Derde generatie

Terug naar startpagina

Naar tweede generatie

Derde generatie

3.1. Cornelia Frans de Bruijne 

dochter van Frans de Bruijne en Francijntje Frans, gedoopt 9-10-1678 te Hoedekenskerke. Huwt 1708 als j.d. van Hoedekenskerke,  met

François de Keijser

Ondertrouw te Baarland op 24-3-1708. Hij is weduwnaar van Maritie Engels.

Van de onderstaande gegevens weet ik niet of ze betrekking hebben op onze familieleden.

bullet

Cornelia Frans de Bruijne ondertrouw 27-2-1734 te ’s-Heer Arendskerke als weduwe van Abraham van der Velde met Cornelis Rijckaart, weduwnaar van Hubregtje Jans. 

bullet

François Frans de Keijser betaalt in 1694 te Waarde en Crabbendijke  4 £. - 16 voor haerdstedegeld.

bullet

In de gerechtsrol van Nisse (RAZE 3344) d.d 24-12-1718: rentmeester François de Keijser treedt op in rechte namens de heer Thomas Hoog.

bullet

In de overloper van Baarland wordt als gebiedsaanduiding bij Oudelande genoemd de "Keijsershouck".

De heer de Keijser ontvangt jaarlijks (periode 1718 -1730)van de parochie te  Baarland pachtgeld: " Betaald aan Dhr.De Keijser de 2 gulden tgemet 1718 van 66 gem. 279 r. in Baarland per quytantie £ 22:6:3".  Berekening klopt: 66 gem. 279 r. = 66.93 gem. x 2 gulden = 133,86 gulden x 20 = 2677 stuivers = 5354 groten.   22 £. 6 schellingen 3 groten = (22 x 240) + (6 x 12) + 3 = 5355 groten.)

3.2. Willemijntje Frans de Bruijne 

Gedoopt 13-12-1682 te Baarland. Dochter van Frans Cornelisse de Bruijne en Francijntje Frans.  Willemijntie Frans de Bruijne is overleden  14-5-1716 te ’s-Heer Arendskerke, begraven op de katholieke begraafplaats te ’s-Heerenhoek. Aantekening in begraafboek van de landspastoor: gehuwd, 34 jr.   

Willemijntie Frans de Bruijne huwde (R.K., door de landspastoor) op 17-14-1708  te 's-Gravenpolder met 

Pieter Janse Dankerse 

Noemt zich vanaf ca 1716: Pieter van 't Westende. Hij is door de landspastoor gedoopt (R.K.) op 11-10-1682 te 's-Gravenpolder; doopgetuigen  Catharijntie Pieters en Gerrittie Cornelisse. Getuigen bij het huwelijk van Willemijntie de Bruijne en Pieter Jans Dankerse waren: Marij en Aaltje van Eijk. Aantekening hiervan in trouwboek van de R.K.-parochie te 's-Heerenhoek. Hij overlijdt op 30-10-1757 te 's-Heer Arendskerke. 

Hij was een zoon van Jan Danckerse (van Ovesant) en Pieternelletje Hubrechts Kempe (van ’s-Gravenpolder). Jan Danckerse en Pieternelle Huijbregse zijn op 26-5-1676 te 's-Gravenpolder getrouwd (R.K., door de landspastoor). Zij lieten in 1676 ook een testament opmaken, trouwden op huwelijkse voorwaarden. Getuigen bij het kerkelijk huwelijk waren: Mr. Cornelis Hoogkaemer (waarschijnlijk apotheker te Goes)en Anna Hoogkaemer. In 1695 moet  Jan Dankerse voor vier huizen te ’s-Gravenpolder haardstedegeld betalen. De bedragen zijn: 3£.-.12 en drie keer 1£.-.2.

 Pieternelletje Hubrechts Kempe was een dochter van Hubrecht Antonisse Kempe, landman en Blasintie Dingenus. Zij laten in 1638 een testament opmaken. In 1672 wordt het testament van kracht. Hubrecht Kempe is ca 1670 overleden. In het rekeningenboek van de kerk te ’s-Gravenpolder staat: van de kinderen van Hubrecht Kempe voor dat har vader in de kerke lijt en darover ijs gelut, 1-6-0. Hij is dus in de kerk opgebaard en de kerkklokken zijn voor hem geluid. 

We denken, dat Willemijntje de Bruijne door haar huwelijk met  Pieter Janse Dankerse is toegetreden tot de Katholieke kerk. In elk geval trouwt zij katholiek, worden hun kinderen katholiek gedoopt en staat haar overlijden vermeld in het doopregister van de landspastoor. Een en ander is vermeld in de doop- en  trouwboeken van de R.K.-parochie 's-Heerenhoek. Waarschijnlijk heeft de familie De Bruijne zich door deze overstap van de Nederduits Gereformeerde kerk naar de Katholieke kerk van haar afgewend, want bij de doop van haar kinderen zijn er eigenlijk alleen getuigen van vaders kant. Soms lagen de zaken anders. Want in die tijd mocht men alleen trouwen in de gereformeerde kerk. Ook katholieken moesten daar trouwen. Hetzelfde gold voor de doopplechtigheid, anders werd het kind niet als wettig erkend. Op zich is doop en huwelijk in de gereformeerde kerk dus geen bewijs dat men die godsdienst ook beleed. Dat is wel natuurlijk wel het geval als men stond ingeschreven als lidmaat en belijdenis had gedaan, zoals we dat weten van Cornelis de Bruijne (1.1. en 2.1) en Frans de Bruijne (2.2), de vader van Willemijntje Frans de Bruijne. 

