BBB-logo

Bush Budgies

Help

back

discussie vrijheid-kooi budgie terug

aborigines naamgeving plioceen

Helen (zie ook de link bij "andere leuke sites") schreef ons het volgende: "Ik was bij een lezing van de Budgerigar Society over 'Budgerigars in the Wild' door de Australische auteur John Scoble in mei 1985 in Birmingham UK, en dit zijn mijn aantekeningen van die lezing".

Omdat alle informatie over "wilde" Budgies belangrijk kan zijn, geven we hier graag die informatie.

Afmetingen en voorkomen

John Scoble heeft een aantal broedende budgies gewogen en nagemeten op verschillende tijden en plaatsen. Hij vond dat broedende volwassen vogels vaak ongeveer 32 gram wegen. Een pop die nog niet klaar was met leggen woog 35 gram.

Een volwassen pop die flink was afgevallen en veren kwijt was van borst en buik mat 19 cm lang. De vleugel van een andere pop was 10 cm. lang.

De algemene kleur is echt gras-groen en Mr. Scoble toonde een dia van een man budgie die water dronk aan de kant met graspollen achter zich om dat punt goed te laten zien. De camouflage is buitengewoon en John Scoble toonde ook een dia van een paar budgies in het gras om dat te tonen: je kon de vogels nauwelijks zien!

In een paar gevallen waren de mannen helderder gekleurd dan de poppen. Mannen neigen naar een breder voorhoofd, diepere maskers en een achterhoofd dat verder naar achteren doorloopt.

Er is nogal wat variatie in de snoet. Een van mr. Scoble's dia's toonde een budgie met het binnenste paar keelstippen kleiner dan het volgende paar, een gelaatstrek die veel voorkomt bij gekweekte vogels. Wilde budgies hebben krachtige snavels die normaal een zwarte kleur vertonen bij de huid. Babies hebben veel zwart op hun snavels.

De poten zijn altijd donker, de nagels zijn helemaal donker tot de tip, met naaldscherpe punten.

De ogen tonen een prominente lichte iris.

De rug toont een zwakke binnenwaardse bocht.

Budgie

Algemeen gedrag

Budgies eten in de vroege ochtend en late avond, ze vermijden de hitte van de dag. Zoals zoveel vogels die in grote vluchten voedsel zoeken op de grond, "vliegen ze over". Dat wil zeggen dat de vogels van achter uit de groep opvliegen en vooraan voedsel gaan eten. De vlucht draait in dezelfde richting door. Ze eten alle soorten graszaden.

Ze zijn heel behoedzaam (of "spookachtig" zoals mr. Scoble zei) als ze drinken. Ze cirkelen een paar keer rond het water, langzaam naderend. Dan landen ze, nemen drie slokjes water zo vlug ze kunnen, en in een paar ogenblikken zijn ze allemaal tegelijk weer weg. Vaak krijgen een paar vogels niet de kans om te drinken voor de zwerm weer opvliegt, die vogels doen het zonder tot de zwerm weer gaat drinken.
Ze zoeken 's morgens en 's avonds naar water. Mineralen, zowel opgelost als droog, zijn ruim aanwezig. John Scoble meent dat budgies kunnen overleven op het vocht van nectar e.d..

Als ze worden vastgepakt zijn wilde budgies tamelijk rustig en proberen niet te bijten op de manier van gekweekte vogels. Ze werken ook goed samen. Ze zijn buitengewoon tam als ze nestelen en nemen geen notitie van mensen die tot minder dan twee meter staan te kijken. Als er gevaar dreigt hebben ze een alarmroep.

Aantallen worden beperkt door verscheidene roofdieren. Ze zijn erg vlug op de vleugels bij het opvliegen. Als een vliegende zwerm door een roofvogel wordt aangevallen, halen ze een speciale truc uit: de zwerm splitst om een vrije doorgang te geven aan de rover, die dan mistast. John Scoble zegt net als anderen, dat een vliegende zwerm budgies zwevend en draaiend een indrukwekkend en prachtig gezicht is.

Vrienden van de Scobles rapporteerden het ellendige gezicht van grote aantallen budgies die een wijd verspreide bosbrand probeerden te overleven door kilometers heen en weer te vliegen langs de weg. Vlammen en rook waren aan beide kanten en waarschijnlijk was de lucht laag bij de grond de enige in te ademen lucht die de vogels konden vinden. Grote aantallen raakten uitgeput. Een theorie stelt dat ze door de weg werden aangetrokken omdat ze die voor een rivier aanzagen en ze waren hopeloos dorstig. Toen ze een grote bak water kregen doken ze er meteen op af en dronken alles op. De bak werd weer gevuld en voor ze achtergelaten.

 

Bewegingen.

Er schijnt een cyclus van beweging over het continent te zijn, die een flink aantal jaren kost. Niemand weet hoeveel jaar. Op deze tijden, na de moessonregens en meestal rond kerstmis, migreren grote vluchten uit het droge midden van het land noordwaards in de richting van de Golf van Carpentaria. Grote vluchten vliegen dag en nacht en kunnen de hemel verduisteren.

