Tweede Generatie

terug naar start pagina

terug naar eerste generatie

Tweede Generatie

2.1.  Cornelis Cornelisse de Bruijne

Zoon van Cornelis (de) Bruijne en Susannetje Frans. Geboren ca 1650. Beroep: metselaar. Overleden voor 1695. Is gehuwd, waarschijnlijk in 1676,  met

Maetje Jans Kaekebeeke  

Gedoopt 6-4-1653 te Baarland; doopgetuigen: Gillis Versluijs en Janneke Heyndrix. Overleden in 1716 te Oudelande. Dochter van Jan Jorisz. Kaekebeeke, landman te Baarland en Crijncken Joos. Jan Jorisz. Kaekebeeke was eerder gehuwd met Adriaentje Jans.

Cornelis de Bruijne wordt in 1665 aangenomen als lidmaat van de Nederduits Gereformeerde kerk van Hoedekenskerke, met attestatie van Baarland. Maetje, zijn vrouw, is aangenomen op 4-12-1676. 

Kinderen gedoopt te Hoedekenskerke:

  1. Jannetje de Bruijne, gedoopt 8-8-1677.
  2. Cornelis de Bruijne, gedoopt 23-6-1680, getuigen Dignus (Jacobse) de Boot en Jacoba van Yperen
  3. Jannetje de Bruijne, gedoopt 10-12-1684, getuigen: Pieter de Bruijne, Job Joosts van Yperen Both Polswerve (schoolmeester en voorzanger alhier, attestatie van Veere d.d. 1668, gehuwd op 1-1-1662 te Overschie met Josina Jacobs van Eepen) en Jannetje Zacharias (Hooijwagen).
  4. Susannetje de Bruijne, gedoopt 8-5-1689, getuige Cia Ariaens (schoonzuster, gehuwd met haar broer Joris Jans Kaekebeeke, wonen te Oudelande)
  5. Susanneke de Bruijne, gedoopt 10-5-1693, getuige Jannetje Maertens (gehuwd met Jacob Pietersse).

Op 6-1-1695 trouwt Maetie Jans Kakebeeke als weduwe van Cornelis de Bruijne te Hoedekenskerke met Laurus Matthijsse Krubbe(Cribbe), weduwnaar van Lijsbeth Gillessen (overleden 1694 te Oudelande). Laurus en Elisabeth Gillesen hadden drie kinderen: Elena, Matthijs en Cornelia. Voogd (aangesteld 4-12-1694 te Oudelande) over deze kinderen was de broer van de overleden vrouw: Marinus Gillisse. Maetie en Laurus kregen een zoon: Quirijn Krubbe. Na het overlijden van Maetie Kakebeeke wordt op 16-5-1716 te Oudelande Joris Jans Kakebeeke (broer van Maetie) aangesteld als voogd. Lauris gaat akkoord met de aanstelling en tekent met zijn handmerk. Lauris Kribbe wordt in 1694 te Oudelande aangeslagen voor haerdstedegeld ten bedrage van 2 £.-8. Quirijn Krubbe huwde met Elisabeth Johannisse Vaa(r)s

Over Cornelis de Bruijne vonden we nog de volgende notities in het Schepenactenboek van Hoedekenskerke:

  • 27-2-1677 J.C. Haverhoek levert aan Cornelis Bruine de Jonge. 29-4-1689.
  • Anthonie Joos Blommendale en Jan Heindrick. Jonckman leveren aan Cornelis Bruijne.
  • Bij de parochierekeningen van Baarland kwamen we tegen:

    bulletBetaelt aan Cornelis Bruijne van de welle te metzelen volgens ordonnantie
    bullet1718 Betaald aan Cornelis Bruijne over arbeijden aan de kerke per ordonnantie:£ 0:4:-
    bullet1720 Betaald aan Cornelis de Bruijne over gedaan arbeijt aan de kerke over den jaare 1720 per ordonnantie £ 1:15:-
    bullet1720 Betaald aan Cornelis de Bruijne van metselwerk aan de kerkemuren per ordonnantie £ 0:5:-

    De bij de jaartallen 1718 en 1720 vermelde Cornelis de Bruijne kan de Cornelis de Bruijne, gedoopt op 23-6-1680  zoon van Cornelis de Bruijne zijn geweest, of de zoon van Frans de Bruijne (zie hieronder) gedoopt 13-4-1686.

