Samenvatting van Ineke's dagboek van onze autoreis door Noorwegen, Zweden en Finland. De Noorse route volgt voor het grootste deel de fietsroute zoals ook beschreven op deze site.
Om voorbereid te zijn op de omstandigheden die we in het hoge noorden zullen ontmoeten is de auto uitgerust met een standverwarming. Verder zijn natuurlijk winterbanden gemonteerd en hebben we "spike spiders" bij ons, die op de voorwielen gemonteerd kunnen worden als de weg erg ijzig is.
Zondag 28 december 2003.
Vertrokken om 10.10 uur, tegen half 6 lopen we de trap op bij het hotel in Kiel: 7 uur en 20 minuten over 586,8 kilometer. Onderweg stappen we nog uit bij de Autobahnkirche Roxel, bij Münster: 5 kaarsjes voor onze dierbaren. Ik zit op de bank te kijken naar het enorme kruisbeeld dat achter het raam staat, buiten in het bos. De wind rukt aan de takken van de bomen en ik hoop maar dat het morgen, als we aan boord gaan, niet zo zal waaien.
Maandag 29 december 2003.

Pas nu zien we echt waar we zitten. In de verte het doodstille water van de Kieler Bucht, grijs en nevelig. Terwijl ik kijk gaat de straatverlichting uit. Boven het verkeersgeruis hoor ik meeuwen schreeuwen. Het waait nog fors. In de hal is een man bezig de kerstboom af te breken. Wel vroeg, 29 december. Om 12.10 uur zijn we bij de boot. Om half 1 kunnen we aan boord. Precies om half 2 gaan we. De zon schijnt, de lucht is stralend blauw en we hebben de wind achter. We kijken uit over de enorme zee tussen de eilanden van Denemarken. Hier en daar vaart een boot, 't is niet druk. Ik zie rode en groene bakens. Prachtig uitzicht, een erg mooie plek om te werken. Zou je als kapitein de verantwoordelijkheid voelen voor die enorme boot en alle mensen die jou hun leven toevertrouwen? Zoals een treinmachinist en een buschauffeur? Of wen je er aan? Dan eten, ik vind een buffet altijd zo leuk eten. Na het eten gaan we nog even aan dek, het sneeuwt, nat.
Dinsdag 30 december 2003, Oslo - Dombås, 342,9 km.

Pas om half 10 is het echt licht. Om 9.40 uur rijden we van de boot en nemen de E6. De thermometer daalt snel: naar -2, -6, -8, waar hij een poosje blijft hangen. De weg is goed. Op elke rijbaan 2 stroken zonder sneeuw, we rijden precies over asfalt. We besluiten op de E6 te blijven, via Hamar.
Het Mjøsameer ziet er schitterend uit. De zon is nu weg, maar af en toe verschijnt er een blauwe plek tussen de wolken waar het zonlicht uitplenst, over het bevroren land. Boven het water kringelen tientallen wolkjes, soms verlicht door de zon. Witte berkenstammetjes lichten op in de zon, steken fel af tegen de donkere lucht.
Het wordt lichter en kouder. In Hamar willen we koffie drinken. Daar is het -18ºC!
In Dombås zou de camping open zijn, maar dat is niet zo. Het is -25°C. De meneer van de Trollbutikk zal wel even bellen naar het enige hotel dat open is, het Dovrefjell Hotel. Ze hebben een zwembad waar je echte baantjes kunt zwemmen.
Woensdag 31 december 2003, Dombås - Molde, 160,0 km (502,9)
In de auto is het -17ºC om half 9 's morgens. Hij staat achter het hotel, betrekkelijk luw. Het wordt nu schemerig, je kunt het verschil tussen lucht en aarde zien. Volgens het echtpaar, met wie we gisteravond hebben zitten praten, is er een nieuw hotel in Molde, vlak bij het voetbalstadion. Het valt namelijk niet mee om onderdak te vinden voor oudejaarsavond.
In tegenstelling tot gisteren is de weg nu geheel wit. Op de hoogvlakte tussen Dombås en Bjorli is het ijzig koud, al wijst de thermometer "maar" -18ºC aan. Het waait een beetje. We zien langs de weg spectaculaire ijsformaties, die moeten op de foto.

Al snel laten we de motor lopen als we even uitstappen. Veel te koud als je na een paar minuutjes weer binnenkomt. Iedere keer jas aan, sjaal om, muts op, handschoenen aan. Bij de Slettafossen is geruimd, we rijden het pad in. Het water van de Rauma stort zich door massieve, grillige ijsformaties; ongelooflijk wat moeder Natuur hier weer heeft gebeeldhouwd.
Verder naar Molde. Met de pont van Åfernes naar Berg. De hele weg is bedekt met sneeuw. Geen ijs meer, gelukkig. Ik vind het soms wel erg steil, voor zo'n besneeuwde route. Maar we glijden niet weg en kunnen ook nog remmen, heel voorzichtig.
Het nieuwe hotel, het Rica Seilet Hotel in Molde, is open. Het oogt futuristisch, een glazen toren in de vorm van een enorm zeil. Het is open omdat het vliegveld open is, en bemanningen van vliegtuigen overnachten het liefste hier. Daar kunnen we nog wel bij. Ik vind het prachtig. Uit onze kamer op de 5e verdieping kijken we breed uit over het water van de Moldefjord.
Om 12 uur wensen we elkaar een gelukkig, gezond en goed nieuw jaar. We zetten onze goede wensen kracht bij met een glas champagne, speciaal voor deze gelegenheid meegebracht uit Nederland. Dan gaan we naar buiten, waar de hele oudejaarsavond-party al staat. Zonder jas en met het glas in de hand. We steken onze eigen vuurpijlen uit Lillehammer af (4, héél mooi) en ik steek de reuze sterren aan die ik in de sneeuw heb gezet.
Donderdag 1 januari 2004, Molde - Trondheim, 271,4 km (774,3)

Vlammend rood gaat de zon op achter de bergen aan de overkant van de Moldefjord. Alsof er een enorm vuur achter de bergen brandt. Om 9 uur is het nog pikdonker. Jammer van ons unieke uitzicht. Om 10 uur rijden we weg, na een ontbijt met zijn tweeën. De oudejaarsavond gasten zijn nog niet te bekennen. We zijn direct bij de tunnel waar we fietsend omheen zijn gegaan. De mevrouw aan het loket zegt dat we natuurlijk over de Atlanterhavsveien kunnen, waarom niet? Het Atlantische landschap ziet er indrukwekkend uit. De zee is donkergrijs, evenals de lucht. De donkere rotsen zijn grotendeels bedekt met sneeuw. Het is niet koud, +2°. De weg is hagelwit. Alleen op de hellingen laat het klimmende verkeer donkere sporen achter. Om 3 uur is het schemerig, om half 4 pikdonker. Het is nog een heel eind. Van Kvitness naar Bergsøya rijden we door de tunnel waar we in 2001 door een aardige meneer door zijn gebracht. Hij had speciaal een aanhangwagentje meegenomen voor onze fietsen en tassen. Met de pont van Kanestraum naar Halsa, dan langs de Vinjefjord. De omgeving is zelfs in het donker schitterend. De bomen zijn afgeladen met sneeuw. Langs de weg stokken met reflecterende bandjes, erg gemakkelijk. De weg licht glanzend wit op in het schijnsel van de koplampen. Hier en daar een huis met een verlichte boom in de tuin, een ster of een kandelaar voor het raam. De natuur ziet er groots en ontoegankelijk uit. Niet mee te spotten.

