Mijn naam is Louise op 4 september 1993 trouwde ik met Henk, een van onze grootste wensen was dat ik snel zwanger mocht raken. Vanaf de tijd dat ik moest gaan nadenken over werken, wist ik dat ik of met kinderen, of met verstandelijk gehandicapten of met dieren wilde werken. Dat werden dus kinderen, omdat ik zweminstructrice werd. Mijn grootste wens was dat ik zelf ooit zwanger mocht worden.

Ik was na 9 maanden ongeveer zwanger, wat best snel was, helaas eindigde dit na 13 weken in een miskraam. Toen we hierover heen waren begonnen we vol goede moed aan een volgende zwangerschap. Op de een of andere manier lukte dat niet en we belandden uiteindelijk in het ziekenhuis. Na vele tientallen onderzoeken bleek dat er bij Henk niets mis was en bij mij ook niet, maar waarom ik niet zwanger werd, daar werd geen oorzaak voor gevonden. Ondertussen waren we al in 1999 belandt, dus ruim 5 jaar later en stonden we op de wachtlijst voor een ivf- poging in maart. Groot was onze vreugde dan ook toen ik plotseling in februari zwanger was, ineens spontaan. Henk en ik konden ons geluk niet op. Helaas was de zwangerschap vol met complicaties wat het niet echt gemakkelijk maakte. Ik had ook vleesbomen in mijn baarmoeder. Maar we waren vol goede moed. We zijn wel al die tijd onder controle geweest van hele goede artsen bij ons in het Zuiderziekenhuis. Als er iets was kon ik gelijk komen en als we belden hoefden we nooit uit te leggen wie we waren. Op zondag 8 augustus had ik 's avonds erge pijn in mijn buik en we besloten om toch maar naar het ziekenhuis te gaan. Bij controle van de arts, bleek dat ik al 4 cm ontsluiting had. Ik was toen 23 weken en 4 dagen zwanger. Ik werd dan ook met grootste spoed aan de weeënremmers gelegd. Ik kreeg de op een na hoogste dosering. Na een spannende nacht, ging het op de maandag wat beter, de weeën namen af en we kregen wat hoop. De artsen hadden ons wel verteld dat als de weeën toenamen en de bevalling kondigde zich aan, ze niks voor ons kindje konden doen. Helaas op maandagavond en nacht werden de weeën zo heftig dat ze om de 5 minuten kwamen, ik kreeg toen de hoogste dosering weeënremmers. Tegen Henk vertelde ze dat ze niet hoger konden gaan, omdat er dan kans was dat ik er ook aan onderdoor zou kunnen gaan. De artsen van het Zuiderziekenhuis hadden continu contact met het Dijkzigt ziekenhuis, er stond een helikopter klaar om me over te brengen. Helaas was dat niet nodig omdat op dinsdagochtend bleek dat ik 10 cm ontsluiting had, na overleg met ons werd het apparaat om ongeveer kwart voor tien uitgezet. Job* werd om 10.05 geboren. Hij was zo mooi, zo gaaf, zo perfect en zo klein. Job* woog 610 gram en was 30 cm lang, een compleet mensje, alleen te klein om het leven aan te kunnen. De artsen hadden ons vantevoren verteld dat Job waarschijnlijk tijdens
de bevalling zou overlijden, maar gelukkig was dat niet het geval. Job* heeft anderhalf uur geleefd. We hebben Job* gelukkig kunnen vasthouden, kunnen knuffelen, kunnen vertellen hoe welkom hij was. Ook de oma's, opa, ooms en tantes hebben Job* nog kunnen vasthouden. Job* is in mijn armen overleden zonder dat hij pijn heeft gehad. Ik moest daarna met spoed geopereerd worden, omdat mijn moederkoek niet loskwam. Job* is in bad gedaan door verpleegkundige Desiree. We hebben vanaf het begin tot aan het einde 2 vaste verpleegkundigen gehad, wat heel fijn was.
Na Job* raakte ik zwanger via ivf. In het beginstadium van de zwangerschap was ik zwanger van een tweeling, maar helaas in de 11de week ging het mis met een van de twee. Gelukkig bleef de andere goed zitten en ondanks veel complicaties is op 7 augustus 2001 onze dochter Nikki geboren. Ik was uitgerekend op 10 augustus, op Job* zijn geboorte- en sterftedag, maar Nikki besloot om drie dagen eerder te komen.

Na Job* en Nikki was de zwangerschapswens nog heel erg aanwezig en we besloten om nog een keer een ivf-poging te wagen. Na de tweede poging was ik zwanger. Weer was ik zwanger van een tweeling en helaas ging het weer mis in de elfde week. Wij waren dus in de veronderstelling we nog maar een kindje verwachten, maar tot onze grote verbazing bleek ik in de 14de week toch zwanger te zijn van een tweeling en had ik dus een drielingzwangerschap gehad. In het begin voelde ik me niet lekker maar na de 14de week voelde ik me beter tot aan 4 januari 2004.

