De Bij en wij

Over bijen en bijenteelt

Bewerkt naar de uitgave van de NBV afdeling Enschede.

De plaats van de bij in het dierenrijk


Op onze aarde leven veel verschillende soorten dieren
Om een duidelijk overzicht te krijgen zijn de dieren ingedeeld in geroepen.
Bij de volgende indeling gaat men uit van bepaalde lichaam kenmerken;
deze worden het meest gebruikt.

Het dierenrijk is in onderverdeeld in hoofdgroepen.
Hiertoe behoren o.a.gewervelde dieren, weekdieren, stekelhuidigen en geleedpotige. Deze hoofdgroepen zin weer onderverdeeld in klassen.
De hoofdgroep van geleedpotigen klassen; spinachtigen, kreeftachtigen, geleedpotigen , duizendpootachtigen,en insecten.
De klassen zijn weer zijn weer verder onderverdeeld in orden.
De klasse ven de insecten bestaan o.a. uit libellen, kevers, oorwormen ,vlinders en vliesvleugeliggen.
De orde van de vliesvleugeliggen is onder verdeeld in onderorden, waarvan de onderorden der angeldragers (hommels, wespen bijen en mieren.) er een is.
Deze onderorde wordt nog verder verdeeld in superfamilies, namelijk de mieren ,de wespen en de bijen.

Wanneer  we deze gegevens nog even op een rijtje zetten, zien we dat de bijen behoren tot; de superfamilie der bijen; de onderorde der angeldragers; de orde der vliesvleugeligen; de klasse der insecten en de hoofdgroep der geleedpotigen.

Bij insecten kennen we o.a. de volgende indeling, naar levenswijze;

-sociaal levende insecten;

-solitair levende insecten;

Er zijn op dit moment meer dan een miljoen soorten insecten bekend, maar elk jaar worden er vele nieuwe soorten ontdekt. Men schat het totale aantal op vele miljoenen.

Sociaal levende insecten.

Mieren en sommige soorten  bijen , hommels en wespen zijn sociaal levende insecten.Dat wil zeggen dat ze volken vormen. Alle individuen van zo'n volk zijn nauw aan elkaar verwant. Het volk leeft in een goed geordende samenleving(de staat),waarbinnen elk individu bepaalde taken uit voert.
Onder deze sociaal levende insecten vallen een paar soorten die voor de mens economische betekenis hebben:de officieel wetenschappelijke is apismellifera) en enkele soorten hommels. ze spelen een belangrijke rol bij de bestuiving in de tuinbouw.

Solitair levende insecten.

Het verschil met sociaal levende insecten is , dat solitair (alleen) levende bijen of wespen geen volk vormen en niet in staten leven. Elk vrouwtje bouwt een eigen nest. Zij voorziet het van proviand en legt daar in een of meer eitjes. Nadat het nest is afgesloten, bekommert het vrouwtje zich niet meer om het broed . Andere alleen levende insecten zo als vlinders, doen nog minder aan broedzorg: het vrouwtje legt haar eitjes op een bepaalde voedsel plant en laat ze dan aan hun lot over.


Het nut van de bijen voor mens en milieu.

Het bijenhouden levert veel producten op die voor de mens van belang zijn, zo als honing, was, stuifmeel, propolis,koninginnegelei en Bijengif.

Honing.
De honing staat bekend als gezond en lekker en per  jaar wordt er door de bijenvolken per jaar ongeveer 1 miljoen kilo gemaakt het wordt gebruikt al zoetstof  ter voorkoming van ziektenen voor de verbetering van de lichaamlijke gesteldheid.
Er bestaan verschillende  soorten honing. meestal is de honing gemaakt van een mengsel van verschillende bloemen, men spreekt dan van bloemenhoning. Enkele ander voorbeelden zijn heidehoning,lindehoning,koolzaadhoning en wilgenhoning.

Was
De was wordt veel gebruikt in de industrie en ook wel door kunstenaars b.v. van het batikken van stof. uit was maakt men o.a.waskaarsen en boenwas,maar ook modelleerwas en waskrijt. Ook in de snoep industrie zorgt was voor het glimmende bescherm laagje zo dat het snoep(drop)niet vochtig wordt.

