De
Gelderlander, vrijdag 24 december 2004
‘De doden, ze zoeken me op’
„Plotseling raakte ik
spontaan in een trance en ik voelde dat er een energie de kamer binnenkwam. Een
gevoel dat ik altijd krijg als een overledene contact zoekt. ‘Justin’ hoorde
ik. In de doorgang naar de keuken hing een energie, een grote grijze wolk. Hij
zei dat hij niet gecremeerd maar begraven wilde worden en of ik dat tegen zijn
moeder wilde zeggen. Justin was tien en een dag eerder onder een auto gekomen
en overleden.”
In de Osse
huiskamer zit een huismoeder van 37 die zichzelf graag omschrijft als een
nuchter mens. Ze vertelt dat ze al ruim zestig keer contact heeft gehad met
dode mensen, dat ze af en toe wordt uitgelachen uit onwetendheid en veel liefde
heeft te geven. Ze heeft een man die regelmatig de gesprekken noteert die ze ‘s
nachts met overledenen voert. Enkele dagen voor 11 september, vertelt ze, is ze
ziek geweest en heeft ze overgegeven „en dat was natuurlijk een teken”. Uit
ervaring weet ze dat die vreselijke horrorfilms waar wij naar kijken totaal
niet kloppen en ze heeft al vele jaren intensief contact met engelen.
Vreemd of niet, Doreth van
Crey is in veler ogen misschien een apart mens maar de vanzelfsprekendheid
waarmee ze over haar paranormale ervaringen vertelt werkt zelfs aanstekelijk.
Ze ervaart haar mogelijkheden als belastend, maar ze merkt er veel liefde en
dankbaarheid voor terug te krijgen. Doreth kan kinderen van hun pijn verlossen,
ouders van overleden kinderen troost bieden, ze voelt ernstige gebeurtenissen
aankomen en is aan gene zijde goed ingevoerd omdat ze
verkeert met lichtwezens en entiteiten. Doreth van Crey zegt: „Ik ben niet zo’n zwever. Ben ook niet bijzonder
spiritueel. Ik ben een realist. Ik geef ook alleen een realistische
weergave van mijn ervaringen.” En: „Het is een hele
zware verantwoordelijkheid, hoor.”
De Osse
is zo gewoon als een medium maar kan zijn. Onopvallend, bescheiden
zelfs. Coltrui, spijkerbroek en nergens attributen die zouden kunnen duiden op
een meer dan gemiddelde belangstelling voor het spirituele of occulte. Met een
„doodgewone echtgenoot” die in het bedrijfsleven zit en drie kinderen die
straks uit school komen. De inrichting van haar huis in de nieuwbouwwijk is
modern en strak. Hier woont geen new age-fanaat en dit is geen plek, lijkt het, waar engelen
regelmatig neerstrijken.
Maar vele
nachten, klokslag drie, wordt Doreth wakker en krijgt ze bezoek van de andere
kant. Dan schijnt er een fel licht
in de slaapkamer, geurt het er plotseling naar rozen, waren gestalten en
figuren rond en worden boodschappen uitgewisseld. „Het gebeurt alleen als ik me
ontspan en contact ook toesta. Dan lijkt het alsof ik in hogere sferen kom.”
Doreth: „Overledenen zoeken vaak contact met mij. Soms rijd ik
langs de weg en zie ik ineens iemand staan die daar een dodelijk ongeluk heeft
gehad.”
Doodgaan, legt het medium
uit, doe je niet van het ene op het andere moment. Overledenen dolen soms een
tijd rond. Soms langere tijd omdat er dingen nog niet ‘af’ zijn. Maar
uiteindelijk keren we allemaal terug naar..... „ja, noem het maar liefde, energie, God.”
Vooral met overleden kinderen
heeft Doreth altijd een bijzonder contact gehad. „In het begin vond ik het eng,
maar nu ben ik eraan gewend. Het is altijd heel mooi. Je voelt liefde, warmte,
energie, een soort kracht als een elektrische prikkel, altijd aan de linkerkant
van mijn gezicht. Er zijn ook geuren, klanken, er valt iets uit de kast of het
wordt ineens tien graden kouder in de kamer. Maar soms zie ik de figuren ook
echt staan. Kinderen hebben, als ze dood zijn, nog grote behoefte om bij de
levenden te zijn. Het contact is dus niet mijn verdienste. Ze zoeken me gewoon
op. Ik ben niet meer dan een doorgeefluik, een pion die gebruikt wordt om
mensen te helpen.”
Zelfs haar werkkamer oogt
niet als een plek waar allerlei paranormale ervaringen plaatsvinden en waar de
andere dimensie prominent aanwezig is. Er liggen wel wat stenen, „om energie
mee af te voeren”, zegt ze.
Ouders van overleden kinderen
willen, weet Doreth, graag weten waar hun kind blijft. Dat helpt ze met het
rouwproces. „Ze voelen dat hun ouders verdriet hebben en daardoor blijven ze
verbonden met het aardse. Ze kunnen niet loslaten. Ik heb na het eerste contact
met dat jongetje Justin uiteindelijk zijn ouders benaderd en verteld wat er was
gebeurd, dat ik hun zoon had gesproken. Ik kon ze er ook snel van overtuigen
dat ik het niet verzon. Ze waren er blij mee. Het heeft ze geholpen het
verdriet te verwerken. Na enige tijd heeft Justin zelf gezegd dat ik zijn
ouders weer moest loslaten en dat het goed was. Daarna heb ik geen contact meer
met hem gehad.”
