Hieronder treft u teksten aan die geruime tijd geleden door de broers de Graaf geschreven zijn over het ontstaan van het Husltlander konijn. Beiden waren gewaardeerde keurmeesters in de speciaalclub.
Jac. de Graaf
Van sommige van onze konijnenrassen is bekend dat ze volkomen onverwacht zijn ontstaan door een kleurmutatie, b.v. de Havanna en de Gouwenaar.Van andere rassen is bekend dat ze doelbewust als een nieuw ras zijn gefokt, b.v. onze nederlandse Hangoor Dwerg,de Sallander en de kleine Lotharinger.Bij de Hulstlander was het aanvankelijk helemaal niet de bedoeling iets nieuws te creëren.Wel speelde praktische toepassing van de erfelijkheidsleer de belangrijke rol.We kennenin onze standaard twee rassen die uitsluitend de zogeheten "leucistische factoren "voeren, n.l de Witte Wener en de Blauwoog Pool.Dat zijn dus witte konijnen met blauwe ogen.Bij enkele andere rassen zijn deze leucisten wel als kleurslag wel erkend,maar ze verschijnen zelden of nooit op een tentoonstelling.Er is ook geen literatuur over de onderlinge vererving van beide bovengenoemde rassen;ik heb het althans niet kunnen vinden.De kleurvererving bij onze raskonijnen heeft mijn bijzondere interesse,dus ben ik het zelf maar gaan proberen.Al in 1977 ben ik begonnen met fokproeven van een Blauwoog Pool ram x een kleine Witte Wener voedster.Twee jaar lang heb ik dat geprobeerd met verschillende dieren die overigens goed vruchtbaar waren ,maar zonder resultaat,zonder ook maar één levend jong konijntje.Geen wonder dat er geen literatuur over is.Maar hoe komt het dan dat alle pogingen vruchteloos blijven??.Daarvoor zouden we een uitstapje moten maken naar de erfelijkheidsleer,maar dat wordt nu te uitvoerig. We volstaan dus met de amateur-conclucie:vermoedelijk een dubbele werking van de zogenaamde sub-lethale factor.
Toen ben ik via een kleine omweg gaan proberen, door gebruik te maken van de albino factor die aanwezig is bij witte konijnen met rode ogen.In de grensstreek met Duitsland heb ik een te grove "Hermelin" en in April 1979 verkreeg ik uit de combinatie van deze Duitse Pool x Witte Wener de eerste nakomelingen.Deze jongen hadden een kleur tussen konijngrijs en ijzergrauw in.Ook daar kan ik niet verder op ingaan.Door kruisingen met Blauwoog Polen en onderlinge paringen verkreeg ik d.m.v. meerdere foklijnen daaruit konijntjes zowel met rode als met blauwe ogen.Laat ik volstaan met te vertellen dat ik daarvoor 24 hokken constant vol had met oude en jonge konijnen,waarvan ik 2x per jaar een volgende generatie fokte.Juist die diertjes met de blauwe ogen hadden zo'n mooi type en zulke mooie kopjes,dat pas in februari 1981 het idee opkwam om ze niet alleen voor de leucistische factor, maar ook voor type enz. fokzuiver te maken.We hebben n.l.witte konijnen in de grote,in de midden en in de dwergrassen,maar niet in de kleine rassen.Een nieuw ras zou ook een eigen verschijningvorm moeten hebben,dus geen grote Pool en evenmin een kleine Wener.De diertjes hadden in 1981 al een goede overeenkomst met de grootte van het wilde konijn,zoals in deze streken voorkomt,met daarbij een gedrongen lichaam en een geheel eigen kopvorm.
Dit gedrongen type en vooral de specifieke kopvorm zullen,met de bijbehorede grootte,de belangrijkste raseigenschappen moet blijven vormen.
Aan de hand van de voorlopige standaard kunnen we nader ingaan op de onderverdeling in de 7 beoordelingsposities.
1. Type en Bouw:Het type is hier boven al genoemd 'kort en gedrongen'.Hierin zit dus het grootste verschil met de wener,die matig gestrekt en walsvormig lichaamsmodel heeft.Dit is ook het eerste onderdeel waarop men de jonge dieren al direct als ze uit het nest komen kan selecteren.Dieren met een lang en/of smal lichaam voldoen niet aan de gestelde eis van de gedrongenheid.Ook bij de keuring zal dit een belangrijk onderdeel blijven.De bouw is stevig en halsloos met goed gevulde voor- en achterhand,en het mag voorlopig voldoende worden geacht als ze verder geen afwijkingen vertonen.
2.Gewicht:De Hulstlander is een levendig konijntje, dat zijn pittege karakteren zijn overeenkomst met zijn wilde soortgenoot het beste demonstreert bij een grootte van ruim twee kilogram.Het ideale gewicht is dan ook vastgelegd op 2.50 kg.De voorlopige standaard vermeld:minimum 2.0 kg.(6punten),Idiaal 2.25 kg.(10 punten)en maximum 2.75 kg.(8punten).Hier is een foutje ingeslopen;het is vanzelfsprekend dat voor 250 gram minder dan het idiale gewicht 4 punten word afgetrokken en voor 500 gram mèèr maar 2 punten.De oorzaak is dat door mij in de concepttekst was voorgesteld ;500gram.De standaardcommissie houd dat liever op 750 gram. Bij het juist idiaal gewict van 2.25 kg.zullen de grenzen dan worden;min. 1.75 kg. en maximum 2.50 kg.Dat sluit ook beter aan bij het volgnummer in de standaard namelijk 46a, dus nà de Rus die ook gewichtsgrenzen heeft van 1.75 tot 2.50 kg.Bij de definitieve erkening word èèn ander nader vastgelegd en vastgesteld. Voor de fokker èn keurmeester geld voorlopig:houdt rekening met het juiste ideaalgewicht van 2.25 kg.(Bij de definitieve erkening erd het gewicht vast gesteld op 2.00 - 2.75 kg. met een ideaalgewicht van 2.40 - 2.70 kg. waarvoor 10 punten word uitgetrokken.)
