Gerrit en ik leren elkaar in de zomer van 1994 kennen, we zijn dan allebei 18 jaar oud. Eén ding weten we direct zeker: we willen graag kinderen. In 1998 kopen we ons eerste huisje, een arbeiderswoning uit begin 1900 en na een jaar kunnen we gaan samenwonen. Na twee jaar begint het bij ons te kriebelen, we verlangen naar een kindje. In juli 2001 besluiten we om de anticonceptie te stoppen. Aangezien ik geen regelmatige cyclus heb, is het moeilijk te bepalen wanneer ik vruchtbaar ben. In augustus merk ik dat ik overtijd ben en we doen een zwangerschapstest. Gerrit vraagt of ik zwanger ben en ik laat hem het teststaafje zien. Met een agenda op schoot gaan we rekenen en ons kindje zal begin juni 2002 geboren worden.

We vertellen het onze ouders, die erg verrast zijn. In november kopen we de baby-meubeltjes en we schaffen langzaamaan de baby-uitzet aan. Tijdens de controles bij de verloskundige is alles goed. Met sinterklaas en kerst krijg ik opeens weer last van epilepsie. Ik krijg 3 aanvallen in 4 weken tijd.  Ik heb al van kleins af aan epilepsie, maar de laatste keer dat het zo hevig was, is dan meer dan 18 jaar geleden. Volgens de dokter heb ik me te druk gemaakt vanwege de decembermaand. Hij stuurt me voor een echo naar het ziekenhuis en daar lijkt alles goed met de baby. Ik mag dan ook gewoon onder controle blijven bij de verloskundige. Mijn buik groeit echter bijna niet, het is nauwelijks te zien dat ik al 4 maanden zwanger ben.

Als ik op 15 maart op controle kom bij de verloskundige (ik heb dan inmiddels een klein buikje), wordt mijn bloeddruk gemeten en die is aan de hoge kant (85/150). Ik moet daarom 3 dagen later terugkomen. Op 18 maart om 11.00 uur ga ik weer op controle en Gerrit gaat met me mee. Mijn bloeddruk blijkt te zijn gestegen tot 95/160. Ook wordt eiwit in de urine aangetroffen. Ik word direct naar het ziekenhuis gestuurd, waar om 12.00 uur een echo gemaakt wordt. Ook wordt mijn bloed en urine onderzocht. Drieënhalf uur hebben we in de wachtkamer gezeten, zonder dat iemand ons vertelde wat er aan de hand was. Dit was een hele vervelende ervaring voor ons. Dan worden we in een kamertje geroepen en daar wordt ons verteld dat ik ernstige zwangerschapsvergiftiging heb en dat het slecht gaat met de groei van het kindje. Ik word dan ook direct opgenomen en moet plat blijven liggen om te rusten. Gerrit blijft nog even bij me en ook mijn moeder komt nog even langs. Ik spreek af met Gerrit dat ik hem om 6.00 uur 's ochtends zal bellen en om 9.30 uur, als de artsen hun ronde hebben gemaakt.

De volgende ochtend gaat het iets beter, de bloeddruk is wat omlaag gegaan. Daardoor krijgen we weer hoop, ik ben tenslotte pas 29 weken zwanger. De dinsdag daarop eet ik na de bloeddrukmeting mijn ontbijt op en daarna staat de gynaecologe aan mijn bed. Zij vertelt mij dat er is gebeld met het Academisch Ziekenhuis te Groningen en enkele andere ziekenhuizen, omdat het erg slecht met me gaat. Ze zegt dat het kindje er over een paar uur misschien al is. Ik bel Gerrit op zijn werk en vertel dat ik over 5 minuten naar Groningen zal worden gebracht, omdat ik het Hellp-syndroom heb. Gerrit belt dan naar mijn moeder en samen gaan ook zij naar Groningen.
In Groningen word ik direct onderzocht en er worden echo's en ctg's gemaakt. De baby wordt gelukkig nog niet gehaald. Elke dag lig ik 10 uur aan het ctg-apparaat en ik word ruim 50 kilo zwaarder, omdat ik zoveel vocht vasthoud. Op zaterdag 23 maart is Gerrit al vroeg in het ziekenhuis en om 20.00 uur gaat hij naar huis. Wij zijn allebei ontzettend moe. Ik kan mijn ogen bijna niet meer openhouden en zeg tegen Gerrit: “Tot morgenochtend” . Ik kan niet vermoeden dat ik hem vijf uur later al weer zal zien.

