Yannick
Dit is het verhaal van ons laatste kindje. Een zoon, die 8 weken te vroeg geboren is, met een klein beetje extra. Namelijk 1 chromosoom.

We wonen met z'n allen op een te grote hobbyboerderij in het mooie Twente. Ik zie in mijn gedachten Yannick al geregeld lopen, hier op de boerderij.... klompjes aan, overalletje aan,  samen met papa op de tractor. Hij is hier echt op zijn plaats en dat meen ik van harte! Het zal niet altijd even gemakkelijk zijn en hij zal misschien best wat extra zorg nodig hebben. Maar we maken er met elkaar het beste van. Hij is heel welkom in ons gezin. Hij is op de eerste plaats een kind! Ons kind! En ik hoop dat wij hem kunnen begeleiden tot een emotioneel stabiel en gelukkig persoon, die straks enigszins op zichzelf kan wonen.
Zelf heb ik heel sterk het gevoel dat Yannicks komst in ons gezin geen toeval is. Als dat zo is, dan hangt mijn zwangerschap en bevalling van Yannick van toevalligheden aan elkaar. En dat zul je misschien gaandeweg het verhaal gaan begrijpen.

In augustus 2000 kwam ik tot de ontdekking dat ik zwanger was van ons vierde kindje. Dit alles na een jaar van heel hard trainen van buik- en rugspieren, omdat ik in de vorige zwangerschap heel veel last had gehad van bekkeninstabiliteit. Ik was al wel begonnen met slikken van foliumzuur, omdat dat de kans op een kindje met een afwijking zou beperken en dan met name het krijgen van een kindje met spina bifida of een kindje met Down Syndroom (werd me toen verteld!). Testen heb ik nooit gewild, elk kindje is welkom en abortus is voor mij geen optie! Dus ook deze keer heb ik niet laten testen, ik wilde zelfs geen extra echo met 11 weken voor de nekplooimeting.
De zwangerschap verliep heel voorspoedig, ik durf zelfs te beweren dat ik minder last had van mijn bekken dan de vorige keren. Ik wilde deze keer ook heel bewust zwanger zijn, omdat ik wist dat dit de laatste zwangerschap was. Tijdens de vorige zwanger-schappen was er altijd wel wat in de privésfeer, zodat het er eigenlijk nooit van was gekomen, om er heel bewust van te genieten! Ook deze keer kwam er weer wat tussen, maar ik heb direct aangegeven dat ik daar nu geen oog voor zou hebben, omdat ik voor de laatste keer zwanger was.  Deze keer liet ik het niet voor me verpesten! Ik wilde één keer onbezorgd  zwanger zijn en dat was ik ook....totdat ik 30 weken en 5 dagen zwanger was......
   
's Morgens tegen half zes werd ik wakker, omdat ik meende naar het toilet te moeten. Plots liep er allerlei vocht weg... “Zo nodig hoefde ik toch niet!”, dacht ik bij mezelf. Ik dacht er verder niet bij na, maar toen ik weer in bed lag, realiseerde ik me pas wat er aan de hand was.  Mijn vruchtwater liep weg.... “MIJN BABY”,  dacht ik, “DAAR GAAT MIJN BABY.........!!!!!” Ik heb direct Wilfried wakker gemaakt en geschreeuwd: “Ga alstublieft de vroedvrouw bellen, het gaat helemaal verkeerd!”. Wilfried is direct naar beneden gerend om het nummer te halen en te bellen, maar door de zenuwen kreeg hij het niet voor elkaar. Toen heb ik zelf gebeld en alles uitgelegd.  Daarna had ik het niet meer.... ik had al die tijd nog geen leven gevoeld en ik had een hele harde buik. Ik had echt het idee van: “Nou, dit was het dan...het kindje is dood!” Toen ben ik even heel stil op de stoel blijven zitten, met mijn handen op mijn buik en heb het kindje zachtjes toe gefluisterd: “Toe, laat even voelen dat je er nog bent, dat je nog leeft......we willen je toch niet missen!” Het duurde even, maar toen was hij er toch, hij bewoog....Gelukkig....                                        