    Betaling haardstedegeld : 1694 Cornelis  de Bruijne 2 £.-4 te Hoedekenskerke. Haardstedegeld, ook wel schoorsteengeld genoemd, was een belasting die geheven werd op het eigendom van een huis. Het aantal stookplaatsen in het huis, wat weer afhankelijk was van de grootte van het huis, was bepalend voor de hoogte van de belasting. Het bedrag dat Cornelis de Bruijne moet betalen, wordt ook betaald door de meeste inwoners van het dorp. Hij woont waarschijnlijk in een huis van gemiddelde grootte met twee stookplaatsen.

    2.2.  Frans Cornelisse de Bruijne

    Zoon van Cornelis (de) Bruijne en Susannetje Frans. Geboren ca 1653, waarschijnlijk te Hoedekenskerke. Beroep: metselaar. Gaat te Hoedekenskerke in ondertrouw op 4-4-1676 en trouwt (1) te Hoedekenskerke op 4-5-1676 met

    Francijntje Frans, van Ellewoutsdijk

    Frans de Bruijne wordt tweemaal vermeld als lidmaat van de Nederduits Gereformeerde kerk van Hoedekenskerke: in het jaar 1668 en in het jaar 1677.

    Kinderen gedoopt te Hoedekenskerke (nrs. 1, 2 en 3) en te Baarland (4 en 5):

    1. kind gedoopt 18-7-1677, geen naam vermeld.
    2. Cornelia de Bruijne, gedoopt 9-10-1678, getuigen Andries Jans Oudeman (ondertrouw met Cornelia Marinus op 24-9-1681 te ’s-Heer Arendskerke. Beiden komen van Hoedekenskerke) en Maetje Cakebeeke (gehuwd met Cornelis de Bruijne, zijn broer). (volgt 3.1.)
    3. Cornelis de Bruijne, gedoopt 12-10-1681, ten doop gehouden door …?(onleesbaar), dochter van Laurus Cloekkaert te Oudelande.  
    4. Willemijntje de Bruijne, gedoopt 13-12-1682. Getuigen: Grietje (Laurissen) Kloekers  (ook: Klockaart, gehuwd met Jan Braamsen; Margrieta  Kloekaarts huwt als weduwe van Jan Braamsen op 6-3-1711, ondertrouw, te Oudelande met Willem Nooteboom, weduwnaar van Grietje Nicolausse.) en Cornelis (Jacobse) de Boodt. (volgt 3.2.)     
    5. Cornelis de Bruijne, gedoopt 13-4-1686. Getuigen: Claas Janssen en Pieternelletje Mejonc (was gehuwd met Marinus Walhout, Jan Adriaaense Verloorenkost en met Jan Willeboords Leijssen).

    Hierboven uit het doopboek van Baarland: dopen van Willemijntje de Bruijne (1682)             en                                         Cornelis de Bruijne (1686)

    Frans Cornelisse de Bruijne huwde (2) als weduwnaar te Baarland van Francijntje Frans op 8-5-1692 (ondertrouw) te Baarland  en op huwelijkse voorwaarden d.d. 16-4-1692 (inventaris Lasonder 2669) met 

    Martijntie Jacobs van ’s-Gravenzande, weduwe van Maerten Coorn.

    Hieronder uit het trouwboek van Baarland: de ondertrouw van Frans Cornelisse de Bruine en Martijntje Jacobs.

     

    Over de eerste man van Martijntje Jacob, Maarten Coorn,  staat in het doopboek van Hoedekenskerke bij de doop van hun twee kinderen het volgende

    "een man van een reukelous en profaen leven en volgens uiterlijck voorgeven de Secte der Mennoniten toegedaan, woonaghtigh bij de Waeter-Molen onder Hoedekenskke heeft selve ter oirsaeke van d'onwillighe van haere man, haer kint omtrent 4 maenden out sijnde, ten doop gepresenteert, en is genaempt geertje is gedoopt de 6 oct 1686.