Op Zuid-Beveland waren er in die tijd scherpe tegenstellingen tussen hervormden en katholieken. Er zijn 1697 zelfs onlusten geweest waarbij katholieken werden aangevallen. Als oorzaak van deze onlusten (anti-papisme) wordt wel het  tirannieke optreden van de landspastoor te Zuid-Beveland Henricus Lansingaangegeven. Hij was van 4-8-1688 tot 23-3-1697 landspastoor van Zuid-Beveland. Anderen geven aan dat een affaire tussen een Roomsche boerendochter, met name Catharina Pover en een gereformeerde jongeman, met name  Marinus Vroland, die haar ook wilde trouwen, de oorzaak (aanleiding?)was.De ouders van de jongedame wilden, omdat zij van verschillende  geloven waren, een huwelijk niet toestaan. Ze zonden hun dochter naar Antwerpen. Daarop verwekte een razende Marinus Vroland een opstand onder zijn geloofsgenoten.
Zij verwoesten twee Roomse kerken, die van Ovezande op 25-03-1697, dat was een  de hofstede, die als schuilkerk dienst deed en daarna de schuilkerk te Dijkwel en hebben verscheidene Roomse boeren afgeperst en mishandeld. De ouders van Catharina Pover zijn door de " 's-Gravemannen" van Middelburg gedwongen om hun dochter uit Antwerpen terug te halen en te laten trouwen met Marinus Vroland. Zij trouwden 24-4-1697 te 's-Heerenhoek voor Schout en Schepenen. Het huwelijk duurde tot de dood hen scheidde: Marinus overleed in 1725, Catharina in 1731.

Kinderen:

  1. Joannes van 't Westende, geboren te Baarland, gedoopt 7-7-1708 (R.K.). Tweeling. Doopgetuigen: Jacob en Blasijntje Jans Dankerse. 
  2. Franciscus van 't Westende,  geboren te Baarland, gedoopt 7-7-1708 (R.K.). Tweeling. Doopgetuigen:  Jacobus Raes en Lijsbeth Jans Dankerse 
  3. Francisca van 't Westende, geboren te 's-Gravenpolder, gedoopt 16-7-1710 (R.K.), doopgetuigen: Hubregt Jans Dankerse en Antonijne Pieters; 
  4. Petrinella van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt  22-9-1711 (R.K.), doopgetuigen Jacob Jans Dankerse en Blasijntje Jans  Dankerse; 
  5. Johanna van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt 21-4-1716 (R.K.), doopgetuigen: Geertje Hubrechts en Hubrecht Janse van het Westenende. Bij de laatste vermelding in het doopboek staat als naam van de vader Pieter Janse van het Westende. Bij de laatste vermelding in het doopboek staat als naam van de vader Pieter Janse van het Westende.  

Na het overlijden van Willemijntje de Bruijne hertrouwt (R.K.) Pieter van 't Westende op 1-5-1717 te 's-Heer Arendskerke met 

Johanna Janse Rillar  

Getuigen bij het huwelijk zijn: Maria Sinoutskercke en Adriaan Relaars. Johanna Rillar overlijdt op 10-2-1725 te 's-Gravenpolder. Vermelding daarvan in het doodboek van de landspastoor, 's-Heerenhoek. Johanna is gedoopt (R.K.) 2-9-1686 te Dijckwel door de landspastoor. Zij is een dochter van Jan van Rillaer en Anna van Darsele (van Dessel, overleden 24-9-1712 te Bieselinge). Doopgetuigen waren: Jacob Stein en Hubrechje de Winter.

Kinderen:

  1. Johannes van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt 8-10-1718 (R.K). Doopgetuigen: Maarten van Riljaar en Adriana van Riljaar.
  2. Anna van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt 14-4-1720 (R.K.). Doopgetuigen:  Adrianus Relaart en Stoffelijne Stoffelse. Anna is 4-5-1752 te Heinkenszand gehuwd (R.K.) met Joannis Bastiaanse Zuijthof, zij wonen te Heinkenszand. Op 22-2-1759 is zij te Heinkenszand gehuwd (R.K.) met Adrianus Adriaanse Olleman.
  3. Joannes van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt 23-5-1723(R.K.). Doopgetuigen: Marinus Janse Lambreghtse en Blasina Jans van 't Westende 
  4. Martinus van 't Westende, geboren te Krabbenkerke, gedoopt 4-2-1725 (R.K.). Doopgetuigen: Martinus van Rillard en Adriana Somers.

Na het overlijden van Johanna Rillar hertrouwt Pieter van 't Westende op 5-6-1727 te 's-Heer Arendskerke met

Applonia (Leuntje) Pieters Richard

Getuigen bij het huwelijk: Johanna van den Luijdgaarde en Isabella van der Helk. Applonia, geboren te Baarland, is een dochter van Pieter Rickaerts en Jacomine van Stapelen. Zij is gedoopt 2-1-1696 door de landspastoor (R.K.). Doopgetuige: Anna Stein. 

Kinderen:

  1. Petronella van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt 21-3-1726 (R.K). Doopgetuigen: Jacob Janse van 't Westende en Applonia Cornelisse Cnuit.   
  2. Johannes van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke,gedoopt 8-4-1728 (R.K). Doopgetuigen: Hubertus van 't Westende en Johanna Antonisse Harthoorn.  Johannes was gehuwd met Appolonia Pieterse Doen, gehuwd (R.K.) 29-9-1756 te Oud-Kraaijert en met Jobje Adriaanse de Jong.
  3. Jacobus van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt 25-12-1730 (R.K). Doopgetuigen: Marinus Janse en Maria Adriana Copmels.  Jacobus huwt op 9-1-1759 te ’s-Heer Arendskerke met Maria Pieters Doen, j.d. van ’s-Heer Arendskerke.
  4. Petrus van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke,gedoopt 16-3-1733 (R.K). Doopgetuigen: Carolus Corlemont en Anna van Leeuwen.
  5. Hubertus van 't Westende, geboren te 's-Heer Arendskerke, gedoopt 16-3-1733 (R.K). Doopgetuigen: Hubertus van 't Westende en Maria Menheer.  Hubregt huwt op 29-4-1765 te ’s-Heer Arendskerke met Cornelia Pieterse Doen. Op 30-4-1765 huwt hij R.K, het huwelijk wordt ingezegend door de landspastoor van Zuid-Beveland.
  6. Adriana van 't Westende, gehuwd met Adriani van Rillaart.