Stuifmeel.(pollen):
Het stuifmeel of pollen bevat stoffen die het menselijk lichaam nodig heeft. Om die reden wordt het door sommigen dagelijks gegeten. Verder wordt het verzamelt voor geneeskrachtige doeleinden.
Stuifmeel wordt ook vermengt met honing gebruikt door de bijen als voedsel voor de jonge bijen larven

Propolis:
Propolis is een harsachtige stof, die door bijen verzamelt wordt van knoppen en bladeren.
Het helpt goed tegen infecties die veroorzaakt worden door bacteriën en schimmels .
Viool bouwers gebruiken het als onderdeel van de lijm en lak.

Koninginnegelei:
Koninginnegelei is een stof die door de werkster bijen wordt afgescheiden voor het voeden van de koninginnelarven. Het bevat veel vitaminen en hormoon stoffen en wordt o.a. gebruikt tegen stress. Men zegt wel eens dat de jeugd en een lang leven geeft.

Bijengif:
Het bijengif tenslotte wordt gebruikt in de geneesmiddelen-industrie , bijvoorbeeld bij reuma.
Er is een speciale behandeling waarbij men uitsluitend bijengif gebruikt; deze methode wordt apitherapie genoemd. Sinds enkele jaren is de belangstelling hiervoor weer veel groter geworden.
Ik gebruik bijengif voor een vriend die aan M.S lijd . Dat doe ik al enkele jaren en hij zegt dat hij er baat bij heeft. Drie keer per week  laat hem dan telkens door 20 bijen steken.

.
Een groter belang;
Van veel groter belang dan de eerdergenoemde producten is echter het gebruik van de honingbij bij de bestuiving van gewassen. Vooral  in de fruitteelt en in de land- en tuinbouw is de bij onmisbaar. De opbrengsten worden groter, maar ook de kwaliteit van de producten wordt beter. Voor dat ik hier meer over vertel, leg ik eerst het begrip bestuiving uit

.
1;stijl.  2;vruchtbeginsel.  3;bloembodem.  4; meeldraden.  5; bloemblad.
 6; stempel. 7;stamper.  8; bloemdek.  9; bloemsteel.

bestuiving
Doorsnede vaneen bloem.

Bestuiving

De bloem is een deel van de plant dat voor de geslachtelijke voortplanting dient.
In het hart van de bloem staat de stamper(7), die lijkt op een fles met een hele lange hals.Het  lange deel heet de stijl(1). Boven op de stijl zit een kleverig kussentje, dat heet de stempel(6).
In de buik van de fles, het vruchtbeginsel (2),liggen de ronde eicellen.
Het vruchtbeginsel met daar op de stamper(6) is het vrouwelijk deel van de bloem.

Om de stamper staan de meeldraden (4), elk met een helmknop bovenaan. Uit de helmknop komt stuifmeel. Dit is een soort poeder, dat b.v. geel, wit of zwart van kleur kan zijn; de meeldraden vormen het manlijk deel van de bloem.

Wanneer het stuifmeel op de kleverige tempel terecht komt, spreekt men van bestuiving.
Uit een stuifmeel korrel groeit dan een dun buisje door de stijl naar beneden
tot aan de
eicel
; deze wordt dan bevrucht, uit de bevruchte eicel groeit dan een zaadje en het vruchtbeginsel groeit uit tot vrucht.
Denk maar aan een appel . Dit is een vrucht en die is dus ontstaan ui het vruchtbeginsel.
Binnen in zit het klokhuis met zaadjes en als die op de grond valt kan daar een nieuwe appelboom uit groeien.
Als je het klokhuis goed bekijkt is dat een sterretje met in elk deel 1 of meer pitten, iets dergelijks zie je ook bij een sinaasappel en een mandarijn.
Als de bloem niet goed bestoven is, zal de vrucht een afwijking vertonen bv een deuk, ieder segment moet  van stuifmeel voorzien zijn om een mooie ronde vrucht te krijgen.

Wat is nu de rol van de bijen bij het bestuiven?  Bloemen die voor de  de bestuiving op de insecten aangewezen zijn, moeten een inrichting hebben om ze te lokken. Meestal doen ze dat door een combinatie van de kleur en de geur van de bloem, de zoete geur van de nectar.
Op de bloemblaadjes zit vaak het honing merk , dit is een patroon dat het insect de weg wijst naar de nectar.