    21-8-1689 Jan ten doop gepresenteert door ….. wonende tot ’s Gravenpolder t kint out sijnde omtrent 11 a 12 daegen. Siet van desen Maerten op t jaer 1686 den 6 octob. Hij wilde niet toestaen dat sijn vrou gelijck d'andermael het kint presenteerde”.

    De Menisten, ook genoemd Mennonieten, Wederdopers of Doopsgezinden, waren volgelingen van Menno Simons (geboren Witmarsum, ca. 1496 -  overleden Bad Oldesloe in Sleeswijk-Holstein, 31 januari 1561). Hij was een voormalig rooms-katholiek priester. Werd in Utrecht tot priester gewijd. Rond 1531 raakte hij onder de indruk van de uit Zwitserland stammende Doopsgezinden. In 1535 liet hij zich opnieuw dopen (wederdopen; hij was reeds als kind gedoopt in de katholieke Kerk), en daarmee kwam het tot een openlijke breuk met de Rooms-katholieke Kerk. Simons was streng op de levenshouding: de gemeente moest 'zonder vlek of rimpel' zijn. Hij legde daarbij de nadruk op de noodzaak van geestelijke wedergeboorte, het zuivere apostelschap van de christelijke gemeente en verwierp de kinderdoop als bijbels niet-gefundeerd.

    Frans Cornelisse de Bruijne huwde (3) in 1705 te Ovesande met 

    Haaftje Berends (Barents)

    Zeer waarschijnlijk een dochter van Barent Cornelisz. (Polvliet /Poelvliet) en Brechtien Diericx, gedoopt 2-7-1658 te Ovesande. Barent was zeer waarschijnlijk een zoon van Cornelis Barents en Ide Poppe. Brechtien was een dochter van Blasijntje Corn. Luickenaar.

    Over Frans de Bruijne vonden we nog de volgende notities:

    In het Schepenactenboek van Hoedekenskerke staat:

    bullet27-2-1677 Jan Claes Arents levert aan Frans de Bruijne.
    bullet10-2-1680 Frans de Bruijne schuldig aan Cornelis Mers Nieuwstee. 10-2-1680
    bulletCornelis Adr. Donckershoek levert aan Frans de Bruijne20-5-1697 Frans de Bruijne levert aan Cornelis Haverhoek

    Bij de parochierekeningen van Baarland kwamen we tegen:

    bullet1718 Betaald aan Frans de Bruijne over gedaan arbeijt aan de kerke d'anno 1718 per ordonnantie £ 0:17:6
    bullet1684 Betaelt aan Frans de Bruijne van de vate (drinkput) te metzelen bij ordonnantie £ 0:15:0.
    bullet1687 Betaelt aan Frans de Bruijne op de 28 aug 1687 van dat hij het graef toe geleidt heeft van Lisbeth Callemein £ 0:2:0. (Opmerking: Frans de Bruijne heeft het graf van Lisbeth Callemein, gelegen in de kerk van Baarland, dicht gemetseld. Lisbeth Callemein was de dochter van dijkgraaf Dignus Callemein.)

    Betaling haardstedegeld :

    bullet1694 Frans de Bruijne 1 £ .-4 te Baarland. Gezien de hoogte van het haardstedegeld woont hij in een kleine woning met waarschijnlijk één stookplaats.

     

    In het transportregister van Hoedekenskerke lazen we:
    bullet10-2-1680 Cornelis Adriaensz Donckershoec transporteert aen Frans de Bruijne een huijs gestaen in de kerckstrate; oost: den achterwegh, zuid: Jan de Boot, west: de kerckstrate, noord: Jacob Engelsz erfgenamen. koopsom: £.41:6:8, te betalen meye 1681 £.3:6:8 etc.
    bullet10-2-1680 Frans de Bruyne heeft getransporteert aen Cornelis Adriaensz Donckershoec en huijs; oost het kerkhof Vinningen, zuid den achterwegh, west en noord: Cornelis Geersen, koopsom: £.30, Goesse jaermarct 1680 £.3 etc.
    bullet8-3-1697 Jan Jacobsen Calbart heeft geleverd aan Frans de Bruyne een huys met syn gevolgh gestaen aen de Oostzyde van de kerckstrate; oost: den achterwegh;  zuid: Cornelis Vierloos; west: de kerckstrate; noord: Maarten Phlipsen; koopsom: dat den vercooper van Meye 1697 tot Meye 1698 moet wonen.
    bullet4-4-1698 Frans de Bruyne verclaerde mits by hem 7 £.vls. ontfanghen synde, te cederen en te transporteren aan Cornelis Haverhoec een huys met syn gevolgh gestaen aen de Oostzyde van de kerckstrate b.d.g. oost: den achterwegh; zuid: Mr. Bastard; west: de kerckstrate; noord: Marten Phlipsen.Actum 20.5.1697