Als kind had ze er al last
van. „Niet echt last, maar ik vond het wel eng. Er gebeurden allerlei dingen
die ik niet begreep. Ik zag en hoorde van alles en dacht eerst dat het normaal
was. Ik bedoel, alle kinderen zijn tot hun achtste paranormaal en dan sluiten
ze zich. Maar het wende. Ongeveer dertien jaar geleden vond ik een vermiste
jongen en dat was eigenlijk voor mij het breekpunt. Toen dacht ik ‘dit moet ik
serieus nemen’.”
In 1999 krijgt Doreth te
maken met een donkere kracht, „een vorm van zware voodoo” en dat maakt op
moeder en gezin grote indruk. Doreth: „Onze dochter, ze was toen zes, werd erg
ziek. Het blijkt dat ze een hele sterke
voodoo-entiteit bij zich draagt. Ze heeft erge hoofdpijn en hoort voortdurend
een stem die haar zijn wil probeert op te leggen.”
‘Ik besluit de strijd aan te
gaan en mijn dochter te bevrijden’, schrijft ze in haar boekje 'Het Contact'
waarin Van Crey onder meer de worsteling met de donkere kracht heeft
opgetekend.
‘Middenin de nacht schrik ik
wakker van een zware druk tegen mijn hoofd. Een zwarte schim schiet weg.
Langzaam beginnen mijn ogen te wennen aan de donkere kamer en ik kijk om me
heen. Mijn adem stokt. Aan het bedeinde staat een kleine diepzwarte figuur met
een monnikskap op. De entiteit. Een ijskoude wint waait in mijn gezicht en ik
ril van de kou. Als verlamd kijk ik naar de inktzwarte figuur en een allesoverweldigende angst bekruipt me. Nog nooit ben ik zo
bang geweest. Opnieuw krijg ik het sterke gevoel dat ik liefde moet sturen. Het
werkt, de angstaanjagende figuur verdwijnt. Mijn enige troost is het feit dat
wanneer deze figuur mij aanvalt, mijn dochter Elise even rust heeft.’
Het wordt in huize Van Crey
een strijd op leven en dood. Enkele bladzijden verder: ‘Die nacht weet ik dat
ik de strijd voor het leven van onze dochter aan het verliezen ben.
Afschuwelijk is het om Elise zo te zien worstelen met de entiteit. Ik heb geen
hoop meer. Ik wil sterven voor Elise. Niets is belangrijk meer, alleen mijn
onvoorwaardelijke liefde voor haar.’
En dan doet de schrijfster
verslag van een tedere aanraking, een prachtig licht, een overweldigend gevoel
van pure liefde, intens geluk en lichte wezens. Het contact geeft moeder nieuwe
kracht en uiteindelijk wordt haar dochter met behulp van engelen bevrijd van
het zwarte gevaar.
„Ik kan ook vertellen hoe die
entiteit in ons leven is gekomen”, zegt Doreth even later. „We hadden een
vruchtbaarheidsbeeldje gekregen van een vriend uit Afrika en tijdens de conceptie
van onze dochter hadden we dat beeldje op de slaapkamer staan.”
Doreth van Crey loopt niet
met haar gaven te koop. Soms, als mensen haar vragen om iets terug te vinden
–„een ring of zo”– dan helpt ze. Af en toe accepteert ze voor haar diensten
kleine giften. Seances, waarbij overledenen op verzoek worden opgeroepen, houdt
ze niet.
„Mensen die mij kennen,
luisteren wel naar me. Mijn man was in het begin ook heel sceptisch, maar hij
is er ook van overtuigd geraakt dat het zo nou eenmaal bij mij gaat. Zo wist ik
in 1989 dat we voorzichtig moesten zijn met beleggingen en geld en prompt kwam
er een beurscrisis. Ik heb ook wel eens tegen hem gezegd dat hij heel
voorzichtig moest rijden omdat ik een voorgevoel had en hij kreeg toen
inderdaad een ongeluk. Maar ik weet niet waarom het gebeurt.”
Van Crey wil het de komende
tijd met haar bijzondere contacten wat rustiger aan gaan doen en straks weer
gaan werken in de bedrijfscommunicatie. Ze wordt echter, zegt ze, overspoeld
met verzoeken. „Ik heb afgelopen zomer nog iets gedaan met een vermoord kind en
daarna ben ik maanden van de kaart geweest. Mijn contacten hebben me altijd
zeer aangegrepen, maar ik heb geleerd meer afstand te nemen en me niet te laten
meeslepen. Het is enorm belastend, maar ik irijg af
en toe steun van andere mediums. Ik merk ook dat steeds meer mensen er voor
open staan."
Nee, een gave is het niet,
zegt het medium. „Ik heb een aanleg. Het is een eigenschap die ook in mijn
familie zit. Je kunt het vergelijken met iemand die heel goed piano kan spelen.
Ik denk ook wel dat iedereen het kan, als je er maar voor open staat. Een Jomanda ben ik niet. Ik trek geen volle zalen. Ik heb haar
ook ‘n keer bezocht en dan zie je toch wel heel veel rond haar gebeuren. Ik
bedoel, ze wordt omringd door allerlei contacten.
Engelen, lichtwezens,
entiteiten, overledenen, Doreth van Crey weet er inmiddels
mee om te gaan. Waar ze echter nooit aan zal wennen zijn de dingen die ze
hoort, elke keer als ze langs een crematorium rijdt.
„Het geschreeuw is soms heel
erg. De overledenen hebben geen pijn, je hoort hun angstschreeuwen wanneer ze
zien dat hun eigen lichaam verbrandt.”