BBB-logo

Bush Budgies

Help

Terug

vrijheid Budgie terug

dreamings naamgeving wilde notities 2000

Hoe krijgen we de Budgie terug??

De volgende richtlijn is geschreven door Harrie van der Linden.
In de groep is hij degene met de meeste ervaring en tevens de meeste kennis van vererving en hoe daarvan gebruik te maken. Ook, gelukkig, om allerlei ingebakken eigenschappen weer kwijt te raken!

Wil het project slagen dan moeten we met velen zijn.

Ik zal proberen uit te leggen waarom.

Het totale erfelijke materiaal van de grasparkiet is aanwezig in de soort zoals die in de vrije natuur leeft. Het gaat hierbij om miljoenen vogels die tezamen in staat zijn de soort in stand te houden. Het zal duidelijk zijn dat de in gevangenschap levende exemplaren slechts een fractie van het totale erfelijke bestand van de soort als geheel bezitten. Daar komt bij dat het erfelijke bezit van de in gevangenschap levende Budgies belast is met een ontstellende hoeveelheid mutaties: kleurmutaties, bevederingsmutaties, mutaties die het wildvormtype aantasten, mutaties die de groeisnelheid aantasten of de gevoeligheid voor bepaalde ziekten beďnvloeden, enz.

Met name de recessieve mutaties geven de meeste problemen. Alleen al om de zuivere wildkleur in homozygote toestand terug te krijgen is een hele opgave. De wildkleur grasparkiet kan immers split zijn voor een hele reeks recessieve kleurmutaties. Als je zeker weet dat die wildkleur grasparkiet niet split is voor bijvoorbeeld blauw of overgoten, is hij of zij misschien wel split voor een andere recessieve mutatie.

Dat moet allemaal uitgeprobeerd worden en
daar heb je veel vogels en
dus veel deelnemers voor nodig.

 

Lief Budgie duo

Foto Michael Todd©, echte wilde Budgies
niet wild maar lief

Let wel, als we het doen, dan moeten we het goed aanpakken. Het zou immers een ramp zijn als er over tien of twintig jaar bij onze vermeende raszuivere groene vogels een recessieve kleurmutatie tevoorschijn komt. Dat zou dan betekenen dat we het niet goed gedaan hebben en weer opnieuw moeten beginnen en dat lijkt me niet de bedoeling.

Als we eenmaal een wat de kleur betreft raszuivere stam vogels hebben, ook al wijken ze in grootte, ergo fysiek, nog van elkaar af, komt het doel snel dichterbij. Men kan vanaf dan de raszuivere vogels in ruime voličres in kolonieverband houden en de natuur zal zijn werk doen en ons helpen de fysieke factoren op den duur met elkaar in overeenstemming brengen. Ook dient streng gelet en dus ook geselecteerd te worden op de vruchtbaarheid van de vogels, want die is met het domesticatieproces van de grasparkiet eveneens drastisch teruggelopen.

Zo zou ik nog een hele tijd door kunnen gaan, maar ik denk dat dit voor vandaag wel voldoende is om ons te realiseren waar we aan beginnen.