Ik lag al op bed en moest rond 22.45 naar de wc. Ik voelde dat ik ineens een hoop bloed verloor en heb gelijk Henk geroepen. Die heeft onmiddellijk het Zuiderziekenhuis gebeld en we konden uiteraard gelijk komen. We konden alleen niet gelijk weg, omdat Nikki lag te slapen boven. Daar moesten we dus eerst oppas voor regelen.

Toen onze oppas arriveerde konden wij naar het ziekenhuis, rond 23.30 kwamen we daar aan. Ik werd gelijk onderzocht en ons werd verteld dat het bandje gescheurd was. Ook werd er gelijk verteld dat ze naar het Sophia Ziekenhuis gingen bellen omdat we in het Zuiderziekenhuis niet konden blijven. Daar bleek dus geen plaats te zijn. Heel Nederland, België en Duitsland hebben ze gebeld, we hoorden achteraf dat ze ook nog naar Parijs hadden gebeld.

Uiteindelijk konden we dus naar Zwolle. We hadden het slechter kunnen treffen, want het ziekenhuis, de verpleging en de artsen waren ontzettend sympathiek, de opvang was perfect. Ik ben om 2.35 uur in de ambulance geschoven en om 3.45 uur was ik al op de afdeling aanwezig. In Rotterdam was ik al aan de weeënremmers gelegd, maar daar kreeg in hartkloppingen van, dat is in Zwolle veranderd. Ook kreeg ik een ruggenprik, waar ik eigenlijk best bang voor was, maar ik heb daar niks van gevoeld.

Toen ik eenmaal geïnstalleerd was werd alles gelijk rustiger. Inmiddels hadden wij naar Rotterdam gebeld, naar mijn zus, dat we in Zwolle zaten. Zij was bij Nikki blijven slapen en heeft Nikki meegenomen naar haar huis, daar is ze de hele week geweest.

Maandag de hele dag nergens last van gehad, voelde me goed, tot aan de volgende ochtend 06.00 uur, toen kreeg ik weer pijn en last van mijn buik. Achteraf bleek dat de slang van de ruggenprik eruit was geschoten en ik dus geen vloeistof kreeg toegediend. Toen dat hersteld was ging het gelijk beter.

Inmiddels was ik dinsdags naar een andere afdeling verplaatst en dat verliep ook goed. De hele dag nergens last van gehad tot 23.30 uur. Ik kreeg toen heel veel last van mijn buik en de weeën kwamen ineens opzetten. Vaak om de 5 minuten, maar ook af en toe om de minuut. Omdat ik verder erg rustig ben gebleven zwakte dit weer af, rond 6.30 uur hebben Henk en ik zelfs nog een beetje geslapen.

Om 8.30 uur kwam de perinatholoog Dr. van Eijk en die vertelde dat het beter was dat ze de bevalling op gang zouden brengen. Maar eerst werd het kinderartsenteam opgeroepen. De bedoeling was dat er één kindje geboren zou worden en dat de tweede zou blijven zitten. Helaas liep dat anders.
Nadat ik terug was van de operatiekamer heeft Job* heel de tijd bij ons gelegen, zodat wij de tijd hadden om afscheid te nemen van Job*. Henk en ik hebben Job* op zaterdag 14 augustus samen begraven. En we gaan er regelmatig heen.
Jessie kwam om 09.07 uur, toen zij door de kinderarts naar beneden werd gebracht, zei ik tegen de arts dat ik wat voelde. Op de echo zagen ze al dat Sylvie* dus heel mooi achter haar zus aandraaide. Eigenlijk had de placenta van Jessie moeten blijven zitten en de baarmoeder moeten afsluiten, maar de placenta kwam er ineens uit. Toen ik tegen de arts zei dat ik wat voelde in mijn buik, draaide ze zich om en zagen Sylvie* in het vlies,
met vruchtwater en de placenta geboren worden, dat was om 9.44 uur.
Henk was toen nog beneden op de IC samen met de kinderartsen, ze werden met spoed weer naar boven geroepen. Toen Sylvie* geboren werd stond Henk in de lift. Gelukkig heeft hij wel heel veel foto's gemaakt van onze twee meisjes toen ze werden verzorgd door de kinderartsen.

In eerste instantie ging het met Jessie en Sylvie* heel goed. Sylvie* was eigenlijk pittiger en feller dan haar zusje. Na een paar uur zijn wij ook beneden gegaan om te kijken, Jessie en Sylvie* lagen naast elkaar. Rond half vier werden wij gebeld en moesten wij met spoed naar beneden komen, omdat het niet goed ging met Sylvie*.

