De Hulstlander
De Hulstlander is één van de jongste rassen die we in de Nederlandse raskonijnenfokkerij kennen. Het ras werd begin jaren '80 gecreeerd door wijlen de heer J. de Graaf uit Nieuw Leusden. De Hulstlander dankt zijn naam aan de streek de Hulstlanden, een gebied dat in Overijssel tussen Ommen, Zwolle en Meppel ligt. Om tot de creatie van dit ras te komen heeft de heer de Graaf onder andere gebruik gemaakt van Witte Weners en Blauwoog Polen. In 1984 was het dan uiteindelijk zover en werd de Hulstlander (een stralend wit konijn met blauwe ogen) voorlopig erkend in de standaard van de Nederlandse Konijnenfokkers Bond voor een periode van drie jaar. En drie jaar later volgde dan ook daadwerkelijk de definitieve erkenning van dit mooie ras.
Dit kleine witte raskonijn wordt helaas nog maar weinig door sportfokkers gefokt en gehouden. Dit is mede te danken aan de ONTERECHTE slechte naam die de Hulstlander heeft bij fokkers. Veel fokkers denken namelijk dat Hulstlanders valse, wilde krengen zijn. Ze denken dit vaak, omdat in het begin van zijn bestaan de Hulstlander inderdaad nog wel eens wilde bijten en epileptische aanvallen had. Maar door goed selecteren van fokkers zijn deze vervelende eigenschappen nagenoeg volledig verdwenen en klopt het beeld wat veel fokkers vandaag de dag van Hulstlanders hebben dus absoluut niet meer. Het is gewoon een temperamentvol en lief ras, welke een brede aanhang van fokkers verdient.
Ondanks het feit dat agressie en epilepsie nagenoeg niet meer voorkomen bij de Hulstlander moet men als fokker hierop wel altijd alert blijven. Dieren die dit soort gedrag vertonen dienen dan ook gelijk uitgesloten te worden voor de fok en uiteraard NIET verkocht te worden aan collega fokkers, kinderen, dierenwinkel, enzovoort, zodat de naam van de Hulstlander hoog gehouden wordt en dat dit fijne ras over twintig jaar nog steeds een heel fijn ras is om te fokken.
- Als men begint met het fokken van Hulstlanders, dan zal men al snel ontdekken, dat de pels een zeer belangrijke moeilijkheidsfactor is. Er zijn namelijk maar weinig Hulstlanders die een goede pels hebben. De meeste Hulstlanders hebben een te zachte, te lange of een te slappe pels. Daarom proberen fokkers van dit ras al jaren om de pels te verbeteren. De meeste doen dit door strenge selectie, maar er zijn ook enkele fokkers die trachten de pels te verbeteren door het inkruizen met een ander ras. Dit moet dan alleen wel een ras zijn dat de blauwe oogkleur bezit, want anders gaat de blauwe oogkleur van de Hulstlander verloren.
Veel fokkers van Hulstlanders zijn lid van de speciaalclub, die zorgt voor de instandhouding en belangen van het ras. Dit is de Thriantaclub(waarin opgenomen de Hulstlander).