Leestekens - komma - Oefening 1

Gatenvuloefening

Noteer het juiste woord in de invulplaats. Gebruik de Tab-toets om naar de volgende invulplaats te gaan.
Vul op invulplaats een of meer leestekens in. Je kunt kiezen uit punt, vraagteken, uitroepteken en komma.
Als je denkt dat er geen leesteken moet staan, moet je een kruisje (X) noteren.

1. Je bent erbij Pieter
2. Zeg ben je nou helemaal
3. Marloes wil jij je moeder even helpen met het opvouwen van de was
4. Van Gogh schilderde graag zonnebloemen bomen en mensen op het land .
5. Mijnheer kan ik vanmiddag een uurtje eerder naar huis
6. Als je daar linksaf slaat kom je in de Steenstraat uit
7. Verdorie nu heb ik weer mijn geschiedenisboek vergeten
8. Anneke Lisette Maaike en Wendy houden een spreekbeurt over chips
9. Zit niet zo te lummelen Lex
10. Verhalen kunnen je laten lachen huilen dromen of nadenken .