     

     

    De vate van Baarland met daarachter de gereformeerde kerk, in 1912 verbouwd tot dubbel woonhuis met smidse.

     

    In 1684 hebben Cornelis de Bruijne en Frans de Bruijne aan deze vate (welle) gemetseld. 

     

    2.3. Pieter Cornelisse de Bruijne

    Geboren omstreeks 1655, waarschijnlijk te Hoedekenskerke. Overleden 21-11-1703 te Zaamslag. Zoon van Cornelis (de) Bruijne en Susannetje Frans. Hij huwde met attestatie (bewijs van belijdenis) van Nederduits Gereformeerde kerk te Baarland en Hoedekenskerke op 7-5-1682 te Nisse met

    Cornelia Jans Schipper(s)  

    “jongedochter van Nisse". Geboren ca 1665 te Nisse. Dochter van Jan Cornelisse Schippers, overleden ca 1666 en Janneken Willems. Jan Cornelisse Schippers en Janneken Willems huwden  13-6-1663 te Nisse. Huwelijksgetuige: Willem Jansen, vader van de bruid. De bruid komt uit Nisse, de bruidegom uit ’s-Heer Abtskerke. Janneke Willems huwt op 25-3-1667 te ’s-Heer Abtskerke als weduwe van Jan Cornelisse Schippers met Lucas Beijselaar.

    Uit het trouwboek van Baarland

    Ondertrouw van Pieter de Bruijne en Cornelia Schipper(s) te Baarland op 4-4-1682. Vermelding daarbij: Pieter Cornelisse de Bruijne van Hoedekenskerke en Cornelia Schippers van Nisse.

     Jan Cornelisse Schipper, de vader van Cornelia Schipper, had een onecht kind bij Maeyken Cornelis (Cruppe). In de gerechtsrol van Nisse staat d.d. 26-5-1662: "Maeijken Cornelis contra Jan Cornelis Schipper wegens verschenen paeije over alimentatie van haar onecht kind". Op 23-6-1663 staat in de gerechtsrol: "Maeijken Machiels contra Jan Cornelis Schipper van houdenisse van kind". En op 10-5-1664: "Willem Hoogkamer gemachtigt van Maeijken Machiels contra Secretaris Adriaen van Noorden, over betaling alimentatiekosten van Jan Schipper". 

    Op 11-10-1670 staat In de gerechtsrol van Nisse: Hoogkamer (= de notaris Sebastiaan Hoogkamer) wegens de erfgenamen van juffrouw Maria Muszon, weduwe van de secretaris Sebastiaen Nissepat, contra Janneken Moermans, weduwe van Baillu Cornelis Dirkse zaliger, mitsgaders de weduwe van Boudewijn Janse Westerwijk. Paulus Aroense gesubstitueerde van Paulus Cornelissen, procuratie hebbende van Huijbrecht Schipper, voocht van de naargelaten weese van Jan Schipper. Met speciale last van de weeskamer van der Nisse ook hem vervangende en sterk makende voor Lucas Beijselaar, in houwelijk hebbende de weduwe van de meergemelde Jan Schipper, eischer op en jegens de weduwe van Boudewijn Janse Westerwijk (Willemijna Loppse), gedaagd.

    Kind: 

    1. Susanna Pieters de Bruijne, geboren ca 1682, waarschijnlijk te Nisse. (volgt 3.3.)

    Pieter de Bruijne huwde als weduwnaar van Cornelia Jans (Schippers) op 23-11-1690 te Nisse met

    Jannetje / Janneke Cornelis Vermeule 

    “jongedochter van Cloetinge”. Dochter van Cornelis Vermeule. Geboren voor 1671. Begraven 8-1-1738  te Zaamslag.

