BPD
Met BPD, voluit Bronchopulmonale Dysplasie, wordt een chronische longaandoening bedoeld die gekenmerkt wordt door het langdurig bestaan van ademhalingsmoeilijkheden, met name bij te vroeg geboren kinderen. BPD is een ernstige aandoening, die voor het kind maar ook voor de ouders grote gevolgen heeft. Gelukkig bestaan er steeds meer mogelijkheden voor de behandeling, maar ook voor de preventie of het voorkomen van BPD, zodat de vooruitzichten van een kind met BPD geleidelijk aan beter zijn geworden. Hoe BPD precies ontstaat, is in feite nog niet goed bekend. Wel is het duidelijk dat een combinatie van factoren het ontstaan ervan in de hand werkt. BPD wordt vooral aangetroffen bij veel te vroeg geboren kinderen, als gevolg van een langdurige kunstmatige beademing, waarbij een hoge beademingsdruk, en zuurstof in hoge concentraties, nodig waren. Waarom het ene kind wel BPD krijgt en het andere kind met dezelfde risicofactoren niet, blijft echter nog een onvoldoende opgelost probleem. Zeker is het dat het om een beschadiging gaat van onrijpe en/of zieke longen waarbij zuurstof een belangrijke rol speelt, deze zuurstof die evenwel voor het welzijn van het kind met BPD zo belangrijk is.
Ductus botalli
Onder bepaalde omstandigheden kan een bloedvat open blijven dat zich gewoonlijk kort na de geboorte sluit. Dit bloedvat, dat een verbinding vormt tussen de bloedstroom door de longen en de bloedstroom door de rest van het lichaam, is vóór de geboorte van grote betekenis. Als het na de geboorte open blijft kan het soms de oorzaak zijn van een overbelasting van het hart. Bij te vroeg geborenen, en vooral bij te vroeg geborenen met ademhalingsmoeilijkheden zoals bijv. IRDS, komt het vaker voor dat deze ductus open blijft. Het herstel van de ademhalingsmoeilijkheden wordt moeilijker en duurt ook langer wanneer er sprake is van een open ductus. Soms kan de ductus tijdens de herstelfase van het IRDS gaan opspelen, waardoor een terugslag kan ontstaan. De ductus kan zich heel vaak toch nog vanzelf sluiten, maar vaak is het nodig om hiervoor de totale hoeveelheid vocht die het kind krijgt te beperken. Wanneer dit niet helpt zal een geneesmiddel gegeven worden dat heel veel gevallen de sluiting van de ductus alsnog bewerkstelligt (indomethacine). Wanneer ook dat niet lukt en de ductus wel veel problemen blijft geven, zal dit bloedvat door de kinderhartchirurg operatief afgebonden moeten worden.
Klaplong
Door de geforceerde ademhaling kan er een longblaasje knappen. Hierdoor komt er lucht tussen de long en de borstkaswand, waardoor de long dichtklapt en niet meer functioneert. Dit is een ernstige complicatie, waarvan het kind een behoorlijke terugslag kan krijgen. De lucht die op de verkeerde plaats zit, moet dan met een slangetje worden weggezogen (thoraxdrain). Dit is pijnlijk, en het kind krijgt dan ook pijnstillers. Meestal geneest de long dan weer vanzelf.
ROP
ROP staat voor 'Retinopathy Of Prematurity'. Bij deze aandoening is het netvlies van de ogen beschadigd. Dit kan ontstaan bij kinderen die behandeld zijn met extra zuurstof. De ernst varieert. Niet altijd is behandeling de aangewezen weg, maar vaak kan een tijdige behandeling blindheid voorkomen.
ADHD
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit.
Makkelijker te onthouden is misschien Alle Dagen Heel Druk. Maar... deze benaming klopt niet altijd. Niet iedereen met ADHD is hyperactief of druk.
PDD-NOS
Dit is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een Engelse naam voor stoornissen die worden gerekend tot de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Pervasieve ontwikkelingsstoornissen is de overkoepelende naam voor stoornissen waartoe ook het autisme behoort. Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd.