



Verslag:
Op
zaterdag 5 april 2003 ben ik samen met Cees, Thea Annemarie, Frans en Henry naar het Oeteldonks
Gemintemuzejum geweest. Het museum is in het
herbouwde poortgebouw van het middeleeuwse Zuster van Orthenklooster
gehuisvestigd. Daar hing een bord met een klein
stukje van de geschiedenis en een narrenkop. Het is een mooie plek, gelegen aan
de ‘Binnendieze’. In de zomermaanden is er een vaste
expositie, maar in de wintermaanden kan het wel eens van thema wisselen.
We kwamen
om half twee binnen en we werden warm welkom geheten door drie gidsen. Andere
geïnteresseerden waren een video aan het kijken. We moesten dus even wachten
totdat die film afgelopen was. De gids zei dat het verstandiger was als je
eerst de film had gezien, want dan wist je al een beetje van de geschiedenis
van carnaval af. Om de tijd te doden gingen we rondkijken in de vitrine, daar
lagen boekjes, speldjes, stickers enz. Alles van carnaval in Den Bosch. Met
carnaval heet Den Bosch niet gewoon, maar heet het Oeteldonk.
Een gids vertelde al een beetje over de vele carnavalsverenigingen en
dat ze van velen al een cd hadden in hun archief. Mijn ouders, oom en vrienden
zitten zelf ook bij een carnavalsvereniging ‘Tiedaldee’
genaamd. Het is geen grote vereniging, maar ze hadden zelf een cd gemaakt en de
gids vond het toch wel leuk om die te krijgen voor het archief.
Eindelijk
konden we gaan zitten voor de film. Het ging over de geschiedenis van carnaval
en hoe het was in Den Bosch en Bergen op Zoom. Ook hoe de naam Oeteldonk was ontstaan stond op de video.
Hierna
kregen we een rondleiding. We begonnen met de affiches, ze groter dan mijzelf
en nog in een goed staat. De geschiedenis was met plaatjes en schilderijen
verduidelijkt. Er waren veel verschillende kostuums, maskers, vaandels,
onderscheidingen en andere attributen uit andere steden en landen. Ook zag je
het hof van Oeteldonk en nog vele andere informatieve
beelden.
Weer
beneden aangekomen heb ik een sticker gekocht voor op
je kiel en een boekje waar veel informatie instaat voor dit verslag. Van de
gids kreeg ik, toen hij hoorde dat het voor school was, 5 placemats. We hebben
hem hartelijk bedankt voor de rondleiding en voor de placemats natuurlijk. Het
was een leuk museum en je komt veel te weten over alles en nog wat van
carnaval. Het was ook zeker niet saai, want er was veel te zien. Om half 4
stonden we buiten. Al met al was het dus een leuke dag geweest.
In de
middeleeuwen werd in Den Bosch al Carnaval gevierd. De drie dagen feest werden
gevierd voordat de vastenperiode begon. Onder katholiek bewind werd het
carnaval jaarlijks gevierd. Tijdens de protestantse bezetting mocht dit niet
meer, maar het feest werd toch in het geheim gevierd. Na deze tijd, toen de
katholieken het bewind weer in handen hadden, werd het Carnaval weer uitbundig
gevierd. Dat het feest voornamelijk op straat werd gevierd kwam door de Luikse
glasblazers die in deze tijd in Den Bosch werkten, en die het gewend waren om
Carnaval op straat te vieren.
Het
Carnaval zoals het toen gevierd werd, kwam in het geding, toen zich regelmatig
incidenten begonnen voor te doen. Het Bossche volk liet zich tijdens deze drie
dagen nogal eens flink gaan met alcohol, vechtpartijen en andere incidenten.
Daartegen kwamen diverse partijen in opstand, waaronder de geestelijkheid. Om
het feest te beschermen, hebben een aantal Bosschenaren een plan bedacht om het
Carnaval in Den Bosch te beschermen. Zij bedachten dat Den Bosch tijdens de
drie dagen Carnaval Oeteldonk
zou gaan heten.
Bij de
stichting van Oeteldonk heeft men ook meteen
structuur gebracht in het feest, om het feest in goede banen te leiden. Aan het
hoofd van Oeteldonk stond de 'burgervaojer' (burgermeester)
met 'assessors' (wethouders) en
een 'geminteraod'.
Voor het kiezen van deze geminteraod kwamen ook Oeteldonkse verkiezingen. De geminteraod
ging gekleed in gepaste kledij, in de stijl van carnaval.
De naam
van de burgermeester is 'Peer van den Muggenheuvel tot den Bobberd'. Hij trad voor het
eerst op voor Oeteldonk in 1882 met zijn raad van 11.
In dit jaar wordt ook de Oeteldonkse club opgericht
om het plan 'Oeteldonk' verder te begeleiden. De naam
van de assesor is sinds 1905 'Kees Minkels'.
De
bewaker van het gezag is de veldwachter
'Driek Pakaon'. Hij
staat de Peer bij en houdt het vrouwvolk bij hem vandaan. Meestal loopt hij bij
de prins. De huishoudster van de Peer heet 'Hendrien'. Zij doet niets anders dan
"kiepe voejeren, èrrepels schille en sokke stoppe" en mag alleen
in het schrikkeljaar mee met de Peer op carnavalszondag. De rol van Hendrien wordt gespeeld door een man.
In 1883
komt er nog een belangrijk personage bij in Oeteldonk:
Zijne Koninklijke Hoogheid Prins
Amadeiro Ricosto di Carnavallo. Hij is heer
en meester van Oeteldonk, Ridder van het Reksam. Hij komt elk jaar met zijn 'gevollug'
en zijn adjudant naar Oeteldonk, hij wordt dan met
praalwagens en een optocht begeleid tijdens zijn intocht.
Het Oeteldonkse volk bestaat uit 'Boeren' en 'Durskes'

