Neerlands tweede taal

De Friese Vlag Fries, oftewel Frysk, is samen met het Duits, Engels en Nederlands één van de West - Germaanse talen. Al sinds lange tijd zijn de Friezen opgenomen in Duitsland, Nederland en Denemarken, maar hun taal is, met name in ons land, blijven voortleven en wordt gesproken in Friesland en een paar grensdorpen in de provincie Groningen. Vroeger was het taalgebied van de Friezen veel groter: eens was Friesland een van de grootste handelsrijken van Noord - Europa, met handelsposten in Scandinavië en het Oostzeegebied. In het jaar 12 voor Christus begon, met de onderwerping door de Romeinse veldheer Nero Claudius Drusus, de geschreven geschiedenis van de Friezen. Omstreeks 400, tijdens de Germaanse volksverhuizing, breidden zij hun gebied drastisch uit naar het westen en zuidwesten. Tot ver in de 7e eeuw is de huidige provincie Utrecht Fries gebied geweest. Onder koning Radboud, die van 679 tot 719 over de Friezen regeerde, bereikte het land zijn grootste omvang. Het Friese taalgebied strekte zich langs de Noordzee uit van de Rijnmonding tot het zuiden van Denemarken. In die tijd rukten de Franken op en Pippijn II wist in 689 Dorestad, een belangrijke Friese handelshaven, op Radboud te veroveren. Geleidelijk werden de Friezen verdreven naar de kustgebieden; aan het eind van de 8e eeuw kwamen ze definitief onder het gezag van Karel de Grote.

Bron: De Fryske Akademy Het Fries is als zelfstandige taal in de Middeleeuwen vooral overgeleverd in rechtsteksten; het Oudfries diende niet alleen als spreektaal, maar heeft ook als de taal van bestuur en rechtspraak gefungeerd. Nadat Friesland in 1498 haar zelfstandigheid had verloren was de behoefte om wetsteksten te vertalen niet zo groot meer, maar bij dichters leefde de wens om religieuze teksten en psalmen in hun eigen taal weer te geven. In de 17e eeuw kwam, met de Renaissance, ook de 'wedergeboorte' van het Fries als literaire taal. Van groot belang voor Friesland's literatuurgeschiedenis is de figuur van Gysbert Japicx (1603 - 1666), een talentvol dichter die als bron van inspiratie fungeerde voor latere stromingen in de literatuur. Zo begon de opbloei van het Fries tijdens de Romantiek in 1823 met het Gysbert Japicxfeest in Bolsward, en heette het toneelgezelschap van Pieter Jelles Troelstra in 1880 de 'Friese Kamer Gysbert Japikx'.

In deze Nieuwfriese periode is een constante stroom van letterkundige publicaties op gang gekomen, en sinds 1947 kent de provincie Fryslân de Gysbert Japicxprijs toe aan Gysbert Japicx belangrijke auteurs. Naast authentieke literatuur hebben ook vertaalde werken een plaats in het letterkundig geheel. Een tentoonstelling afgelopen zomer in het Frysk Letterkundich Museum liet zien dat er niet alleen in vorige eeuwen, maar met name de laatste decennia ook heel veel vertalingen zijn gepubliceerd. Er is in het Fries vertaald vanuit talloze bronnen, waaronder de volledige Bijbel, Oud- en Middelengelse literatuur als 'Beowulf','The Canterbury Tales en andere klassieken. Delen van de 'Ilias' en de 'Odyssee'zijn te zien naast de complete werken van William Shakespeare; de monoloog van Hamlet: 'To be or not to be, that is the question!' is op schrift gesteld in drie versies. Daarnaast hebben ook de lezers die graag moderne wereldliteratuur in het Fries willen lezen keus te over: de boekhandel biedt een keur van vertaalde werken uit allerhande moderne talen voor jong en oud. Ook het aantal vertalingen dat uit het Fries in andere talen is verschenen wordt de laatste tijd steeds groter, met name romans en gedichten in het Nederlands. Er zijn inmiddels meer dan negentig vertalingen van het melodieuze vers 'Bitterswiet' van de Friese dichteres Tiny Mulder.