Dan komt de verpleegkundige binnen om te kijken of de ctg wel goed zit, want die geeft een heel raar beeld, zo meldt ze. Ik val steeds weg in een slaap/coma en soms stopt mijn hartslag even. Ook met de hartslag van de baby gaat het niet goed. Als er om 22.30 uur een arts bij me komt, vraag ik hem hoe het ervoor staat en wat er zal gaan gebeuren. Hij laat doorschemeren dat het kindje binnen 12 uur ter wereld zal komen. Ik kijk dan nog even naar de televisie en om 23.30 uur staat de arts weer aan mijn bed. Hij vraagt of ik nog iemand wil bellen, want het kindje moet zo snel mogelijk geboren worden. Ik bel Gerrit uit zijn bed en bel ook zijn ouders, want die moeten hem naar het ziekenhuis brengen. Ook mijn ouders komen naar het ziekenhuis. Om 1.00 uur word ik naar de operatiekamer gereden en om 2.00 uur (het is 24 maart) wordt onze dochter Nathalie via een keizersnede geboren, na 30 weken en 3 dagen zwangerschap. Ze weegt 900 gram en is 36 cm. lang. Nathalie wordt naar de NICU gebracht, waar zij wordt onderzocht. Ze heeft een apgarscore van 5 en 7. Als ik op de uitslaapkamer kom, zie ik Gerrit weer. Hij is dan al bij Nathalie geweest en heeft een foto van haar. Ook de opa's en oma's hebben haar al gezien. Ik nog niet….
Nathalie, 15 minuten oud
Pas de volgende morgen word ik naar onze dochter gebracht. Ze is zo klein en teer. Toch lijkt ze heel tevreden tussen al die slangen. De arts vertelt dan, dat na onderzoek is gebleken, dat Nathalie geen 30, maar slechts 28 weken is. De eerste twee dagen ademt Nathalie zelf en krijgt daarbij wat onder-steuning, om te voorkomen dat ze uitgeput raakt.  Maar dan krijgt ze een infectie, waardoor ze alsnog aan de beademing wordt gelegd. Na
slagen te verwerken, maar ze komt er steeds weer bovenop. Na 6 weken mag ze aan de “snor”, waardoor ze extra zuurstof krijgt toegediend. Ze krijgt nog steeds sonde-voeding en ik kolf 7x per dag borstvoeding voor haar. Mijn verjaardag (31 maart) vieren we in stilte in het ziekenhuis. Ook moederdag vieren we op de NICU en ik krijg een hartje met een piepklein voetje erop, “voor mamma” staat erbij geschreven.  







Nathalie heeft nog steeds een open ductus en de artsen vertellen ons dat deze vóór 20 april gesloten moet zijn, omdat anders een operatie noodzakelijk is. Op 19 april wordt een echo gemaakt en het blijkt dat de opening kleiner is geworden. Er wordt besloten om een week later nogmaals te kijken en dan blijkt dat de ductus zich toch heel langzaam aan het sluiten is. Een operatie is dus niet nodig.

Op 16 mei gaan Gerrit en ik, zoals elke avond, weer naar Groningen toe, een rit van een uur. In het ziekenhuis aangekomen, krijgen we te horen dat ons meisje mag worden overgeplaatst naar Leeuwarden. Nathalie heeft een flesje van 30 ml. leeggedronken, de ductus is zich aan het sluiten en de zuurstof kan men ook in Leeuwarden verder afbouwen. Nadat we bij Nathalie geweest zijn, beginnen we beneden in de hal van het ziekenhuis allebei te huilen van blijdschap!  Ik overnacht bij familie, die in de buurt van het ziekenhuis woont, zodat ik de volgende ochtend om 9.30 uur samen met Nathalie mee kan in de ambulance naar Leeuwarden.