3.3. Susanna Pieters de Bruijne 

Geboren ca 1682, waarschijnlijk te Nisse.  Dochter van Pieter de Bruijne en Cornelia Jans Schipper(s). Huwt 1711 te Baarland met 

Dignus Gillisse / Gignus Foortse / Dignus Overwerve (Hoogerwerf)

Ondertrouw te Nisse op 25-4-1711.  Zoon van Gillis Foortsen en Janneke Marijnis, gedoopt te Baarland op 12-11-1678, doopgetuige: Tonintje Jans. Gillis Foortsen, j.m. van Baarland en Janneke Marinus, j.d. van Oudelande, zijn op 6-5-1670 te Baarland getrouwd. Gillis Foortsen is gedoopt 18-1-1645 te Baarland, doopgetuigen: Cornelis Piersen Schipper, Thomas Thomassen en Maeijke Jobs. Gillis Foortse was een zoon van Foort Gillissen en Lijsebeth Marinisse.

Kinderen geboren te Baarland:

  1. Cornelia Overwerve (Hoogerwerf), gedoopt 28-2-1712 te Baarland. Doopgetuigen: Foort Gillissen en Jacomijntje Pieters.
  2. Gillis Overwerve (Hoogerwerf), geboren 12-9-1714, gedoopt 14-9-1714 (of 1715, notities erg onduidelijk), doopgetuige Tenijntje Bus.  Op 1-1-1735 werd door de landspastoor te Baarland gedoopt: Cornelius, hij was volgens het doopboek een onwettige zoon (illegitimus) van Egidii Dignusse Hoogerwerf en Dine Cornelisse. Getuige was Cornelia Cornelisse Knuit. Egidii is de “latijnse” vorm van de naam Gillis.
  3. Foort Overwerve (Hoogerwerf), (tweeling), geboren 5-6-1716, gedoopt 7-6-1716, doopgetuigen: Anthonijntje Foorts en Pieternelletje Pieters.
  4. Pieter Overwerve (Hoogerwerf), (tweeling), geboren 5-6-1716, gedoopt 7-6-1716, doopgetuigen: als boven.

Op 23-4-1718 trouwt Suzanna Pieters de Bruijne te Baarland als weduwe van Dignus Gillise met 

Jan Jacobse Slok

j.m. van Baarland, gedoopt 15-8-1688 te Baarland. Zoon van Jacob Simonse en Willemijntje van Hecke. Doopgetuigen: Cornelis Pik en Jacoba Donderlein. Willemijntje Jans van Hecke is gedoopt 21-3-1655 te Baarland, dochter van Jan van Hecke en Jaquemijntje Jobs.

Jan Slock was van 1718 t/m 1721 luider van de kerkklokken te Baarland. In de rekeningen van de kerk van Baarland vonden we een aantal notities hierover. Bijvoorbeeld november  1718: Betaald aan Jan Slock over ½ jaar de kerke klocke te luijden verscheenen prima november 1718 per ordonnantie £ 0:17:3.  

Op 28 augustus 1736 te Baarland hertrouwt Suzanna Pieterse de Bruijne als weduwe van Jan Jacobse Slok met 

David van der Hoogen (Haegen?)

j.m. van Goes.

 

Alhier ondertrouwd de 11 augustus 1736 en den 28 dito te Baarland getrouwd David van der Hoogen (Haegen?), j.m.  van Goes en Susanna de Bruijne laatst weduwe van Jan Jacobse Slok.

3.4  Willemijntie Pieterse de Bruijne 

Geboren omstreeks 1690, waarschijnlijk te Nisse, dochter van Pieter de Bruijne en Janneke Vermeule. Zij is op 18 mei 1761 te Zaamslag begraven. In het doodboek van Zaamslag staat vermeld: “Willemijntje de Bruine, wed. Arnoldus van Lelienberg, laat na kinders en kindskinders”. Huwde (1) met:

Jacob de Kok  

Geboren omstreeks 1690, begraven op 10-12-1720 te Axel.

Zoon, gedoopt te Axel:
  1. Jacob de Kok, gedoopt 21-3-1717, getuigen: Anthonie de Heerink, Cornelis de Bruijne en Janneke Vermeule. Begraven 18-4-1761 te Zaamslag. Jacob de Kok, geboren in 1717, huwde (1) op 17-1-1742 te Axel met Fransina van den Broeke. Hun zoon Jacobus werd op 19-6-1745 te Zaamslag begraven, overleed dus op zeer jonge leeftijd. Fransina van den Broeke werd gedoopt op 11-2-1722 te Axel en begraven op 26-11-1751 te Zaamslag. Ze was een dochter van Pieter van den Broeke en Janneke Jansen van Rosendael, getrouwd 18-4-1721 te Axel. Pieter van den Broeke komt uit Steenhesse (in de buurt van Brussel). Pieter van de Broeke hertrouwde als weduwnaar twee keer: 3-9-1729 te Axel met Matie Vermaire en op 12-3-1741 te Axel met Matie Frederiks. In 1742 verkocht Pieter van de Broeke een huis met schuur te Schapenbout aan Nicolaas Delser. Janneke Jansen van Roosendaal was toen ze met Pieter van de Broeke trouwde weduwe van Gilles de Kok. Na het overlijden van Fransina van den Broeke trouwde (2) Jacob de Kok met Tanneke Crijnse (begraven 27-1-1781).

Na het overlijden van Jacob de Kok (de echtgenoot van Willemijntie de Bruijne en vader van Jacobus) werd Jan Klaijsens, de stiefvader van Jacob de Kok, als voogd aangewezen.

Willemijntie de Bruijne huwde (2) met

Arnoldus van Lelienbergh

Gedoopt 4-9-1689 te Axel. Doopgetuigen Joos Rooms en Cornelia van der Moere (1-12-1668 te Zuiddorpe gehuwd met Cornelis Lathouwer uit Oosterhout). Begraven 2-7-1756 te Zaamslag. Arnoldus was een zoon van Arnoldus van Lelienbergh, geboren te Den Haag en Anna Marij Tervijl. 

