Op mijn werk kwam ik erachter dat er iets niet klopte, ik moest namelijk veel plassen en dat was veel meer dan anders. En als ik langs de poelier/slagerij liep, dan werd ik erg misselijk en ik moest letterlijk mijn neus dichtknijpen om niet ter plekke voor de winkel over te geven. Daarom heb ik op 23 november 2003 maar een zwangerschapstest gekocht en uitgevoerd. Toen die positief bleek te zijn, sprong ik een gat in de lucht. Ik heb direct Martin opgebeld, maar die was op pad voor de auto en kon door de telefoon niet teveel zeggen omdat zijn vader er bij stond. Toen Martin thuiskwam vlogen we elkaar in de armen!

Toen ik 11 weken zwanger was, gingen we samen naar het ziekenhuis voor de eerste echo (3 december 2003). Ik heb liggen huilen, zo mooi vond ik het. Maar ik huilde ook van de pijn, want doordat men via de buitenkant niets kon zien, kreeg ik een inwendige echo. De weken daarna stond ik gewoon onder controle bij de verloskundige. Wel is een paar dagen mijn bloeddruk erg hoog geweest, omdat het niet zo goed ging met onze hond en ik me er erg druk over maakte. Ik ben erg ziek geweest en had nog geen roze wolk. Ik denk dat ik me toen ik een week of 18 zwanger was, eindelijk pas een beetje goed begon te voelen. Ik voelde voorzichtig een roze wolk opkomen, eindelijk!!!

Maar die roze wolk verdween weer toen ik voor de tweede keer een echo kreeg (27 januari 2004). De echografiste zei tegen ons dat we contact moesten opnemen met de verloskundige, want het kindje was te klein. We vroegen: “Hoe bedoelt u dat?”, “Hoe kan dat?”, maar ze wilde verder niets zeggen, we moesten maar met de verloskundige bellen.
Bij thuiskomst hebben we onze verloskundige gebeld en die heeft het verhaal geprobeerd een beetje uit te leggen, maar zij wist ook niet alle details. We hebben toen een doorverwijzing gekregen naar het ziekenhuis in Dordrecht. De apparatuur is daar beter dan in Zwijndrecht. De volgende dag gingen we met lood in onze schoenen naar Dordrecht voor de derde echo. We werden al gauw door de gynaecoloog op ons gemak gesteld. Hij vertelde ons dat het kindje inderdaad een beetje klein was, maar dat het er verder gezond uitzag. We bleven nu wel bij hem onder controle, want hij wilde het wel een beetje in de gaten houden. Nou daar hadden wij niets op tegen, want we waren nu toch wel ongerust geworden, ook al hoefden we dat volgens de arts niet te zijn.

Op 3 maart 2004 mochten we voor een vierde echo komen en toen hebben ze tevens de navelstreng doorgemeten (een flow-meting). Men kwam tot de conclusie dat het kindje eigenlijk niet zo gegroeid was en dat mijn placenta niet goed doorbloed was. Het vruchtwater zag er wel goed uit, maar voor de zekerheid wilde de gynaecoloog toch een vruchtwaterpunctie doen. Dit wel in overleg met ons en zijn collega's. Op 5 maart 2004 werd een punctie gedaan en daar zouden we pas de week daarop uitslag van krijgen. Een paar zenuwslopende dagen met een hele hoop gepieker volgden. Een kindje met Down Syndroom was net zo welkom, maar de gynaecoloog had ons gezegd dat het wel eens erger zou kunnen zijn. Misschien zelfs niet eens levensvatbaar! En mijn lichaam zou dan naar verloop van tijd de kleine vanzelf afstoten. Gelukkig was de uitslag van de punctie goed. Toch  moest ik op 17 maart 2004 een beslissing nemen, want de baby was nog steeds niet erg goed gegroeid. De gynaecoloog zei dat ik complete bedrust zou moeten nemen en dan zelf met een ctg-apparaat aan de gang moest. Maar 2 weken rust thuis, dat zou moeilijk zijn. Daarnaast kon ik de optie opname in het ziekenhuis kiezen. Controles, echo's, flow-metingen, ctg's, ik heb het allemaal gehad. De eerste week bleek de kleine ook best wel wat gegroeid te zijn. Maar de tweede week ging het toch niet zo lekker en de ctg's werden slechter. De gynaecoloog heeft ons toen al verteld dat ik mogelijkerwijs eerder zou moeten bevallen. En het was afwachten of dat in Dordrecht kon, of dat ik doorgestuurd zou worden naar het Sophiaziekenhuis in Rotterdam. We hebben ook een gesprek gehad met een kinderarts wat ons allemaal te wachten zou staan bij een vroeggeboorte. Daar zijn we toen best wel van geschrokken. Er gaan zoveel gedachten door je heen op zo'n moment!

Op 1 april 2004 heb ik 's morgens de eerste longrijpingsprikken gekregen. Op vrijdag 2 april ben ik samen met Martin naar het Sophiaziekenhuis gereden, want na overleg vond men het toch beter dat ik daar zou worden opgenomen. En nu was er nog een plekje vrij! Daar aangekomen stonden ze me al op te wachten. Ik kreeg toen voor de tweede keer prikken voor de longrijping. Op de afdeling heb ik het met andere dames erg gezellig gehad, maar dat was slechts van korte duur. Want rond middernacht werd ik erg beroerd en lag over mijn hele lichaam te trillen. Ik heb toen de verpleegkundige gebeld en zij wilde me gaviscon (een middel tegen brandend maagzuur) geven, maar dat wilde ik niet, omdat het toch niet hielp. Ik had dit middel namelijk al eerder die dag genomen vanwege mijn maag. Ze heeft toen mijn temperatuur en bloeddruk opgenomen en die waren heel erg hoog. Zo kwam ik helemaal alleen op een klein kamertje. Ik moest voor de zekerheid nog een keer plassen op de po. En dat terwijl ik net voordat ik me zo ziek voelde al geweest was. Er bleek  een spoortje eiwit in de urine te zitten. Ik kreeg iets om te slapen en een zetpil tegen het trillen en de pijn. Ik wilde Martin bellen, maar dat mocht niet. Hij zou toch niets voor me kunnen doen, ik moest maar lekker gaan slapen. Wat voelde ik me vreselijk die nacht. Uiteindelijk heb ik toch een paar uurtjes kunnen slapen. De volgende morgen heb ik meteen Martin gebeld en die kwam direct. Toen is alles in een razend tempo gegaan, want uit de ctg bleek dat het helemaal mis was. De harttonen van ons kindje zakten enorm naar beneden en dus moest er een spoedkeizersnede gedaan worden. Om 11.00 uur kwam de anesthesist om een infuus te zetten, dat ging ook nog fout. Hij had geen afsluitdopje, dus stroomde het bloed eruit. Ik mocht nog even mijn tandenpoetsen, haren kammen en moest daarna mijn operatiejas aan. Martin moest ook speciale kleding aan en ondertussen kreeg ik mijn ruggeprik. Wat viel dat mee, ik had me daar veel zorgen over gemaakt. De rest van het gebeuren hebben we in een soort roes meegemaakt. Na een poos hoorden we een klein maar zacht huiltje. Martin maakte mij erop attent. En zo kwam Sam op 04-04-04 om 11.26 uur ter wereld met een geboortegewicht van 695 gram.
Pas later op de middag heb ik onze zoon mogen bewonderen, wat was hij klein! Maar wat waren we trots! Een paar uur redde hij het zonder beademing, maar daarna werd hij wegens uitputting toch aan de trilbeademing gelegd. Met infuuspompen voor voldoende vocht en medicatie voor zijn longetjes heeft hij allemaal goed doorstaan. De eerste tijd was het spannend, maar we mochten al snel met hem buidelen.
te bouwen, maar dat was nog te vroeg. Door de CPAP had hij heel veel last van taai sputum. Op 3 mei 2004 woog Sam één kilo. Doordat hij veel incidenten (alarmen) had, is hij wel weer aan de NPT gekomen. Ook een verkoudheid speelde mee. Maar op een gegeven moment ging het zo goed dat een nachtverpleegkundige besloot om Sam de hele nacht aan een neusbril te laten liggen (hij sliep zo lief, zei ze). Maar door het trainen met een neusbril, een virus en zijn prematuriteit heeft hij wel BPD ontwikkeld. We waren erg boos. De doktoren begrepen ons wel, maar een verpleegkundige neemt een beslissing niet zelf, maar altijd in overleg. Zodoende waren we weer terug bij af en konden we weer van vooraf aan beginnen.

Op 29 mei is hij per ambulance overgeplaatst naar de afdeling neonatologie in Dordwijck. Deze verhuizing gaf natuurlijk wel weer een terugslag. En na veel gepruts met CPAP, werd toch weer gekozen voor NPT. Op 31 mei heeft Sam zijn eerste speentje melk genuttigd, heel voorzichtig, want hij vergat te ademen als hij aan het drinken was.  

In het ziekenhuis hebben we veel moeten leren over de medicijnen, zuurstof, saturatiemeter, sonde, sprayen, verzorging, etc. Op 3 juli 2004 mocht Sam eindelijk mee naar huis, met de hierboven genoemde hulpmiddelen. De eerste dagen  was het erg wennen, maar mede dankzij een transmuraalteam hebben we het aangedurfd en aangekund. Ineens kun je de verantwoorde-lijkheid niet meer delen met verpleegkundigen en sta je er als ouders "alleen" voor. Na een paar maanden was Sam van zijn 0,1% zuurstof af, had geen sonde meer, maar moest vanwege zijn BPD nog wel bijna een jaar gesprayed worden. Toen was hij BPD-vrij, terwijl er sprake was van een zware vorm. Wel heeft hij maandelijks een synagisprik gehad. We waren toch wel bang dat hij, als hij ziek zou worden, weer in het ziekenhuis terecht zou komen.
Op 4 april 2007 is Sam drie jaar geworden. Iedere dag genieten we van hem en we moeten erg lachen om zijn ondernemende gedrag. Hij is vrolijk, lief, slaapt, drinkt en eet goed.
Waar we ons wel veel zorgen over gemaakt hebben, is zijn spraakontwikkeling. Toen Sam ruim twee jaar was, sprak hij nog niet. Daarom zijn we met allerlei instanties en het ziekenhuis op zoek gegaan naar een verklaring en oplossing. Sam heeft twee keer een groot gehooronderzoek gehad en daarbij werd uitgesloten dat hij niet goed kon horen. Daar twijfelden we ook niet aan, want hij hoorde vanuit de verte een trekker of een brommer aankomen! Maar de arts in het Sophiakinderziekenhuis wilde dat toch uitsluiten, want misschien kon hij daardoor wel niet praten. Aan zijn gehoor mankeerde dus niets.
Toen kwamen we pas echt in de medische molen terecht, we hebben diverse onderzoeken gehad, zoals een ECG-onderzoek (met allemaal plakkertjes op zijn hoofd) en een psychologisch onderzoek, want ze dachten aan een vorm van autisme. Maar ook uit deze onderzoeken kwam niets naar voren. Tot slot zijn we bij een neuroloog geweest, die heeft een MRI-scan laten maken van Sams hoofdje en ook werd er een soort stamboom gemaakt voor erfelijkheidsonderzoek. Tijdens het lichamelijk onderzoek zagen ze wat dingetjes: lange dunne vingers, lange wimpers, dunne wenkbrauwen, het ene neusgat groter dan het andere. Toen hebben we vreselijk gelachen, want dat grote neusgat zat er, omdat daar het neusbuisje in had gezeten. Verder was er niets opmerkelijks, behalve dan dat hij niet praatte! Uit het MRI-onderzoek kwam ook niets schokkends, alleen dat Sams hersenkamers aan de voorkant wat groter waren, doordat er tijdens mijn zwangerschap of tijdens zijn geboorte een druppeltje bloed in het hersenkamervocht terecht is gekomen. Het hoe, wanneer en waarom kon men niet uitleggen. Het is op zich niet erg, maar qua motoriek (het lopen) zal hij het in bepaalde periodes van zijn jeugdige leven iets moeilijker hebben. Dat zie je nu ook wel eens, vooral bij moeheid. Hij loopt dan overal tegen aan en struikelt over zijn eigen benen. Over het praten zeiden ze: "Een foutje van moeder natuur dat het allemaal wat langer duurt."
Toch is hij van het niet praten naar gelijk 2 à 3 woordzinnen gegaan, we wisten niet wat ons overkwam! Iedereen vertelde weliswaar al dat we ons geen zorgen hoefden te maken, maar dat is heel makkelijk gezegd!

Sam doet het prima op de peuterspeelzaal en leert daar veel. Verder krijgt hij logopedie. De moeilijkste woorden papegaait hij allemaal na en hij kan al tot 20 tellen.
Toen hij net naar de speelzaal ging, heb ik weleens gedacht of ik er wel goed aan deed, maar ik ben blij dat ik het gedaan heb! Het is een hele goede een leerzame periode, ze moeten niet, maar ze mógen komen spelen en dat is een goede instelling van de peuterspeelzaal!
EN HOE GAAT HET NU?
Verschonen en tempraturen, buidelen, veel bij hem zijn en veel liefde geven was het enige wat we konden doen voor hem. Het hele medische gebeuren moesten we uit handen geven, maar ze waren zo lief op ICN dat we er eigenlijk niet zoveel moeite mee hadden. Op 27 april werd geprobeerd om de medicijnen af
Sam, 4 april 2004
Sam, augustus 2007