Nadat we weer thuis waren heeft Ineke een reisverslag geschreven op basis van het dagboek dat ze onderweg heeft bijgehouden. Dit is een samenvatting.
Zondag 13 mei, van Kiel naar Oslo.

Van Kiel naar Oslo. Een overtocht die iedereen zou wensen die weleens zeeziek is geweest. De Storebaeltsbro tussen de Deense eilanden Fyn en Sjælland.
Dinsdag 15 mei, Hurdal.

Om uit Oslo weg te komen begonnen we met 250 meter klimmen. Het verschil tussen weten en doen zat de volgende dag wel in mijn spieren! Al slepend kreeg ik ook andere opvattingen over allerlei dingen die ik bij me had, die wel handig maar niet onontbeerlijk zijn. Al de 2e nacht bleek de beslissing om toch een tent mee te nemen de goede te zijn geweest. Wie had dat gedacht? Van de 6 hutten op camping Hurdal was er niet één beschikbaar. Maar: de eerste 100 kilometer zitten erop. Nog 3500 te gaan, al wisten we dat op dat moment nog niet precies. De eerste kampeernacht viel toch niet helemaal mee. Zo'n matje dat in de winkel op een bak kiezels ligt en dan wel gerieflijk voelt, wordt op een strook gras na een uurtje toch wel hard. En koud. Ik ben een beetje stram.
Donderdag 17 mei, nationale feestdag.

Het regent, regent, regent als we van Gjøvik naar Lillehammer fietsen.
Onderweg zien we veel mensen in nationale dracht. Noorwegen heeft op 17 mei 1814 een eigen grondwet gekregen. Officiëel werd Noorwegen toen door de Denen overgedragen aan Zweden, maar daar hebben ze zich niet bij neergelegd. Met succes.
De Deense kroonprins Christiaan Frederik werd bij die gelegenheid de eerste koning van Noorwegen.
De nationale dracht - de bunad - is prachtig. De vrouwen dragen witte blouses met kant, een donkere vilten overgooier die streekgebonden borduursels heeft. Zilveren broches horen erbij, een tasje met zilveren beugel, zwarte schoenen met gespen en witte kousen.
De mannen dragen een lang "colbert", een vilten kniebroek, kniekousen en ook zwarte schoenen met gespen. De kinderen hebben een miniatuur outfit.
Niet iedereen heeft het. Volgens de receptioniste is het "very expensive".
In Lillehammer geeft Henny onze fietsen eerst een opknapbeurt met de tuinslang. Dringend nodig na al de "gruswegen" en de regen. Nieuwe remblokjes hebben we ook.
Zondag 20 mei, Vinstra

Het land van Peer Gynt, dromer en avonturier. Elk jaar wordt in het kleine openlucht theater aan het Gålå meer zijn levensverhaal opgevoerd. Zijn standbeeld bij het station van Vinstra zal zeker niet het enige zijn. Wij hadden de Peer Gynt route willen nemen, een grusweg door een schitterend gebied, maar die is pas half juni weer berijdbaar. We zijn op en evenwijdig aan de E6 gebleven.

Woensdag 23 mei, Otta.

Water is een van de grootste attracties van Noorwegen. In watervallen, stroomversnellingen, cascades. Maar ook de soms bleekblauwe, soms bijna zwarte fjorden. De eindeloze meren. En de neerslag natuurlijk die dat allemaal gaande houdt. Maar dat reken ik niet onder de attracties.
Donderdag 24 mei, Hemelvaartsdag.
Als fietsdag komt het dichtbij een bezoeking. Eerst naar Sel. Door het dal, pal tegen de storm in. Het was wel windkracht 6 of 7. In Sel moesten we de E6 nemen, bij gebrek aan een alternatief. De wind was keihard en vlagerig. Soms van links voor, soms van rechts voor. Op plekken waar geen begroeiing was zo sterk, dat ik zelfs heuvel af in mijn kleine versnelling stevig moest trappen. Op de E6 vond ik het doodeng. Vanwege Hemelvaartsdag was er niet veel verkeer, gelukkig. Ik voelde me zo'n heen en weer geblazen speelbal, angstzweet op mijn rug en in mijn handen. Ik zag me al onder een vrachtwagen terechtkomen. Of Henny. Tien kilometer voor Dombås begon het te regenen. De druppeltjes knalden door de harde wind als steentjes in mijn gezicht. De weg ging voortdurend omhoog, maar geleidelijk, goed te fietsen. Alleen op het laatst kwam er nog een klimmetje van zo'n 2 kilometer waar ik heb gelopen, waar zelfs Henny uiteindelijk van zijn fiets is gestapt. Of geblazen. Eenmaal in Dombås had ik het gevoel "ik kán niet meer". Daar boven was het 4°C.
Zaterdag 26 mei, Romsdal.
De droom van een fietser, deze etappe! Van 600 meter hoogte naar zeeniveau, door het Romsdal. Maar ook van de winter naar de lente, zowel qua temperatuur als qua natuur.
Het eerste stuk is het steilst, veel remmen. Daar was na 15 km de Slettafossen. De Rauma donderde niet alleen een heel eind naar beneden, maar perste zich bovendien door een smalle rotsspleet. Er waren kijkpunten ingericht met prettige stevige schouderhoge hekken. Je kon elkaar niet verstaan, zo'n geraas. Witschuimend, stuifwolken, je voelde de kou opstijgen. Heel indrukwekkend.
De dagen daarvoor fietsten we steeds vlak onder de sneeuwrand. Nu kwam die steeds verder boven ons te liggen.
Het dal van de Rauma is smal, de rotsen zijn honderden meters hoog. Sommige pieken meer dan 1700 meter. Steile wanden die 1000 meter oprijzen, zo imponerend.
Overal watervallen. Sommige komen springend en huppelend naar beneden, andere in vrije val van honderden meters. Sommige waaieren uit als sluiers, andere maken druppels als de tranen van een reus. Sommige overstemmen de geluiden van het verkeer. Andere kun je alleen horen als je er geconcentreerd naar kijkt.
We hebben gepicknickt bij de kerk van Kors, op het muurtje om het kerkhof. Zo'n rand van op elkaar gestapelde platte stenen. Tegenover ons een waterval, honderden meters lang. Hij overstemde alle kleintjes. Daar begon het dal naar lente te geuren. De bomen en struiken waren al groen. Weiden geel van de paardebloemen, bermen hier en daar paarsblauw van de bosviooltjes. Honderdduizenden lelietjes van dalen, op beschutte plekken al bloeiend. Velden lupinen, soms ook al in bloei. Bloeiende kersenbomen, op het punt van bloeiende appelbomen, zoveel geuren in de lucht en zoveel warmer als boven.
Zondag 27 mei, Åndalsnes.
We komen de fietser weer tegen die we vanmorgen vanuit de ontbijtzaal hebben gezien. Nog steeds met blote benen (het regent) en een Friese vlag achter op zijn slaapzaktas. Hij is op weg naar de Noordkaap. Hij had met een vriend afgesproken daar "nog eens" fietsend naartoe te gaan. De vriend is vorig jaar overleden. Ik heb het idee dat deze tocht een soort hommage is. Uit het hotel hebben we een adembenemend uitzicht. Uit het restaurant kijk je richting Isfjorden, een plaatsje aan het einde van de fjord, 5 kilometer verder. Vervagende bergen met sneeuw erop, lichtvlekken op het water, windstrepen. Wel honderd kleuren grijs. Uit onze kamer - de enige mét balkon - kijken we de andere kant op, richting Romsdalsfjord. Weer vervagende bergen in tinten grijsblauw, besneeuwde toppen waar nog zonlicht op valt, nevel op het water en om de toppen. Zo anders, als je tegen de zon in of met de zon mee kijkt.

