Consumptiegeld: ook de carnavalsverenigingen maken tijdens de feesten gebruik van imitatiegeld voor betaling van consumpties. De consumptiebonnen of penningen worden centraal verkocht waardoor het financiële betalingsverkeer beheersbaar blijft. Zijn de bonnen of penningen verbruikt dan moeten eerst weer nieuwe worden gekocht. De obers en kasteleins hebben geen geldelijke beslommeringen.Papieren consumptiebonnen zijn gedurende het feest of slechts enkele dagen inwisselbaar. Penningen daarentegen zijn meestal het hele jaar of enkele jaren te gebruiken voor het verkrijgen van consumpties. Waar tegenwoordig
Strooibiljetten: de laatste categorie van imitatiegeld voor carnavalsgebruik zijn de strooibiljetten. Deze strooibiljetten worden uitgedeeld of van de praalwagens gegooid tijdens de optocht en zijn ter ondersteuning van het uitgebeelde thema. De waarde, afgebeeld op de biljetten, heeft vaak ook een belangrijke rol voor het thema van de praalwagen. Uitgebeelde thema's drijven de spot met veel besproken landelijke (politiek) of plaatselijke gebeurtenissen in het voorafgaande jaar.