Begin 2000 leerden Michel en ik elkaar kennen en daar we allebei de 30 al gepasseerd waren, hadden we het eigenlijk best snel over kinderen en kwamen we tot de conclusie dat we die allebei graag wilden! Zelf kom ik oorspronkelijk uit Zuid-Holland, maar in mei 2001 verhuisde ik naar Noord-Brabant om te gaan samenwonen met Michel, nadat ik daar ook werk gevonden had. In de zomer van 2003 besloten we, dat ik met de pil zou stoppen en al snel was ik voor de eerste keer zwanger. In november 2003 kreeg ik helaas een miskraam in de 12e week van de zwangerschap. We hadden op dat moment nog aan niemand iets verteld over ons blijde nieuws, dus was het extra moeilijk om te vertellen, vooral aan onze ouders. In maart 2004 hadden we het vermoeden dat ik opnieuw zwanger was en na een test bleken deze vermoedens juist.

Het eerste bezoek aan de verloskundige was op 20 april 2004, dit was in de 10e week van de zwangerschap. Het eerste bezoek aan het Echocentrum in Breda was op 5 mei 2004, dit was in week 12. Michel en ik zagen vrijwel direct dat het om een tweeling ging. Ook was duidelijk, door de aanwezigheid van een tussenschot, dat het een twee-eiige tweeling zou worden. Een echte verrassing voor ons, want ik verwachtte dat helemaal niet. Ik ben er zelf één van een twee-eiige tweeling, maar dit is dus erfelijk. Dit heeft te maken met een dubbele eisprong die van moeder op dochter erfelijk is.
geboren! De laatste 2 weken van augustus hadden we lekker 2 weekjes vakantie en op 16 augustus 2004 zijn we getrouwd, nog ruim voor de bevalling dachten we!

Op 30 augustus 2004 had ik last van wat licht bloedverlies en na contact met de dienstdoende gynaecoloog in het ziekenhuis moest ik die ochtend direct voor nadere controle komen. Alles bleek toen nog in orde, de baarmoedermond was nog geheel gesloten.

In de loop van de avond kreeg ik wat vage rugpijn en leek het of ik last van mijn darmen kreeg. Om 2.00 uur 's nachts besloot Michel te bellen met het ziekenhuis in Breda, maar eigenlijk vond ik dat onzin! Maar de verloskundige die dienst had, beval ons onmiddellijk naar het ziekenhuis te komen. Daar aangekomen werd ik op één van de verloskamers aan het CTG-apparaat gelegd en om ongeveer 3.00 uur bleek dat ik weeën had en inmiddels 2 cm ontsluiting. Ik schrok toen echt heel erg en raakte best in paniek, want ik was nog maar 29 weken zwanger. Ik kreeg gelijk weeënremmers toegediend en medicijnen ter bevordering van de longrijping van de baby's. Dit voor het geval ze de weeën niet meer konden afremmen.

In de vroege ochtend van 31 augustus 2004 leek alles weer stabiel en rustig. Ik kreeg vanaf dat moment absolute bedrust tot aan in ieder geval de 36e zwangerschapsweek. Om 9.30 uur werd er nog een uitgebreide echo gemaakt en de baby's zaten qua groei gelukkig nog steeds goed op schema. Op dat moment lagen ze allebei overdwars in mijn buik. Michel ging snel naar huis nog wat kluswerk verrichten aan de babykamer, die nog lang niet klaar was en om wat kleding voor mij te halen. Toen hij 's middags om ongeveer 15.30 uur terugkwam, stonden de verloskundige en de gynaecoloog met het CTG apparaat weer bij mijn bed: de weeën waren terug en had ik op dat moment al 4 cm. ontsluiting. Ik mocht toen niet meer in Breda blijven, want daar konden de baby's niet opgevangen worden. Wel werd duidelijk dat de onderste baby met zijn hoofdje was ingedaald. Snel werd er een ambulance geregeld om mij naar het Erasmus Medisch Centrum (Sophia Kinderziekenhuis) te Rotterdam te vervoeren. Met inmiddels heftige rugweeën kwam ik daar omstreeks 18.00 uur aan. De ontsluiting bleek inmiddels al 6 cm te zijn en op dat moment had ik voor het eerst in de gaten dat de baby's er echt aankwamen en dat de bevalling in principe al begonnen was. Ik liet het op dat moment maar gelaten over me heenkomen en wist dat er geen weg meer terug was. De maximale dosis weeënremmers had ik in Breda al gekregen, terwijl ik eigenlijk verwacht had dat ze in Rotterdam nog echte wonderen konden verrichten om de weeën te stoppen. Ik was daar dus echt naar toegebracht voor de opvang van de tweeling.