Dinsdag 29 mei, Bud.
Wat een ongelooflijk schitterende plek. Voor me een inham van de oceaan waarin de haven van Bud ligt. Her en der bultige rotsen in het water dat glittert in de zon. Ze vervagen in de verte. Het water beweegt in de wind, het licht op de golven danst heen en weer. 't Was een stevige trap. Buiten Molde ging weg 64 die we al volgen vanaf Åndalsnes direct omhoog. Onmiddellijk kwam er een tunnel, 3,5 kilometer. Gelukkig hoefden we daar niet door. Wel gestadig klimmen naar 240 meter, tot Skaret. Daarna bleef de weg dalen en stijgen maar lang niet meer zo hoog: steeds zo'n 40, 50 meter. Tel ik al amper meer mee!

Woensdag 30 mei, Atlanterhavsveien.
We fietsen langs de Atlantische Oceaan, die we iedere keer kunnen zien. Een beetje heuvelig, wind in de rug. Na 27 kilometer de Atlanterhavsveien: 8 bruggen van het ene rotsige eilandje naar het andere tussen Vevang en Kårvåg vormen samen een weg van 8,3 kilometer. Zo is Averøy verbonden met het vasteland.

Vrijdag 1 juni, Kristiansund.

Naar Klubba. Het pad slingert langs de waterreservoirs, naar beneden en ook weer naar boven. Boven blijft het een stenig pad, vlak gemaakt met beton. Overal banken, overal uitzicht op de Nestfjord. Dramatische luchten erboven, grijs, blauw, wolken, zwarte buien. De veerboot Kristiansund - Bremsnes vaart langs, 20 minuten later weer terug. Het pad daalt, slingert langs een berg en eindigt voor een strook rotsblokken in zee, die er schuimend tegenaan slaat. Het is zo'n mooi gezicht, de afgesleten rotsen die als enorme walvissen voor de kust liggen. Helemaal verweerd, zoveel kleuren in de steen, stukjes glinstering die oplichten iedere keer als de zon tevoorschijn komt. Je kunt je voorstellen dat het er hier duizenden jaren geleden net zo uitzag. Natuurlijk zonder hier en daar een plastic zak en een blikje tussen de rotsen. Grote en kleine plassen, gevormd door regen en overspoelend zeewater, te groot en te diep om zomaar weer te verdampen. Bossen wier die traag en soms heftig bewegen in de golven. Harde wind die de lucht schoonveegt en nieuwe buien aanvoert.
Maandag 4 juni, 2e Pinksterdag.

