Na Job* raakte ik zwanger via ivf. In het beginstadium van de zwangerschap was ik zwanger van een tweeling, maar helaas in de 11de week ging het mis met een van de twee. Gelukkig bleef de andere goed zitten en ondanks veel complicaties is op 7 augustus 2001 onze dochter Nikki geboren. Ik was uitgerekend op 10 augustus, op Job* zijn geboorte- en sterftedag, maar Nikki besloot om drie dagen eerder te komen.
Na Job* en Nikki was de zwangerschapswens nog heel erg aanwezig en we besloten om nog een keer een ivf-poging te wagen. Na de tweede poging was ik zwanger. Weer was ik zwanger van een tweeling en helaas ging het weer mis in de elfde week. Wij waren dus in de veronderstelling we nog maar een kindje verwachten, maar tot onze grote verbazing bleek ik in de 14de week toch zwanger te zijn van een tweeling en had ik dus een drielingzwangerschap gehad. In het begin voelde ik me niet lekker maar na de 14de week voelde ik me beter tot aan 4 januari 2004.
Ik lag al op bed en moest rond 22.45 naar de wc. Ik voelde dat ik ineens een hoop bloed verloor en heb gelijk Henk geroepen. Die heeft onmiddellijk het Zuiderziekenhuis gebeld en we konden uiteraard gelijk komen. We konden alleen niet gelijk weg, omdat Nikki lag te slapen boven. Daar moesten we dus eerst oppas voor regelen.
Toen onze oppas arriveerde konden wij naar het ziekenhuis, rond 23.30 kwamen we daar aan. Ik werd gelijk onderzocht en ons werd verteld dat het bandje gescheurd was. Ook werd er gelijk verteld dat ze naar het Sophia Ziekenhuis gingen bellen omdat we in het Zuiderziekenhuis niet konden blijven. Daar bleek dus geen plaats te zijn. Heel Nederland, België en Duitsland hebben ze gebeld, we hoorden achteraf dat ze ook nog naar Parijs hadden gebeld.
Uiteindelijk konden we dus naar Zwolle. We hadden het slechter kunnen treffen, want het ziekenhuis, de verpleging en de artsen waren ontzettend sympathiek, de opvang was perfect. Ik ben om 2.35 uur in de ambulance geschoven en om 3.45 uur was ik al op de afdeling aanwezig. In Rotterdam was ik al aan de weeënremmers gelegd, maar daar kreeg in hartkloppingen van, dat is in Zwolle veranderd. Ook kreeg ik een ruggenprik, waar ik eigenlijk best bang voor was, maar ik heb daar niks van gevoeld.
Toen ik eenmaal geïnstalleerd was werd alles gelijk rustiger. Inmiddels hadden wij naar Rotterdam gebeld, naar mijn zus, dat we in Zwolle zaten. Zij was bij Nikki blijven slapen en heeft Nikki meegenomen naar haar huis, daar is ze de hele week geweest.
Maandag de hele dag nergens last van gehad, voelde me goed, tot aan de volgende ochtend 06.00 uur, toen kreeg ik weer pijn en last van mijn buik. Achteraf bleek dat de slang van de ruggenprik eruit was geschoten en ik dus geen vloeistof kreeg toegediend. Toen dat hersteld was ging het gelijk beter.
Inmiddels was ik dinsdags naar een andere afdeling verplaatst en dat verliep ook goed. De hele dag nergens last van gehad tot 23.30 uur. Ik kreeg toen heel veel last van mijn buik en de weeën kwamen ineens opzetten. Vaak om de 5 minuten, maar ook af en toe om de minuut. Omdat ik verder erg rustig ben gebleven zwakte dit weer af, rond 6.30 uur hebben Henk en ik zelfs nog een beetje geslapen.
Om 8.30 uur kwam de perinatholoog Dr. van Eijk en die vertelde dat het beter was dat ze de bevalling op gang zouden brengen. Maar eerst werd het kinderartsenteam opgeroepen. De bedoeling was dat er één kindje geboren zou worden en dat de tweede zou blijven zitten. Helaas liep dat anders.