Oeteldonks Gemintemuzejum

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tineke van de Weem
H4A
14-03-'03

 

 

 

 

 

 

 

Verslag:

 

Op zaterdag 5 april 2003 ben ik samen met Cees, Thea Annemarie, Frans en Henry naar het Oeteldonks Gemintemuzejum geweest. Het museum is in het herbouwde poortgebouw van het middeleeuwse Zuster van Orthenklooster gehuisvestigd. Daar hing een bord met een klein stukje van de geschiedenis en een narrenkop. Het is een mooie plek, gelegen aan de ‘Binnendieze’. In de zomermaanden is er een vaste expositie, maar in de wintermaanden kan het wel eens van thema wisselen.

We kwamen om half twee binnen en we werden warm welkom geheten door drie gidsen. Andere geïnteresseerden waren een video aan het kijken. We moesten dus even wachten totdat die film afgelopen was. De gids zei dat het verstandiger was als je eerst de film had gezien, want dan wist je al een beetje van de geschiedenis van carnaval af. Om de tijd te doden gingen we rondkijken in de vitrine, daar lagen boekjes, speldjes, stickers enz. Alles van carnaval in Den Bosch. Met carnaval heet Den Bosch niet gewoon, maar heet het Oeteldonk.

Een gids vertelde al een beetje over de vele carnavalsverenigingen en dat ze van velen al een cd hadden in hun archief. Mijn ouders, oom en vrienden zitten zelf ook bij een carnavalsvereniging ‘Tiedaldee’ genaamd. Het is geen grote vereniging, maar ze hadden zelf een cd gemaakt en de gids vond het toch wel leuk om die te krijgen voor het archief.

Eindelijk konden we gaan zitten voor de film. Het ging over de geschiedenis van carnaval en hoe het was in Den Bosch en Bergen op Zoom. Ook hoe de naam Oeteldonk was ontstaan stond op de video.

Hierna kregen we een rondleiding. We begonnen met de affiches, ze groter dan mijzelf en nog in een goed staat. De geschiedenis was met plaatjes en schilderijen verduidelijkt. Er waren veel verschillende kostuums, maskers, vaandels, onderscheidingen en andere attributen uit andere steden en landen. Ook zag je het hof van Oeteldonk en nog vele andere informatieve beelden.

Weer beneden aangekomen heb ik een sticker gekocht voor op je kiel en een boekje waar veel informatie instaat voor dit verslag. Van de gids kreeg ik, toen hij hoorde dat het voor school was, 5 placemats. We hebben hem hartelijk bedankt voor de rondleiding en voor de placemats natuurlijk. Het was een leuk museum en je komt veel te weten over alles en nog wat van carnaval. Het was ook zeker niet saai, want er was veel te zien. Om half 4 stonden we buiten. Al met al was het dus een leuke dag geweest.

Geschiedenis:

In de middeleeuwen werd in Den Bosch al Carnaval gevierd. De drie dagen feest werden gevierd voordat de vastenperiode begon. Onder katholiek bewind werd het carnaval jaarlijks gevierd. Tijdens de protestantse bezetting mocht dit niet meer, maar het feest werd toch in het geheim gevierd. Na deze tijd, toen de katholieken het bewind weer in handen hadden, werd het Carnaval weer uitbundig gevierd. Dat het feest voornamelijk op straat werd gevierd kwam door de Luikse glasblazers die in deze tijd in Den Bosch werkten, en die het gewend waren om Carnaval op straat te vieren.

Het Carnaval zoals het toen gevierd werd, kwam in het geding, toen zich regelmatig incidenten begonnen voor te doen. Het Bossche volk liet zich tijdens deze drie dagen nogal eens flink gaan met alcohol, vechtpartijen en andere incidenten. Daartegen kwamen diverse partijen in opstand, waaronder de geestelijkheid. Om het feest te beschermen, hebben een aantal Bosschenaren een plan bedacht om het Carnaval in Den Bosch te beschermen. Zij bedachten dat Den Bosch tijdens de drie dagen Carnaval Oeteldonk zou gaan heten.

Structuur

Bij de stichting van Oeteldonk heeft men ook meteen structuur gebracht in het feest, om het feest in goede banen te leiden. Aan het hoofd van Oeteldonk stond de 'burgervaojer' (burgermeester) met 'assessors' (wethouders) en een 'geminteraod'. Voor het kiezen van deze geminteraod kwamen ook Oeteldonkse verkiezingen. De geminteraod ging gekleed in gepaste kledij, in de stijl van carnaval.