Vanmorgen was het een prachtige dag: zon, blauwe lucht, witte wolkjes, briesje. We rijden langs de Surna. Stroomopwaarts, net als de zalmen. Het dal is breed, soms wel een kilometer, groen en lieflijk. De bergen zijn bebost met dennenbomen en berken. Soms steekt er een hoge berg tussenuit, daar ligt dan sneeuw op de top. De weg loopt tamelijk vlak langs de rivier die we maar af en toe zien. Amper een auto. De rust van de "2e Pinsedag". Een Nederlandse auto met een caravan rijdt de parkeerplaats op. We maken een praatje. Het stel is iets ouder dan wij en maakt deel uit van een groep Nederlanders met camper of caravan die meedoen met een ANWB-reis. Ieder voor zich en om 6 uur moeten ze op een bepaalde camping aanwezig zijn. Een aantal keren maken ze een uitstapje met een bus (Trollstigen) en eten dan ergens samen. Later werden we ingehaald door een auto waar "ANWB" op stond en daar zwaaide een hand uit het dak. We waren besproken en gelokaliseerd. Zelf blijken we deel uit te maken van een heel peloton fietsers dat op weg is naar de Noordkaap. Even nadat we de Nederlanders lunchend hebben achtergelaten treffen we een bepakte en bezakte fietser, zoals wij, een Zwitser. We geven hem de groeten mee voor de Fries die we in Åndalsnes troffen en die inmiddels op de Lofoten is. Leuk, dat wilde hij graag. Het hele leger, meest alleen fietsende mannen, 30 à 35 jaar, kampeert of logeert in jeugdherbergen, waar ze elkaar treffen. Ze gaan 2 x zo snel als wij, hebben lang niet zoveel tijd. Ik voel me bevoorrecht.
Dinsdag 5 juni,naar Trondheim.

Henny ziet haar plotseling staan: een levensgrote, echte eland. Met kleine hoorntjes, geen gewei, ik denk een dame. Ze kijkt oplettend wat we doen, beschouwt de situatie als veilig en gaat verder met gras eten. Een meter of 25 van ons af, net achter een ingezaaid veldje staat ze. Ik ben helemaal onder de indruk. Nu ik eenmaal een eland heb gezien hoop ik dat dit de eerste is, dat er meer zullen volgen.
Woensdag 6 juni, Trondheim.

Een imposant bouwwerk, de Nidarosdom. Trondheim heette vroeger Nidaros. Voor het portaal zit een man in een rode japon. Hij vraagt of we de groene sticker op willen doen die we bij de kaartjes hebben gekregen. Binnen is het pikdonker. Op de tast zoeken we onze weg. Als onze ogen zijn gewend zien we dat er nog veel meer mensen in rode gewaden lopen, met schildjes "guide" of "vakt". Ik hoopte dat "Nidarosdom" zou betekenen dat het een katholieke kerk was. Waar ik voor mijn dierbaren een kaarsje zou kunnen branden. Maar Noorwegen is Luthers. We stoten op een mevrouw in het rood, die laat zien dat achter het altaar een bron is (was) waarvan het water genezend was. In de stenen ervoor zitten ronde gaten, bedoeld om het gemorste water op te vangen en via een gootje weer terug te leiden, opdat er niets verloren zou gaan. Ze wijst merktekens van bouwmeesters aan en vertelt dat diezelfde tekens ook zijn gevonden in Italië, Frankrijk en Engeland. Bouwmeesters trokken dus door Europa. Daarvoor hadden ze vergunning, want zoiets was voor gewone mensen niet weggelegd. Midden in de kerk liggen tien platen, ongeveer 1 x 1 meter, twee aan twee. Op 6 ervan staan figuren, het lijken tekens van de dierenriem, maar zijn het niet. Ik herken een schorpioen, een leeuw, een varken. Het zijn voorstellingen van het kwaad, van slechte eigenschappen van mensen. De priester loopt er overheen en vertrapt ze symbolisch met zijn voeten. Op de lege vlakken kun je je eigen slechte eigenschappen projecteren, zodat ze ook kunnen worden vernietigd.
Zaterdag 9 juni, naar Åsen.
In Hommelvik, na 25 kilometer, is bedrijvigheid. Dus wellicht ook koffie. Bij kafe Rampa staat een stel mannen met oranje vestjes over hun kleren. Ze spreken ons aan, vragen ons het hemd van het gat over de fietsen, ons doel, het weer. Zo meteen om 12 uur is het kampioenschap rolskiën. Dat zijn korte langlaufski's - 60, 70 centimeter - met voor en achter een wieltje zoals ze onder ministepjes zitten. We hadden ze onderweg al eens gezien. Aanvankelijk werden ze gebruikt als trainingsski's in de zomer. Later heeft het straatskiën zich ontwikkeld als een zelfstandige sport. Noorse kampioen op rolski's is de Nederlander Jan Jacob Verdenius. Hij zal ook meedoen, rugnummer 13. Het wedstrijdparcours is een ronde door Hommelvik, die ze 4 keer rijden. Ook wij stellen ons om 12 uur op om vooral Jan Jacob aan te moedigen. De eerste ronde is hij 4e, dan 3e, tenslotte komt hij ruimschoots als 1e over de "mål".
Zondag 10 juni, Steinkjer.
Van de eerste 2 kilometer na vertrek loop ik er minstens 1. Steile stukjes en pijn in mijn knieën, nu al. Daarna gaat het beter. Vlak voor Levanger gaan we over de 1000 kilometer. In Levanger koffie, met 2 taartjes erbij om het te vieren. Steinkjer is een redelijk grote stad, met restaurants. We lopen het pad langs het water en klimmen bij de brug naar de hoofdstraat. Eerst even kijken waar het infocentrum "Kystriksveien 17" is. Daarover is een boekje en dat willen we morgen kopen. De meeste fietsers en veel toeristen nemen de kustweg in plaats van de E6. Wij ook. Na het eten in restaurant Trønderstua lopen we terug naar de brug en komen langs de kerk. Deuren wijd open, nog een paar minuten en dan begint het gospelkoor uit Rørvik met een optreden. Rørvik ligt nog voorbij Namsos aan de kust. We kopen kaartjes en gaan zitten. 't Is een wervelende, enthousiaste voorstelling. Het koor heeft heel mooie stemmen. Of de saxofonist er echt bij hoorde weet ik niet, hij was erg goed. Het eindigt met "may His love be with you, till we meet again". 's Nachts, toen ik naar de wc ging, hoorde ik de rivier lawaaiig over de stenen bruisen.
Maandag 11 juni, Namsos.
Daar gaan we, dalen, klimmen, een stevige storm pal tegen. We rijden naar het westen, ik word af en toe bijna van mijn fiets geblazen. De lucht is egaal grijs en het regent door, gestadig, niet harder, niet zachter. In Namdalseid besluiten we niet te picknicken, maar bij het pompstation een broodje te kopen en dat lekker binnen op te eten. We treffen er een jong stel uit Noord-Holland, op weg van de Noordkaap naar Oslo. Ze zijn met trein en Hurtigrute naar het noorden gegaan, komen fietsend terug. We staan daar met zijn vieren te kletsen en te druipen, het meisje zegt, geheel verlekkerd: "en vanavond nemen we een hutje". Want ze kamperen! Pet af.
Ze hebben mooi weer gehad op de Noordkaap. Hadden besloten de rit in deze richting te maken vanwege de wind. Dat klopt, hebben wij ook gelezen. Maar het is zo'n leuke volgorde, eerst het werk en dan de beloning: de boot terug.
Ze gaan die dag nog tot Røra, 20 km voorbij Steinkjer. We steken elkaar een hart onder de riem, dat het een mooie tocht is en de heuvels wel te doen zijn. Dat is waar, zij het wat mij betreft nog al eens lopend.
Wensen elkaar zon en gaan in tegengestelde richting weer op pad. We stoppen nog even om al het regenequipment aan te trekken: broek, slobkousen, handschoenen met plastic zakjes er overheen. Van de wind merken we minder omdat de route meer bebost wordt.
Trouwens ook minder druk, lijkt het. Een mooi stuk is van Sjøåsen naar Gryta, langs het water, rotsen aan de andere kant. Het landschap was de laatste week veel wijder en lieflijker. Nu komt de ruige, onherbergzame, ontoegankelijke schoonheid van Noorwegen weer terug. Voor het eerst zien we rendiermos op de rotsen.
Een geheel verregende vos steekt de weg over. Weliswaar geen rendier, maar een stuk beter dan de dode das en de talloze platgereden vogels.
Woensdag 13 juni, Skaga.
Is weg 769 begaanbaar? Vlak voor Lund (pont) zou hij wegens wegwerkzaamheden opgebroken zijn. De verkoper in de fietsenwinkel in Namsos zei: "about 2 or 3 kilometers, not too bad". We wagen het erop. Heel mooi is hij in ieder geval. Hoge bergen, smalle dalen , mooie uitzichten en veel steile klimmetjes. Als een Noor zegt "not too bad" zet je dan maar schrap. De "2 or 3 kilometers" bleken er 12 te zijn. We ploeterden door een dikke laag los zand en kiezels, voorbereiding voor het asfalteren. Maar er was ook een kudde rendieren, een hert met een kalfje, weer een vos, deze keer niet zo'n natte.
Donderdag 14 juni, Kjelleidet.