    In 1694 moest Cornelis Vermeule 2 £.-8 voor haardstedegeld betalen. Woonde toen te Nisse.

    In de gerechtsrol van Nisse (RAZE 3344) staat o.a. het volgende over Cornelis Vermeule:

  • 12 sept.1680: Cornelis Jacobse Vermeule in cas van injurie ( verwonding) contra Willem Guliaamse.11 julij 1692: Pieter Alvarez, baillijou (rechter) van der Nisse contra Cornelis Vermeule, mishandeling van zijn dienstmaagd.
  • 22 julij 1714:Den Balju (rechter) Anthonius Vermet, ratione officii, op ende jegens Cornelis Jacobsse Vermeule als vader en vooght van zijn zoon Jacob Vermeule, Cornelis Dirxe van Waarde als vader en vooght van sijn soon Adriaan Dirxe de Jonge, Stoffel Geerarsse als voren nom. sijn soon Cornelis Stoffelse, En Cornelis van Noorden nom sijn soon Adriaan van Noorden gedaagde.
  • Op Sondag 5 Juli 1714 in den kersenboomgaard van Ser Engel van der Noodt vrugten geplukt, plank vernield, enz.
  • Betekenis van enkele woorden: injurie = verwonding; baillijou , Balju = rechter; nom = namens,in plaats van.

    Cornelis Jacobse Vermeule wordt in de gerechtsrol van Nisse in 1688 genoemd als schepen (wethouder) te Nisse.

           

    Uit het trouwboek van Nisse van 1690: “Den 20 octob. zijn bij ons behoorlijk ondert: pieter cornelisse de bruijne, wedn. van cornelia jans met jannetje cornelis j.d. van cloetinge. Getrouwt den 23 nove b.

    Pieter kreeg vier kinderen. Cornelis en Willemijntje worden in 1757 genoemd als erfgenamen bij het overlijden van Janneke Vermeule. Na het overlijden van Pieter worden in 1704 bij de regeling van de voogdij vier kinderen genoemd. Van Geertie en Pieternelle weten we niet of ze volwassen zijn geworden. Ze worden in 1738 bij de verdeling van de erfenis van Janneke Vermeule niet meer genoemd. 

    De kinderen:

    1. Willemijntie de Bruijne (volgt 3.4.)
    2. Cornelis de Bruijne (volgt 3.5.)
    3. Geertie de Bruijne, waarschijnlijk jong, of ongehuwd overleden. In het begraafboek van Zaamslag staat vermeld dat op 16 mei 1705 is overleden Geertruij de Bruijne.
    4. Pieternelle de Bruijne, waarschijnlijk jong, of ongehuwd overleden voor 1738.

    Adriaen Marinussen werd na overlijden (1703) van Pieter de Bruijne als voogd over de minderjarige kinderen aangewezen.

    Pieter Cornelisse de Bruijne (4.1.) kocht op 23-1-1693 een huis met schuurcke te Nisse. Het huis lag aan de zuidzijde van de kerk (zie: fotokopie van de akte). Hij moest hiervoor 50 Vlaamse ponden (F 300,-) betalen, te voldoen in jaarlijkse termijnen van drie ponden. Cornelis de Bruijne stelde zich borg voor de vier eerste jaren. Het huis stond op “ambagtse vroon”. Dat hield hoogstwaarschijnlijk in, dat het erfpachtgrond was, soms ook ambachts-herenerf genoemd. Betaling haardstedegeld : 1694 Pieter de Bruijne 1 £.-12 te Nisse. Gezien de hoogte van het haardstedegeld woont hij in een kleine woning met waarschijnlijk één stookplaats.

    Een vroon is in de Middeleeuwen een hofgoed dat door de koning/keizer werd toegewezen aan de lagere adel, de welgeborenen, de heren. In 1848, met invoering van de grondwet worden de ambachtsheerlijkheden met hun “heerlijke” rechten opgeheven. Vroongoederen. worden dan gewone boerderijen en gewone erven. Ten zuiden van het huis lag “het wal of berg”. In Zeeland is “berg” de naam voor een middeleeuwse versterking, een motte: een ommuurde terp met een versterkte toren. In Nisse was dit een kasteelhoeve, nu het pand Dorpsplein nr. 25. De resten van de grachten en waterpartijen behorende bij de kasteelhoeve zijn nog steeds zichtbaar in het landschap. Het huis lag aan de zuidzijde van de kerk. Dit is een gotische kerk uit de 15e eeuw met een toren uit de 14e eeuw. Deze kerk heeft een bijzonder fraai interieur.