'Fries is in', meldde de 'Leeuwarder Courant' onlangs. Zoals op de voorpagina te lezen is slaat het Fries aan in reclamecampagnes, op radio en televisie. Volgens een in het artikel geciteerde Groningse promovendus is dit omdat het Fries akoestisch gezien een rijkere taal is dan het Nederlands; dit zou ook het succes verklaren van bands als Twarres, De Kast en anderen in de rest van Nederland en zelfs in België. Mogelijk is het ook dit kenmerk dat, meer dan bijvoorbeeld woorden die op elkaar lijken, bij velen associaties met het Engels oproept. Er wordt tegenwoordig veel gedaan om de Friese taal levend te houden. Een belangrijke taak bij het stimuleren van het gebruik van het Fries naast de lingua franca is weggelegd voor de Fryske Akademy, gevestigd in het centrum van Leeuwarden en onderdeel van de K.N.A.W., een koepelorganisatie die een groot aantal levens- en geesteswetenschappelijke instituten onder zijn beheer heeft. De Akademy is opgericht in 1938, en is het wetenschappelijk centrum voor onderzoek en onderwijs met betrekking tot Friesland en zijn bevolking, taal en cultuur in de meest brede zin. Er werken ongeveer 80 mensen. Zoals directeur dr. Lammert Jansma in een vraaggesprek toelicht, vervult de Fryske Akademy in de Friestalige wereld een voortrekkersfunctie.

Het instituut heeft leerstoelen aan de Universiteit van Leiden, waar men Fries kan kiezen in de De Fryske Akademy vrije ruimte, en in Amsterdam, waar een doctoraal - opleiding in de Friese Taal en Letterkunde wordt verzorgd. Momenteel zijn er ruim 30 universitaire studenten die Fries als bijvak hebben gekozen; de doctoraalopleiding wordt gevolgd door ongeveer tien mensen. Daarbij zijn de studenten die elders Fries studeren - dit kan ook in Groningen - niet meegeteld. Een heel behoorlijk aantal, vooral als men bedenkt dat andere moderne talen, bijvoorbeeld Duits, aan sommige universiteiten nog minder plaats innemen. Het wetenschappelijk onderzoek is verdeeld over drie vakgroepen: taalkunde, geschiedenis en sociale wetenschappen. De professionele staf werkt samen met amateur wetenschappers in 20 werkgroepen, de 'wurkferbannen', die ook deel uit maken van het wetenschappelijk palet van de Fryske Akademy en zich op een breder terrein bewegen dan de staf: van musicologie tot biologie, van archeologie tot heraldiek. Om een zo groot mogelijk taalgebied te kunnen bedienen worden studies, afhankelijk van het onderwerp, gepubliceerd in drie talen: Fries, Nederlands en Engels, of eventueel Duits. Een taalsociologisch onderzoek heeft uitgewezen dat 94% van de gehele bevolking van Friesland het Fries kan verstaan, 74% het kan spreken, 65% in staat is het te lezen en 17% het ook kan schrijven. In cijfers vertaald betekent dit dat van de ruim 600.000 inwoners van de provincie er ongeveer 450.000 Fries kunnen spreken; voor 350.000 van hen is het ook de moedertaal. Dr. Piet Hemminga, wetenschappelijk medewerker bij de Fryske Akademy op het gebied van taalbeleid, licht toe dat er bij de gepubliceerde cijfers over het aantal sprekers van de Friese taal kanttekeningen gemaakt kunnen worden.

Friesland is decennia lang een emigratieland geweest; mensen zijn vertrokken naar elders, en hebben de taal meegenomen. Als wij deze 'emigranten' ook zouden meetellen komt het aantal Friestaligen veel hoger uit: onder het nodige voorbehoud zijn het er dan 650.000. Voor de ontwikkeling van de Friese taal en de cultuur zijn zij echter verloren, aldus de heer Hemminga, hoewel een gedeelte van hen in diverse steden in Nederland het Fries levend houdt in kleine groepen of verenigingen, Fryske Kriten. Sommige daarvan zijn al honderd jaar oud, en betekenen veel voor de Friese taal en cultuur in kleine kring. Tegenover de 'afvallers' staan de nieuwkomers: mensen die vanuit alle delen van Nederland maar ook uit de rest van de wereld naar Friesland komen, en ook Fries gaan leren. Dit is niet alleen wenselijk maar ook nodig, want hoewel iedere Fries ook Nederlands spreekt, is op de werkvloer het Fries meestal de taal van de communicatie.

Geografisch zijn er de nodige verschillen, die te maken hebben met de geschiedenis. Voor een Fries is meteen te horen uit welke regio van Friesland iemand afkomstig is. Het oudste Fries dat bewaard is gebleven kan al Friesland onderscheiden worden in Wester- en Oosterlauwers Fries. Het Westerlauwers Fries is ook nu nog de taal die in het grootste deel van Friesland gesproken wordt, maar niet overal. In het zuiden, in de Stellingwerven, wordt Stellingwerfs gesproken, een Nedersaksisch dialect dat verwant is aan het Nederduits; in het noordwesten, het Bildt, spreekt men Bildts, een Nederlands dialect met Friese invloeden. Dan is er nog het Fries van de steden, het Stadsfries, dat meer op Nederlands lijkt. Na de Middeleeuwen werd het Fries een plattelandstaal: Friezen waren boeren. Na de Tweede Wereldoorlog waren dorpen op het platteland nog volstrekt homogeen Friestalig. In de grote steden, zoals Sneek, Leeuwarden, Franeker, Harlingen sprak men daarentegen naast Stadsfries voor het grootste deel Nederlands. Sinds 1960 zijn er veel mensen van het platteland naar de steden getrokken, en ook omgekeerd. Daardoor nam op het platteland het Hollands toe, en in de stad het Fries. Tussen steden kan onderscheid gemaakt worden tussen oude en nieuwe steden. In oude steden zoals Leeuwarden en Sneek, waar niet veel trek van het platteland naartoe is gegaan, is de bevolking vrij Nederlands / Stadsfries gebleven; jonge steden zoals Drachten daarentegen hebben juist veel mensen van het platteland naar zich toe getrokken, en zijn daardoor veel meer Fries geworden.