's Avonds na het eten nog even naar de daverende watervallen. De bovenste maakt een vrije val, dan bruist hij een meter of 50 over de stenen, vervolgens duikt hij over de rand en raast over enorme gladgeslepen rotsblokken. Zo mooi. Vanaf de weg keken we in een pikzwart meer in een dal, omsloten door hoge rotsen. Het water zag er zo peilloos diep uit, je kunt je gemakkelijk voorstellen dat het vol onbekende gruwelen zit. Terug om 10 over 9. De kiosk was gesloten, we zijn deze nacht helemaal alleen in onze villa op de punt van de Lysfjord.
Zondag 17 juni, Alstahaug.
Orchideeën langs de kant van de weg, hard trappen tegen de wind. De enorme bergwand waar we naartoe fietsen hoort bij de syv søstre, de zeven zusters. Zeven toppen op een rij, met hun hoofd in de wolken.
Camping Belsvåg verwacht ons. Het hutje kost 250 kronen, we krijgen het voor 200. Ik weet niet waarom. Om bij het toilet en de douche te komen moet je een paadje nemen tussen de paardebloemen en het fluitenkruid door, een bruggetje oversteken over een kristalhelder beekje waarin eilandjes dotterbloemen bloeien, nog een stukje paadje en dan ben je er.
Nog even naar de kerk van bisschop Krogh, wiens kop in reliëf in de tuin van de camping staat, omdat hij hier bijna 200 jaar geleden heeft gewoond.
De kerk was bovendien, 300 jaar geleden, van Petter Dass, dominee en dichter. Hij heeft een eigen museum (gesloten om 5 uur) en een enorme gedenknaald.
In de kerk blijkt een kwartier later een optreden te beginnen van het Helgelands Kamerkoor. We kopen kaartjes waar we geen spijt van hebben. Het koor is goed, de soliste erg goed. Dan nog de wafels, koffie en lekker de donzen zak in, slapen in de schaduw van de syv søstre.
Donderdag 21 juni, Mo I Rana.
Naar de Swartisen gletsjer. Het water van de gletsjer rivier is grijsgroen. Ik herinner me het als opaalgroen. Wat het een eind verderop inderdaad is. Toch een merkwaardige kleur voor een rivier. De boot doet ruim een kwartier over het tochtje van een kilometer of 5. Hij zet ons af op een steiger onderaan een stenig pad. Langs de waterval waarin het smeltwater stuivend en bruisend naar beneden komt klimmen we omhoog. De rots is zo kaal als ik me een maanlandschap voorstel. Hoog, prachtige kleuren. Kleine vijvers vol regenwater waarin planten groeien. Het zou 3 kilometer lopen zijn naar de gletsjer, maar we zijn er met een half uur. Dat je op dit terrein 6 km per uur zou opschieten lijkt me erg veel. We lopen langs de luwe kant van de berg, het is warm. Het pad is "well-marked". Dat betekent dat je vanaf het ene oranje vlaggetje een volgende moet zoeken, daar ga je dan naar toe. Enzovoort.

Zondag 24 juni, Poolcirkel.

Een bord geeft aan dat het Poolcirkelcentrum nog 2 kilometer is. De wind wordt frisser. De GPS geeft aan dat we op 66° 33' zijn. Het centrum is 150 meter verder en ligt op 692 MOH. Meter Over Havet. Het ziet er wel gezellig uit. Allemaal mensen in het zonnetje met ijsjes, flesjes limonade. Blote armen en benen. Veel mensen zitten ansichtkaarten te schrijven. Als je ze hier post krijg je een poolcirkelstempel. Wij doen het ook. Het is een vreemde plek. Er is niks. Alleen stenige ronde bergen waar niets op groeit dat hoger is dan 20, 30 centimeter. Een heel desolaat gebied. Ook een heel indrukwekkend gebied, zo eenzaam en verlaten.
Woensdag 27 juni, Saltstraumen.


Toen we gisteren kwamen dacht ik: is dat alles? Het water was zo glad en stil. Terwijl we met een Duitse visser en zijn vrouw uit Bremen stonden te praten begon het water te stromen. Een uurtje later waren er witschuimende draaikolken en hoogteverschillen van wel 4, 5 meter. In het midden een gladde baan die duidelijk hoger lag dan het gewervel aan de zijkanten. Op het uitkijkpunt op de voet van de pijler, vlak boven het water, kun je het het beste zien. Duizeligmakend wervelt, draait, schuimt en kolkt het zo schone en heldere water. Een heksenketel. Zwart lijkt het waar het diep is, lichtgroen waar wolken belletjes naar beneden worden gezogen, sneeuwwit waar ze weer aan de oppervlakte komen. Je blijft kijken en foto's maken.
Donderdag 28 juni, Sørvågen.

In Sørvågen op de Lofoten hebben we een appartement in een sjøhus. Beneden is het gedeelte voor het vissen, met netten, lijnen, vriescel. We kijken uit op de haven, waar meeuwen schreeuwen, ruzie maken, zwemmen, zeilen en landen op het dakje van golfplaten onder ons raam met veel gekletter van zwempoten. Achter het water van de haven is een rotsrichel, die de haven beschermt en ons net het zicht op de oceaan beneemt. In de verte ligt Værøy, een van de bewoonde eilanden van de Lofotodden. Het is een prachtige plek. We hebben een eigen balkon. Om er te komen moeten we een zolder oversteken waarop allemaal oude scheeps- en visdingen liggen. Roeispanen, stapels netten, enorme bossen touw, een bejaarde touwladder met houten klossen, glazen drijvers in netten, een zeemanskist, bootonderdelen, ondefinieerbare gereedschappen. Aan de muur twee wellicht al bejaarde stokvissen. Over alles hangt vaag de geur van gedroogde vis en teer.

Zaterdag 30 juni, met de sykkelbåt.

In Nusfjord meert de "Vibeke" aan. Ze ligt aan de kade, een meter of 3 lager dan het plankier. Het blijkt dat de passagiers (2 vrouwen uit Trondheim met 5 kinderen, Henny en ik) zelf hun fietsen en hun bagage moeten laten zakken. De kapitein pakt alles aan. Henny moet hem helpen. Als alles en iedereen aan boord is gaan we. Buitengaats ben ik blij dat ik een pil heb genomen, de golven zijn niet kinderachtig en de Vibeke is een notedopje. In Ballstad lijkt het of het hoogteverschil nog een metertje meer is. Henny en de kapitein geven fietsen en bagage aan, een van de vrouwen en ik pakken alles aan en zetten het op het plankier. In het kantoortje gaan we 175 kronen per persoon met fiets betalen, dan op pad naar Leknes.
Vrijdag 6 juli, Narvik.

Om kwart over 10 's avonds gaan we opnieuw de Fagernesfjellet op. De zon schijnt. Ongelooflijk na zoveel regen: we zien de middernachtzon in volle glorie. Hij zakt tot vlak boven de bergen aan de overkant van de fjord, is even wat gesluierd en begint dan volop stralend aan de nieuwe dag. Wat geweldig om dat zomaar mee te kunnen maken.
Maandag 9 juli, Malselv.