De vroedvrouw die ondertussen gekomen was, controleerde het vruchtwater en belde toen direct de ambulance. De rit naar Hengelo begon, nadat ik afscheid had genomen van mijn andere drie kinderen en Wilfried mijn ouders had gebeld, of zij even wilden inspringen. Dat even zou drie weken gaan duren. In Hengelo constateerde men een scheurtje bovenin de vliezen. Men kon en wilde mij daar echter niet houden. Er was geen opvangmogelijkheid voor een kindje van maar amper dertig weken en ik had een verleden van hele snelle bevallingen, dus ik werd direct doorgestuurd naar een ziekenhuis dat die opvangcapaciteit wel had.
Ik had geluk dat er in Zwolle nog plaats was, want anders had ik nog veel verder weg gemoeten! In Zwolle werd ik platgelegd. Ik mocht niet van bed, met uitzondering van douche en toiletbezoek. De longrijping werd gecontroleerd aan de hand van het vruchtwater, dat nog steeds wegliep. Dat zou het ook blijven doen, omdat het steeds weer opnieuw bij gemaakt werd.  De longrijping was goed. Ik had in Hengelo al een spuit gehad en in Zwolle kreeg ik er nog een. Ook kreeg ik weeënremmers, eerst via een infuus, daarna in tabletvorm. Ik moest tot  32 weken zwanger-schap, dus tot 16 maart, in Zwolle blijven. Toen mocht ik weer terug naar Hengelo. Daar heb ik nog drie dagen zwanger gelegen. Toen begon de bevalling toch............

In de nacht van 18 op 19 maart 2001, had ik de hele tijd al zo'n onbestemd gevoel en voelde me niet echt lekker. Toch had ik nog niet het idee dat ik aan het bevallen was. Nachts was ik op en af wakker, ergerde mij aan de geur van een hyacint die op de kamer stond en was onrustig. Tegen de ochtend heb ik de verpleging toch maar gebeld en gezegd
dat ik dacht dat ik weeën had. Ik werd aan de CTG scan gelegd en er werden weeën geregistreerd. Dus  de verloskundige van het ziekenhuis werd gebeld en Wilfried natuurlijk. Want als ik eenmaal bezig ben is het vaak zo gepiept.  

De verpleging bracht me naar de verloskamers en daar werd alvast een infuus met weeënremmers aan gebracht, omdat het natuurlijk nog veel te vroeg was om te bevallen. Ik was nog maar net 32 weken. De verloskundige liet de gynaecoloog bellen, omdat ik aangaf dat de baby er aan zat te komen. De gynaecoloog kwam, toucheerde me en constateerde nog geen ontsluiting. Achteraf hoorde ik dat hij flink tegen de verloskundige tekeer is gegaan, omdat zij hem in zijn ogen voor niets had laten komen. Die man ging er blijkbaar ten onrechte vanuit dat elke vrouw volgens het boekje bevalt….

Nou, ik niet dus, want nadat ik weer terug naar mijn kamer was gebracht, begon de ellende pas echt. Ik kan hiervan nu maar een kort verslag geven, een uitgebreidere beschrijving van de bevalling kun je lezen op onze eigen website.  De weeën bleven komen, ondanks de weeënremmers, die op den duur niet meer opgehoogd konden worden. Tussendoor was ik opnieuw getoucheerd en weer werd gezegd dat het nog een hele poos kon duren en ik werd dus weer niet serieus genomen. De weeën werden steeds heftiger en gingen over in persweeën. We belden snel de verpleging en gelukkig kwam een verpleegkundige die mij kende en wist van mijn eerdere snelle bevallingen. Zij riep snel de gynaecoloog met de woorden: “Als die vrouw niet bevalt, eet ik mijn schoenen op!” De gynaecoloog kwam aan mijn bed met de woorden: “ Als er nu niets is, ga ik naar huis!”  Wat voelde ik me in de steek gelaten door deze man!
Hij toucheerde me en toen bleek ik dus 2 cm ontsluiting te hebben. “Maak haar maar klaar, maak de OK  maar klaar, we gaan naar boven.” Omdat de baby in stuit lag, zou ik een sectio (keizersnede) krijgen. Het duurde niet lang of ik was op de OK en toen begon het lange wachten, want de gynaecoloog had eerst nog een tangverlossing op de verloskamers. Op een gegeven moment zeg ik tegen de anesthesist: “Nu moet hij opschieten, want anders poep ik hem er zo nog uit!” Ik kon voelen dat de baby daalde en ik mocht niet persen, hij mocht niet normaal geboren worden. Toen de gynaecoloog kwam, moest ik voorover om een ruggenprik te krijgen. Ik had het idee dat de baby helemaal in de knel kwam te zitten. Toen ik niets meer voelde werd de sectio uitgevoerd en onze zoon werd geboren....
         