Een oude vogelvanger vertelde John Scoble dat de budgies noordwaarts vlogen in sexuleel gecsheiden groepen, de mannen eerst en de poppen een paar dagen later. De sexen bleven apart voor zowat twee weken, dan kwamen ze samen en begonnen te nestelen. Later migreerden de vogels terug, zuidwaarts naar het hart van het land. Er is misschien verband met de cyclus van de regenval, zowat tien jaar.

Budgies broeden als er overvloedig voedsel is. Het merendeel van de poppen die John Scoble volgde, was wat wij onvolwassen zouden noemen, zelfs zo jong als drie of vier maanden en nog niet eens in het volwassen verenkleed. Deze erg jonge poppen legden grotere aantallen, bijna altijd vier eieren. Poppen van een jaar of ouder legden er meestal maar drie.

De vogels nestelen in holle takken met kleine ingangen. Ze knagen de bast rond de igang ook niet weg, zoals sommige andere kromsnavels, maar het wordt wel wat gladder. Het eigenlijke nest zal zo'n dertig centimeter (one foot) tot soms zelfs drie meter (ten feet) van de ingang liggen en de doorgang kan vertikaal zijn. Op een dia werd een nest getoond dat bedekt was met gebroken bast, waarvan mr. Scoble zei dat het zo tamelijk vochtig bleef juist onder het oppervlak. Sommige nesten zijn licht, andere totaal duister. De eieren zijn altijd gelijkmatig en zuiver gevormd, en altijd vruchtbaar volgens de ervaring van Mr. Scoble. De schalen zijn wat donkerder dan die van de eieren van gekweekte Budgies. Het is niet ongewoon te nestelen in ver;laten konijnenholen of op een andere manier op de grond. Het samen delen van nesten is niet ongewoon en sommige poppen zijn weken voor op anderen die dezelfde holle stam delen.

De kuikens groeien snel, een jong van ruim twee weken woog bijna evenveel als zijn vader. Als ze groter worden, wordt het voeren minder frequent; tegen het eind worden ze hoogstens vier, soms vijf keer per dag gevoerd. een tamelijk jong kuiken werd gewogen na zijn laatste voer van die dagtoen z'n krop vol was -- helemaal vol -- en opnioeuw de volgende morgen met lege krop; thet gewicht was gelijk gebleven!! Alle vorige voer was omgezet in kuiken in de nacht. Die vogels aten duidelijk goed spul!

Het is de mening van Mr. Scoble dat naarmate de kuikens opgroeien en bevederd raken de pop zich terugtrekt. Hij geloofd dat zij gewoon een nieuw nest strt met een nieuwe partner, terwijl haar ex de jongen alleen opvoed. Als de pop op die manier wegblijft komt de haan vier keer per dag bij de opening van het nest en roept. Het oudste kuiken steekt zijn kop uit en ontvangt het voer, dan gaat het kuiken terug naar binnen en voert zijn nestgenoten. De haan gaat het nest niet binnen. Als het oudste kuiken uitvliegt neemt de volgende de taak over om het voer van pa aan te nemen, en zo voort tot de laatste nestvlieder uitvliegt. Toen Mr. Scoble een man zag die een jong uit het nest riep om z'n eerste vlucht te maken, was de kreet duidelijk anders dan de gewone roep om voer te komen aannemen.

Een soort termiet, de witte mier genoemd, wordt vaak in Budgie nesten gevonden. Sommige mensnen denken dat de vogels die eten. Ze zijn rijk aan proteinen en kunnen de hoge groeisnelheid van de budgie jongen verklaren. Sommige Australische kwekers voeden deze mieren aan hun broedende vogels met goede resultaten. De jongen worden snel volwassen en vliegen al vroeg.

Vogels die elkaar het hof maken tonen meer geduld dan de volièrevogels. Mr. Scoble lette op een heel jonge man die een pop verleidde. Ze zat heel stil en wachtte rustig zowat twintig minuten voor hij haar trad. Hij merkte op dat sommige tentoonstellingspoppen de man bijna zouden hebben gedood in die twintig minuten.

Kleurmutaties

John Scoble toonde dia's van wilde cinnamon poppen Hij geloofd dat ze allemaal uit dezelfde omgeving kwamen en familie waren. Het waren er maar een paar. Hij vond ook een 'gevlekt' mannetje, net uitgevlogen. Hij verschilde van de normale vogels door een vlek op de kop en licht gekleurde poten. Hij had een ongewoon brede kop voor een wilde Budgie. Zowel deze kleine gevlekte man als de cinnamon poppen hadden zichtbaar meer dons dan gewoon is.

een vriend van de Scobles vond een witte, waarschijnlijk albino budgie die hij tien mijl volgde om zeker te zijn dat hij zich niets verbeeldde! Het is niet bekend of deze vogels muteerden in de bush of dat zij afstammelingen waren van gevluchte gekweekte vogels.