Vrijdag 2 januari 2004, Trondheim - Hofles, 248,7 km (1023,0).
Vanuit Trondheim eerst de zoveelste tolweg: 25 kronen. Dan via Levanger (waar we fietsend onze eerste 1000 kilometer overschreden en dat vierden met 2 taartjes bij de koffie) naar Steinkjer. De zon schijnt, maar hij blijft heel laag.
Bij Asp nemen we weg 17, net als toen we fietsten. Een prachtig stuk, ook in de sneeuw. Ik herken momenten: een bosje dat zo lekker even de wind brak. Het pompstation in Namdalseid waar we de 2 jongelui uit Hoorn tegenkwamen die de tocht van noord naar zuid fietsten. En waar het zo regende.
Henny belt camping Kvisterø: zoon Mat denkt dat we wel een hut kunnen krijgen maar weet het niet zeker. Zijn vader is naar Kolvereid. We wagen het erop en nemen weg 769 naar Hofles. Een schitterend stuk. Om 2.45 uur rijden we uit Namsos, 't is al schemerig. We klimmen en dalen, komen over de grote bruggen over het pikzwarte water. Een enkele auto komt ons tegemoet. Overal zwarte rotsen met witte sneeuw. En dan het bord: Kro, 1 km. Ik weet nog hoe fijn we dat vonden, op die dag dat het bijna onafgebroken regende. Vanaf de Kro in Salsnes is het nog 20 km naar Lund. De weg is inmiddels geasfalteerd. Hij glimt in het licht van de koplampen, lijkt nogal ijzig.
Campingbaas Ståle staat al te wachten in zijn tractor. Hij rijdt voor ons uit naar de hut, had het pad al geruimd. Het buitenlicht is aan, binnen staat een extra kacheltje te blazen. Lekker thuiskomen.
We hebben een fraaie hut (4) met uitzicht over de fjord, als het licht was geweest. Eigen douche en toilet gelukkig, er ligt wel een halve meter sneeuw.
Zaterdag 3 januari 2004: Hofles - Brønnøysund, 136,9 km (1159,9).
Om 9 uur zijn we klaar: ingepakt, hut aangeveegd. Het eerste daglicht komt aarzelend tevoorschijn. De lucht breekt een beetje, het licht weerspiegelt in het nog donkere water van de fjord dat zachtjes tegen het havendammetje klotst. We blijven op de 769, via Kolvereid en dan verder naar Foldereid. Daar slaan we links af, weer weg 17 op. Op de auto lag vanmorgen 2 cm sneeuw, hier op de weg zeker 10 en soms meer. De weg gaat slingerend langs de fjord met een helling van 10 % naar beneden. Hadden wij onze spike-spiders niet om de voorwielen moeten doen? Soms zit er ijs onder de sneeuw, maar de banden hebben wel grip. De wereld ziet er zo mooi uit. Ook onbarmhartig, genadeloos, eenzaam. Als je op een slecht moment in de fjord kiepert vindt niemand ooit meer een spoor van je terug. We passeren de afslag van weg 771 waar we fietsend uit zijn gekomen. De kiosk is dicht, onze prachtige hut staat er nog. De watervallen bij camping Svaberget zijn bijna niet te zien tussen de ijsformaties en de sneeuw. Als we door Berg rijden begint het te sneeuwen. Na onze picknick komen we de weg niet meer op, de banden vinden geen grip. Tijd voor de spike-spiders. We zetten er elk een in elkaar en Henny klikt ze vast. Raar gevoel, zo hobbelend. Raar geluid, alsof er iets aanloopt, maar dat is niet zo. Om 3 uur - totaal donker - lopen we nog even Brønnøysund in. Alle winkels zijn al gesloten. De Hurtigrute boot komt om 16.15 uur niet te missen de haven in, met 3 machtige loeien uit zijn toeter.
Zondag 4 januari 2004, Brønnøysund - Mo i Rana, 173 km (1332,9).
We vertrekken om 9.15 uur, ruimschoots op tijd voor de pont van 11.15 uur, van Horn naar Andalsvåg. Een prachtige ochtend, helder en fris, -4°. Naar Horn is maar 11 km. De bomen en bosjes langs de weg buigen onder een dik pak sneeuw. Net over de helft zien we links een plas water (fjord?) waarin het rose en paarse ochtendlicht wordt weerkaatst.
Van Andalsvåg naar Forvik is 17 kilometer. Die moeten we afleggen binnen 25 minuten, anders is de veerboot van Forvik naar Tjøtta weg. Normaal kan dat gemakkelijk, maar de weg blijkt een ijsbaan. Het heeft hier gedooid en dat is weer vastgevroren.
De boot naar Tjøtta is keurig op tijd. We pikken aan de overkant even 2 mensen op en zijn met 1½ minuut weer op weg. Dat gaat nog 2 keer zo. Als Noorwegen eens geen veerboten had …
De maan is al verschenen als een enorme, bleke schijf. Plotseling duikt het prachtige beeld op van de eland, vlak voor de Helgelandbrua. Twee jongens zijn bezig erop te klimmen, hun vader maakt foto's. Dan zijn ze weg en is er nog net genoeg licht (10 voor 3) om een foto te maken van de eland en van het rose-paarse licht boven de bergen.
Nog 1 pont, van Levang naar Nesna. Het is 15.15 uur en donker. De weg klimt over de bergen. We passeren een "vegbom", een slagboom die rechtop staat. Er hangt een bord aan "vegen stengt". Geluk gehad dus, anders hadden we een eind moeten omrijden.
Dan zien we de lichtjes van Mo i Rana aan het einde van een enorme fjord. Het is -9° in Mo i Rana.
Maandag 5 januari 2004, Mo i Rana - Saltstraumen, 230,8 km (1563,7)
In de auto is het om half 8 's morgens -15°C. We nemen de E6 langs de Ranelva en rijden door een sprookjesland.
De "Saltfjellet", het nationale park op de poolcirkel is vandaag "åpen", meldt een bord boven de weg in Krokstrand. Bij de slagboom, een paar kilometer voor de poolcirkel, staat de wachtkamer. Lekker warm, toiletten en videobewaking aanwezig. Afgezien van een enkele auto is het hier doodstil en steenkoud, -21°. De lucht is kristalhelder, ijzig blauw. Achter ons schijnt de zon, nog onzichtbaar. Voor ons komt de maan op, een enorme bleekgele schijf. De zon heeft de toppen van de bergen al te pakken en kleurt ze roze. Het is zo'n mooi gezicht. Het landschap is zo desolaat, onherbergzaam. Geen spoor van - menselijk - leven.
Het poolcirkelcentrum ligt in de smetteloze, onberoerde sneeuw. Van het ronde dak is de meeste sneeuw afgewaaid. Er staat een zeer frisse bries. Hier, op 66°33' is het -23°C en het lijkt kouder omdat het zo waait. De lucht is blauw, de bergen wit en roze, de maan klimt en wordt feller geel. We blijven niet lang.
Nu dalen we snel. Vlak voor Fauske op een hooggelegen parkeerplaats met uitzicht over de fjord picknicken we. Het water spiegelt de nog blauwe lucht. Het is 1.45 uur. De zon trekt gouden banen achter de bergen links. Rechts wordt het donker. Om 2.15 uur is de zon weg en schemert het.
