Terug naar startpagina

Stamboom familie De Bruijne

Eerste generatie

De Bruijne, De Bruijn, De Bruine, De Bruin

Onze "De Bruijne's" waren omstreeks 1700 ambachtslieden: metselaars. In die tijd gingen beroepen meestal over van vader op zoon.Wanneer we ons een beeld vormen van het metselaarsvak in vroeger tijden, moeten we beseffen dat tot in de 19e eeuw de gewone plattelandswoningen voornamelijk opgebouwd werden uit wanden van hout, leem, soms versterkt met mest en stro. Het enige gedeelte van het huis dat met stenen werd opgemetseld, was in de meeste gevallen de schouw met de schoorsteen. De voornamere huizen en grote boerderijen (hoeven) werden wel in steen gebouwd, en natuurlijk de kerken, kloosters e.d.

In de overwegend agrarische samenleving van destijds was het beroep van metselaar een ambacht met een behoorlijk sociaal aanzien. In het algemeen werden ambachtslieden toen hoger gewaardeerd, omdat je er een "vak" voor moest leren. De metselaars doorliepen een leerling-meester-traject, waarbij de meester-metselaar vaak niet alleen als vakleerkracht én werkgever voor zijn leerlingen, maar ook als aannemer van werken fungeerde. Wanneer de zaken goed liepen, ging hij zich nogal eens bezighouden met het kopen en verkopen van huizen. Sommige meester-metselaars zijn op deze manier tot aanzienlijke welstand gekomen. Wie als metselaarsknecht werkte, zat in een wat minder riante situatie, en kon dikwijls alleen in de zomermaanden werk in de bouw vinden. Heel gebruikelijk was de combinatie van het vak metselaar met dat van klompenmaker. Met deze laatste activiteit werden dan de wintermaanden opgevuld.

Al vanaf de 16e-17e eeuw was er heel wat migratie van verschillende beroepsgroepen vanuit de Zuidelijke Nederlanden naar het noorden. Zo trokken metselaars vanuit de Zuidelijke Nederlanden vaak als seizoensarbeiders naar de Zeeuwse en Hollandse steden om daar in het zomerseizoen in de bouw te gaan werken; in veel gevallen leidde dit uiteindelijk tot definitieve emigratie”.

 

Onze stamboom begint in de zeventiende eeuw. De Gouden Eeuw, bloeitijd van handel en kunst. In Zeeland leefde men in die tijd vooral van de landbouw, de visserij en de handelsvaart. De eerste generatie De Bruijne in onze stamboom, Cornelis de Bruijne, woonde op het eiland Zuid-Beveland in Hoedekenskerke en Baarland  Beide plaatsjes waren gelegen aan de Schelde. Vanuit deze dorpen werd de visserij op haring en kabeljauw beoefend, daarnaast werd er landbouw bedreven: raapzaad (voor olie), meekrap (voor verfstoffen), granen, boekweit, de aardappel is in opkomst, eerst als veevoer, later als volksvoedsel.

Van de tweede generatie gaat Pieter Cornelisse de Bruijne omstreeks 1700 van Zuid-Beveland naar Zeeuws-Vlaanderen. De nakomelingen van Pieter Cornelisse de Bruijne zijn vanaf de derde generatie in deze stamboom opgenomen. Hoe het verder is gegaan met de kinderen van zijn twee broers, heb ik slechts gedeeltelijk kunnen achterhalen. Zij hadden, behalve dochters, allebei een zoon. Deze zonen heetten allebei Cornelis de Bruijne. Van deze twee "De Bruijne's", geboren in respectievelijk 1680 en 1686, heb ik verder niets gevonden. Wat er men hen gebeurd kan zijn? Jong overleden, ongehuwd gebleven, of vertrokken naar elders? In het laatste geval zijn ze misschien nog in de archieven op te sporen. Hierbij moet het geluk een beetje helpen. Bij 2.3. hierover de aanvullende opmerkingen.

 

De Kerkstraat van Hoedekenskerke in vroeger tijden

Er woonden voor 1700 ook "andere De Bruijne's" op Zuid-Beveland, met  name in Baarland. Ik heb geen familierelatie met onze "De Bruijne's" kunnen vaststellen. Wel veronderstel ik dat Cornelis de Bruijne een zuster, genaamd Jacobmijntje Cornelisse de Bruijne en een broer Matthijs (Thijs) Cornelisse de Bruijne heeft gehad. Wie meer over de "andere" De Bruijne's uit Baarland en Hoedekenskerke wil weten, moet hier klikken.

  Eerste generatie

1.1    Cornelis de Bruijne

Geboren omstreeks 1620.  Overleden ca 1677, waarschijnlijk te Hoedekenskerke. Gehuwd met:

Susannetje Frans

Kinderen: 

  1. Cornelis Cornelisse de Bruijne, geboren ca 1650 (volgt 2.1.)
  2. Frans (François) Cornelisse de Bruijne, geboren ca 1653 (volgt 2.2.)
  3. Pieter Cornelisse de Bruijne, geboren ca 1655 (volgt 2.3.)
  4. Saertje Cornelisse de Bruijne, gedoopt 7-4-1658 te Hoedekenskerke. Getuigen: Antonie Joosse Blommendael (ouderling te Hoedekenskerke, gehuwd met Andriesje Hendriks Kaen) en Pieternelletje Jans (Pieternelletje Jansz. Oudeman, gehuwd met Maarten Philips). 

Ik denk dat de hierboven genoemde kinderen  uit hetzelfde gezin komen. Alleen van Saertje heb ik de doopaantekeningen  met de naam van de moeder. Wel is zeker dat ze alle vier ene Cornelis de Bruijne als vader hebben. Zeker is, dat Cornelis, Frans en Pieter broers waren, want in het Schepenactenboek van Hoedekenskerke van 1642-1654 (RAZE 2854) staat op datum 2-10-1677: 

"De erfgenamen van Cornelis Bruijne de Oude , namelijk Cornelis, François, Pieter, leveren aan Paulus Vierloos."  

De drie worden ook op 15-11-1679 in het Schepenactenboek van Hoedekenskerke genoemd:  

"Cornelis, Frans en Pieter de Bruijne leveren aan Jacob Nagtegaal."

Cornelis Bruijne en Susannetje Frans worden in het lidmatenboek van de Nederduits Gereformeerde kerk te Hoedekenskerke genoemd als lidmaat in het jaar 1658. Het lidmatenboek begint in 1658, ze kunnen daarvoor dus ook lidmaat geweest zijn.

Naar tweede generatie