Op 17 mei, om 11.00 uur komen we aan in Leeuwarden. Er staat al een couveuse voor Nathalie klaar, ze krijgt een plekje in een hoekje van de afdeling. Ik maak kennis met de verpleegkundigen en ik krijg een rondleiding over de afdeling. We kunnen Nathalie nu vaker bezoeken en werken toe naar haar thuiskomst. Na vier weken weegt Nathalie eindelijk 2000 gram en op 20 juni geeft de arts aan dat Nathalie naar huis mag als zij 3 flesjes per dag zelf kan drinken en de zuurstofbehoefte iets lager wordt. Ik barst in huilen uit, zo blij ben ik. De verpleegkundige vertelt me dat men ervoor zal zorgen dat er thuis zuurstof komt. Vanwege BPD zal Nathalie namelijk nog enige tijd extra zuurstof nodig hebben. Er wordt ook een sondevoedingpomp en medicatie geregeld voor thuis. Ook zal Nathalie fysiotherapie aan huis krijgen. Dolblij bel ik Gerrit op zijn werk, hij kan het nauwelijks geloven dat ons meisje eindelijk naar huis mag. Samen hebben we die avond nog een gesprek op de afdeling en krijgen uitleg over wat er de komende dagen gaat gebeuren. Ik mag 2 dagen gebruikmaken van de rooming-in, zodat ik kan wennen aan Nathalie en alvast zelf voor haar kan zorgen, zodat ik thuis niet voor verrassingen kom te staan.

Op zondag 24 juni om 10.00 uur komt Gerrit ons ophalen in het ziekenhuis. Hij heeft een reisfles zuurstof bij zich. We pakken alles in en nemen afscheid van de artsen en verpleegkundigen. We gaan naar huis !
Nathalie
Nathalie heeft thuis nog 9 maanden zuurstof en medicijnen nodig gehad, vanwege haar longproblemen. Daarna is dit langzaam afgebouwd. Na een jaar gebruikt ze alleen nog flixotide (pufje). Vaak wordt gevraagd wat er met haar aan de hand is en er wordt ook regelmatig naar haar gekeken. Ze trekt zich echter niets aan van die blikken en als ze wat ouder is, zegt ze zelfs: "Is er iets?", waarna de mensen vaak weer doorlopen. Ze weet haar mondje goed te roeren! Nathalie beseft dan al heel goed waarom zij zuurstof en sondevoeding nodig heeft en heeft daar geen problemen mee.
Sinds augustus 2004 gaat Nathalie naar de peuterspeelzaal. Ze heeft het daar prima naar haar zin en doet goed haar best. Nathalie is een spontane, pientere en zorgzame dame. Een grote eter is ze echter niet.

Ondanks dat we met Nathalie een hele moeilijke en zware periode hebben meege-maakt, hebben we gekozen voor een tweede zwangerschap. Op 9 september 2004 heeft Nathalie een zusje gekregen. Chariza is geboren na een zwangerschap van 37 weken, was 47 cm. lang en woog 2900 gram. Tijdens deze zwangerschap bleek ik een verhoogd risico te hebben op zwangerschapsvergiftiging en ook bleek ik diabetes te hebben. Mogelijk ligt hierin de oorzaak voor de vroeggeboorte van Nathalie.
Nu Nathalie op de peuterspeelzaal zit, bereiden we haar langzaam voor op de basis-school. Daar gaat ze volgend jaar 5 ochtenden en 1 middag naar toe en dat zal best zwaar zijn voor haar. Nathalie heeft vrijwel niets overgehouden aan haar vroeggeboorte. Zij is een wonderkind !
EN HOE GAAT HET NU?
Helpp-syndroom:
Zeer ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging.

Open Ductus Botalli:
Bij ongeboren kinderen vormt de Ductus Botalli de verbinding tussen de bloedstroom door de longen en de bloedstroom door de rest van het lichaam. Dit bloedvat sluit zich normaal gesproken na de geboorte. Bij prematuren gebeurt dit niet altijd vanzelf. Wanneer de Ductus Botalli ook na vochtbeperking en medicijnen open blijft, kan een operatie noodzakelijk zijn.

CPAP:
Conitinuous Positive Airway Pressure, ondersteuning van de eigen ademhaling d.m.v. een of twee slangen in de neus.

Snor (neusbril):
Zuurstoftoevoer via een slangetje wat onder de neus door geleid wordt.

BPD:
Tengevolge van de hoge druk van de beademing, kunnen longblaasjes en bloedvaten zo beschadigd raken, dat zij niet meer goed functioneren. Daardoor ontstaan langdurige ademhalingsproblemen, die vaak pas afnemen wanneer het kind opgroeit en er genoeg gezond longweefsel is bijgekomen. Kinderen met BPD zijn zeer vatbaar voor luchtweginfecties.
drie weken mag ze overgaan op CPAP en dat gaat goed. Soms kun je Nathalie zachtjes horen huilen. Ze heeft veel brady's en apneus en krijgt ook nog wat andere tegen-
Nathalie aan de beademing
Nathalie, kerst 2002
Nathalie
Chariza
no-rightclick