Als we om kwart voor 4 bij de camping aankomen (we zijn de enige gasten) is de sneeuwruimer net klaar "ons" huis bereikbaar te maken. Nog even boodschappen bij de "Joker". In de krant, waarin ook de eb- en vloedtijden staan, staat een foto: gisteren, 4 januari heeft Bodø voor het eerst weer de zon boven de horizon zien komen. Vandaag, 5-1 komt de zon op om 10.59 uur, hij is op zijn hoogst om 12.05 uur en gaat onder om 13.17 uur. Wat een land.
Na het eten lopen we naar buiten. Ook in het donker vinden we het pad naar het water dat zwart en stil is. Geen maalstroom, die is pas om 10 uur vanavond. Maar wel: noorderlicht! In de lucht hangt een baan groenwit licht die zacht beweegt. Hier en daar feller wordt, dan langzaam vervaagt en verdwijnt. We staan gefascineerd te kijken: prachtig!
Dinsdag 6 januari 2004, Saltstraumen.
De wind loeit om onze hut. De slaapzakken zijn na 5 minuten buiten weer superfris. We willen even naar het water gaan kijken. De wind krijgt ons te pakken. Het is maar -3° en het voelt steenkoud. Het pad naar beneden is verijsd; we lopen terug om onze "spijkerbanden" om onze schoenen te doen. Het helpt wel, voelt veel stabieler. Kóud, daar beneden aan het water. De wind blaast door alles wat ik aan heb. In de luwte van de brugpijler rukt hij me bijna van mijn voeten. Henny wil absoluut gaan vissen. Oké, dan ga ik mee. Met video en fototoestel. We gaan de hengel halen en de plastic zak voor de vangst. Weer naar beneden, het is er zo onbarmhartig koud. Het eerste aasvisje gaat met een zwaai de fjord in en is weg. Henny probeert een andere aan de lijn te knopen, maar zijn vingers zijn te verkleumd. Terug naar de hut, daar lukt het wel. Weer naar het water. Henny gooit uit. Nu blijft er een aasvisje achter in de wierentuin die hier vlak onder de kust is. Henny blijft drie kwartier bezig en vangt niks. Dan hebben we het allebei zo koud dat we teruggaan. Vanavond løvstek uit de winkel, een soort superplatte gehaktbal. Vast ook lekker.
Woensdag 7 januari 2004, Saltstraumen - Narvik, 296,2 km (1859,9).
Het is nog donker als we vertrekken en eigenlijk wordt het deze hele bewolkte dag niet licht. Tanken in Fauske, en dan linksaf de E6 op. Dit stuk hebben we niet gefietst. Wij zijn naar Bodø gegaan en vandaar met de boot naar Moskenes op de Lofoten. Vanwege de tunnels noordelijk van Fauske. Het zijn er nogal wat: 11 grote en een stuk of wat kleinere, waarvan je aan het begin het einde kunt zien. De langste is 4½ km, een bezoeking voor een fietser. De route is fantastisch, adembenemend mooi.
Hoge bergen, langs fjorden, langs een immens dichtgevroren meer. Overal sneeuw. De weg is inwit, langs de rotsen enorme, gestolde watervallen van ijs. Als we even uitstappen horen we alleen een verre auto en het zachte gruizelen van bevroren sneeuw op de weg en op onze auto. En bijna het kloppen van ons eigen hart. Er is geen wind. De weg stijgt en daalt. We rijden met onze winterbanden. Het gaat goed, maar niet hard. Bijna nergens mag je harder dan 70 km per uur, maar 50 of 60 voelt vaak hard genoeg.
In Saltstraumen was ik een beetje bang dat we te laat waren vertrokken om het donker nog te kunnen meemaken, maar de jongeman achter de receptie van het Norlandia hotel (de camping die het hele jaar open zou zijn is dicht) stelt me gerust. Het is nog volop "mørketid" (donkere tijd). Pas in februari zal de zon - als hij schijnt - hier in Narvik de bovenste rand bereiken van een hooggelegen flatgebouw. En dan is het feest: sun-party.
Donderdag 8 januari 2004, Narvik - Bardufoss, 135,2 km (1995,1).
We willen naar de Malselv watervallen. Vlak voor Bardufoss slaan we rechtsaf, weg 87 in. Meteen zijn we totaal alleen, terwijl het op de E6 al niet druk was. Hier lijkt veel meer sneeuw te liggen, het ziet er zo mooi uit.
De weg is glanzend wit, bomen, telefoonkabels, gras, rotsen, alles heeft een laag wit. Het is doodstil. De camping is gemakkelijk te bereiken, maar om bij de watervallen te komen moeten we ons een weg banen door een halve meter stralend witte, ongerepte, donszachte sneeuw. Nog een heel werk om daar een 30 meter lang paadje in te fabrieken, met mijn moonboots, maar het lukt. In de rivier is nauwelijks water te zien. Wel veel sneeuw en ijs waar het zich doorheen werkt, hier en daar zichtbaar. Een heel mooi gezicht. Ook de omgeving: de donkere lucht boven het witte land met zijn zwarte accenten. We blijven nog picknicken.
Om 2 uur is het echt donker.
De ober in ons hotel heeft het niet erg druk, we zijn de enige gasten in de eetzaal. Hij is blij met ons en vraagt of we een Noors Kerst-bier willen, als Henny twee pilsjes bestelt. Dat lijkt ons wel lekker. Hij haast zich weg met zijn lange bistroschort aan.
Onder het bier blijft hij gezellig staan praten. Over vissen (de Malselva is de beste zalmrivier van Noorwegen, als ik het niet gedácht had!), over sneeuwscooters; een ritje op een sneeuwscooter beveelt hij ons van harte aan; dat is pas fun.
Over Svalbard - Spitsbergen - waar hij een deel van zijn diensttijd heeft doorgebracht, over Noren en alcohol, een onderwerp dat lééft.
Na het eten zet hij een grote pot koffie bij ons neer "on the house". Dan komen er een stuk of 6 bargasten en hoeft hij zijn aandacht niet meer alleen te richten op "ma-am" en "sir".
Vrijdag 9 januari 2004, Bardufoss - Sørkjosen, 313,3 km (2308,4).
De afstand is 2 x 47 km korter, het stuk dat we heen en weer zijn gereden van Nordkjosbotn naar Fagernes.
Pas in Fagernes zagen we dat de pont van Breivik naar Svensby "innstillt" was. Later in Olderdalen bleek dat de veerboot van Lyngseidet naar Olderdalen evenmin voer. Winterregeling?
Uit Bardufoss vertrekken we pas na 10 uur. Iemand had zijn auto dwars achter de onze geparkeerd en was toen verdwenen. De receptioniste, Liss, belde naar het naburige winkelcentrum Domus, met de vraag of ze de eigenaar wilden omroepen. Even later is de zwarte Golf weg en staat er een meneer in zijn overhemd (het is -11°) die zich vol verbazing afvraagt waar we vandaan komen en wat we hier in vredesnaam midden in de winter komen doen. Hij woont hier, dat het zo mooi is valt hem niet meer op. Wel dat het koud is…
We nemen weer de E6 en herkennen even later het punt waar we fietsend uit weg 857 zijn gekomen, bij Heia, 246 MOH.

Zaterdag 10 januari 2004, Sørkjosen - Alta, 175,6 km (2484,0).