Arnoldus van Lelienberg (geboren te Den Haag) huwde op 16-12-1685 te Zuiddorpe met Anna Marij Tervijl (Tervile, Tevels), geboren te St. Marck, weduwe van Joos de Laet. Anna Marij Tervijl komt ook voor als Johanna Marij Tervijl. Arnoldus Lelienbergh (de schoonvader van Willemijntie de Bruijne) wordt in het doopboek van Axel in 1696 vermeld als ouderling. St. Marck, de geboorteplaats van Anna Marij Tervijl, was een fort dat lag bij Nieuw Zuiddorpe in Zeeuws-Vlaanderen. Op 12-1-1709 verkoopt Jan Noutsen als voogd van de wezen van Arnoldus Lelienberg een huis met erf aan de Langestraat te Axel. Het huis wordt gekocht door Wilhelmus Timmermansen. Op 14-3-1699 had Arnoldus van Lelienberg een huis met erf aan de (Lange) Noordstraat te Axel gekocht van Adriaen Cornelisse Loo. Waarschijnlijk gaat het hier om het pand dat in 1709 wordt verkocht.

Naast Arnoldus van Lelienberg kwamen we ook nog tegen:  

  1. Abraham van Lelienberg, ook geboren te 's-Gravenhage, gehuwd te Axel op 22-2-1697 met Johanna Croppenberg, weduwe van Geeraerd Lievens Tes. Geeraerd Lievens Tes was als jongeman van Middelburg op 6-9-1690 te Axel gehuwd met Johanna Croppenberg, jongedochter van Axel. De familie Croppenberg was een vooraanstaande familie in Axel: leden van de familie waren gedurende meerdere generaties schepen, notaris, procureur, diaken. Ze bezaten veel onroerend goed in Axel. Abraham was ook gehuwd met Tanneke de Witte, begraven 23-1-1754 te Zaamslag en met Berbel Faas. Abraham werd op 24-1-1757 te Zaamslag begraven. 
  2. Arnoldus van Lelienberg, beroep soldaat, afkomstig uit Zaamslag.Vertrok als soldaat op 31-8-1749 met het VOC-schip "Nieuw Vijvervreugd" naar Batavia. Op 11-1-1750 kwamen ze aan bij Kaap de Goede Hoop. Ze vertrokken daar op 13-2-1750 en kwamen op 25-5-1750 aan te Batavia.Op 26-12-1750 werd hij uit dienst ontslagen wegens overlijden. Hij is in Azië overleden.
  3. Jan Lelienberg, afkomstig uit Stockholm. Hij vertrok in 1720 uit Amsterdam met het schip "Gouda" naar de Oost. Vertrekt 4-29-1722 vanuit Kaap de Goede Hoop met het schip "Oostrust" naar Batavia. Aankomst Batavia:3-12-1722. Beroep op het schip: bosschieter (kanonnier).
  4. Abelis van Lelienbergh, afkomstig uit Middelburg;moeder Johanna Asheuna.. Was ondermeester op het VOC-schip "Schonewal". In dienst bij de VOC op 5-6-1713, uit dienst 6-11-1730 wegens overlijden te Azië. 
  5. Janna van Lelienberg, ook geboren te 's-Gravenhage. Gehuwd op 1-4-1680 te Zuiddorpe gehuwd met Joos Rooms. Joos Rooms, de doopgetuige bij de doop van Arnoldus van Lelienberg, geboren te Watervliet, was soldaat onder kolonel Wijnkelman . Hij was eerder gehuwd met Pieternella Pieters Stropers, geboren te Vlissingen (huwelijk 13-5-1668 te Zuiddorpe) en met Neelken Pieters, geboren te Vlissingen (huwelijk 5-2-1673 te Zuiddorpe).
  6. Lisabeth van Lelienberg, geboren te Moerspui (legerplaats/schans bij Zuiddorpe) op 23-1-1687 te Zuiddorpe gehuwd met Joos Boekaert, jongeman uit Oost Rozebeke.

Anna Marij Tervile, de moeder van Arnoldus van Lelienberg, was zeer waarschijnlijk een dochter van Jacob Tervijl en Catelijntje Custianus. Zij huwden 10-1-1638 te Axel met attestatie van het Cruijsfort. Anna Marij Tervile was, voordat zij met Arnoldus van Lelienberg trouwde,  al tweemaal getrouwd:

1. Op 5-2-1668 te Zuiddorpe met Berend Houtman (Holtman), sergeant onder kapitein Vijgh geboren Schenckeschans. Deze schans/dit dorp ligt bij Lobith, aan de overzijde van de Rijn, daar waar de Rijn ons land binnenkomt.

2. Op 5-9-1674 te Zuiddorpe, als weduwe van Berend Holtman, met Joos de Laet, geboren te Zwijndrecht, soldaat onder kolonel Winkelman, weduwnaar van Geertruijt van Gelder (geboren te Bergen op Zoom). Zij waren 22-4-1668 te Zuiddorpe gehuwd.

Uit bovenstaande gegevens concluderen we, dat het echtpaar Van Lelienberg -Tervile werkzaam was in, of bij het Staatse leger, gelegen in Zeeuws-Vlaanderen. Omdat er geen rang, of militaire functie staat vermeld bij Arnoldus van Lelienberg, denk ik dat ze een burgerfunctie hadden.

Zoon van Willemijntie de Bruijne en Arnoldus van Lelienbergh:

  1. Pieter van Lelienbergh, begraven 30-12-1761 te Zaamslag, “zijnde ongetroud” staat in het doodboek van Zaamslag.

Arnoldus (Arnoud) van Lelienberg (geboren 1689) was eerder gehuwd met Maria Faas.

Zij kregen ten minste drie kinderen:

  1. Een kind dat op 15-5-1713 te Zaamslag werd begraven.  In het begraafboek werd geen naam van het kind vermeld.
  2. Barbera van Lelienberg, gedoopt 17-5-1716 te Axel, begraven 29-10-1792 te Zaamslag. Gehuwd met Martinus Verstraten (geboren 1714 in de Polder van Namen in Zeeuws-Vlaanderen, overleden 18-12-1801 te Zaamslag, zoon van Jacobus Verstraten, begraven 8-9-1766 te Zaamslag en Tanneke Kroone/Kronings, begraven 7-6-1745 te Zaamslag). Kinderen: 1. Maria Verstraten, geboren 1740; 2. Tanneke Verstraten, geboren 1746.
  3. Anna van Lelienberg, gehuwd met Willem Colijn. Anna werd op 26-8-1765 te Zaamslag begraven. Kinderen: 1. Arnoud Colijn, geboren 1760; 2. Willem Colijn, geboren 29-3-1761 te Zaamslag. Willem Colijn koopt 26-1-1760 een woonhuis met erf in de Rozemarijnstraat te Zaamslag. Anna van Lelienberg was als jongedochter van Zaamslag op 24-9-1747 te Hoek getrouwd met Jacobus Goverse, weduwnaar van Willemina Klaassen. Ze kregen een dochter: Cornelia Goverse, geboren 6-8-1748 te Hoek, gedoopt 11-8-1748 te Hoek,  (doopgetuigen waren: Jacobus van Bergen, Pieter Lamerre en Dingetje den Hollander).

