Algemeen
Tijdens een excursie van onze vereniging stond de plant fraai te bloeien
in een grote plantenkas als een mini-magnolia en de bloemen geurden lekker
naar banaan.
De moederplant was ca. 1 meter groot en jonge planten werden
eventueel wel verkocht maar waren zodanig duur dat ik ze niet meegenomen
heb en de plant was voor mij nog onbekend. Een tijdje later had
Jos Keustermans een fraaie jonge plant voor mij weten te kopen. Nu was
de vraag van hoe verzorg ik de plant en hoe gaat het met het overwinteren
omdat de plant destijds in een kas van min. 15 graden stond.
Een andere zeer interessante soort als kuipplant is Michelia yunnanensis
maar is zelfs winterhard.
Verspreiding
Michelia komt voor in tropisch en subtropisch Azie. Michelia figo komt
voor in West-China.
Veel gegevens over hun natuurlijke biotoop is nauwelijks te vinden.
Beschrijving
In het geslacht Michelia komen heesters, kleine bomen en bomen voor.
Michelia figo wordt in het land van oorsprong zo'n 3 meter hoog en dus
voor ons een ideale kuipplant omdat de groei langzaam is. De soort
is verwant aan de Magnolia vooral als we de bloem zien is het wel
duidelijk. De plant heeft in de zon leerachtig lichtgroen blad dat in
de winter aan de plant blijft, dus het hele jaar door een mooie kuipplant.
De bladeren zijn ca. 5 cm groot en beginnen als zeer lichtgroene blaadjes.
In februari zitten de knoppen reeds aan de takken. De bloemen komen uit
dikke knoppen en ontvouwen zich langzaam. De kleur van de kleine bloemen
is creme met lila strepen. De bloemen geuren heerlijk naar banaan en
daarom alleen al is het een reden om de plant aan te schaffen. Zaad heb
ik nog niet van de plant verkregen.
Verzorging
Bij mij staat de plant in de zomer in de zon waardoor de plant probleemloos
bloeit. De plant wordt jaarlijks verpot waarbij goede potgrond wordt
gebruikt, die neutraal tot zuur mag zijn en de wortels worden hierbij zo
weinig mogelijk beschadigd. De grond wordt het gehele jaar vochtig gehouden
vooral omdat de plant wintergroen is. De plant doet het zeer goed door
compost of ander organisch materiaal te gebruiken.
Wanneer knopzetting heeft plaatsgevonden wordt de plant om de twee weken
met 20-20-20 gemest en eenmaal in de zes weken wordt ijzerchelaat gebruikt
om het blad op kleur te houden en opname van voedingsstoffen te bevorderen.
Snoeien hoeft slechts wanneer de plant te groot of te dicht wordt. Snoeien
kan nodig zijn om de plant in vorm te brengen of te zorgen dat hij een
boomvorm of andere vorm krijgt.
In een beschrijving werd gesteld dat snoeien een aanzet tot knopvorming
geeft.
Wanneer het kouder wordt, moet de plant in een kas of een ruimte met licht
worden geplaatst en de temperatuur moet ca. 5 graden zijn. Licht in
de winter is voor deze plant noodzakelijk. In de winter zal een kleine
gedeelte van de bladeren bruin worden en afvallen, maar deze worden
vervangen.
Vermeerdering
Deze plant laat zich niet zo eenvoudig vermeerderen mede daardoor is hij
ook moeilijk verkrijgbaar. Volgens de enkele gegevens zou hij te zaaien
zijn of te stekken.
Het stekken wordt gedaan zoals van een Camellia. Een half verhout takje
wordt met een scherpe snoeischaar van de plant geknipt. Ongeveer 1,5 cm
boven een blad wordt het takje afgeknipt. Zo kun je diverse stekken van
een takje verkrijgen. Het onderste gedeelte van het stekje wordt vochtig
gemaakt met water en in stekpoeder gedoopt. De stek wordt in goede
stekgrond gezet en de bodemwarmte moet 20-25 graden zijn. Na ca. 3 maanden
zullen de eerste worteltjes zichtbaar worden. Nu kunnen de stekjes die
beworteld zijn in goede grond worden geplaatst. De groei is zeer traag
maar bij mij hadden de stekjes na een jaar enkele bloemen.
Ziekte en ongedierte
Ik heb ondervonden dat het een probleemloze plant is t.a.v. ziekte en
ongedierte. Een enkele keer heb ik een schildluisje gevonden die ik met
de vingers heb verwijderd.