Ik mocht hem snel een kusje geven en toen werd hij afgevoerd naar het verwarmde bedje. Wilfried liep mee om te kijken of alles erop en eraan zat. Er werd gevraagd naar zijn naam en toen moesten we dus nog even nadenken, want we hadden al die tijd wel een naam gehad, maar ik had in Zwolle nog een naam gevonden die ik nog mooier vond. Wilfried zei toen tegen mij:  “Jij mag het zeggen!” Ik hoefde niet lang na te denken..... “Yannick, dan wordt het Yannick.....!!!!”
Yannick in de couveuse
met verpleegkundige Thea
Na de bevalling werd Yannick onderzocht door de kinderarts en daarna zo snel mogelijk naar de couveuse gebracht. Ik werd na de sterilisatie ( we hadden al gezegd dat vier kinderen genoeg was) gehecht en daarna naar de kamer gebracht. Ik voelde me op weg naar de kamer net een bakvis die overal om moest lachen. Volgens mij was het de uitwerking van een hele dag weeënremmers en narcose. Ik zei tegen Wilfried: “Ik ben nog nooit dronken geweest en nu heb ik het gevoel dat ik dronken ben!!” Ik werd in een kamertje alleen gelegd. In eerste instantie natuurlijk omdat ik mijn kindje niet bij me op kamer kon hebben. Maar er bleek dus achteraf nog een reden te zijn.... Ik werd gewassen en toen belden Wilfried en ik wederzijdse ouders, dat ze er een kleinzoon bij hadden en dat alles goed (!!!) was...... Mijn ouders zijn direct in de auto gestapt, om hun kleinzoon te zien. Wilfrieds moeder kon op dat moment niet goed lopen en kwam dus niet, maar feliciteerde ons al via de telefoon. Intussen kwam de kinderarts bij ons langs en feliciteerde ons met onze zoon......., maar hij heeft het Syndroom van Down!!!... zei hij er direct achteraan. “SO WHAT????” was onze reactie. Hij mankeert toch verder niets? Of wel? Nee, hij was verder gezond en deed het naar omstandigheden goed! Hij kreeg een klein beetje extra zuurstof toegediend en had een antibiotica infuus gekregen. Dit was omdat hij een infectie opgelopen kon hebben tijdens de bevalling. De arts legde ons uit waar we het aan konden zien en wat we er van konden verwachten. We hoorden het gelaten aan. Ik kon mij hierom geen zorgen maken. Mijn zorgen waren over toen de kinderarts ons zei dat Yannick het verder heel goed deed en niet in levensgevaar verkeerde!  Wij waren alleen maar blij met een kindje dat levend geboren was, het had net zo goed anders kunnen zijn. Toen de kinderarts uitgesproken was, wilden we dan ook zo snel mogelijk naar onze zoon.