Op 4-8-1759 koopt Pieter van Lelienbergh van zijn moeder, Willemijntie de Bruijne, laatst weduwe van Arnoldus van Lelienbergh, een woonhuis met erf te Zaamslag. Dit huis werd eerder, op 9-3-1726, door zijn vader Arnoldus van Lelienbergh gekocht van Jacob d’Hollander, regerend schepen van Axel. Het huis stond aan de Agterstraat.  

Op 15-1-1763 verkopen de erfgenamen van Pieter van Lelienberg het huis aan Hendrik Laport. De erfgenamen zijn: Jan Brouwenaar, als diaken van Zaamslag, Meerten Verstraate, gehuwd met Barbera van Lelienberg en Willem Colijn gehuwd met Anna van Lelienberg. We kunnen uit de toewijzing van de erfenis opmaken dat Pieter van Lelienberg geen kinderen had (tevens vermelding in het doodboek van Zaamslag: ongetrouwd) en dat hij de erfenis naliet aan de kerk en aan zijn twee stiefzusters.

3.5 Cornelis Pieterse de Bruijne

Geboren circa 1695, waarschijnlijk te Nisse. Zoon van Pieter de Bruijne en Janneke Vermeule. Begraven op 2-4-1745 te Axel. In het lidmatenboek van de Hervormde kerk te Axel staat: “overleden Cornelis de Bruijne met belijdenis april 1745”.  Volgens het kerkelijk trouwboek huwde Cornelis de brune als jongeman van der Nisse, op 4-8-1726 te Axel in Zeeuws-Vlaanderen met

Maria Servaas

Gedoopt 3-1-1706 te Axel, doopgetuigen: Jacob Servaes (oom, gehuwd met Levina Romein en later met Catrina Romein), Pieter Leemans (gehuwd met Martha Verschrage), Maria Pieters Ligtendagh (grootmoeder). Begraven op 28-3-1752 te Axel. Dochter van Pieter Servaas en Cornelia Lagra.

  Uit trouwboek Axel

In het trouwboek van Axel staat: 

 

getrout den 4 aug. 1726 Cornelis de Brune j m (=jongeman) van der Nisse met Maria Servaas j.d. (=jongedochter) van Axel “. De horizontale streep met de drie verticale streepjes in het trouwboek: Die streepjes betekenen dat aan de drie verplichte opeenvolgende afkondigingen tijdens de zondagse kerkdienst van het voorgenomen huwelijk was voldaan en dat het huwelijk onverhinderd voortgang kon vinden. De dominee zette dus gewoon elke week een streepje, en had het stel er drie en had niemand bezwaar aangetekend, dan kon het stel trouwen. Zoals in dit geval Cornelis de Bruijne en Maria Servaes. De naam Servaas werd verschillend geschreven: Sauvage, Savage, Servaes, Sevagie, Servase, Servage, Savasie. Pieter Servaas en Cornelia Lagra, de ouders van Maria Servaas, huwden 16-10-1703 te Axel, woonden beiden ten tijde van het huwelijk Beoostenblie Benoordenpolder.

Pieter Servaas, zoon van Pieter Sauvage en Marij Tack, gedoopt 28-1-1667 te Axel. Hij huwde op 16-10-1703 te Axel met Cornelia Lagra. Pieter Servaas wordt 10-4-1721 begraven te Axel. Hij is overleden in de Koegorspolder. Als voogden worden aangewezen: Pieter Lagra (oom van de wezen; kuipersbaas) en Cornelis Cornelisse Backer. Pieter Servaas kocht op 7-4-1705 van Anthony de Munter een huis met erf aan de Weststraat te Axel. Op 11-5-1709 verkoopt hij een huis met erf te Axel aan Jan van Loo. Ten oosten van het verkochte huis staat het stadsvleeshuis. Toen Pieter Servaas overleed, bezat hij een huis te Axel.

Cornelia Lagra: gedoopt 19-3-1684 te Axel (doopgetuigen Jan Braams en Berbel Anhalts), begraven 19-9-1729 te Axel, overleden in de Koegorspolder, dochter van Jan Lagra en van Maria Pieters Ligtendagh, begraven te Axel op 21-4-1722. Voogd: Cornelis de Bruijne, aangesteld op 3-12-1729 over de minderjarige (half)broers en zusters van zijn vrouw. Bezit is dan: huis te Axel en pacht van een hofstede in de Koegorspolder met 74 gemeten en 166 roe land.

Jan Lagra , de grootvader van Maria Servaas, was een zoon van Jaques Lagra (ook Legra, zeer waarschijnlijk schrijver, of secretaris van beroep) en Cornelia de Maere. Jan Lagra werd op 11-4-1655 gedoopt te Axel en daar op 3-7-1712 begraven. Op 6-9-1681 koopt Livinus Bij Lieven, schepen te Axel, en zwager van Jan Lagra (gehuwd met zijn zuster Cornelia Lagra) huis en erf te Axel in de Rechtestraat,genaamd “de Rooden Leeuw”, dat hij “overlaat” aan Jan Lagra. Het huis is zeer waarschijnlijk een herberg, daarop duidt de naam van het huis. Dit wordt bij een latere verkoop ook vermeld. 