3.Pels:Er word een pels gevraagd van normale lengte,met voldoende onderwol en met glans.In de pelsstructuur zal voorlopig nog wel enig verschil blijven doordat met name de 'Hermelin'een wat stuggere pels heeft mee gebracht.Bij de lichte en bij de zware fouten wordt aangegeven dat de pels iets, of te lang,of te dun en of te stug kan zijn.Let wel :een wat zachtere pels wordt bewust niet als fout genoemd.Het ligt ook in het fokdoel opgesloten dat voor de Hulstlander een wat zachtere pels als het ideale wordt gesteld.
4.Kopvorm:De kop heeft een specifieke vorm, n.l. vanaf de oren t/m de neus licht gebogen. Dus niet een sterkgebogen , geheel 'ronde' kop zoals we die bij het Pooltje kennenen evenmin de normale kopvorm waarbij het neusbeen vrijwel recht is,De gewenste lichtgebogen vorm valt het best te constateren als men het dier van de zijkant beziet.Ook moet het kopje(van de voorkant bezien) genoeg breedte tussen de ogen hebben.Daarnaast wordt vooral bij de rammen,maar ook bij de voedsters,nog verlangd dat de wangen goed onwikkeldzijn.Deze kopvorm mag worden gezien als specifiek raskenmerk en speelt dus ook bij de fok èn bij de show-waarde een belangrijke rol mee. Een geringe afwijkingbij de gewenste vorm wordt nog aangemerkt als een lichte foutmaar een in zijn geheel te weinig ontwikkelde kop geldt dan ook als een zware fout.
5.Oren:Er worden oren verlangd die aan de algemene eisen voldoen; stevig van structuur, goed afgerond en dicht behaard en die ook V-vormig worden gedragen. De ideale lengte is ongeveer 9 cm, met een minimum van 8 cm, en een maximum 10 cm. Vanzelfsprekend draagt een mooi stel oren veel bij in het algemene voorkomen van onze raskonijnen. Dit nieuwe ras heeft hiermee als regel opvallend weinig moeite mee, maar er moet wel voor gewaakt worden dat dit ook zo blijft. Er wordt echter bij de ideale lengte beslist niet 'gemillimeterd'.
6.Kleur:Voor elk wit konijn wordt verlangd dat het ook helderwit op de show verschijnt.Er mag wel op geattendeerd worden dat de structuur van de pels hierin ook een woordje meespreekt. Daaromis voor de Hulstlander ook een iets zachte pels gewenst omdat deze zachtheid de helderwitte kleur zeer ten goede komt.Voor de kleur van de ogen (iris) is alleen voorgeschreven dat deze lichtblauw is.Dat is eigen aan de leucistiche erffactoren die dit ras voert.bij een wit konijn zijn de nagels uiteraard "kleurloos".
7.Conditie:Over de conditie behoeft niet worden uitgeweid. Voor al onze konijnen geld dat ze er op hun paasbest moeten zijn om mee te doen aan een schoonheidswedstrijd.
Naam en karakter:De naam van dit nieuwe ras is ontleend aan de streek waar wij wonen.Op landkaarten van mèèr dan 150jaar oud komt de aanduiding voor "De Hulstlanden".Deze strook grond eindigt inde Staphorster Staatsbossen met natuurreservaten waarin nu nog de wilde konijnen in grote getale voorkomen. De officiële naam "Het Hulstlandkonijn"geeft een verwijzijng daarnaar. De meer populaire is inmiddels geworden; De Hulstlander.Dit witte leucistische konijn, dat is gefokt uit geheel gekleurde dieren, heeft een bijzonder speels en levendig karakter.Het is vriendelijk in de omgang en goed vruchtbaar met nesten van 4 tot 6 jongen.
Tenslotte:Het ras is nog heel jong en het kan niet uitblijven dat er door atavisme (dus door terugslag) t.z.t. dieren verschijnen die het beeld van hun voorouders zullen terug geven. Het is echt niet zo dat alle jongen uit het nest geschikt zijn voor verdere fok en voor de tentoonstelling. En om niemand al te enthousiast te maken moet even worden vermeld dat alle witte konijnenmet blauwe ogen aanleg kunnen hebben voor epilepsie,beter bekend als 'vallende ziekte'.Deze ongewenste eigenschappen kunnen in enkele jaren verdwijnen als er maar een goede selektie plaats vindt. 1eHet type moet kort en gedrongen blijven.Voor telange dieren mag men tolerant zijn. 2e De juiste kopvorm is een zeer belangrijk onderdeel. Men moet blijven letten op de juiste lichte ronding vanaf de oren t/m de neus en ook de sterk ontwikkelde wangen moetenbehouden blijven. 3e Voor het gewicht is het wenselijk dat voor de fok èn voor de shows de voorkeur wordt gegeven aan dieren die het ideale gewicht van ongeveer 2.25 kg. benaderen.