Pelmolenimker -  Honing met een stadspark oorsprong



Carnica

Van af de begin jaren '50  is er in Twente al een Carnica groep actief Die groep is in middels uitgegroeid tot een club van ongeveer 200 leden  en noemt zich:      
 
     
Carnica vereniging Oost Nederland
Niet te verwarren met de carnica vereniging OOST dat is een afgeleide van Oost Nederland
 

De carnica vereniging behartigt en bevordert de teelt en het houden van de Carnica bij.

Niet alleen in Twente , maar in maar uit heel  Overijssel  en verder in Nederland hebben imkers zich aan gesloten.

De carnica bij moet dan wel een bijzondere bij zijn en wordt
dan ook gezien als een zachtaardig bijen ras met goede haal eigenschappen en zwermtraag dus daarom zeer geschikt om in een woonomgeving te hou
den.

Het  telen van Carnica  koninginnen

Voor het telen van koninginnen kunnen we over larven bij een carnicaimker die met raszuivere koninginnen werkt , maar dat is voor de minder geoefende  imker soms niet goed  te doen.

De meer geoefende imker kan na afspraak voor larfjes terecht bij leden van de Carnica vereniging "Oost Nederland":
Cees. de. Bondt. Eikenzoom 7. 6731 BH. Otterlo. 031 8591503.

Gerrit. Schoenmaker. vroomshoopseweg 5. 7676 SL. Westerhaar.  054 6659658.

Henk Roerink. Pelmolenstraat 13.
7511 SE. Enschede, 053 4327711.

Roelof Werkma. Pathmossingel 150. 7531 CL. Enschede. 053 8513953.

U dient zich we eerst tijdig
telefonisch aante melden ////


Telen met aangenomen doppen

De koninginnenteelt  commissie van de NVB heeft daar voor een eenvoudige methode ontwikkeld.
 De hier onder beschreven inleiding van de methode  geeft aan hoe het wat gemakkelijker kan en wijkt af van de gebruikelijke overlarf methode.
Er wordt niet ter plaatse overgelarft door of voor de aspirant -teler, maar er wordt gewerkt met "aangenomen" doppen.
Het  overlarven vindt plaats bij de verdeler thuis die de larfjes in de starter brengt.
Pas 24 uur later,als de larfjes zijn aangenomen en van koninginnegelei zijn voorzien, worden ze onder de geintreseerde imkers verdeelt. Ze zijn dan in een stadium, dat ze als koninginnelarven worden herkend.
De bijen zullen ze dan ook als koninginnelarven behandelen, ook in een moergoed  pleegvolk, mits de koningin er niet bij kan.
De beschreven methode is door  medewerkers van de selectie werkgroep van de Vlaamse Imkerbond opgezeten en wordt in Vlaanderen en Nederland al een aantal jaren met veel succes toegepast.

Het grote voordeel voor de beginnende koninginneteler ligt hier in,om de drempel om met koninginneteelt te beginnen wordt verlaagd. De eerste , vaak zo moeilijke stap op het terrein (het oferlarven en het werken met de starter)is al gezet!  Het verbeteren van de kwaliteit  van de bijenpopulatie op de eigen stand wordt daardoor sterk vereenvoudigd en voor veel meer imkers mogelijk.
Wel moet opgemerkt worden dat een volgens deze methode gekweekte moer z.g. nateelt is ,dus standbevrucht.
Het zijn F1 volken, dus hiervan niet natelen.
Investeren in materiaal en gereedschap is nauwelijks nodigen bestaat voornamelijk uit  de in kunststof uitgevoerde combinatie overlarfdop/moerhuisje(Nicot-capularve).

Wil men met de geselecteerde koninginnen naar een bevruchting station , dan moet aan voorwaarden voldaan worden die hier nog niet besproken worden.


Wil je in ENSCHEDE E.O. aan het overlarfptoject mee doen dan kun je,je  bij mij voor 1mei opgeven  en ik bestel de doppen bij de verdeler, je kunt ze dan op een afgesproken tijd bij mij afhalen, voor de het bestellen van de doppen geef uitgebreid  voorlichting en is er uitgebreide schriftelijke informatie beschikbaar.

Henk Roerink.          Tel;053 4327711         henk.roerink@home.nl

Invoeren van een bevruchte Carnica koningin.

De volgende  methode is een goede  manier  een bevruchtte koningin in te voeren.

Gebruik hier voor een drieramer met daar in een raam voer, met wat stuifmeel en een raam broed met wat larfjes  en uitlopend broed.

Haal uit een voldoende groot volk met carnica eigenschappen een voldoende hoeveelheid jonge bijen.
Klop hier voor  6 of 7 ramen bijen uit de honingkamer in een emmer af , laat de vliegbijen er uit vliegen en maak de achterblijvers een klein beetje nat met een bloemenspuit. Hierna kunnen ze gemakkelijk in de drieramer gedeponeerd worden..

Als je de drieramer ruim een week van tevoren opzet, kunnen de bijen nog wat redcellen aanzetten.
Dit is nodig om te zien of er pe rongeluk een koningin is in geklopt, zijn er geen redcellen  aan getrokken dan klopt er iets niet, en mislukt de invoer er is een koningin in het volkje of er zijn te oude larfjes in het broedraam.

Maar zijn er wel  redcellen aangetrokken dan dienen die een dag voor de invoer van de nieuwe koningin gebroken te worden.
Het drieraams volkje voelt zich nu hopeloos moerloos en zal de koningin gemakkelijk accepteren.
Voer de koningin in, in het mee gekregen kooitje met wat gekristalliseerde honing of honingsuikerdeeg, in het deel waar ze naar buiten kan.Verweider de meegeleverde begelijdende bijen uit het kooitje.

Daarna volgt de opbouw periode van het nieuwe volk. Als de koningin goed aan de leg is en er ontstaat  ruimtegebrek, dan is het tijd om het volkje over te zetten in een 6 raams kast enz.
De 6 ramer kun je versnellen door een raam broed uit  een ander volk bij te hangen. Het volk is dan sneller uitgegroeid tot een  10 raams volk en kan als een volwaardig volk ingewinterd worden.

Wil je niet meer volken, dan  is het mogelijk de 3 of 6 ramer te verenigen met een ander volk  met carnica bloed.

Het ander volk dient eerst hopeloos moerloos gemaakt te worden om de nieuwe koningin te behouden.

Henk Roerink.





© 2007  De Pelmolenimker, Enschede