Beneden aangekomen zijn wij eerst bij Sylvie* gaan kijken, daarna kwam de kinderarts ons halen. Hij vertelde dat Sylvie* het niet zou redden, haar longblaasjes waren geknapt door de beademing. Wij hebben toen gelijk gezegd dat we Sylvie* graag bij ons wilden hebben en terwijl we dat zeiden kwam de andere kinderarts zeggen dat Sylvie* heel hard achteruit ging. Sylvie* is toen van alles afgekoppeld, behalve van de morfine en naar ons toe gebracht. Wij hebben gelukkig nog een hele tijd kunnen zitten met Sylvie*.
Sylvie* is om 17.10 uur heel rustig in mijn armen overleden. Toen hebben we nog een hele tijd met haar gezeten, daarna heb ik Sylvie* in bad gedaan en gewassen. Ze hadden op de afdeling hele mooie kleertjes, waarmee ik Sylvie* heb aangekleed. Daarna heeft Sylvie* nog samen met Jessie in de couveuse gelegen en hebben we daar mooie foto's van gemaakt.
Henk is maandagochtend vroeg door zijn broer opgehaald voor de begrafenis, ik ben in Zwolle gebleven. Ik had voor mijn gevoel (en nog steeds heb ik dat) heel bewust afscheid genomen van Sylvie* en heb er nog steeds geen spijt van dat ik niet bij de begrafenis ben geweest. Ik heb voor Sylvie* alles kunnen doen wat ik voor Job* niet heb kunnen doen en ik heb daar een heel goed gevoel over.

Tijdens de begrafenis heb ik wel contact gehad met Rotterdam, omdat Ilse, een vriendin van mij, bij Radio Rijnmond werkt. Zij heeft mij om 10.45 uur gebeld om live naar de uitzending te kunnen luisteren. Ze heeft toen voor mij het nummer van Robert Long gedraaid "Alles waar je echt van houdt" wat ook op de begraafplaats is gedraaid. Ik ben daar nog steeds heel blij om.
We zijn nu 1 jaar verder, 1 jaar met Jessie en 1 jaar zonder Sylvie*. Het is een ontzettend moeilijk jaar geweest met veel tranen en toch ook wel een lach. Een lach voor en door Nikki, omdat dit kleine grietje, ze was pas 2 jaar en 5 maanden toen haar zusjes werden geboren, ons er toch doorheen heeft gesleept. Een lach voor en door Jessie, omdat dit meisje het zo uitstekend doet, ze heeft het ontzettend zwaar gehad, echt kantje boord, maar door haar wilskracht en uiteraard de uitstekende verzorging heeft ze het gered.
EN HOE GAAT HET NU?
Nu 1 jaar later kan ze kruipen, zitten, gaat ze staan bij de tafel en in de box en loopt ze al een paar stapjes langs de tafel. Ze weegt bijna 8000 gram, dus we kunnen wel zeggen dat het heel goed gaat met haar. Ondanks haar hele vroege start kunnen we zeggen dat ze er waarschijnlijk niks aan over heeft gehouden.
Tranen zijn er veel gevallen, we missen onze Job* en Sylvie* nog dagelijks. Door het overlijden van Sylvie* is het verdriet over Job* weer naar boven gekomen. Maar we redden het wel, wij met zijn viertjes en met Job* en Sylvie* in ons hart slaan we ons er door heen. En als Jessie groot genoeg is krijgt ze alles te horen, te lezen en te zien over haar grote sterke broer en haar kleine maar dappere zusje.
Louise met Job*
Henk, Louise en Nikki bij Sylvie*
Jessie
Louise met Job*
Terwijl Jessie ligt te vechten voor haar leventje, moeten Henk en Louise afscheid nemen van Sylvie*
Henk, Louise en Nikki nemen afscheid van Sylvie*
De dag erna kwamen mijn zus, moeder en Nikki naar ons toe. We zijn toen eerst bij Jessie wezen kijken en daarna hebben we met zijn allen nog afscheid genomen van Sylvie*. We wisten niet hoe we het aan Nikki moesten vertellen. We hebben toen verteld dat Sylvie* het niet meer deed. Wij waren erg bang hoe Nikki zou reageren, maar toen het wiegje naar binnen werd gereden, ging Nikki gelijk kijken. Ze heeft Sylvie* uitgebreid bewonderd, kusjes gegeven en ze zei ene, twee, vijf vingertjes. Ze trok het dekentje weg en heeft Sylvie* overal geaaid. En toen zei Nikki ineens, dag Sylvie* tot de volgende keer, Oma meekomen naar speelgoed toe en weg was ze.

Henk en ik waren zo vol bewondering over dit kleine meiske, ze deed het zo mooi. Hier hebben we gelukkig ook veel foto's van. Op vrijdag hebben Henk en ik samen nog een hele tijd met Sylvie* gezeten en daarna haar in haar kistje gelegd.
In totaal hebben we zeven weken in het Ronald McDonaldhuis gewoont in Zwolle en zijn op 19 februari naar huis gekomen. Jessie is 31 maart ontslagen uit het ziekenhuis, met haar gaat het heel goed.
We komen vaak op de begraafplaats en Nikki weet alles over haar grote broer Job* en kleine zusje Sylvie*.
Jessie
Louise aan het buidelen met Jessie
Jessie op haar eerste verjaardag
(tekst Robert Long)
Nikki
Jessie
Louise heeft een mailinglist opgezet, omdat ze een van haar tweelingdochtertjes heeft verloren. Via deze mailgroep is het mogelijk om het verdriet te delen met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt.
(Homepage van de familie Riethoff)
Riethoffplaza
geen_twee_maar_een