De rode leeuw was reeds in de middeleeuwen voor herbergen bijzonder populair. "De Roode Leeuw”van Holland (uit het wapen van de graaf van Holland) werd reeds in de middeleeuwen, het gehele Graafschap door, in steden en langs de wegen, aan tal van herbergen uitgehangen. Hoe kon de waard beter aanduiden, dat hij tapte met ’s Graven vergunning?Dat hij de graaf als zijn landsheer erkende. Dat zijn huis“ter goeder fame stond” en een man van ere er gerust zijn intrek kon nemen? Ja, dat de vreemdelingen er “In sekerheyd gerust op moghten slaepen ?” (noot: uit Gijsbrecht van Aemstel, geschreven door Joost van den Vondel))
Maar ook buiten Holland was de Roode Leeuw lang niet zeldzaam. De Hollandse kooplieden waren geregeld op reis, zoowel te land als te water; waar zouden zij buiten hun vaderland eerder hun intrek nemen, dan waar 't wapenbeeld van dat vaderland uithing, en zij bijna zeker waren, landslui aan te treffen? De leeuw treft men in vele wapens aan. Ook b.v. in het Zeeuws wapen. Al met al een symbool van stand en daarom graag gebruikt op uithangborden en in namen van herbergen om zo de betrouwbaarheid van de zaak duidelijk te maken. Geen wonder dat ontelbaar vele herbergen de naam “De Rode Leeuw”, of “De Gouden Leeuw” droegen.Ook in diverse Zeeuws-Vlaamse dorpen waren er herbergen met die naam. De herberg was, bij afwezigheid van een gemeentehuis, ook vaak de plaats waar de gemeentebestuurders vergaderden. Herbergiers of kasteleins waren veelal mensen van aanzien. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat het een zeer lucratieve business was, maar men ook wel over de nodige middelen moest beschikken om zich te kunnen veroorloven wijn en bier te tappen en over een huis en opstallen te beschikken waar men gasten, paarden, wagens etc. kon onderbrengen.

Op 8-2-1673 verkoopt Andries Adriaens (voogd van de wezen van Jacques Lagra en Cornelia de Mare), last (opdracht) hebben de van Mattheus Lagra, medevoogd en oom van de wezen, een huis met schuur en erf aan de Lange Noordstraat te Axel aan Joos Wesepoel en Michiel Moerman. 

Cornelia Lagra trouwde als weduwe van Pieter Servaas op 23-1-1722 te Axel met Pieter Romein. Na het overlijden (1729) van Cornelia Lagra wordt Cornelis de Bruijne als voogd aangewezen. Bezit: huis te Axel en de pacht van een hofstede in de Koegorspolder met 74 gemeten en 166 roe land.

Maria Pieters Ligtendagh, de grootmoeder van Maria Servaas, was een dochter van Pieter Christiaensen Ligtendagh.  Maria Pieters Ligtendagh koopt op 17-12-1712 te Axel een huis met erf aan de Rechtestraat van schepen Pieter Snijders. Op 21-3-1716 verkoopt Maria Lightendagh (weduwe van Jan Legra) een huis met erf aan de Weststraat te Axel aan Jaquemintie de Geijter.   

Pieter Romein, de stiefvader van Maria Servaas is geboren voor 1705 en overleden in 1770. Na overlijden van Cornelia Lagra  hertrouwt Pieter Romein op 1-1-1730 te Axel met Matie Bolle. Matie Bolle overlijdt in 1750. Pieter Romein hertrouwt op 27-3-1751 te Terneuzen met Jozina van der Eyke (van der Reijke), weduwe van Jan Lippens. 

Pieter Romein pachtte een hofstede met 75 gemeten land in Coeschorre (Koegorspolder, nu Kruisweg 2 tussen Axel en Sluiskil). Na het overlijden van Pieter Romein wordt de hofstede bewoond door zijn zoon Izaac Romein, geboren 1746, gehuwd met Tanneke Meertens, geboren 1750 en in 1811 bewoond door diens dochter Maria Romein, gehuwd met Louis de Kraker. Na het overlijden van Cornelis Pieterse de Bruijne werd Pieter Romein  op 9 augustus 1745 als voogd aangesteld over de minderjarige weeskinderen van Cornelis de Bruijne en Maria Servaas (zijn stiefdochter).   

Pieter Romein was een zoon van Isaac Romein (overleden 18-5-1701 te Zaamslag) en Suzanna Verhage. Isaac Romein, jongeman uit het land van Axel en Suzanna Verhage, geboren te Zaamslag, huwden in 1682. Ondertrouw te Terneuzen was op 19-9-1682. Zij was weduwe van Arij Huyssert de Jonghe. Suzanna Verhage en Arie Huyssert waren minder dan een jaar daarvoor getrouwd: 3-12-1681 te Axel. Arie Huyssert was afkomstig uit Saarloos in 't land van Overmaes.   

Pieter Servaes (geboren 1667), de vader van Maria Servaas, was een zoon van Pieter Sauvagie, gedoopt op 3 maart 1630 te IJzendijke en Marij Tack, gedoopt 23-8-1637 te Axel, begraven aldaar op 25-1-1702. Zij huwden 25-2-1665 te Axel. Pieter Sauvage was toen weduwnaar van Adriaentie Vroegop. Kinderen uit het huwelijk van Pieter Sauvage en Marij Tack waren 1. Pieter Sauvagie, gedoopt te Axel op 28-1-1667, 2. Elisabeth Sauvagie, 3. Jacob Sauvagie, gehuwd met Adriaantje Bouckers (j.d. van de Moerspuije), met (2) Levina Romein, met (3) Catrina Romein. Pieter Sauvagie overleed ca 1682. Voogden werden Jannis en Jacob Hermansen.  Pieter Sauvage, gedoopt 3-3-1630, was een zoon van Jacob Sauvagie en Janneke Cornij

Marij Tack was een dochter van Joos Tack, gedoopt te Axel 19-7-1609, soldaat onder d’Heer Commandeur Borsele, j.g. van Axel, en Jerijne Compaignie, geboren te Vosmare voor 1617. Zij huwden 27-4-1636 te Axel. 

Joos Tack was waarschijnlijk een zoon van Anthony Tack, timmerman (zoon van Lieven Tack) en Anthonynken.   