In de jaren vijftig heeft de Nederlandse regering Fryslân als een tweetalige provincie erkend; het werd duidelijk dat Friesland een tweede taal had, en dat daar iets mee moest gebeuren. Onder de intelligentsia bestond al geruime tijd ontevredenheid over de neerbuigende houding van de gerechtelijke autoriteiten. Er waren rellen in Leeuwarden met betrekking tot de taalkwestie, waar zelfs agenten met knuppels aan te pas kwamen. Omdat het zich allemaal afspeelde op een vrijdag heet dit oproer heel toepasselijk 'Kneppelfreed'- Knuppelvrijdag. Op deze dag in November wordt nog steeds het ontstaan van een actieve Friese taalpolitiek herdacht; men vierde onlangs de 50e verjaardag. In 1996 werd het Europees Handvest voor Regionale of Minderheidstalen door Nederland geratificeerd, waarin voor het Fries 48 maatregelen van het derde hoofdstuk, betreffende een actief taalbeleid, zijn opgenomen. In 1995 werd het recht het Fries in gemeenteraden en Provinciale Staten te gebruiken wettelijk bevestigd. Sinds 1997 beschermt de wet het recht de taal ook te spreken in de rechtszaal; sinds de jaren vijftig was dit al toegestaan. In 2000, toen de Friezen werden opgenomen in het Europees Kaderverdrag voor de Bescherming van Nationale Minderheden, hernieuwde de Nederlandse regering met zoveel woorden de speciale status van het Fries. Daarbij moet opgemerkt worden dat het, los van staatkundige erkenning, al in de 19e eeuw en ver daarvoor als een taal beschouwd werd en niet als een dialect. Immers, al in de Middeleeuwen werd er in het Fries geschreven; het had een historie, er werd poëzie geschreven, er was literatuur in - alle kenmerken van een volwaardige taal.

In navolging van de ontwikkelingen in Friesland streeft ook het Nedersaksisch naar principiële erkenning. In Nederland is daar o.a. het Drents, Gronings, Stellingwerfs; in Duitsland het Oostfries, dat geen Fries is maar is Ost Friesland een variant binnen de Nedersaksische dialecten. Alleen in het Saterland, een heel klein gebiedje ten zuiden van Ostfriesland, wordt van oudsher nog Saterfries gesproken door om en nabij 2500 mensen. Dit Friese taalgebied is overeind gebleven dankzij zijn ruimtelijk isolement; het Saterland lag midden in het veen en was moeilijk te bereiken. Daardoor is de taal er gebleven en heeft erkenning gekregen in Duitsland, zowel in Berlijn als Hannover. Hetzelfde geldt voor het Noordfries in Sleeswijk-Holstein. Naast het Sorbisch in het voormalige Oost Duitsland is het een van de beide autochtone regionale talen. Qua erkenning hebben deze in Duitsland dezelfde status en positie als het Fries zoals wij dat in Nederland kennen. Overigens kunnen Friezen elkaars taalvarianten niet altijd goed verstaan en lezen; er wordt gewerkt aan cursusmateriaal dat de verschillen tussen Westlauwers Fries, Saterfries en Noordfries helpt overbruggen, zodat de communicatie tussen de drie Frieslanden - Fryslân, Sealterlân en Nordfriesland - kan worden verbeterd.