Een bewolkte, donkere dag. Het wil niet goed licht worden. We stoppen even op de picknickplek vlak voor Gildetun. In de diepte ligt de Kvænangenfjord, zwart, met donkergrijze wolken erboven. Hierboven is het -3°. Niet koud, maar er staat een zeer kille wind. Gildetun is gesloten. Het is een Sameleir dat op 1 september dicht gaat. Als je dat al zou willen is het onmogelijk er te komen, ik denk dat hier wel een meter sneeuw ligt. We zien op de berg de hut waar we een nacht hebben geslapen, en voor de 2e keer de middernachtzon hebben gezien. Een donker silhouet met een pak sneeuw op het dak, Naika. We rijden het schiereiland over en langs de Langfjord. Dan Alta, hier is het glad. We vinden vlot het Vika Hotel. Morgenochtend zal de receptioniste even 177 voor ons bellen: wegen informatie in Finnmark.
Zondag 11 januari 2004, Alta - Hammerfest, 147 km (2631,0).
Mooie, heldere dag, al wordt het niet licht. Bij Vasskogen staat een groot bord: Sennalandet is "åpen", maar er is wel "sne- og isdekke", in elektronische letters.
De weg is bijzonder ijzig en net als in de zomer indrukwekkend mooi. Een totaal verlaten landschap, besneeuwde rotsen en zwarte boomsilhouetten, niet hoger dan 1½, 2 meter. In het licht van de koplampen stuift de sneeuw over de weg. Het is -7°, maar als we even uitstappen om de prachtige rose wolken te fotograferen en te filmen voelt het aan als -30°. Henny's vingers zijn zo verkleumd dat hij de knopen van zijn jas niet meer open krijgt.
Op de helling rechts van ons staan veel hutten. En meer auto's dan in de zomer van 2001, maar toen reden we hier niet op zondag. De meeste auto's hebben een aanhanger waarop een sneeuwscooter staat/kan staan. Dat is hier een populaire bezigheid.
In de kro in Skaidi waar we koffie/chocolademelk met een wafel nemen zitten een stuk of wat sneeuwscooterrijders te eten en bier te drinken.
Als we om een uur of 12 verder gaan begint het donker te worden. Geen rendier te zien, zoals in de zomer. De weg is spiegelglad. Het lijkt alsof het hier heeft gedooid en daarna weer is vastgevroren. We worden vele keren ingehaald.
We lopen nog even Hammerfest (10.000 inwoners) in. Het is donker en doods op deze koude zondagmiddag.
Maandag 12 januari, Hammerfest - Honningsvåg, 177,3 km (2808,3).
Op mijn dringend verzoek maken we de spinnenwielen vast voordat we vertrekken. De weg van Skaidi naar Hammerfest was gisteren zo glad en zo ijzig. Het wil niet licht worden vandaag. De lucht blijft donkergrijs, het water van de Straumen en later de Repparfjorden dus ook. De bergen steken er inwit bij af. Verder naar Olderfjord. Over de witte hoogvlakte met kleine boompjes, zonder een enkele eland. Nu wordt het echt donker, het is 1 uur. Nog altijd even mooi, de weg langs de Porsangerfjord. De Skarvbergtunnel lijkt afgesloten. Net voorbij de ingang zien we een enorme poort met een rood stoplicht ernaast. We rijden tot het stoplicht, de poort gaat omhoog en het licht springt op groen. "Kuldeport" stond op een bord bij de ingang. Tegen de kou en mistvorming. De Noordkaaptunnel heeft precies dezelfde voorziening, net als de laatste tunnel voor Honningsvåg, 4440 meter lang. Intussen sneeuwt het. We rijden meteen even langs de Turistinfo. Dan weten we of het mogelijk is naar de Noordkaap te gaan. De info is nog tot 4 uur open (het is 15.50 uur) en we kunnen boeken. Ik krijg korting. Mijn lidmaatschap (13191) van de Royal North Cape Club werpt eindelijk vruchten af…!
Dinsdag 13 januari 2004, Honningsvåg.
Honningsvåg kun je in drie kwartier bekijken, inclusief de haven, waar een roestige Russische boot ligt die "OMA" heet. Wat zou dat in het Russisch betekenen? Om 11.45 uur verschijnt een monumentale bus, waar ook nog 35 anderen in hadden gekund. We rijden naar de kade, waar de chauffeur belt om te vragen of er van de Hurtigrute - die nog niet te bekennen is - nog passagiers meegaan. Nee.
We vertrekken. Monter zegt de chauffeur: "the road is solid ice". Hij voegt er nog aan toe dat dit het verkeerde soort ijs is: "we call it steel ice. It 's very hard". Ik hoop maar dat hij net zo graag zijn pensioen wil halen als wij over een paar weken Nederland.
Hoe hoger we komen hoe harder het gaat waaien. In de lichten van onze tegenliggers zien we wolken sneeuw over de weg stuiven. Bij Skarsvåg is de slagboom dicht. Weer het mobieltje: "he 's coming". Even later verschijnt er een vrachtwagen met een open laadbak en twee enorme sneeuwschuivers aan de voorkant. Achter hem aan klimmen we weer naar 300 meter, nu zonder tegenliggers. Af en toe stuift hij enorme sneeuwwolken op, waar de hele vrachtwagen inclusief (knipperende) kerstverlichting in verdwijnt.
Bij het Noordkaap gebouw parkeert onze chauffeur dwars voor de ingang. We hoeven nog maar een paar meter te lopen door de sneeuwstorm. Iemand maakt de deur open en de chauffeur en wij lopen naar binnen. De chauffeur van de sneeuwploeg is er al. Die vertelt dat de Noordkaap pas voor het 3e jaar 's winters open is. Zelfs vorig jaar gold nog dat er minstens 10 personen per keer moesten komen, anders ging het niet door.
Vanaf dit jaar geldt de regel dat de Noordkaap dagelijks kan worden bezocht door iedereen die de tour boekt. Op eigen gelegenheid kan niet, en nu ik heb gezien hoe de elementen hier in de winter tekeer kunnen gaan zou ik die neiging ook niet hebben.
Behalve wij zijn er nog 4 mensen: onze chauffeur, de chauffeur van de sneeuwploeg, een technische man en een meisje met rossig haar. Ze heeft alle kaarsjes op de tafels aangestoken (waarom denk ik nou dat dat háár werk was?) en koffie en thee gezet. Dat is bij de prijs inbegrepen, net als de lefser, een soort pannenkoekje met suiker en kaneel.
We gaan even de Johanniskapel in, met zijn mooie plafond. De enorme ramen van de Royal Nordkapp Hall geven helaas geen uitzicht. Ze zijn afgesloten met stalen schermen. Vanwege de wind, de sneeuw (die een meter hoog ligt tussen scherm en raam) en rondvliegende stenen.
Het meisje zet de film voor ons aan. Ik vond hem de eerste keer al mooi. Je kijkt vanuit een vliegtuig en je bent onder water. Het is zo'n bijzonder stukje van de wereld. De film eindigt met de middernachtzon en beelden van het Noorderlicht. Prachtig.
We gaan naar buiten, waar het serieus stormt. Net als de vorige keer, juli 2001. Ik ben dankbaar voor het stevige hek. We gaan zo dicht mogelijk naar de verlichte globe van stalen buizen als we kunnen, zonder het hek los te laten. Blij dat we na een kwartiertje weer - verkleumd - naar binnen kunnen.
We gaan weer terug. De kaarsjes worden uitgeblazen, koffie en heet water gaan door de gootsteen. De sneeuwploeg rijdt voorop, daar achter de bus met ons en dan de pick up met de technische man en het meisje. Een hele colonne voor twee bezoekers. De buschauffeur lijkt een beetje gespannen. Het stormt harder dan toen we 2½ jaar geleden terug fietsten naar de camping in Skarsvåg. En deze keer jagen er enorme wolken sneeuw over de weg. Als de sneeuwploeg zijn schuiver aanzet zien we niks meer. De buschauffeur rijdt steeds aan de windkant van de weg, zodat hij wat ruimte heeft bij onverwachte of heel felle vlagen. Heelhuids terug in Honningsvåg.
Terug in ons hotel gaan we later eten met een journalist uit Lakselv, Stein Torger Svala. Van de "Finnmarksposten".
We eten het Dagens-menu en dat is "torsk" (kabeljauw). Stein neemt er een kommetje spekvet met gebakken spekjes bij. In de winter heb je meer vet nodig, en torsk is te mager!
Woensdag 14 januari 2004, Honningsvåg - Karasjok, 237,7 km (3046)
Alle tunnels in omgekeerde volgorde, en iedere keer de procedure met de gesloten "kuldeport": kjør frem hit automatisk portåpner.
Weer het prachtige stuk langs de Porsangerfjord.
Rechts van ons bergen, besneeuwde bergen met zwarte plekken waar de sneeuw niet op kan liggen of waar de wind de rotsen heeft schoon geblazen. Soms valt er een gat in de wolken, de lichte plek weerspiegelt in het water. Later in Lakselv leggen we nog even aan in het Porsanger Vertshus, het voormalige Hotel Sentralen, waar we 12½ jaar geleden hebben gelogeerd. Ze hebben er warme wafels, heerlijk. Als we verder rijden wordt het snel helemaal donker (1 uur). Jammer, het moet een prachtig stuk zijn van Lakselv naar Karasjok, 73 kilometer. Het blijft zachtjes door sneeuwen.
In het hotel is een "conference", en ter ere daarvan een buffet. Als we willen kunnen we meedoen. Nou, dat lijkt ons wel lekker.
Het is inderdaad goed. De receptioniste achterhaalt een paar telefoonnummers van hotels in Inari en Ivalo, na Kirkenes. Voor de terugweg, als we het licht weer tegemoet gaan.
Na het eten treffen we bij de koffie drie conferentiegangsters (ze zijn met zo'n 80 mensen, 3 mannen, verder vrouwen). Ze werken allemaal in gezondheidsteams, de een als onderwijzeres, de ander als verpleegster. In de loop van de cursus die een jaar duurt ontmoeten ze elkaar één keer, drie dagen lang: vandaag, donderdag en vrijdag. Dit jaar in Karasjok. Deze 3 vrouwen komen uit Berlevåg en houden een vurig pleidooi voor hun "home-town". Ze hebben een beroemd mannenkoor. Die hebben een film gemaakt die zelfs in Amerika is uitgezonden. Hij heet in het engels: cool and crazy. We moeten absoluut naar Berlevåg! Het risico in de winter is dat we er wellicht niet anders meer weg kunnen dan met de Hurtigrute. We denken dat we dat bij gelegenheid toch maar in de zomer doen.
Donderdag 15 januari 2004, Karasjok - Tana Bru, 179,9 km (3225,9).
Karasjok is zo'n typisch noord-Noors dorp. Er is een overdekt "sentrum" met alle winkels die je nodig hebt. Ze zijn wel allemaal om 4 uur dicht. Alleen supermarkten zijn open tot 8 of 10 uur. Boodschappen kun je hier bijna de klok rond doen.
Volgens het meisje in het hotel moeten we absoluut naar het Sápmi Park naast het hotel. We lopen er om half 10 naar binnen. Het museum is buiten, als we echt willen kunnen we daar rondkijken, kost niks. De driedimensionale multimedia show kost Nok 95,- per persoon. De caissière wil hem wel aanzetten maar het duurt een uurtje. Goed, dan kijken we wel even rond in de winkel (de koffiehoek is in de winter niet open).
De filmvoorstelling is zover: het is een weinig informatief maar zeer emotioneel verhaal over de veranderingen in het leven van de Sami in de loop van de tijden, en wat de voorouders daar wel van zouden zeggen.
De komst van de sneeuwscooter, waardoor de kudden in een mum van tijd bij elkaar kunnen worden gedreven. Het is alleen zo "noisy". Het gebruik van helikopters: zouden de "ancestors" zeggen dat het een vooruitgang is of "did you loose your way?"
De kleurige kleren, die het zo goed doen tegen het wit van de sneeuw.
Een gezicht wordt zichtbaar in een vlammend vuur en een stem zegt: "Ik wist dat je zou komen, lang voordat je had besloten naar Lapland te zullen gaan. Ik wist het, want je was er al, in de harteklop van het witte rendier, diep in Moeder Aarde, die alle dingen met elkaar verbindt. Je was er al, in de stroom van de rivier, in het waaien van de wind. Daarbij klinkt erg mooie muziek, een vrouw zingt.
Aan het eind vertelt de stem over het noorderlicht: het is het licht van de zielen van hen die gestorven zijn. Tegen die tijd lopen de tranen over mijn wangen. Zulke mooie beelden van de Sami, maar ook van het land. Van de rendieren, in lange slierten zwemmend over een rivier, en van dat ene heel bijzondere witte rendier, wiens hart nog klopt, diep in Moeder Aarde. Ons aller vader is de zon, en in het bijzonder de Middernachtzon. Heel mooi.
Dan nemen we de E6 weer. Vanuit Karasjok eerst langs de Karasjoka. Die stroomt 15 kilometer verderop in de Tana Rivier, waar we de rest van de dag langs rijden. Een prachtig dal. We zien steeds een brede, witte ijsvlakte tussen lage boompjes en glooiende bergen. Kilometers en kilometers is er niks anders.
Bij Levajok staat een bord "kafe Fjellstue, åpen". Zou het waar zijn? We nemen de weg naar beneden en komen langs een stuk of 10 blokhutten die er allemaal erg onbewoond uitzien. Dan "Fjellstue", lichten aan, deur op een kier. Druppels tikken op de grond, vallen van de ijspegels die aan het dak hangen. Binnen is niemand. Op de toonbank van een caféachtige ruimte zit een papier geplakt: "Vennligst forsyn Dem. Legg betalingen på skåla - mange takk!! Velkommen igjen!"
We schenken 2 koppen koffie in (2 x 10 NOK) en nemen elk een halve vaffle (2 x 15 NOK). Samen 50 en dat leggen we op de skåla. Belletje erop, dat kan niet wegwaaien.
Het is bijna 1 uur en het wordt nu snel donker. Na een uurtje stoppen we voor een picknick.
Zo'n 20 kilometer voor Tana licht een bord op in het schijnsel van onze koplampen. Het wijst naar rechts, richting rivier: Polmak - Isveg. Ik kijk op de kaart. Polmak ligt aan de overkant van de rivier. De weg loopt naar beneden. Zou je hier de rivier met de auto kunnen oversteken? Het ijs zal dik genoeg zijn, maar we zien ook regelmatig plekken waar het water (bijna) niet is bevroren. Stroomt daar zeker te hard.

Aan de jongeman in het hotel in Tana vraag ik of je de rivier echt kunt oversteken met de auto. Ja, dat kan sinds een paar dagen voor Kerstmis. Het ijs is een halve meter dik en geschikt voor auto's tot 2½ ton. Zelf doet hij het niet, zegt hij …..