Om de nectar te bereiken , moet de bij langs de meeldraden en de stamper. De stuifmeelkorrels zijn ruw en kleverig en blijver aan het harige lijf van de bij hangen. De bij vliegt van bloem naar bloem en brengt zo het stuifmeel over op de stamper van de volgende bloem en dan heeft de bestuiving plaats gevonden.

Er zijn ook planten die niet afhankelijk zijn van de bestuiving door bijen, maar door de wind.
De bloemen van deze planten hoeven niet op te vallen om bijen te lokken. Zij maken wel heel veel licht stuifmeel, dat gemakkelijk door de wind mee gevoerd wordt. Voorbeelden zijn grassen , naaldbomen en sommige loofbomen zoals de els en de hazelaar.

Bijen in land en tuinbouw.

Bijen en hommels spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van bloemen, zoals  hiervoor is beschreven. een bij kan tijdens één vlucht   wel 100 bloemen bezoeken . een bijenvolk van
30 000 tot 40 000 bijen kan zo op een dag 2,5 miljoen bloemen bezoeken; ze bezitten een enorme bestuivingscapaciteit.

De land- en tuinbouw zijn voor de bestuiving van gewassen voor
een belangrijk deel afhankelijk van in het wild vliegende insecten, zoals bijen, hommels, vlinders, vliegen en kevers. Het zijn echter ook deze insecten die de laatste jaren in de landbouw gebieden sterk achteruit zijn gegaan. Daar naast worden van de imkers bijenvolken gehuurd, om in de kassen te plaatsen.

Door de bestuiving krijgen de fruit- en groentetelers een hogere opbrengst en grotere gave vruchten.
een belangrijk nadeel is dat in het voorjaar de ramen van de kassen open staan en de bijen naar buiten vliegen en aan andere bloemen de voorkeur geven.
Bij hommels doet zich dat problemen niet voor;zij hebben geen taal om elkaar door te geven waar een goede voedselbron te vinden is.
In de glastuinbouw make de telers ook gebruik va een trilapparaat zodat het stuifmeel in de bloemen trilt dit is erg arbeidsintensief en wordt er daarom ook gebruik gemaakt van kleine hommelvolken.
Verder is uit onderzoek gebleken dat kleine hommelvolken beter tegen zo'n taak opgewassen zijn dan een bijenvolk.

Drachtplanten

Drachtplanten zijn de planten waarop de honingbij de honing en het stuifmeel verzamelen. De "Bijenweide" bestaat uit een zeer groot aantal planten, die veel of  weinig nectar en/of stuifmeel leveren. Zo is er een aantal rijk nectar gevende planten, die in grote hoeveelheden voor komen, men noemt ze de hoofddrachten. Deze planten moeten aan veel eisen voldoen, zoals;
het leveren van voldoende nectar en/of stuifmeel;
deze stoffen moeten goed bereikbaar zijn voor de bijen;
ze moeten het liefst een lange bloeitijd hebben;ze moeten binnen het vliegbereik van het volk staan.
Veel van deze eigenschappen staan onder invloed van het weer en de bodemgesteldheid.
Bij koude, regen, wind en droogte is de nectar productie vaak lager dan normaal
De volgende soorten zijn goede drachtplanten;
wilgen, fruitbomen,  koolzaad, acasia, witte klaver, distel, linde, dopheide, struikheide en zeeaster.

De imkerij als hobby

De imkerij bezit in zich zelf een rijkdom, die weinig die andere vormen van vrijetijdsbesteding met haar gemeen hebben. met en bijenvolk kan men voor weinig geld een uniek stuk natuur binnen zijn bereik halen.
Het houden van bijen vergt, na de nodige ervaring te hebben opgedaan, per jaar slechts een bepekt aantal uren.
Deze bezigheden bezorgt de hobby-imker;
- voldoening mee te werken aan de instandhouding van de natuur;
- vreugde in het waarnemen van de natuur;
- het lekker buiten bezig zijn;
- honing voor gezin en vrienden;
- en als het mee zit ook nog wat voor de verkoop.

Voor diegene , bij wie enige interesse gewekt is bestaan er verschillende mogelijkheden zich nader te laten in formeren.Er zijn in Nederland meerdere instanties die zich bezig houden met het geven van cursussen op dit gebied.
O.a. voor de N.V.B. Afdeling Enschede;
Henk. Roerink. Pelmolenstraat 13. 7511 SE. Enschede.
henk.roerink@home.nl  Tel 0534327711.