startpagina        

De familienaam

In het jaar 1810 werd ons land een provincie van Frankrijk onder het bewind van keizer Napoleon. Op 18 augustus 1811 werd een keizerlijk (Napoleon) decreet uitgevaardigd: een ieder in Nederland die nog geen familienaam had, moest binnen een jaar een familienaam aannemen. Op deze achternamen waren de in 1803 opgestelde officiële spellingregels van toepassing. Dat deze spellingsregels op onze familienaam verschillend werden toegepast zullen we hieronder nog lezen.

In de Zuidelijke Nederlanden en ook in de provincie Zeeland was bij veel families al sinds de Middeleeuwen een achternaam in gebruik. Ook de familienaam "de Brune"werd in de Middeleeuwen al gebruikt.

Onze voorouders gebruikten, zover ik heb kunnen nagaan, al sedert de zestiende eeuw de achternaam:  

de Bruijne  

Onze familienaam werd en wordt echter op verschillende manieren geschreven. Voor de invoering  van de burgerlijke stand komen we de volgende varianten tegen  

brune, bruine, de brune, de bruine, de bruin, Debruine, De Bruijne, De Bruyne  

De oudste schrijfwijzen, die we sporadisch tegenkwamen, zijn waarschijnlijk: 

brune en de brune 

In het Middeleeuwse Vlaamse dierenepos “Over de Vos Reynaert” komt onze familienaam ook voor: Bruun de beer, ook genaamd Brune. De middelste klank  van de naam is in die tijd en in dat epos dus de “uu”.  

In een weesakte uit Axel van 1491 staat als voogd vermeld ene

Cornelis de Brune

In het trouwboek van Baarland ( 4 april 1682) staat onze familienaam geschreven als

De Bruijne

:

In een koopakte van 23 januari 1693, betreffende de koop van een huis in Nisse:

De Bruine

  

pieter de bruine   

en als

             

cornelis bruine

Op 28 januari 1745 schrijft Cornelis de Bruijne zijn naam als volgt onder zijn testament:  

cornelys de bruyne  

In de huwelijksakte van Hermanus de Bruijne, 30 april 1826 te Zaamslag, schrijft de ambtenaar van de burgerlijke stand de naam als:  

Hermanus de Bruyne

en ondertekent een oom van Hermanus als: 

Cornelis De bruyne  

Pieter de Bruijne ondertekent 29 maart 1873 zijn huwelijksakte met de naam:  

P. De Bruijne 

In dezelfde akte schrijft de ambtenaar:

Pieter de Bruijne 

 

Ontstaan huidige varianten in schrijfwijze van de familienaam  

Na 1810 werd de naam, bijvoorbeeld bij verhuizingen, niet door alle ambtenaren van de burgerlijke stand “correct” ingeschreven. De betrokkenen zelf vonden het blijkbaar niet belangrijk of hadden weinig kennis van de spellingsregels. Zo ontstonden er verschillende schrijfwijzen van de naam.

De nakomelingen van Pieter de Bruijne, geboren 7-6-1832, schrijven:

de Bruijne  

behalve zijn zoon Hendrik (geboren 28-3-1902). Hij gebruikt de naam  

 de Bruijn

De kinderen van Hermanus de Bruijne, geboren 11-11-1836, worden door de ambtenaar te Kollum bij hun geboorte ingeschreven met de achternaam:                                                                  

de Bruine 

Berend, de zoon van Hermanus de Bruijne, die zich 13-5-1877 in Assen vestigt, wordt daar ingeschreven als:

de Bruin 

Betekenis van de naam

Over de oorspronkelijke betekenis van de naam valt te noteren dat de eerste naamdrager wellicht een donkere, bruine huidskleur, of bruine ogen had, dan wel van zuidelijke oorsprong was. In de Middeleeuwen was het niet ongebruikelijk om personen een bijnaam te geven naar uiterlijke kenmerken. Deze bijnaam werd in veel gevallen de familienaam. Bekend is, dat er onder de Zeeuwen vele “donkere” typen zijn/waren. Men schreef dit wel toe aan Spaanse invloeden tijdens de Tachtigjarige oorlog. Maar de hier gelegerde Spaanse troepen waren huurtroepen met slechts een enkele Spaanse officier, dus weinig kans op verbroedering, bovendien werden de Spaanse legers als vijand beschouwd.Het ligt dus meer voor de hand om aan te nemen dat het donkere type een erfenis is van Keltische oorsprong. Het volk dat hier leefde was door zijn langdurige isolatie op de verschillende eilanden vrijwel een onvermengd ras gebleven (aldus J. Platteeuw in “Zaamslag door de eeuwen heen”). De Kelten, afkomstig uit het Midden-Donaugebied, hadden zich sinds ongeveer 500 voor Christus over bijna geheel Midden-Europa verspreid. Door de Romeinen werden zij steeds verder westwaarts gedreven. We vinden ze nu nog terug in de uiterste westhoeken van Europa: Bretagne (Frankrijk), Wales, Schotse Hooglanden en Ierland. De Kelten woonden in ons land ten zuiden van de grote rivieren. Vooral in Noord-Brabant zijn Keltische vondsten gedaan. Ten tijde van Julius Caesar woonde in België een gemengd Germaans-Keltische bevolking. Op de meer geïsoleerd liggende Zeeuwse eilanden hebben de Kelten zich misschien beter kunnen handhaven.