Marij Tacx koopt 25-4-1673 van Joos Figure (schepen) een huis met erf te Axel. Zij is dan weduwe van Pieter Savagie. Marij Taks huwt 30-5-1682 te Zaamslag als weduwe van Pieter Savasie met Jan Aertsen, weduwnaar van Janneke Duijkers. Jan Aertsen kocht op 14-5-1678 een huis te Axel. De bewoner van dat huis is Joos Tack, de vader van Marij Tack. Op 18-2-1702 verkopen Pieter, Jacob en Elysabeth Servage als erfgenamen van Mary Tax (hun moeder) een huis met erf aan de Rechtestraat te Axel aan Jan Wesepoel. 

In het kerkboek van Axel staat: “Cornelis de Bruijne fil. Petri met att. van Saemslag 1727”. (fil. = filius = zoon; Petri = Pieter; att. = attestatie = bewijs van lidmaatschap van de kerk aldaar ). Dit betekent dat Cornelis in 1727 wordt aangenomen als lid van de kerk te Axel. Cornelis de Bruijne, geboren te Nisse, woonde te Zaamslag. Zijn moeder, Janneke Vermeule, weduwe van Pieter de Bruijne, kocht daar in 1704 een huisje. Zijn vader is daar in 1703 overleden. 

Kinderen van Cornelis de Bruijne en Maria Servaas, allen gedoopt te Axel:  
  1. Pieter de Bruijne, gedoopt 16-11-1727, getuigen: Pieter Romeijn, stiefvader van Maria Servaas; Janneke Vermeule, grootmoeder van de dopeling. Pieter werd op 16-12-1727 te Axel begraven.
  2. Pieter de Bruijne, gedoopt 14-8-1729, getuigen: Pieter Romeijn, Jan de Neering, Janneke Vermeule. Pieter de Bruijne werd op 29-8-1729 te Axel begraven. Jan den Neering was een zoon van Janneke Vermeule en Anthony den Heerinck.
  3. Cornelis de Bruijne, gedoopt 8-10-1730, getuigen: Cornelis de Bruijne (een oom, een neef?); Matie Bolle. (Matie Bolle was gehuwd met Pieter Romein.) Cornelis werd op 6-12-1730 te Axel begraven.
  4. Pieter de Bruijne, gedoopt 16-1-1732, getuigen: Pieter Romeijn; mr. Willem Jansen van Roosendaal, gehuwd met Margarita Romeijn, stiefzuster van Maria Servaas; Willemijntie de Bruijne, zuster van de vader. (volgt 4.1.).
  5. Cornelia de Bruijne, gedoopt 21-1-1733 (volgt 4.2.)
  6. Cornelis de Bruijne, gedoopt 6-2-1735, getuigen, Pieter Lagra, gehuwd met Cornelia Samans; Josias van Meurs, zwager, gehuwd met Cornelia Servaas; Matie Bolle. Cornelis de Bruijne deed belijdenis te Axel in april 1754. Op 4 juni 1758 vertrok hij met attestatie naar Middelburg. Hij is daar waarschijnlijk (ongehuwd?) overleden.
  7. Jan de Bruijne, gedoopt 22-1-1736, getuigen: Jan Bakkers; Cornelis Dronkorst, (ook Dronkert geheten, gehuwd met Maria Meussen); Janneke Vermeule. Jan de Bruijne deed belijdenis te Axel in 1758. (volgt 4.3.)
  8. Jacobus de Bruijne, gedoopt 7-4-1737, getuigen: Leendert de Beer (Leendert de Beer huwde in 1719 te Terneuzen met Janna Bolle, jongedochter van Axel) en Cornelia Samans. (volgt 4.4.)
  9. Janneke de Bruijne, gedoopt 11-5-1738. Doopgetuigen: Pieter Servaes, Gillis Dignusse, Maria Servaes. Begraven 27-3-1739 te Axel.
  10. Gerhard de Bruijne, gedoopt 28-6-1739. Doopgetuigen: Pieter Servaes, Jan Krol en Geertrui Masmans. Begraven juli 1739 te Axel.
  11. Levinus de Bruijne, gedoopt 7-8-1740. Doopgetuigen: Pieter Servaes, Jan Krol en Levina Servaes. Begraven 6-10-1740 te Axel.
  12. Levinus de Bruijne, gedoopt 16-9-1742. Doopgetuigen: Jan Krol en Magelina Pareijn. Begraven 18-9-1742 te Axel
  13. François de Bruijne, gedoopt 1-9-1745. Doopgetuigen: Pieter Romein, Pieter Servaes en Maetje Bolle. Vader Cornelis de Bruijne is dan al overleden. Moeder Maria Servaes is dus weduwe. Francois is begraven 10-9-1745.

Op 28 januari 1745 werd voor het echtpaar Cornelis de Bruijne - Maria Servaas door notaris Dirk van Bronkhorst,  notaris "over Vlaanderen, Regent van Haar Hoog. Mog. Heeren Staaten Generaal" een testament opgemaakt. Cornelis lag toen "ziek te bedde". In het testament werd het volgende bepaald. Bij overlijden van één der ouders krijgen de kinderen als ze volwassen zijn elk F 300,- uitgekeerd. Johannes (Jan?) mag vooruit 25 ponden ontvangen, omdat hij is "bezet met de steen". Waarschijnlijk had hij last van nierstenen.  De kinderen moeten een "goede konst of handwerk" leren en de weeskamer wordt het recht van toewijzing van de voogdij ontzegd.

De weeskamer was een kamer (afdeling) uit de schepenbank, het plaatselijke gerecht, die toezicht hield op het beheer van de goederen van minderjarige (jonger dan 25 jaren) erfgenamen en daartoe voogden benoemde. Een uitzondering op deze regel werd gemaakt wanneer de ouders bij testament de weeskamer hadden uitgesloten. (Dit deden Cornelis de Bruijne en Maria Servaas.) In dat geval was de weeskamer niet meer bevoegd en wees men zelf de voogden aan. Vooral het meer welgestelde deel van de bevolking maakte van deze mogelijkheid gebruik, in de achttiende eeuw in toenemende mate. De Diacony Armen kreeg een legaat van vijf schellingen. 

De genoemde bedragen zijn behoorlijk hoog, als we bijvoorbeeld weten, dat een schoolmeester in Zaamslag een jaarlijks traktement kreeg van 6 ponden, een vroedvrouw kreeg jaarlijks ruim drie ponden en de dokter van Axel ontving van het plaatselijk bestuur 10 ponden. Dit waren ongetwijfeld “deeltijdbanen”, want het gemiddeld gezinsinkomen was in die tijd ongeveer F300 per jaar. Conclusie: De kinderen erven elk een volledig jaarinkomen, de echtgenote meerdere jaarinkomens. Cornelis de Bruijne was dus niet onbemiddeld.   

De handtekeningen van Maria Servaas en Cornelis de Bruijne onder hun testament. 

Hij op het ziekbed en met onzekere hand.

   

Het kunnen schrijven van de naam en het mooie en geoefende handschrift van Maria Servaas wijst erop dat zij meerdere jaren heeft school gegaan. Iets wat in die tijd alleen bij de beter gesitueerden normaal was. Dat de familie Servaes tot de beter gesitueerden van Axel behoorde blijkt ook uit het feit dat Pieter Servaes (de vader van Maria) meerdere keren huizen kocht en verkocht (evenals Jacob Servaes, de broer van Pieter) en dat hij  naast burgemeester Jacob de Lozanne woonde.

Cornelis Pieterse de Bruijne  en Maria Servaas kregen 13 kinderen waarvan er meerdere op jonge leeftijd stierven. In die tijd was de kindersterfte vrij hoog. Dat kwam door slechte hygiënische omstandigheden, slechte gezondheidszorg en eenzijdige voeding. Velen leden aan scheurbuik door een gebrek aan vitamine-c. De aardappel (bevat vitamine-c) was nog niet echt ingeburgerd en men at vaak tot in de zomer ingezouten groente. Het menu kende weinig afwisseling: veel koolsoorten, rapen, wortelen, pastinaken, uien en paardebonen. Vlees werd over het algemeen gepekeld, gerookt, of gedroogd. Er werd veel vis gegeten en in Zeeland vrij veel mosselen en oesters. 

Besmettelijke ziekten die veel voorkwamen waren: ‘hooftseer’, dysenterie, pokken en cholera. Men bezat geen afdoende geneesmiddelen. Een doktersbezoek omvatte niet veel meer dan het voelen van de pols, het bekijken van de urine, het voorschrijven van een dieet, of kruidenmengsel, aderlatingen, applicaties van bloedzuigers en het adviseren van een klysma.

In Axel was ene Johan Babtista Munter de dokter (chirurgijn). Om een redelijk inkomen te krijgen mocht van de burgemeester en schepenen van Axel alleen de chirurgijn “baertscheeren, sijnde een dependentie van de chirurgie”. (dependentie= afgeleide, verwantschap). Een chirurgijn werd ook wel steensnijder genoemd.

Maria Servaas huwde op 13-2-1746 te Axel als weduwe van Cornelis de Bruijne met Pieter Michielsen (komt uit Terneuzen), weduwnaar van Maria van Soen. Pieter Michielsen en Maria van Soen (j.d. van Zaamslag, dochter van Augustijn van Soen en Neeltje Hermans) waren op 26-4-1744 te Terneuzen gehuwd.

Maria Servaas en Pieter Michielsen kregen een zoon:

  1. Huijbregt Michielsen, gedoopt 19-5-1748 te Axel. Doopgetuigen: Jacobus Michielsen, Willem Romein en Matie Bolle. Huijbregt is jong overleden, voor 1752.

Pieter Michielsen huwde 12-6-1757 te Axel als weduwnaar van Maria Servaas met Françoise de Jonge. Françoise de Jonge is gedoopt 12-12-1734 te Axel, dochter van Cornelis de Jonge en Berbel Abrahamse.

In het trouwboek van Axel staat d.d. 11-6-1763: 

“Pieter Michielsen laatst weduwnaar van Françoise de Jong met Francine Janssen van Rosendael, verlaete vrouw van Stoffel Hooglander. Vooralsnog is deze ondertrouw opgehouden. Volgens berigt van de Magistraat kan dezelve voortgang hebben”. 

Het huwelijk is vervolgens gesloten op 11-7-1763. Stoffel Hooglander en Francine Janssen van Rosendael waren op 16-2-1744 te Axel gehuwd. Francine Janssen van Rosendael was gedoopt 12-11-1724 te Axel, dochter van Willem Janse van Roosendael en Margarita Romein (gehuwd 5-5-1723 te Axel).

Pieter Michielsen huwt 7-6-1772 te Axel als weduwnaar van Francine Janssen van Rosendael met Pleuntie Rose, weduwe van François Herrebout. Pleuntie Rose werd op 12-4-1722 te Axel gedoopt, dochter van Jan Rose en Catrina Vlasmans (gehuwd 10-6-1712 te Axel, beiden van Zaamslag). Op 26-4-1778 huwt Pleuntie Rose als weduwe van Pieter Michielsen met Arij de Kok,weduwnaar van Mettie Kranendonk.

Na het overlijden van Maria Servaas, ca 1756, zijn haar erfgenamen: Pieter Michielsen, de weduwnaar van Maria Servaas, Pieter de Bruijne (haar zoon), Jan Heijm (gehuwd met Cornelia de Bruijne), Jan, Cornelis en Jacobus de Bruijne (weeskinderen van Maria Servaas).

Op 3-5-1757 wordt het onroerend goed uit de erfenis van Cornelis de Bruijne en Maria Servaas verkocht. Dit onroerend goed bestaat uit:  

bulletEen schuur met erf te Axel; gekocht door burgemeester Cornelis van Campenhout.
bulletBeplante hof met zomerhuis in Axel (in de Oude Stad); wordt verkocht aan Machiel de Vos en Jan Galle.
bulletEen woonhuis met erf te Axel; wordt gekocht door de weduwnaar Pieter Michielsen, die daar al woont.
bulletEen weiland in de Buthpolder, kadastraalnummer 7G238R, verkocht aan Cornelis Verheule. Dit weiland werd door Cornelis de Bruijne op 27-7-1743 gekocht van Colonel Evertsen te Doornik.

 

Naar vierde generatie