De winkel van de zilversmid is nog open en we lopen even naar binnen.
De zilversmid herkent ons, van de keer dat we fietsend langs zijn winkel in Nordmannset kwamen. Het meisje uit Breda werkt nog altijd bij hem, ieder jaar.
Vrijdag 16 januari 2004, Tana Bru - Kirkenes, 186,3 kilometer (3412,2)
Bij het ontbijt komt de jongeman die het hotel runt (in dienst van "the lady who owns this place") nog even een praatje maken. Over het leven in Noord-Noorwegen; dat de inwoners van Finnmark die niet ver van de Finse grens wonen en een deel van hun boodschappen toch al in Finland doen, zich bijzonder verheugen op de wens van de Europese Unie dat Finland zijn prijzen op Europees niveau brengt. Met ingang van maart wordt de alcohol goedkoper!
Gisteren heeft hij al gezegd dat zijn vader hem van jongs af heeft ingeprent in de winter altijd een skipak, handschoenen en een muts bij zich te hebben, plus een schep, eten en drinken. Het skipak hebben we niet, maar de rest wel, Veilig gevoel.
Dan rijden we de E6 weer terug naar Polmak, vlak bij het noordelijkste puntje Finland dat in Noorwegen prikt. Inderdaad: "Polmak Ø - Isveg", er komt een auto uit het weggetje dat naar de rivier de Tana voert. We rijden erin. De weg maakt op het ijs van de rivier meteen een scherpe bocht naar links, loopt dan een heel eind langs de oever en buigt tenslotte rechts af naar de overkant. Nog een slinger naar links en we klimmen de oever van Polmak Ø op. Het is niet druk, maar we zijn zeker niet de enigen.
Nu wil ik graag nog één keer terug, en dan toch langs de overkant via weg 895 terug naar Tana Bru om de foto's bij de brug te maken. Weer rijden we de helling af; in al het wit is slecht te zien waar precies de geveegde baan loopt. We maken de bocht iets te wijd en glijden soepel een meter dikke laag sneeuw in. En kunnen niet meer voor- of achteruit. Geen beweging meer in te krijgen. De auto ligt op zijn chassis en de wielen "hangen" min of meer in de losse sneeuw. We beginnen om de beurt met de schep de sneeuw te verwijderen ("always carry a shovel"). Dat helpt wel wat, hij zakt een stukje. Maar midden onder de auto ligt over de hele lengte een compacte, massieve laag zachte sneeuw, inmiddels in elkaar gedrukt.
Andere auto's rijden langs ons heen. De 3e stopt. Een wat gezette Noor van een jaar of 50 die geen woord Engels spreekt stapt uit. Het probleem hoeft hem niet te worden uitgelegd. Henny maakt onze sleepkabel vast die het bij het 2e rukje begeeft. Vrolijk gekleurd kinderspeelgoed, niet meer. De man haalt een stevige, massieve band achter uit zijn eigen auto. Henny maakt hem vast, de Noor knoopt hem ergens onder zijn auto vast. Hij stapt weer in. Met zachte rukjes probeert hij ons achteruit uit de problemen te trekken. Ik sta eerbiedig op anderhalve kabellengte. Er komt beweging in, maar hij heeft heel wat rukjes nodig voordat we weer op het gladde, besneeuwde ijs staan. Hij vouwt de hele zaak op, we geven hem een hand en voegen hem dankbaar toe: "Mange takk, tusen takk, en Thank you very much". Hij wimpelt het af, keert zijn auto weer en weg is hij. Wij gaan ook weer verder, over het ijs.
Een kilometer of 15 voor Kirkenes verschijnen de waarschuwings borden met "militaire zone". We rijden langs het hooggelegen vliegveld.
Dan zijn we er, goed half 4. Het sneeuwt nog steeds en het hotel is warm en licht. Jammer dat het zwembad wordt verbouwd; de sauna doet het wel.
Zaterdag 17 januari 2004, Kirkenes.
We lopen even rond in het dorp dat je binnen een uur totaal kunt bezichtigen.
In de sauna ontmoet ik een Noorse mevrouw die pas sinds een paar maanden in Kirkenes woont. Zij en haar man hebben net 2 jaar in Longyearbyen gewoond, op "Svalbard", Spitsbergen. Zij werkte daar bij een bank en hij had 2 jaar onbetaald verlof gekregen als "police-officer" en is als mijnwerker aan de slag gegaan. Op Spitsbergen is het 4 maanden per jaar donker, en ook 4 maanden per jaar licht. Vanaf haar snowscooter heeft ze ijsberen gezien!
Op het laatst mengt zich nog iemand anders in het gesprek met "are you Dutch?" Hij is visser, en bezig een kookboek te schrijven. Er komen visrecepten in, recepten met vogels (vooral korhoenders zijn héél lekker, ik val bijna uit mijn stoel; bij ons zijn die paar die nog op de Sallandse heuvelrug leven zwaar beschermd) en kleine verhaaltjes over achtergronden.
En dat de Koningskrabben in de Varangerfjord nog steeds beschermd zijn is grote onzin, en bovendien niet meer helemaal waar. Hij heeft een proces gewonnen dat hij had aangespannen tegen de Noorse staat: vissers die een krab vangen als "bijvangst" mogen die houden en ermee doen wat ze willen: opeten of verkopen. Er zijn er zoveel dat je niet kunt vissen zonder er een "bij" te vangen! We moeten eens gaan eten bij restaurant "Vin og Vild", Wijn en wild. Daar verkoopt hij ze aan.
Zondag 18 januari 2004, Kirkenes - Ivalo, 238,7 km (3650,9).
Voordat we vertrekken tanken we nog even, en zowaar, het pompstation heeft de CD van het mannenkoor uit Berlevåg: heftig og begeistret. Kost 99 NOK, dat valt mee.
In Neiden slaan we links af, richting Inari, dat van hier af 158 km is. Na een kilometer of 10 steken we de Finse grens over, het sneeuwt nu serieus. Op een plek die niet eens een naam heeft (op mijn kaart) zijn winkels en een pompstation. Er staan een heleboel Noorse auto's. Dus ook hier doen de Noren uit de grensstreek goedkope boodschappen.
We rijden door een winters sprookjesland.
De weg is wit, de bomen aan weerszijden buigen door onder de sneeuw. In het begin veel solitaire dennetjes op een witte vlakte, al gauw meer bos en hogere bomen. Rechts van de weg weer een uitgestrekte witte vlakte, met donkere vormen erop: rendieren, wel 30. Ze zijn zo ver weg dat ze het niet erg vinden dat we stoppen. Even later een groep die veel dichter bij is. Als Henny de motor uitzet en terugloopt gaan ze er spoorslags vandoor. Mooi gezicht. Nog later zien we een groepje in het bos, 8 tel ik er. Ze zijn zo dichtbij, we blijven heel stil in de auto zitten en ze gaan verder met waar ze mee bezig zijn: met een voorpoot krabben ze in de sneeuw en als er gras of mos tevoorschijn komt eten ze het op.
Iedere keer krijgen we uitzicht over het immens grote Inari meer. Een bijna onafzienbare witte vlakte.
In Hotelli Ivalo hebben ze nog 1 kamer, 't is hier 's winters hoogseizoen.
Tegelijk met ons zijn ook verschillende groepen Franse vakantiegangers aangekomen. Ze maken zich op voor hun eerste dag sneeuwscooteren, ijsvissen, overleven in de wildernis, of hondenslee mennen. Wij vegen 10 centimeter sneeuw van onze auto voordat we hem zelfs maar open doen. De hele omgeving ziet er schitterend uit, alles heeft een verse witte laag die heerlijk winters ruikt.
Het bos waar we door rijden is hetzelfde witte sprookjesbos als gisteren, met zwaar beladen takken. Het wordt lichter dan het in dagen is geweest. We drinken koffie in een "kahvila", in Saariselkä. Later picknicken we bij een brug over een uitloper van een heel groot meer dat een naam heeft van 21 letters, vlak bij Medetkoski. Om 13.15 uur zitten we te kijken naar een wat versluierde zon, die rose ondergaat.
Onze eigen "soldagen"!
Voor het laatst hebben we hem gezien op de poolcirkel, op 5 januari, precies 2 weken geleden. We zitten er stil van te genieten.
We hadden willen slapen in Hotel Sodankylä, maar dat is vol. Hotel Karhu (Beer) is tamelijk vol maar we kunnen er nog bij. Onze kamer is een beetje klein maar de bedden zien er heerlijk uit. Om half 5 kunnen we in de sauna.
's Avonds na het eten lopen we nog een eindje om. De lucht is helder en er zijn sterren, het is -18°C. Ideale omstandigheden om noorderlicht te zien. Maar helaas.
Om half 8 's morgens is het in de auto -19°C. Fris. Aan het ontbijt zitten ook een stuk of 20 Franssprekende mannen, 25-30 jaar. Vakantiegangers, denken we. Maar ze zijn hier om te werken: testrijders van Peugeot en Citroën die hier in de sneeuw, op het ijs en in de kou de auto's testen. Als we vertrekken is het in de auto lekker warm. Buiten zakt de temperatuur nu snel: -21, -25. Bij Kayramo wordt het wat heuvelig, van die lage, ronde "bergen". Het wordt kouder, -28, -29; ik zit te kijken of we -30°C zullen bereiken, en ja, even. Niet lang genoeg om het te filmen, maar onmiskenbaar. Voor het eerst in weken was het een echte zon-dag. Hij schijnt uitbundig, de lucht is stralend blauw en de kristallen in al die sneeuw om ons heen schitteren. Heerlijk. Pas om een uur of 4 is het donker. Op het laatste stuk hebben we zelfs last van de zon die van heel laag op de horizon recht in onze ogen schijnt.
Bij de ingang van de ontbijtruimte in hotel Cumullus, staat een schoolbord op een standaard met de tekst: páiván sáá -23°C. En daaronder: today's weather. Dat helpt.
Santa Claus Park ligt zo´n 8 kilometer ten noorden van Rovaniemi. Buiten geeft een bord aan dat de poolcirkel ligt op 66°32'35" N. Binnen staat 66°33'07 N.
Van de toren van het "Santa Claus Office" naar de toren van het "Santa Claus Main Postoffice" loopt een snoer lichtjes: de poolcirkel.We kopen kerstkaarten voor onze familie. Meteen schrijven en posten, dan krijgen ze hier het speciale "arctic circle" poststempel. We gooien ze in de rode brievenbus voor gewone post. De gele is voor kerstpost, die wordt in december gestuurd.
We gaan op bezoek bij de Kerstman. Om deze tijd van het jaar willen er zo'n 300 mensen per dag met hem op de foto. In de weken voor Kerstmis zijn dat er tussen de 2000 en 3000.
De Enige Echte Kerstman. Hij begroet ons in het Fins en als we Engels reageren vraagt hij waar we vandaan komen. "Nederland? Holland! Goedemiddag, hoe gaat het met jullie. Waar komen jullie vandaan?" Hij telt op zijn vingers 11 Nederlandse steden af. Maastricht vinden we dicht genoeg bij. Hoe we Finland vinden, dat we misschien nog noorderlicht zullen zien. Dat er bij Ajax een landgenoot van hem heeft gevoetbald.
We zeggen dat we graag met hem op de foto willen. Dat kan. Zijn "helper" komt binnen en maakt de foto. Hij zegt dat het vandaag zo rustig is dat de Kerstman de foto misschien wel wil signeren. Ik loop terug en vraag het. Ja, dat wil hij zeker, er is nog niemand na ons gekomen. "Santa Claus 2004" schrijft hij met een rode pen op de omslag van de foto. "Kyttos", zeg ik. Hij heeft me net geleerd dat dat Fins is voor "dankuwel". Hij wenst ons nog een fijne vakantie en tot de volgende keer.
We eten een broodje en rijden terug.
Voor vanavond hebben we een wandeling geboekt op sneeuwschoenen, naar de top van een heuvel, de Ounasvaarafell.
Om 10 voor 7 staat er al een jongeman in de hal van Eräsetti Safaris. We steken de straat schuin over en staan in hun "office".
We moeten een soort skipak aantrekken, sokken, schoenen, handschoenen. Alles past. Het doet me denken aan ons avontuur op de Frans Josef Gletsjer in Nieuw Zeeland, alleen ben ik er nu veel geruster op. Met sneeuwschoenen aan een heuvel op, dat kan ik wel. Pekka Yhl-Sunauto is onze gids. Hij laat zien hoe we de sneeuwschoenen moeten aanpassen aan onze schoenmaat. We zijn met zijn vieren: een jong stel uit Oss en wij.
We rijden een minuut of 10 en stappen uit op een parkeerplaats. Pekka zet een lampje op zijn helm en gaat voorop, de witte duisternis in.
Na een half uurtje komen we aan bij een half open hut. Pekka legt een vuur aan, de jongeman van het stel uit Oss heeft een rugzak gedragen waar hout in zat. We zitten naar de vlammen te kijken. Ik zeg dat we in Karasjok een film hebben gezien waarin werd gezegd dat het noorderlicht het licht is van de zielen van de mensen die gestorven zijn. Volgens Pekka zijn er veel mooie verhalen over de oorsprong van het noorderlicht. Hij vertelt van de vos die over de besneeuwde vlakte rent en met zijn staart door de sneeuw zwiept. De wolken sneeuw die hij maakt stijgen op en vormen het noorderlicht. Het water kookt. We krijgen warme chocolademelk met koekjes. Daarna klimmen we de uitkijktoren op die een eindje verderop staat. Daar ligt Rovaniemi, als een paar handenvol kleurige lichtjes, uitgestrooid aan de voet van de berg en om het water. En in de lucht: waaráchtig, een lange sliert groenig licht. Het noorderlicht. Misschien niet heel spectaculair, maar wel echt.
We vertrekken met weg E75/4 uit Rovaniemi, slaan bij Maurola rechtsaf weg 930 op. Mooie zonsopgang over de besneeuwde bossen en velden. Mooie weg ook, zoals hij heel rustig en zacht golvend naar Aavasaksa loopt. Daar steken we over de Torneälven meteen de grens met Zweden over. Hier is het weer een uur vroeger, net als in Noorwegen. Het is koud. De thermometer in de auto schommelt tussen de -22° en de -29°; we letten goed op of hij de "magische" grens van -30° nog eens bereikt, maar nee.
We rijden langs de Botnische Golf. Steeds hebben we uitzicht op grote, witte vlakten die een heel eind het land in steken aan deze grillige kust. De mensen uit Oss zwemmen nu misschien tussen de ijsschotsen in hun waterdichte outfit.
