BBB-logo

Bush Budgies

Help

Terug

meedoen afspraken eerste vogels

beschrijving Shaw

Dit is de herziene beschrijving van Shaw, waarbij de eigenschappen gerangschikt zijn en de zinnen zoals nu gebruikelijk zijn opgesteld.

Gelet op de gedetailleerdheid van deze soortbeschrijving hanteert onze groep deze als leidraad voor de verwezenlijking van onze doelstelling: het weer terugbrengen van de grasparkiet in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm.

Daarbij moet worden aangetekend dat de natuur niet altijd zorgvuldig is en er dus volkomen acceptabele kleine afwijkingen kunnen voorkomen. Als voorbeeld de zwarte keelstippen, die lang niet altijd keurig rond zijn. Zie de diverse foto's.

Pop voert jong op nest

 

 

tekening

 

De trotse man

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De grasparkiet behoort tot de kleinere papegaaien, doch zijn lange staart doet hem groter lijken dan hij in werkelijkheid is. Zijn gestalte is heel sierlijk, het lichaam slank.

MATEN EN GEWICHTEN

Zijn lengte bedraagt ongeveer 19 cm., zijn spanwijdte 26 tot 27 cm., de vleugellengte 9 cm., de staartlengte bijna 10 cm.

Het gewicht van de volwassen grasparkiet in de vrije natuur varieert voor de mannen van 26 tot 29 gram , voor de poppen van 27- 29 gram.

De aanbevolen ringmaat is 4 mm.

BEVEDERING

De bevedering is buitengewoon zacht en zeer sprekend getekend; naar geslacht nauwelijks, naar leeftijd weinig verschillend.

VORMEN

Kop:

De kop is naar achteren toe wat afgeplat.

Rug:

De ruglijn vertoont een knik naar binnen ter hoogte van de nek.

Snavel:

De snavel is hoger dan lang, aan de zijden en aan de bovenkant afgerond, de bovensnavel bijna loodrecht naar beneden gebogen, de onderkant diep ingekerfd en vervolgens tot een spits versmald; ver reikend tot over de ondersnavel.

De ondersnavel is even hoog als de bovensnavel en aan de voorkant boven afgerond.

Vleugels:

De vleugels zijn lang en spits toelopend. Van de slagpennen is de tweede pen het langste. De vleugelpunt is bijna even lang als het bovendeel van de vleugel.

Staart:

De lange staart waarvan de beide middelste veren ver voorbij de andere uitsteken, is trapvormig, zodat de lengte van het buitenste paar veren slechts een derde deel is van de lengte der middelste veren.

Poten:

De poten zijn dun, slank en naar verhouding hoog en voorzien van lange tenen en nagels.

KLEUREN:

Masker:

Voorhoofd, bovenkop, teugels en de streek rond de ondersnavel zijn zwavelgeel, aan weerszijden begrensd en versierd met zich aan de top van verlengde veertjes bevindende donkere vlekken. Aan weerskanten op de wangen zit een grote diepblauw gekleurde vlek. Aan weerskanten van de keel zijn drie vlekken verdeeld, die zien er uit als ronde zwartgekleurde stippen.

Het iets kleinere wijfje onderscheidt zich van het mannetje doordat de keelvlekken niet helemaal zo groot zijn.

Oog:

De iris van het oog is bleekgeel, vrijwel geheel verborgen achter de oogleden.

Snavel:

De snavel is hoorngeel, aan de basis groenachtig grauw.

De washuid van de man is donkerblauw.

Het iets kleinere wijfje onderscheidt zich van het mannetje doordat de washuid als regel grauwgroen gekleurd is. Haar washuid wordt donkerbruin als het wijfje klaar is om te paren.

Lichaam:

Oorstreek, achterkop, nek, mantel, schouders en het grootste deel van de vleugeldekveren hebben een groenachtig gele kleur. Elke veer echter is voorzien van vier smalle, op de schouders en vleugeldekveren van twee bredere zwarte dwarsbanden.

De onderrug, stuit en bovenstaartdekveren alsmede de buikzijde vanaf de kin zijn prachtig grasgroen.

Vleugels:

De handpennen en de dekveren hiervan zijn dofgroen, aan de buitenzijde smal geel, aan de binnenzijde zwartachtig gezoomd, in het midden met brede wigvormige geelachtige vlekken getekend. De armpennen zijn aan de buitenzijde groen, smal geelachtig gerand, aan de binnenzijde geel, aan de basis zwartachtig. De laatste armpennen en de laatste schouderveren zijn bruinzwart met een brede, gele eindzoom.

Staart:

De beide lansvormige veren van de staart zijn dof donkerblauw. De overige stuurpennen zijn groenblauw met in het midden een brede, citroengele vlek welke zich over beide vlaggen van de veer uitstrekt. Zij hebben brede zwarte zomen aan de basis van de binnenvlaggen.

Poten:

De poten zijn blauwachtig groen.

Op de uitkijk