De naam van de burgermeester is 'Peer van den Muggenheuvel tot den Bobberd'. Hij trad voor het eerst op voor Oeteldonk in 1882 met zijn raad van 11. In dit jaar wordt ook de Oeteldonkse club opgericht om het plan 'Oeteldonk' verder te begeleiden. De naam van de assesor is sinds 1905 'Kees Minkels'.

De bewaker van het gezag is de veldwachter 'Driek Pakaon'. Hij staat de Peer bij en houdt het vrouwvolk bij hem vandaan. Meestal loopt hij bij de prins. De huishoudster van de Peer heet 'Hendrien'. Zij doet niets anders dan "kiepe voejeren, èrrepels schille en sokke stoppe" en mag alleen in het schrikkeljaar mee met de Peer op carnavalszondag. De rol van Hendrien wordt gespeeld door een man.

In 1883 komt er nog een belangrijk personage bij in Oeteldonk: Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo. Hij is heer en meester van Oeteldonk, Ridder van het Reksam. Hij komt elk jaar met zijn 'gevollug' en zijn adjudant naar Oeteldonk, hij wordt dan met praalwagens en een optocht begeleid tijdens zijn intocht.

Het Oeteldonkse volk bestaat uit 'Boeren' en 'Durskes'

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis vanaf 1920

De Oeteldonkse Club probeert alles in goede banen te leiden, hoewel er nog regelmatig verboden zijn en alles streng in de gaten wordt gehouden. Het carnaval werd tijdens de eerste wereldoorlog niet gevierd. Daarna wilde men het Carnaval verbieden, maar dit liet zich niet te onderdrukken. Vanaf 1920 laten de autoriteiten het carnaval toe, mits er aan allerlei voorwaarden werd voldaan. Dit geduw en getrek ging nog hele tijd door totdat in 1952 alle beperkingen werden opgeheven.

Sinds 1930 heeft de prins een hofkapel, 'de Kikvorschen'. Deze is in het leven geroepen omdat het rond die tijd verboden was om georganiseerde muziek te laten horen bij de intocht van de prins. Op allerlei houten nepinstrumenten e.d. ging men toen muziek magen, zo ongeorganiseerd mogelijk. Tegenwoordig bespelen ze ook gewone instrumenten.

Zuster van Orthenpoort klooster:

 

Het straatje dat in 1504 Colverspoort heette, kreeg eerst in 1623 de naam Zusters van Orthenpoort omdat het toen al geruime tijd naar het zusterklooster voerde. Dat klooster was in 1409 bij testament gesticht door ridder Johan van Orthen. De zusters waren geen eigenlijke kloosterlingen maar leefden gemeenschappelijk volgens de statuten der Broeders des Gemeenen Levens; zij hadden St. Agens als beschermheilige. In 1444 werd het zogenaamd dubbelklooster: er vestigden zich in een apart gebouw ook mannen onder de naam Domus Sancti Andreae. Dat was wel een zelzaamheid want dubbelklossters waren door de kerk verboden. Het bedehuis was echter gezamenlijk, zoals beide groeperingen ook samen één rector hadden. Overigens waren er niet zoveel broeders maar des te meer zusters, ongeveer 700. zij bestonden van de linnenweverij. Daarover ontstonden moeilijkheden met het Bossche weversgilde. Daarom richtten de zusters omstreeks 1435 een filiaal op in Vught om het weven daar voort te zetten. Maar weer ontstond een geschil: de Vughtse zusters wilden voor zichzelf beginnen. Maar dat vond hun overheid in Den Bosch niet goed. In 1473 werden de apartheid zoekende zusters met schuitjes via de Dommel weer naar Den Bosch teruggehaald. Intussen was in 1462 ook een afdeling gesticht op de Pettelaar. In 1481 heeft Maria van Bourgondië met haar zoon, de latere Philips de Schone bij de zusters gelogeerd, dat was toen een hele eer. Het klooster telde toen ongeveer 400 nonnen. Na 1629 ging het dezelfde weg als alle andere vrouwenkloosters: het stierf langzaam uit. De zusters hadden een grote oppervlakte in gebruik.