    Het gezin van Pieter de Bruijne en Janneke Vermeule heeft niet lang in Nisse gewoond. Voor 1703 zijn ze de Wester-Schelde overgestoken en zijn in Zaamslag gaan wonen. Pieter overlijdt daar op 21-11-1703. Waarom verlieten zij Nisse? Zocht Pieter werk in de pas weer drooggelegde polders van Zaamslag? Daar woonde in die tijd ook al een familie De Bruijne met namen als Cornelis de Bruijne en François (Frans) de Bruijne. Zij woonden “in de ring” (plein) van Zaamslag en waren metselaars, net als de broers van Pieter de Bruijne, die ook Cornelis en Frans heetten en ook metselaars waren!! Is dat toeval? Of is er nog een "De Bruijne", i.c. Cornelis de Bruijne, gedoopt 13-4-1686, zoon van Frans de Bruijne, naar Zaamslag verhuisd? Ik heb nog geen bewijs voor familiebanden tussen deze “De Bruijne’s “ en Pieter de Bruijne uit Nisse. Zie de aantekeningen over deze "andere "familie De Bruijne uit Zaamslag.

    Uit de geschiedenis van Zaamslag van rond de tijd van Pieters verhuizing naar die streek weten we het volgende.

    Bekend is, dat na de vrede van Munster in 1648 het deels “verlaten en verdronken” van Zeeuws-Vlaanderen weer bevolkt werd vanuit Zeeland en niet vanuit de Zuidelijke Nederlanden. 

    De Staten van Zeeland verleenden op 12 december 1648 octrooi aan Gerard van der Nisse, Heer van Zaamslag tot inpoldering van een reeks verdronken polders. Tussen 1648 en 1800 worden diverse polders ingedijkt. De Grote Huyssenpolder kwam b.v. in 1695 gereed. Het kan zijn dat Pieter de Bruijne bij deze indijkingen, of de bouw (metselen?) van huizen betrokken was. Vanaf 1651 verrees Zaamslag weer langzaam aan op dezelfde plaats waar het vroeger had gelegen. Van het oude dorp was alleen de versterkte toren op de torenberg over gebleven. 

    Zeeuws-Vlaanderen had veel te lijden gehad van de Tachtigjarige Oorlog. Door verschillende partijen werden dijken doorgestoken waardoor land (tot 90%) onder water kwam te staan. Deze situatie begon in de tachtiger jaren van de 16e eeuw en duurde met onderbreking voort tot midden 17e eeuw (ongeveer een periode van drie generaties). 

    In 1584 werd om militaire redenen (Tachtigjarige Oorlog) een groot deel van het gebied rond Zaamslag onder water gezet, waarbij ook het kasteel van Zaamslag onder water verdween. Alleen ten noorden van Axel bleven een aantal polders als de Buthpolder en de Koegorspolder droog, terwijl verder ten westen van Terneuzen een gebied rond de Willemskerkpolder (Hoek) bewoonbaar bleef. Van het verdronken Zaamslag bleef de toren jarenlang als baken voor de scheepvaart boven de omgeving uitsteken. Na de herdijking van het dorp Zaamslag in 1649 werd door de ambachtsheren bij de ruïne van het kasteel een boerderij gesticht. In 1697 is de toren gesloopt. De heuvel waarop de kasteeltoren heeft gestaan is nog altijd goed in het landschap herkenbaar.  

