Leestekens - komma - Oefening 2

Gatenvuloefening

Noteer het juiste woord in de invulplaats. Gebruik de Tab-toets om naar de volgende invulplaats te gaan.
Vul op invulplaats een of meer leestekens in. Je kunt kiezen uit punt, vraagteken, uitroepteken en komma.
Als je denkt dat er geen leesteken moet staan, moet je een kruisje (X) noteren.


1. Jan is niet gekomen maar Lotte en Brian gelukkig wel
2. Wie het antwoord weet moet gewoon zijn vinger opsteken
3. Ik steek nooit mijn vinger op want ik weet nooit iets
4. Als je voorleest moet je niet te vlug maar ook niet te langzaam lezen
5. Na een leesteken hoort een korte pauze
6. Een jeugdverhaal kan overal over gaan zoals over pesten vriendschap familie enz
7. Wie iets fout zegt is af
8. Als je dat doet praat ik nooit meer met je Mees
9. We gaan naar Zandvoort en nemen koekjes mee
10. Nou daar heb ik echt niet op gerekend mijnheer