BBB-logo

Bush Budgies

Help

Terug

vrijheid

Naamgeving

Onder
"DE KLEINE GRASPARKIET"
verstaan we iets anders dan onder
"DE WILDVORM GRASPARKIET"
of "Bush Budgie"


Er is een nogal hevige discussie aan de gang over het (weer) toelaten van kleine grasparkieten op tentoonstellingen, naast de grotere z.g. standaard grasparkieten. Gestart op diverse forums over volièrevogels, kromsnavels en dergelijke is dat nu ook een hot item bij de clubs en met name de keurmeesters.
Veel kwekers vinden de grootte en de mutaties veel te ver doorgeschoten om nog leuk te zijn. Daarnaast ziet 'men' de bij de kweek weinig eisen stellende grasparkiet als prima vogel voor de jeugd.

Een van de discussiepunten daarbij is dan de beoordeling en de daarbij te stellen eisen. Moeten daarvoor dezelfde eisen gesteld worden als aan de TT-parkiet, afgezien van de grootte en gewicht, of zijn er nog andere afwijkingen.

Daarom is het zo belangrijk heel duidelijk te maken waarover we praten. Hebben we het over

A.

Het kweken en toelaten van de kleine grasparkiet als tentoonstellings- en wedstrijd-vogel,

B. Het kweken en vasthouden van de wildvorm van de grasparkiet.

 

A. De kleine grasparkiet als tentoonstellings- en wedstrijd-vogel

In elk geval is de kleurstelling een beoordelingspunt. Alle mutaties van kleuren en kleurcombinaties zijn denkbaar.
Maar als wordt uitgegaan van de TT-parkiet zullen ook de vorm van kop en ruglijn meetellen. Bij de TT-parkiet behoort de kop rond te zijn en mooi in de rechte ruglijn door te lopen. De snavel zal terugliggen in de bevedering.
Een broedpaar dat een gemuteerd jong voortbrengt kan heel goed worden behouden om juist die mutatie mee verder te kweken.
Principieel zullen deze vogels onderworpen worden aan de geldende tentoonstellingsregels. Daarbij dus ook 'soigneren' ( overtollige keelstippen verwijderen etc.), wennen aan de zit in TT kooitjes, etc..

 

B. De wildvorm van de grasparkiet op tentoonstellingen.

Vanuit de vertrouwde vorm redeneert de liefhebber van wedstrijden en tentoonstellingen in een 5-stappen plan: opvoeden/trainen; soigneren; keuren; tentoonstellen; prijs winnen.
Laten we die vijf punten eens bekijken door Bush Budgie oogjes.

1. Opvoeden/trainen.

Voor de te tonen en te keuren vogels betekent dat: leren rustig rechtop te zitten, wennen aan een klein kooitje, niet bang zijn van allerlei gekken die voor je neus blijven staan. Met Bush-Budgies is dat onmogelijk. Ik wil de hondenliefhebber (baas van canis domesticus) nog ontmoeten die een wolf (vrije canis lupus) leert mooizitten.

2. Soigneren.

Daarmee bedoelen we allerlei behandelingen waardoor de vogel er in de ogen van met name keurmeesters beter uit gaat zien. Bij grasparkieten bijvoorbeeld het aanpassen van niet ronde keelvlekken. Helaas, de natuur bijwerken doen we zeker niet. Om in hondenwereld terug te stappen: een wolf is geen poedel. Elke diersoort heeft in de vrije natuur een ruime marge in leefbare kleur en vorm. De natuur selecteert zelf door te grote afwijkingen te laten vangen door roofdieren. Een Bush-Budgie met een in kleine vlekjes opgedeelde keelvlek is heel normaal. Een gele vogel heeft nauwelijks kans van leven.

3. Keuren.

De enige geldende regel is: zou deze vogel in deze vorm, kleur, gezondheid etc. ook zo in vrijheid rondvliegen? Maar er zijn wel voorzichtig te gebruiken richtlijnen op te stellen en zoals zo vaak zeggen foto's van vrije Bush-Budgies nog veel meer. Het is heel goed mogelijk onderscheid te maken tussen Bush-Budgies en kleine groene met geel masker grasparkietjes.

4. Tentoonstellen.

Er zijn twee dingen die je met Bush-Budgies niet moet doen: opsluiten in een klein kooitje en apart zetten. Juist de activiteit van de vogel maakt ‘m tot ‘vrije vogel' en voor solo optreden is ‘ie zeker niet geschapen. De Bush-Budgie komt alleen tot z'n recht in grote groepen. Helaas moeten we door ruimte gedwongen meestal met kleine groepjes volstaan. Gelukkig hebben de vogels dan nog wel steun aan elkaar.

5. Prijzen winnen.

Niets menselijks is ons Bush-Budgies freaks vreemd: de ene vogel is “mooier” dan de andere. Maar zodra we zo gaan reageren zijn we alweer op weg de vogel te beoordelen (en kweken!) op basis van wat mensen mooi vinden. Dat is persé de verkeerde weg. Wat wel degelijk tot prijzen winnen aanleiding kan geven is het omgaan met allerlei facetten van de hobby: is de stam als geheel goed gezond; zijn de broedvogels goed geselecteerd en hoe groot is de kans op ‘split' zijn voor dit of dat; hoe goed zijn de broedresultaten; enzovoort, enzovoort. En dan betekent “prijzen” zowel een beker als “geprezen worden”: de beker voor de beste kweker van 2007.

 

De deelnemers aan de Bush Budgie Breeders groep
zullen hun Budgerigars graag op tentoonstellingen laten zien,
maar niet als wedstrijdvogel.