De Oeteldonkse Club probeert alles in goede banen te leiden,
hoewel er nog regelmatig verboden zijn en alles streng in de gaten wordt
gehouden. Het carnaval werd tijdens de eerste wereldoorlog niet gevierd. Daarna
wilde men het Carnaval verbieden, maar dit liet zich niet te onderdrukken.
Vanaf 1920 laten de autoriteiten het carnaval toe, mits er aan allerlei
voorwaarden werd voldaan. Dit geduw en getrek ging nog
hele tijd door totdat in 1952 alle beperkingen werden opgeheven.
Sinds
1930 heeft de prins een hofkapel, 'de Kikvorschen'. Deze is in het leven geroepen omdat
het rond die tijd verboden was om georganiseerde muziek te laten horen bij de
intocht van de prins. Op allerlei houten nepinstrumenten e.d.
ging men toen muziek magen, zo ongeorganiseerd mogelijk. Tegenwoordig bespelen
ze ook gewone instrumenten.
Zuster
van Orthenpoort klooster:
Het straatje dat in 1504 Colverspoort heette,
kreeg eerst in 1623 de naam Zusters van Orthenpoort
omdat het toen al geruime tijd naar het zusterklooster voerde. Dat klooster was
in 1409 bij testament gesticht door ridder Johan van Orthen. De zusters waren geen eigenlijke kloosterlingen
maar leefden gemeenschappelijk volgens de statuten der Broeders des Gemeenen Levens; zij hadden St. Agens als beschermheilige.
In 1444 werd het zogenaamd dubbelklooster: er
vestigden zich in een apart gebouw ook mannen onder de naam Domus Sancti Andreae. Dat was wel een zelzaamheid want dubbelklossters
waren door de kerk verboden. Het bedehuis was echter gezamenlijk, zoals beide
groeperingen ook samen één rector hadden. Overigens waren er niet zoveel
broeders maar des te meer zusters, ongeveer 700. zij
bestonden van de linnenweverij. Daarover ontstonden moeilijkheden met het
Bossche weversgilde. Daarom richtten de zusters omstreeks 1435 een filiaal op
in Vught om het weven daar voort te zetten. Maar weer
ontstond een geschil: de Vughtse zusters wilden voor
zichzelf beginnen. Maar dat vond hun overheid in Den Bosch niet goed. In 1473
werden de apartheid zoekende zusters met schuitjes via de Dommel weer naar Den
Bosch teruggehaald. Intussen was in 1462 ook een afdeling gesticht op de Pettelaar. In 1481 heeft Maria van Bourgondië
met haar zoon, de latere Philips de Schone bij de zusters gelogeerd, dat was
toen een hele eer. Het klooster telde toen ongeveer 400 nonnen. Na 1629 ging
het dezelfde weg als alle andere vrouwenkloosters: het stierf langzaam uit. De
zusters hadden een grote oppervlakte in gebruik.
Louwse Poort:
Ook de Louwse Poort behoorde tot het terrein van de Zusters van Orthen, zij heette toen Lijckpoort.
Al vóór 1250 stond op deze plaats het Hooghuis van Megen,
een bezitting der Graven van Megen. Het huis heeft
nadien nog ander voorname bewoners gekend, onder andere de adelijke
familie Dickbier waaraan oude fresco’s aan de muren
der St. Annakapel in de St. Jan nog herinneren. In
1652 werd notaris Pieter de Louw eigenaar en aan hem
dankt de straat haar tegenwoordige naam. In 1711 was in genoemd huis een
bierbrouwerij gevestigd. In 1794 was het tijdens het beleg van Pichegru militair hospitaal. Er werden 89 zieke of gewonde
Zwitserse huursoldaten van het garnizoen verpleegd. Franse granaten hebben het
huis tweemaal zwaar beschadigd maar van de zieken liep niemand enige verwonding
op, slechts een vrouw die de soldaten verzorgde kreeg een houtsplinter in een
van haar benen.
Van Heurn schrijft dat het gebouw in zijn tijd een geweldige
steenhoop was met aan de straatzijde een hoge spitse gevel voorzien van
meerdere torentjes. Er oefende toen nog een bakker zijn bedrijf in uit. In 1800
is alles afgebroken, op het terrein werden winkelhuizen gebouwd. Maar toen die
op hun beurt in 1966 gesloopt werden bleek dat het Hooghuis in 1800 toch niet
helemaal verdwenen was, er kwam onder meer nog een torentrap voor de dag.
Het
bekende ‘Pand’ achter in de Louwse Poort is nog een
overblijfsel van het Klooster der Zusters van Orthen.
De vele namen van carnaval:
Carnaval
kent vele namen, het is een wereldomvattend feest met wortels in oude heidense
rituelen. Volgens de overlevering staat het symbool voor de terugkeer van
warmte, licht en vruchtbaarheid verwijst naar het aanbreken van een nieuw
leven. Heel vaak heeft dit feest een typische lokale invulling. Het carnaval in
Venetie, Nice, Keulen, Basel. Schwarzwald, Rio de Janeiro of New Orleans is onderling niet te vergelijken. Dat is het
boeiende en intrigerende aan dit bijzondere feest.
Het wapen van Oeteldonk:
Net zoals een andere gemeente, heeft ook Oeteldonk
een wapen. Het wordt versierd door een narrenkap met belletjes. Er zijn drie schuine
stukken in het rood, wit en geel. Daarop staat een narrenkop, daaronder een schuinoplopende rij met drie groene kikkers en als laatste
staat er een libel afgebeeld. Zowel de libel als de kikkers verwijzen naar de Oeteldonkse moerasgebieden. Het is bekend dat het wapen in
ieder geval al in 1924 werd gevoerd. Voor die tijd, rond 1913, werd een wapen
gevoerd dat een persiflage vormde op het Bossche stadswapen.
De naam Oeteldonk:
De
herkomst van de naam is niet geheel bekend. Wel
betekent ‘donk’ droge plek in het moeras. ‘Oetel’ zou
afkomstig zijn van ‘van den Oetelaar’, een
veelvoorkomende naam in Den Dungen, geboorteplaats
van de Bossch Bisschop, Mgr. Godschalk. Een
schetsende verwijzing dus. ‘Oetel’ betekent zeker
niet ‘kikvors’ zoals door sommigen weleens wordt
beweerd. Het durp Oeteldonk
omvat het grongebied van de oude stad ’s-Hertogenbosch. De voormalige gemeenten Empel, Engelen, Bokhoven en Rosmalen die ook bij de
gemeente ’s-Hertogenbosch.

Het hof
van Z.K.H Prins Amadeiro:
Van links
naar rechts: de Kikvorschen, de Biezenpèrdjes,
de adjudant, de prins en het gevollug.
Tot slot nog een aantal leuke
sites:
Oeteldonks Gemintemuzejum www.gemintemuzejum.org

De Oeteldonkse
club www.oeteldonk.org
C.V. Tiedaldee www.tiedaldee.20m.com
C.V.

Evaluatie:
Het was een leuke dag met z’n allen. Ik weet
nu weer iets meer van het carnaval af in Den Bosch. De gids heeft voldoende
informatie gegeven om dit verslag te maken.