Ik ben Patricia (toen 22 jaar) en ben in 1997 getrouwd met Gerrit (toen 28 jaar) . Samen zijn we de trotse ouders van Robin en Lucas. Beide jongens zijn geboren na een zwangerschapsduur van 31,6 weken met een groeiachterstand van ca. 4 weken. Dezelfde zwangerschapsduur, alleen bijna 3 jaar en 8 maanden na elkaar. Ze zijn pre- en dysmatuur geboren, dat betekent dat ze te vroeg geboren zijn (prematuur) en te licht voor de duur van de zwangerschap (dysmatuur).
In 1998 kon ons geluk niet op toen de zwangerschapstest positief bleek te zijn. We waren zelfs zo enthousiast dat we op mijn verjaardag vertelden, dat we een kindje zouden krijgen rond 3 juli 1999. Een paar dagen na mijn verjaardag moesten we naar de verloskundige, die dag zou ik 12 weken zwanger zijn. In de vroege morgen van die dag, kwam ik erachter dat ik aan het vloeien was. Gevoelsmatig wist ik al dat het over was. We hebben die paar lange uren gewacht, voordat we naar de verloskundige konden gaan. Mijn vermoeden werd bevestigd, ze kon helaas geen harttonen vinden. In het ziekenhuis werd met een inwendige echo bepaald, dat het kindje er niet meer was. Waarschijnlijk is het in de 8e zwangerschapsweek al misgegaan, ik heb toen erg veel last van krampen gehad. Maar mijn lichaam reageerde vanaf die tijd nog steeds alsof ik zwanger was. Tussen kerst en oud en nieuw ben ik gecuretteerd. En vanaf dat jaar hebben we iedere keer met oud en nieuw een vuurpijl afgeschoten voor dit kindje wat nooit geboren is, maar toch deel uitmaakt van ons gezin.
Ik bleef nog lang vloeien en pas in het voorjaar mochten we weer aan een nieuwe zwangerschap gaan denken. Half juni 1999 was de test wederom positief. Uit angst dat het weer mis zou gaan, hebben we de zwangerschap 14 weken stilgehouden. Gelukkig had ik geen last van zwangerschapskwaaltjes, wat het gemakkelijker maakte om niets te zeggen. Rond de 28 weken zwangerschap moest ik voor controle naar de verlos-kundige en daar kregen we te horen dat mijn bloeddruk explosief gestegen was. Ook werden eiwitten in de urine gevonden, daarom moest ik naar het ziekenhuis. Daar kreeg ik allerlei onderzoeken, waaronder een dopler. Hieruit bleek dat het kindje gestopt was met groeien en dat het weinig voeding kreeg. Dat betekende bedrust, ik mocht zelfs niet meer naar huis om mijn spullen te halen. Een oorzaak voor mijn hoge bloeddruk kon men niet geven, het leek veel op pre-eclampsie, maar gek genoeg ook weer niet. Zoals een gynaecoloog zo mooi omschreef: De baby is als een oud mannetje en als ik zou rusten, dan rustte het oude mannetje ook, want daar houden ze van. Zodra ik actief zou worden dan moest het oude mannetje dat ook en als ze ergens een hekel aan hebben, dan is dat wel om in beweging te komen. Vanaf de eerste dag van mijn ziekenhuisopname werd ik geplaagd door heimwee, maar de verpleging deed er gelukkig alles aan om dit draaglijk te maken. Na anderhalve week rust kreeg ik opnieuw een dopler onderzoek. Het ging alleen maar slechter met ons kindje en ik moest worden overgeplaatst naar een academisch ziekenhuis, omdat ik waarschijnlijk de 32 weken niet zou halen.
Ik werd opgenomen in het Radboudziekenhuis in Nijmegen. Ook hier, nog verder van huis, had ik enorm veel last van heimwee en helaas ondervond ik hier geen begrip van de verpleegkundigen. Door de extra spanning bleef mijn bloeddruk stijgen. Gelukkig kwam Gerrit iedere dag, want dankzij hem werd ik rustig en bleef mijn bloeddruk onder controle. De avond voordat Robin gehaald werd, lag ik vroeg aan het CTG, omdat ik graag met Gerrit koffie in de koffieshop wilde drinken. Maar ons kindje gaf op dat moment aan, dat er iets niet goed zat. De koffieshop hebben we dus niet meer gezien die avond. Na een paar uur aan het CTG werd Gerrit toch naar huis gestuurd om te gaan slapen. Middenin de nacht werd ik wakker gemaakt om nogmaals een uur aan het CTG te liggen. En voor het ontbijt kreeg ik weer een CTG. Meteen na het ontbijt kwam er een aantal artsen en een gynaecoloog aan mijn bed met de vraag of ik al gegeten had en of ik Gerrit direct kon bellen. Ik besefte in eerste instantie niet wat er aan de hand was. Ik belde Gerrit om te zeggen dat hij snel naar Nijmegen moest komen, omdat hij die dag vader zou worden. Gerrit was er stil van
..voor hij de verbinding verbrak kon hij nog net uitbrengen dat hij onderweg was.