De Malselvfossen. Ze zijn schitterend, drie watervallen achter elkaar. In de lente gaat er 1000 m³ per seconde door. Naast de watervallen een natuurlijke zalmtrap. Aan het einde is een huisje met een groot raam in de zijkant. Daardoor kijk je in een bak waar zalmen in zwemmen: de lakssjået. De zalmshow. Het geraas van het vallende water overstemt alles. Het is zo schoon, je kunt de stenen op de bodem zien. Het wervelende schuim is sneeuwwit, de belletjesbanken metersgroot en zachtgroen. Een voorstelling waar je lang naar kunt kijken.
Donderdag 12 juli, Tromsø.
Met de wind in de rug vertrokken uit Nordkjosbotn. De E8 loopt een heel eind langs de kust. Bij Seljelvnes slaat hij plotseling rechtsaf, gaat met 10 % stijging de bergen in. Een nieuw tracé. Wij gaan rechtdoor, de oude weg is opeens een fietsersparadijs geworden. Als ik bedenk met welk verkeer we de smalle asfaltbaan hadden moeten delen ben ik zeer dankbaar. Na een kronkel bij Laksvatn voegen we ons weer in de stroom. Vier kilometer verder gaan we de bergen in, heel geleidelijk stijgend. We komen opeens opvallend veel fietsers tegen: 7. Allemaal volgeladen zoals wij. Iedereen groet. Het begint zachtjes te regenen. Het jack heeft 2 voordelen: we blijven lekker droog en we zijn goed zichtbaar.
Tromsø ligt op een eiland, de IJszeekathedraal op de vaste wal in Tromsdalen.
In het hotel hangt een aankondiging dat er in de zomer elke avond een "midnattkonsert" is in de kathedraal. Begint om 23.30 uur. Wel laat na een lange fietsdag, maar ook iets dat je niet mag missen. Woensdag en zaterdag blokfluit en piano; de andere avonden vier zangers.
Het is erg mooi. Ongelooflijk wat je met een blokfluit kunt doen. Als we terug lopen over de brug slaap ik al bijna, maar het leven is hier om 1 uur 's nachts nog gewoon gaande. Fietsers, wandelaars, auto's, bussen, vallen al die mensen niet om?

Dinsdag 17 juli, Gildetun.
Nog een paar kilometer naar Gildetun, waar we van plan zijn te slapen. Over het op één na laatste heuveltje kijken we plotseling uit over een enorme fjord met veel uitlopers: de Kvænangenfjord. Van bleekblauw tot diepblauw ligt hij daar, 400 meter onder ons. Er liggen eilanden in, aan de overkant bergen met sneeuw. De zon licht de hellingen op, wolken laten schaduwen vallen. Nog een bocht en daar ligt Gildetun.
Het is een zomerdorp van de Sami. Elke bus legt er aan, in het enorme restaurant kunnen meer groepen tegelijk eten. Er is een motel, een stel hutten, 4 hutjes, en wat tenten waar Sami spullen zijn uitgestald: rendierhuiden, geweien (80 - 150 kronen), veel leren en houten dingen. Pantoffels, schoenen en "barnesko", boekenleggers, kettingen, kleedjes.
De 10 grote hutten op het pleintje zijn bezet. Hoger op de berg liggen vier kleintjes. Die hebben alleen elektriciteit, verder niets. Ze zien er snoezig uit, van donkerbruine planken, een dak met gras en bloemen. We zijn meteen verkocht. Achter onze hut ligt nog sneeuw. De hutten hebben geen nummer maar een naam. Ze zijn genoemd naar de omringende bergtoppen. De onze heet Naika.
's Nachts was het ineens helder, en om 10 voor 12 zagen we opnieuw de middernachtzon. Deze keer rechtstreeks boven de fjord, waar hij een gouden baan licht overheen trok. Om 12 uur was hij er nog, maar iets verder geschoven. De baan was weg, maar de wolken hadden fantastische kleuren. Het was zo mooi. We stonden ademloos te kijken en te rillen, want het was lang geen 10°C toen.
Vrijdag 20 juli, Alta.
Vanaf Isnestoften zien we Alta steeds liggen, steeds is het verder weg dan ik denk.
Een schiereilandje = klimmen. Weer naar beneden, langs Kåfjord, plaats en fjord. Iets verder gaan we er met een brug overheen. Een dozijn hengelaars, sommigen staan zelfs op de pijlers, staat in een mini-Saltstraumen te vissen.
Na de brug klimmen, naar 90 meter. Naar beneden, en weer omhoog. Ik zie de weg voor me naar links buigen, diep langs het water. Ik durf niet zonder remmen naar beneden. Bochtig en druk, ik ben echt moe. Eindelijk zijn we er toch: 89,89 kilometer.
Natuurlijk gaan we naar het museum dat bij de rotstekeningen, de helleristningen, is gebouwd. Een erkend "erfgoed". Ze hebben een houten looppad aangelegd en de plekken met tekeningen genummerd. Het zijn er 14, drie kilometer lopen.
De uitleg bestaat uit veronderstellingen. Toch is het indrukwekkend. Te bedenken dat 6000 jaar geleden hier op deze plek waar ik nu loop mensen afbeeldingen hebben zitten maken van rendieren, elanden, boten, vissen (heilbot), mensen, beren. Ongelooflijk. Mensen zoals wij maar in een andere tijd. Na de IJstijd zijn de rotsen omhoog gekomen, bevrijd van de enorme druk van het ijs. De oudste tekeningen zijn 6000 jaar, de jongste 2000. Nog een wonder dat ze zijn gevonden. Nu zijn de meeste ingekleurd met rode verf, waardoor je ze wel ziet. De enkele die "naturel" is gelaten moet je echt zoeken, zelfs al weet je dat hij er is.
De tekeningen zijn bij toeval ontdekt. De elektriciteitsmaatschappij had een haak in een rots bevestigd om er een tui-kabel aan te verankeren. Dat ze dat midden in een groep getekende rendieren hadden gedaan was ze niet opgevallen.
Toen kwam er een wandelaar die op de rots wilde klimmen. Hij greep zich vast aan de haak en zag het.
Donderdag 26 juli, Hammerfest.

Het regent een beetje als we Hammerfest uit fietsen/duwen. Bij de ijsbeer net buiten Hammerfest verwissel ik mijn trui voor het jack, maar een eindje verder is het droog. De zon komt door. We zien steeds groepjes rendieren. Een paar vertrouwen me niet erg en zetten het op een hollen, voor me uit, dezelfde kant op. Auto's zwenken om ze heen. Ze gedragen zich zeldzaam onnozel, maar ook heel vertederend. Prachtige nieuwe geweien hebben de mannetjes.
Vrijdag 27 juli, Olderfjord.

Olderfjord is net zo'n vreemd dorp als Skaidi. Alles is er en eigenlijk is het niks: pompstation, postkantoor, winkel, motel, kro, camping, souvenirs, wat huizen. Op maandag, woensdag en vrijdag komen in Olderfjord - net als in Skaidi - 's morgens en 's avonds de bussen van het streekvervoer bij elkaar. Ze staan op een rij, klaar om te vertrekken naar exotische bestemmingen als Honningsvåg, Karasjok, Alta, Havøysund en Hammerfest.
Maandag 30 juli, Skarsvåg

Als we opstaan is het nog mooi weer, als we vertrekken regent het zachtjes. We doen boodschappen want in Skarsvåg is geen winkel. Net buiten Honningsvåg trekken we toch maar de regenbroek weer aan. Na een kilometer of 10 komt de eerste berg. Op 290 meter verdwijnen we in een wolk. Daarna gaat het een tijdje redelijk vlak, dan zakken we weer. Opeens is het droog en hebben we uitzicht. In de verte heldere lucht, een heel lichte fjord, donkere bergen. Ik kan niet zien hoe de weg loopt. Remmend naar beneden en dan ineens, in een uitzicht naar rechts: de Noordkaap.
Dinsdag 31 juli, Noordkaap

Rond 9 uur breekt de lucht, er komen plekken blauw, de zon schijnt hier en daar. We nemen de regenbroek en slobkousen toch maar mee. Eerst weer naar 300 meter. Boven hangt een wolk die nevelig voelt en ons het zicht beneemt. Henny is zo'n 100 meter voor me en ik zie hem verdwijnen in de mist. De weg buigt naar rechts, we hebben de storm niet meer tegen maar opzij. Elke auto die ons passeert veroorzaakt een moment van luwte, gevolgd door weer de volle laag waardoor ik hevig aan 't slingeren raak. Ik stap af en loop verder, word ook zonder auto's bijna van de weg geblazen. De weg ligt hoog. Ernaast een dikke laag kiezel die steil afloopt. Vast om 's winters de sneeuw die van de weg wordt geschoven kwijt te kunnen. De kassa's zijn even zichtbaar en verdwijnen weer in de mist. De toegang tot de Noordkaap kost 175 kronen per persoon. Inclusief parkeergeld. Wij mogen er zo in. De jongen aan het loket vraagt waar we vandaan zijn gekomen. Uit Nederland, op 14 mei gestart in Oslo. We mogen gratis naar binnen. Een foto van de fietsen voor de sokkel. Eén waait om. Henny kan de video niet stil houden. Ik maak een foto, op mijn knieën op de grond om stabieler te zijn. Ik hoop maar dat ze goed zijn, maar dat weten we pas later. We hebben nu 2987,24 kilometer op de teller. Ons eerste doel is bereikt.
Vrijdag 3 augustus, Porsangerfjord

We gaan met de bus door de Noordkaap-
tunnel en stappen uit bij de afslag naar Repvåg.
Links van ons het water van de Porsangerfjord. In zwart en zilver, licht- en donkergrijs. Het weerspiegelt de wolken erboven. We zien plekken zon en ook buien. Lichte wolken als de zon erop schijnt, donkere in de schaduw. Je kunt er naar blijven kijken. Soms krijgen we zelf een bui mee, maar het is zo weer over. Dan een regenboog! Veel wind is er nog wel. Soms achter, bij een inham waar we omheen gaan weer tegen. Bij Indre Svartvik ligt naast de weg een caravan, wat ervan over is: een paar platen kunststof, een chemisch toilet en wat gescheurde gordijntjes. Een triest gezicht.
Na zo'n 25 km komt de Skarvbergtunnel, 2,8 km lang. Gelukkig verlicht, zij het spaarzaam. Overal druipt, lekt, stroomt water van de wanden. Ik stort me erin, word toch nog twee keer gepasseerd door een grommend monster dat de hele tunnel vult met zijn aanwezigheid. Het gaat goed, als ik eruit ben wacht ik nog wel een minuut op Henny. Die voelt dat niet precies zo.
Dinsdag 7 augustus, Børselvfjellet

