wel regiolect genoemd. De voornaamste oorzaak hiervan is dat steeds meer Twentse ouders hun kinderen Hollandstalig opvoeden. Van 'Modersproak' kan dus op den duur geen sprake meer zijn.

2. De erkenning van het Nedersaksisch als derde landstaal kan de snelle teloorgang van het Twents niet tot staan brengen. Ik durf zelfs te beweren dat de invloed van deze erkenning op het voortbestaan van het Twents slechts marginaal zal zijn.
Wat daarbij in ieder geval niet helpt is de kortgeleden in de regionale pers aangekondigde omvangrijke dialectstudie die een kwart miljoen per jaar moet gaan kosten, en die erop gericht is diverse Nedersaksische streektaalvarianten vast te leggen voor het nageslacht. Daarmee krijgt het Twents nog geen kans in het openbare verkeer. Dat vereist namelijk een verregaande mentaliteitsverandering. Zo kreeg ik kortgeleden weer eens een uitnodiging in de bus voor de viering van de dialectmaand bij V&D in Enschede, van begin tot einde in het 'Hooghaarlemmerdieks' gesteld.
Nee, om te redden wat er te redden valt is er nu veel meer behoefte aan een goed min of meer standaard Twents handwoordenboek, Twents-Nederlands en vooral Nederlands-Twents, en een spelling die, net als in Friesland, door alle schrijvers, uitgevers, instanties en periodieken wordt ondersteund. Daaraan lijkt mij dat kwart miljoen per jaar veel beter besteed.
 


2013-04-04

  Bits & Books post Goaitsen van der Vliet
 

google click fraud lawsuit