In het Comfort Hotel Max hebben we een prachtige kamer, de auto staat in de verwarmde garage enorme plassen gesmolten sneeuw en ijs te lekken. We krijgen een krant en zien dat kroonprins Haakon en Mette Marit van Noorwegen gisteren een dochter hebben gekregen.
De sauna is gemengd, wat gezellig. Er is zelfs een bierpomp met plastic glazen ernaast. Mag je een light biertje tappen, zomaar gratis. "Service for our guests", zegt de receptioniste.
Morgen komt hier in Luleå de zon op om 3 minuten voor 9, hij gaat onder om 1 minuut over half 3. Al weer ruim 5½ uur licht!
De wielkasten en de binnenkant van de wielen van de auto zijn weer helemaal schoon. Geen rare geluiden meer.
We gaan op weg. Net als gisteren zien we weer een bord dat elektronisch de lucht- en wegtemperatuur aangeeft: Luft -8,1°C, väg -11,7°C.
De weg is schoon en de sneeuw erlangs vies. Wat een verschil met het hoge Noorden. Bij de afslag Tårne nemen we een parallelweg, we willen minstens even de dichtgevroren Botnische Golf zien.
Een prachtige vlakte die schittert in de zon. We klimmen over een rand op elkaar gevroren ijsschotsen en lopen een stukje het ijs op. Wit en vlak, zover je kunt kijken. Hier en daar een eilandje met donkere bomen.
De zon gaat flonkerend onder in oranje, roze, goud, lichtblauw en zwartgrijs, om 2.35 uur. Het blijft nog een hele tijd schemerig licht. Dan zijn we er: Comfort Hotel Uman, Umeå. Na het eten lopen we nog even naar buiten, richting Ume Alv. En daar, vlak boven ons, geeft het Noorderlicht zo'n schitterende voorstelling. We staan verrukt te kijken naar de groenwitte, golvende gordijnen van licht. Het worden strepen, velden, intenser, ze vervagen weer. Het is zo bijzonder en zo mooi, gewoon, midden in de stad. Op het pleintje voor het stadhuis.
Een donkere, bewolkte dag, niet erg koud. Aanvankelijk -2°, later ook steeds 0. In Örnsköldsvik drinken we koffie en warme chocolademelk. We zijn net een bord gepasseerd dat zegt dat het hier "Höga Kusten" heet en dat het een werelderfgoed is. Het ziet er mooi uit in het verder tamelijk vlakke land: rotspartijen, dalen, uitzichten op "fjärden", hier de dichtgevroren armen van de Botnische Golf.
Het hotel in Sundsvall is vroeger een tehuis voor zeelieden geweest. In de ontbijtruimte staat een echte roeiboot als ontbijtbar. Een restaurant is er niet, maar het meisje wil wel even iets voor ons warm maken, een "pie". Laten we dat maar doen.
We zien de zon opkomen! Het is een rustige dag.
Prachtige weg door het bos, heel stil. Die doet de herinnering aan het Zweden van 12½ jaar geleden weer opleven. Bij Hamrångefjärden uitzicht over de eindeloze witte vlakte van de Botnische Golf. Als we bij Gävle weer op de E4 komen herkent de GPS de plek meteen. Henny voert het adres in van het Park Inn Hotel en we rijden er zo naartoe.
Het restaurant is zondags dicht. De sauna is erg lekker (apart) en het zwembad niet eens zo steenkoud.
De leukste en mooiste stukken zijn toch de "omwegen" over de gele weggetjes op de kaart. Minder auto's, meer sneeuw.
We nemen weg 80 naar Sandviken en daarna 68 naar Örebro. In Avesta drinken we koffie in een "vägkrog" en rijden daarna het centrum in om postzegels te kopen. De kaarten van het noorderlicht die ik al weken geleden heb gekocht kunnen nu, na Umeå, eindelijk op de post! Voor Fagersta nemen we de gele weg naar Sörbo en Smedjebacken. Door stille, witte dorpen, door eindeloze besneeuwde bossen, langs weiden en dichtgevroren meren, alles bedekt met sneeuw. Aan dakgoten hangen vaak hele wallen sneeuw die langzaam naar beneden schuiven.
Het is niet echt koud, -3 à -4 graden. Voorbij Ludvika nemen we een gele weg naar Gonäs. We vinden een picknickplek en zetten de motor uit: stilte.
Hoe mooi Zweden - weg van de grote weg - ook is, ik heb nog niet één keer het gevoel gehad dat ik hier met vakantie naartoe wil. Het is een heel groot land, beslist ook mooi, maar het "raakt" me niet zoals Noorwegen.
In Örebro nemen we de E 18 die ons ruim 330 km verder zelf aflevert in Oslo.
Net voorbij Karlstad gaat onze weg het binnenland in, stijgt een beetje en we krijgen een schitterend, dikbesneeuwd afscheid van Zweden. Het sneeuwt een heel klein beetje. De bomen, velden, huizen, alles zit onder een dikke witte deken, erg mooi.
Oslo ziet er in het licht van de ondergaande zon prachtig uit. De heuvels met de huizen lijken wel roze, het licht dat onder de zwarte rand wolken uitstroomt kleurt het water goudgeel.
Het is erg druk. We duiken een lange tunnel in, rijden door straten met vieze, papperige zwarte sneeuw, door een park met prachtige witte bomen en dan zijn we er. Geen sauna helaas, maar wel een kamer met een klein balkon met een smeedijzeren hek er omheen.
De "stad" blijkt dichtbij. Het sneeuwt al een tijdje en waar geen auto's rijden is de sneeuw dik, zacht, donzig en schoon. Standbeelden hebben een sneeuwmuts op en een witte jas aan. In het parkje naast het stadhuis staat een Rus te zingen. Er komen niet veel mensen langs en wie er loopt spoedt zich voort, maar hij houdt vol. Ik gooi 20 Nok in zijn muts en hij knikt, al zingend. Er komen een man en een vrouw aan met een meisje van een jaar of 7. Het kind mag de zanger iets geven en wil blijven luisteren. Als hij even ophoudt klappen we, met zijn vijven.
Het heeft gestadig door gesneeuwd. Afstand houden van de auto's, ze sputteren vieze fonteinen op.


Om half één kunnen we aan boord. Lekker even lezen, puzzeltje maken. Onze reservering bij het buffet is voor 6 uur, daarna gaan we nog even naar buiten. Het dek is bijna niet begaanbaar: spiegelglad. Het is ijzig koud. Tegen de reling liggen bergen sneeuw. De boot schommelt behoorlijk op de golven. Dit is het stuk tussen de Oslofjord en Denemarken, open, hij krijgt de volle laag. Ik heb voor alle zekerheid een pilletje genomen en heb er niet veel last van.
In Kiel sneeuwt het zachtjes, als we tenslotte weg 7 op rijden gaat het harder. Een mooi gezicht, maar als dit zo blijft vandaag kon het vanavond wel eens heel laat worden. Al voor Hamburg houdt het op en breekt de zon door. Ook de drukte valt mee, langzaam rijden en stilstaan voor de Elbetunnel in Hamburg, hier en daar nog eens. Bij Unna is een file, horen we op de radio. Dan gaan we maar via Venlo. We zijn mooi op tijd om de films nog even naar de fotograaf te brengen. Weer thuis, ook altijd een fijn onderdeel van vakanties.