Erkenning blijft bij mooie woorden op papier als er geen goede beleidsontwikkeling is; voor minderheidstalen is de nationale regering altijd degene geweest die hun positie heeft verzwakt middels wetgeving en subsidieregelingen. Sinds de Europese integratie hebben de regionale talen plotseling een bondgenoot gekregen: er werd geweldige winst geboekt toen Brussel en Straatsburg zich ermee zijn gaan bemoeien. Overheden zijn nu verplicht om regelmatig te rapporteren over de minderheden; zo blijven zij op de agenda staan. Overigens is dit aandachtspunt voorbereid door parlementariërs uit de desbetreffende regio; in Nederland door een Friese staatsecretaris, die in Den Haag op Binnenlandse Zaken zat en affiniteit had met het taalbeleid. Van grote invloed is de regelgeving voor het onderwijs. In 1980 is het Fries een verplicht vak geworden in het basisonderwijs en in 1993 in de basisvorming; al eerder was het mogelijk om Fries als examenvak te kiezen in het voortgezet onderwijs en op de pedagogische academie. Het streven is om het Fries vanaf de basisschool even goed aan te leren als het Nederlands: de leerlingen moeten Friesland leeft beide talen kunnen verstaan, lezen, spreken en schrijven. Maar voor veel scholen is het een probleem om de kerndoelen te halen; men heeft niet voldoende tijd om alle lesstof aan te bieden. De onderwijsinspectie schreef aan het begin van dit jaar een vernietigend rapport over de kwaliteit van de Friese lessen in het basisonderwijs. Met name het leren schrijven is een probleem. Een belangrijke factor daarbij is dat kinderen in de steden, die thuis Nederlands / Stadsfries spreken, weinig binding hebben met Fries. Ze zien het als een vreemde taal, en het lukt bij het gros niet om die goed te leren beheersen. Veel scholen komen ook niet verder dan het zingen van een Fries liedje en het kijken naar de schooltelevisie. Het gevolg is dat het niveau van de leerlingen die het voortgezet onderwijs binnenkomen absoluut niet op één lijn ligt; het werken met zo'n diverse groep vereist van de docenten veel improvisatie. De lerarenopleidingen hebben ook de nodige problemen. Veel studenten - leerkrachten in wording - beheersen zelf het Fries in onvoldoende mate, waarbij ook weer het schrijven het struikelblok is; kennisoverdracht wordt hierdoor bemoeilijkt en een oplossing is niet in zicht.

Misschien omdat de Friezen, net als veel andere minderheden, zo hebben To be or not to be .... moeten vechten voor hun verworvenheden, zijn niet - Friezen geneigd hun een groter chauvinisme toekennen dan zij vermoedelijk zelf ervaren. Ook Friezen voelen zich gewoon Nederlanders; niet al hun zeilboten hebben Friese namen en niet alle bedrijven ontlenen hun naam aan de provincienaam. Hun taal kent Hollandse invloeden en neemt, zoals de meeste talen, Engelse woorden op. Het vertaalbureau van de Fryske Akademy doet weliswaar aan corpusplanning en zoekt een goed Fries woord voor bijvoorbeeld Engelse computertermen, maar het is erg moeilijk om die breed te laten gebruiken. Er mag dan, net als in elk taalgebied, een aantal taalkundigen zijn die de taal puur willen houden, voor de man of vrouw in de straat is het iets vanzelfsprekends dat hij of zij niet 'het echte Fries' spreekt en dat is het streven ook niet. Net als iedere levende taal groeit en verandert ook het Fries. Over de vooruitzichten van de Friese taal in de komende jaren is zowel de heer Jansma als Hemminga optimistisch: beiden verwachten een toename van de positieve invloed van de media. Daar is Omrop Fryslân die regelmatig nieuw taalgebruik introduceert, daar is de toenemende belangstelling voor Friestalige popgroepen en niet te vergeten de enorme groei van het aantal Fries georiënteerde websites en hedendaagse Friese schrijvers. Sinds de tijd dat Shakespeare zijn toneelstuk 'Hamlet' schreef, maar waarschijnlijk al lang daarvoor, filosofeert de mensheid met enige regelmaat over de stelling: 'Bistean ef net bistean - dat is de fraech' Na een bezoek aan Friesland's Akademy in Ljouwert is het duidelijk dat er over de Friese taal geen twijfel hoeft te zijn: die bestaat.

 

Bronnen

De Fryske Akademy, Doelestraat 8, Leeuwarden:

Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum, Grote Kerkstraat 212, 89 11 EG Leeuwarden: De Leeuwarder Courant: Ieder mens zijn eigen taal. Pagina 1, 11 september 2001)
Met speciale bijlage ter gelegenheid van het Europese Jaar van de Taal.
Marc van Oostendorp: Het Proefschrift van Ab van Langevelde / Het bedrijfsleven en het Fries. Onze Taal 2001- 9, blz.232.
Hendrik Stoorvogel: Friesland / Fryslân. 1997, Amersfoort, Uitgeverij Bekking.
Victor Stevenson: Woorden / Een geïllustreerde geschiedenis van de westerse talen.
Amsterdam, De Lantaarn, 1998, blz. 129-30.
Omrop Fryslân: Televisie - uitzending op zondag 9 september 2001.

Dit artikel is geplaatst in december 2001 in nummer 4 van de Linguaan, het vakblad voor tolken en vertalers uitgegeven door het NGTV, het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers in Driebergen.

Terug