    In een geschrift van de magistraat van Axel aan de Staten-Generaal, gedateerd 9 februari 1719 wordt het volgende betoogd:

    Na de inneming van Terneuzen (zondagavond 6 november 1583 landde Hohnelohe, met 10 vendels grotendeels Duitse huursoldaten bij Terneuzen) en Axel (Op 17 juli 1586 deden de Staatse troepen van Maurits vanuit Terneuzen een aanval op het door de Spanjaarden bezette Axel en veroverden de stad) was het land van Axel zo ontvolkt geraakt, dat er nog nauwelijks regenten voor beide steden en het ambacht te vinden waren geweest. Vele bewoners hadden de zijde van de vijand gekozen, de meeste landerijen lagen geïnundeerd””door alle welcke troublen en oorlogen meest alle ordon. Statuyten en papieren rekende de regeeringe van de voors. Steden en ambachte sijn vervoert, verbrant en in ongereede geraekt””. En dan volgt een belangrijke zin: “”dat zedert allengskens de voors. Steden en Ambte van dese zijde sijn bevolkt en gepopuleert geworden””. Hierna wordt gewezen op de vele inpolderingen die na de vrede met Spanje in het land van Axel hadden plaatsgevonden. Het “van dese zijde” moet wel doelen op van Zeeuwse zijde, daar België toen (1719) al behoorde tot de Oostenrijkse Nederlanden en het land van Axel al meer dan een eeuw vanuit Middelburg en Den Haag werd bestuurd”. (bron: “De geschiedenis van Axel”, Dr. J. Wesseling).  

    Janneke Vermeule koopt op 18-10-1704 een huisje te Zaamslag van Adriaen Marinusse, wonende te Zoute Spuie. Janneke Vermeule is dan weduwe van Pieter de Bruijne. Als voogd over de kinderen is ook ene Adriaen Marinusse aangesteld.

    Janneke Vermeule huwt als weduwe van Pieter de Bruijne met Anthonie den Heerinck. Zij krijgen een zoon: Johannes den Heerinck. Johannes den Heerinck trouwt met Jacomina Wisse. Zij krijgen een zoon: Anthonie den Heerinck. Johannes den Heerinck overleed in 1737 (begraven 5-6-1737 te Zaamslag), achterblijven zijn vrouw Jacomijntje Wisse en hun kind Anthony, 5 maanden oud. Op 30-8-1739 hertrouwt Jacomina Wisse als weduwe van Jan den Haring te Terneuzen met Maarten Petegem (afkomstig uit Vink(t), waarschijnlijk te Oost-Vlaanderen, overleden november 1756 te Zaamslag), weduwnaar van Neeltje Michielsen (zij waren 25-5-1727 te Terneuzen gehuwd). Jacomina Wisse overleed januari 1790 te Zaamslag.

    De familienaam “Den Heerinck” werd op vele manier geschreven. We kwamen o.m. tegen: den Heering, de Haring, den Neering, de Nering, de Neerinck, Neyrings

    In het trouwboek van Terneuzen lazen we:

    bullet1702 Zaamslag Anthonie Neyrings j.m. en Willemintie Anthonis, weduwe van Jan Bruggen. Dese bruydt is staende de geboden gestorven (17 januari 1702)

    De bruid, Willemintie Anthonis is dus in de periode van de ondertrouw gestorven. Anthonie den Heerinck trouwt daarna dus met Janneke Vermeule, de weduwe van Pieter de Bruijne. Hun kleinzoon Anthony den Haring huwde met Janna Deij (begraven 18-5-1789 te Zaamslag). In het doodboek van Zaamslag staat:

    bullet“9 maart 1784 Anthonie de Haring, zig zelfs verhangen, laat na vrouw en kinders”. In begraafboek van Zaamslag(1784)een notitie van het begraven en de doodsoorzaak (verhanging met een koeband aan appelboompje) van Anthony den Haring, kleinzoon van Janneke Vermeulen en Anthony den Harinck. De zelfmoordenaar kreeg een oneervolle begrafenis:’s morgensvroeg voor 7 uur op het pestkerkhof.

     Janneke Vermeule overleed in januari 1738 te Zaamslag. De erfgenamen zijn: Cornelis de Bruijne (haar zoon), Arnoldus van Lelienberg (was gehuwd met Willemina de Bruijne, dochter van Janneke Vermeule) en Johannes den Heerinck (zoon). Het onroerend goed uit de erfenis bestaat uit een huis met erf te Zaamslag. Dit onroerend goed wordt pas op 15-10-1757 verkocht aan Jacobus de Kok, een zoon van Willemina de Bruijne en dus een kleinkind van Janneke Vermeule.

    Naar derde generatie