 

Louwse Poort:

 

Ook de Louwse Poort behoorde tot het terrein van de Zusters van Orthen, zij heette toen Lijckpoort. Al vóór 1250 stond op deze plaats het Hooghuis van Megen, een bezitting der Graven van Megen. Het huis heeft nadien nog ander voorname bewoners gekend, onder andere de adelijke familie Dickbier waaraan oude fresco’s aan de muren der St. Annakapel in de St. Jan nog herinneren. In 1652 werd notaris Pieter de Louw eigenaar en aan hem dankt de straat haar tegenwoordige naam. In 1711 was in genoemd huis een bierbrouwerij gevestigd. In 1794 was het tijdens het beleg van Pichegru militair hospitaal. Er werden 89 zieke of gewonde Zwitserse huursoldaten van het garnizoen verpleegd. Franse granaten hebben het huis tweemaal zwaar beschadigd maar van de zieken liep niemand enige verwonding op, slechts een vrouw die de soldaten verzorgde kreeg een houtsplinter in een van haar benen.

Van Heurn schrijft dat het gebouw in zijn tijd een geweldige steenhoop was met aan de straatzijde een hoge spitse gevel voorzien van meerdere torentjes. Er oefende toen nog een bakker zijn bedrijf in uit. In 1800 is alles afgebroken, op het terrein werden winkelhuizen gebouwd. Maar toen die op hun beurt in 1966 gesloopt werden bleek dat het Hooghuis in 1800 toch niet helemaal verdwenen was, er kwam onder meer nog een torentrap voor de dag.

Het bekende ‘Pand’ achter in de Louwse Poort is nog een overblijfsel van het Klooster der Zusters van Orthen.

 

De vele namen van carnaval:

 

Carnaval kent vele namen, het is een wereldomvattend feest met wortels in oude heidense rituelen. Volgens de overlevering staat het symbool voor de terugkeer van warmte, licht en vruchtbaarheid verwijst naar het aanbreken van een nieuw leven. Heel vaak heeft dit feest een typische lokale invulling. Het carnaval in Venetie, Nice, Keulen, Basel. Schwarzwald, Rio de Janeiro of New Orleans is onderling niet te vergelijken. Dat is het boeiende en intrigerende aan dit bijzondere feest.

Het wapen van Oeteldonk:

 

Net zoals een andere gemeente, heeft ook Oeteldonk een wapen. Het wordt versierd door een narrenkap met belletjes. Er zijn drie schuine stukken in het rood, wit en geel. Daarop staat een narrenkop, daaronder een schuinoplopende rij met drie groene kikkers en als laatste staat er een libel afgebeeld. Zowel de libel als de kikkers verwijzen naar de Oeteldonkse moerasgebieden. Het is bekend dat het wapen in ieder geval al in 1924 werd gevoerd. Voor die tijd, rond 1913, werd een wapen gevoerd dat een persiflage vormde op het Bossche stadswapen.

 

 

 

De naam Oeteldonk:

 

De herkomst van de naam is niet geheel bekend. Wel betekent ‘donk’ droge plek in het moeras. ‘Oetel’ zou afkomstig zijn van ‘van den Oetelaar’, een veelvoorkomende naam in Den Dungen, geboorteplaats van de Bossch Bisschop, Mgr. Godschalk. Een schetsende verwijzing dus. ‘Oetel’ betekent zeker niet ‘kikvors’ zoals door sommigen weleens wordt beweerd. Het durp Oeteldonk omvat het grongebied van de oude stad ’s-Hertogenbosch. De voormalige gemeenten Empel, Engelen, Bokhoven en Rosmalen die ook bij de gemeente ’s-Hertogenbosch.

 

 

 

 

 

 

 

Het hof van Z.K.H Prins Amadeiro:

Van links naar rechts: de Kikvorschen, de Biezenpèrdjes, de adjudant, de prins en het gevollug.

 

 

 

 

 

 

Tot slot nog een aantal leuke sites:

 

Oeteldonks Gemintemuzejum      www.gemintemuzejum.org

 

 

De Oeteldonkse club                  www.oeteldonk.org

 

 

 

logoC.V. Tiedaldee                           www.tiedaldee.20m.com

 

 

 

C.V. Postkwakers                        www.postkwakers.20m.com

 

 

 

 

Evaluatie:

 

Het was een leuke dag met z’n allen. Ik weet nu weer iets meer van het carnaval af in Den Bosch. De gids heeft voldoende informatie gegeven om dit verslag te maken.