De verpleegkundigen in de couveusekamer zorgden goed voor Yannick en ze waren allemaal stapel op onze vent. Ze vonden het allemaal een mooie, lieve vent. En dat was niet clichématig bedoeld! Mijn ouders die intussen waren gekomen, werden opgevangen door de verpleging.  Er werd hun uitgelegd wat er aan de hand was en hoe wij er op gereageerd hadden. Toen mijn ouders binnenkwamen hebben ze ons dan ook direct gefeliciteerd met de geboorte van onze zoon. De verpleging en de kinderarts hadden heel veel waardering voor de manier waarop wij reageerden op het hele gebeuren. Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe ik anders had kunnen of moeten reageren. Dit is geen verwijt aan ouders die niet zo konden reageren, maar bij ons was het gegeven dat Yannick leefde, veel belangrijker dan het gegeven dat Yannick het Down Syndroom heeft. Ik ben sinds de geboorte van Yannick ook niet meer bang geweest dat het nog verkeerd zou kunnen gaan. Ik had alle vertrouwen in de verpleging en de kinderartsen. En dat vertrouwen hebben ze niet beschaamd.

Wel vertelden ze me dat Yannick waarschijnlijk geen borstvoeding zou kunnen krijgen. Wel via de sonde, maar niet aan de borst! Ik was begonnen met kolven en dat kreeg hij dus al wel via de sonde, omdat hij nog geen zuigreflex had. Dat de zuigreflex nog niet aanwezig was, had niets met het Down Syndroom van doen. Dat kwam puur en alleen door het feit dat hij veel te vroeg was. Door het Syndroom zou hij waarschijnlijk niet genoeg spierkracht hebben om de borst te drinken (de tong is namelijk ook een spier). Maar dat was iets wat ik eerst moest zien, voor ik het zou geloven.  En het is maar goed dat ik het niet direct geloofde, want het is dus wel gelukt! Toen hij ongeveer 36 weken oud was, heb ik gewoon geprobeerd om borstvoeding te geven. Ik heb hem aangelegd en ja hoor, hij begon te zuigen. Dit zei ik dus ook tegen de verpleegkun-digen. Maar die wilden me dus in eerste instantie niet geloven. Dat kon niet. Maar na een paar dagen zijn ze toch eens begonnen met wegen, vóór en na het voeden. Daar was dus het bewijs te zien, hij was aangekomen! Toen zijn ze dus ook na een poosje begonnen met stootjes voeding te geven en niet meer continu. Hierdoor kreeg hij dus ook een hongergevoel, wat hij tot nu toe niet kende. De verpleegkundigen werden helemaal lyrisch van het feit dat Yannick goed aan de borst dronk. Ze vonden het prachtig! Ik zelf zou het heel vreemd hebben gevonden als ik Yannick niet zelf had kunnen voeden. Ik had immers al mijn kinderen zelf gevoed !
Yannick bleef het goed doen en op 12 april ging hij van de couveuse naar een wiegje. Nog wel in de couveusekamer, maar toch... het was weer een stapje dichter naar huis. Een goede week later ging hij naar de babykamer. En op 27 april 2001 mocht hij dan eindelijk, na een dag “inroomen”, naar huis. Gelukkig!
Yannick, februari 2004
EN HOE GAAT HET NU?
Yannick wordt op 19 maart 2005 4 jaar. Het gaat nog steeds hartstikke goed met hem. Hij is nog wel behoorlijk klein, maar dat ligt natuurlijk ook aan het feit dat hij Down Syndroom heeft. Daarbij komt dat zijn vader niet al te groot is. En dus zeggen we dan maar dat je van muizen geen ratten kunt verwachten………..
Op de eerste schooldag na zijn 4de verjaardag is hij welkom op de reguliere basis-school. De school van zijn zusjes en broertje. De weg er naar toe is best lang geweest, maar het is ons gelukt en samen komen we er wel!

Wil je graag meer lezen over ons gezin en dan vooral en bovenal over Yannick, bezoek dan onze site. Ik heb deze site opgezet om mensen te laten zien dat een kindje met Down Syndroom niet het eind van de wereld is. En dat kindjes die te vroeg geboren worden ook heel goed terecht kunnen komen. En daarvan is ook Yannick het levende bewijs!
Melanie
Melissa
Jeffrey
Yannick
Het gezin Hollink in 2003
Informatie over het Down Syndroom:
Mailinglist:
no-rightclick
www.yannickhollink.tripod.com
www.downsyndroom.nl
www.downsyndroom.pagina.nl
groups.yahoo.com/group/Downgroep