Het is een beetje betrokken, maar droog en niet koud. Om half 9 zijn we op pad. 't Is een eind vandaag en te oordelen naar de kronkels na Kunes ook nogal heuvelig. Al binnen 5 kilometer zien we een vos, vast een verjaardagscadeautje voor Henny. Hij steekt op zijn dooie gemak over, blijft vanuit het bos nog even naar ons staan kijken. Eerst klimmen we de Børselvfjellet op, 177 meter aan het begin, weer naar beneden en dan tot 182 meter. Ik trek mijn trui uit en verwissel mijn fietsbroek voor een korte. Prachtige dag, blauwe lucht, zon, 16°C. Een echte verjaardag. In Kunes staat een bord langs de weg "Kaffe". Zou het waar zijn? Het is waar. In de school is een "sommerkafe", waar je koffie, limonade en ijs kunt krijgen, maar ook wafels (met 4 soorten jam!) en waar je kunt internetten! Nee, laten we dat maar niet doen, het is nog een heel eind, geen tijd. Hoezo geen tijd, we hebben toch vakantie? En dat alles in het Noors en Henny snapt het. We vinden het toch wel een heel leuke plek en een bijzonder moment om ons thuisfront een boodschap te sturen. Nog een på fyll en dan gaan we weer. De eerste heuvel voert ons direct over 127 meter. Er komt een stel schiereilanden dat we moeten oversteken. Het blijft klimmen en dalen: 93 meter, 136 meter. Daar tussendoor wel 10 heuvels die allemaal zo'n 40, 50, 60 meter zijn. En steil. Henny fietst de meeste, ik loop nogal eens.
Woensdag 8 augustus, Ifjordfjellet.

Een hele tijd blijven we op 330, 340 meter, klimmend en dalend. 't Is wel steil. Vandaag is er nauwelijks wind, een heel verschil met de storm van gisteren. Boven is het ook niet zo koud. Op weg naar de hoogvlakte worden eerst de berken kleiner, verdwijnen daarna helemaal. Boven groeit alleen gras, mos, wat nietige bloemetjes. Iets lager zien we de struiken met de zilvergrijze blaadjes die ook op de waddeneilanden groeien. Alleen zitten er daar oranje bessen aan.
Zaterdag 11 augustus, Tana Bru.

Op de eerste helling, nog geen kilometer op weg, een knal. Henny's achterbanden, binnen en buiten, zijn aan flarden. Hij zet de reserve binnenband en een nieuwe buitenband op zijn achterwiel, rijdt dan nog even terug naar de sportzaak in Tana voor een nieuwe reserve binnenband. Om half 12 vertrekken we weer. Eerst de landtong over naar Varangerbotn. Niet steil, wel behoorlijke klimmetjes: 155 meter, 70, 65, 95. Tussendoor steeds terug naar het water. Een prachtige route, langs enorme rotsen, steeds met bosjes als er een luw plekje is. Heel onherbergzaam. Op de kaart staan dorpen aangegeven met open rondjes: O. Dat betekent dat ze verlaten zijn. Nadat het een tijd heel zachtjes heeft gemotregend begint het nu te gieten. Voor de laatste keer - zo blijkt later - beklimmen we een heuvel, 95 meter. Een eindje voor me uit verdwijnt Henny in een tamelijk dichte wolk. Weer suizen we naar beneden, daar zijn we in Gandvik. Het regent pijpenstelen. Hier willen we ergens barbecuen en kamperen. Eerst hebben we water nodig. Henny klopt aan bij een huis, niemand. Het volgende: niemand. De overkant, waar op het balkon met grote letters staat: Russian souvenirs. Niemand. Dat blijkt wel de voormalige camping te zijn, er staat tenminste "kjøkken" op een afgesloten deur, en op een andere "toaletter". Geen mens, maar wel potten met bloemen. Het 4e huis dat we proberen heeft tenminste een buitenkraan die het doet. Er is niemand. Binnen is het leeg, op een bankstel na dat in een hoek staat geschoven. We zetten onze tent op op een stukje gras tussen het huis en een bosje langs de fjord. Lekker luw, maar wel veel muggen. We hebben een éénmalige barbecue gekocht, kjøtkaker (gehaktballetjes), een stuk komkommer, aardappelsalade en een paprika. We eten er ronde knäckebroodjes bij met boter die we uit het hotel hebben meegenomen. Het is lekker. De barbecue en wij staan tegen het huis gedrukt om zo min mogelijk nat te worden. Het giet onverdroten door. Tenslotte werken we ons de tent in, waarbij we proberen geen muggen binnen te laten en de slaapzakken droog te houden. Binnen is het heerlijk droog. Na een poosje word ik lekker warm, vooral mijn voeten waren nat en koud. De regen klettert op de tent en maakt iedere keer een plasje dat bij elke windvlaag naar opzij weggutst.
Maandag 13 augustus, Neiden.
We gaan op pad voor de laatste fietsdag van deze onderneming.
Eerst naar Neiden Kirke, aangeraden door de Finse jongen. De kerk ligt een stuk dieper in het dal. Met de auto zal hem dat nauwelijks zijn opgevallen. Een heel snoezig Stav-achtig kerkje, roodbruin met wit. Het ligt verscholen tussen de bomen. Het kerkhof ligt erachter en opzij. Kerk en kerkhof liggen achter een groot hek, dat niet op slot is. De kerk wel. De regenpijpen van het dak zijn aan het eind afgewerkt als waterspuwers: slangenkoppen, met blikken tong zelfs. De houten pilaren eindigen in koppen. In de tuin staat de wc, een "doos" met een bril van piepschuim. Voelt heel aangenaam in de winter.
Net voorbij het vliegveld van Kirkenes begint een 8 kilometer lange militaire zone, tekenend voor dit deel van Noorwegen dat over een lengte van 169 kilometer aan Rusland grenst. Je mag niet stoppen, fotograferen, filmen, kamperen. Ook de "vermoedelijke intentie" om zoiets te doen is strafbaar.
En dan zijn we in Kirkenes. In het begin was het maar een woord, nu zijn we er zelf.
Wat fijn, maar ook: wat jammer.
Zondag 19 augustus, Kirkenes.

Daar komt de Hurtigrute boot, waarmee we de terugreis naar Bergen maken. De Nordnorge.