Om 20.30 uur had ik al bijna 10 cm ontsluiting, het ging zo ontzettend snel allemaal. Rond 21.00 uur overlegden Michel en ik nog even snel de namen, want de geslachten wisten we nog niet. Tijdens het maken van een echo vroeg ik toen maar of ze konden zien van welk geslacht de tweeling was. Van de bovenste baby was het gelijk duidelijk, dit was een jongetje. De onderste baby zou echter een verrassing blijven, daar die al te ver was ingedaald. Daarna ging het heel erg snel allemaal, veel te snel. Mijn vliezen zijn trouwens niet spontaan gebroken, die heeft men doorgeprikt vlak voor de geboorte. Toen werd duidelijk dat er nog voldoende vruchtwater was.
Stan en Colin bij mama
Vanaf dat moment kwam ik onder controle te staan van een gynaecoloog. Alle controles waren goed, de baby's groeiden goed en mijn bloeddruk was telkens in orde. Mijn buik groeide ook goed en met name mijn rug had het best zwaar. Ik besloot dan ook, in overleg met mijn werkgever, in juli halve dagen te gaan werken, om te kunnen rusten 's middags. Wat was ik daar achteraf blij om, wie weet waren ze anders nog vroeger
Stan in de opvangkamer
Colin in de opvangkamer
Zoals mij van te voren al verteld was, mocht ik ze niet eens vasthouden, Michel mocht wel de navelstrengen doorknippen, daarna werden ze gelijk naar de opvangkamer gebracht. Stan was als eerste gereed om naar de neonatale intensive care unit (NICU) gebracht te worden. Ik mocht hem nog even zien en aanraken, een erg klein mannetje met donkere haartjes. Colin volgde daarna, een iets groter mannetje met blonde haartjes, maar hem mocht ik alleen maar even snel zien. Aanraken mocht niet, daar was zijn conditie te slecht voor. Omdat de placenta niet vanzelf wilde loslaten, werd deze na de bevalling operatief verwijderd en werd ik pas rond 1.00 uur 's nachts met bed en al naar de NICU gereden om mijn kleine mannetjes weer te zien. Wat er toen door me heenging....zulke kleine baby's, hoe moest dat ooit goed gaan komen?
Al snel kregen we het vertrouwen in de lieve mensen van Unit II en de goede naam van het ziekenhuis, dat onze tweeling daar echt in goede handen was. Alles werd met ons besproken en al snel waren we op de hoogte van geelzien, longrijping, apneu's en bradycardiën en nog veel meer! Via de beademing kregen ze medicijnen ter bevordering van het verder rijpen van de longetjes. Al na 2 dagen mocht ik met Stan buidelen, hij was de kleinste, maar hij heeft uiteindelijk maar 2 uur aan de volledige beademing gelegen en kreeg daarna ondersteuning via de infant flow. Colin heeft ruim 2 dagen aan de volledige beademing gelegen en kreeg daarna ondersteuning door middel van de CPAP. Met hem mocht ik na 3 dagen buidelen. Allebei vonden ze dit heerlijk en ze werden er heel rustig van.
De eerste baby werd geboren om 21.41 uur, een heel klein jongetje,  we noemen hem Stan. De tweede baby volgde om 21.53 uur, inderdaad ook een jongetje, iets groter dan zijn oudere broer, hem noemen we Colin. De 12 minuten die er tussen zaten waren bijna fataal voor Colin, hij had zuurstofgebrek tijdens de bevalling en zijn Apgar score (2, 4, 7) was slecht, dit betekent direct ingrijpen vereist. De Apgar score van Stan was iets beter, 3, 5, 8.
Ook mocht ik al gauw helpen met de verzorging van Stan en Colin en was ik begonnen met afkolven van borstvoeding. Ze kregen in het begin per uur slechts 1 ml. toegediend via hun sondes. Ze gingen in die week allebei onder de lampen in verband met een te hoog bilirubine gehalte (geelzien). Met behulp van de lampen werd de bilirubine in een onschadelijke en uit te scheiden stof omgezet.
Samen in de transportcouveuse
In de nacht van 4 op 5 september werd Stan heel erg ziek, dit kwam door een infectie, waarschijnlijk ontstaan door het inbrengen van een infuusje. Ik had die avond met hem gebuideld en had aangegeven dat ik hem zo koud vond aanvoelen. Dat bleek later al een voorteken geweest te zijn. Als zulke kleine baby's plotseling erg ziek worden uit zich dat in onderkoeling. Gelukkig was men er snel bij en kreeg hij antibiotica en herstelde hij langzaam weer. Kort na de bevalling waren er van de hoofdjes echo's gemaakt en werd duidelijk dat bij Stan alles in orde was, maar dat Colin een klein bloedinkje in de hersenen had gehad. Wat een schrik was dat, alhoewel de neonatoloog ons toch een beetje gerust probeerde te stellen. Zulke kleine bloedinkjes herstellen vaak vanzelf en ook kan een ander deel van de hersenen die functie overnemen, omdat het op zeer jonge leeftijd gebeurde. Het bloedinkje zou niet van invloed hoeven te zijn op de motoriek, want het zat in een ander gedeelte van de hersenen. Wel zou het in de toekomst mogelijk kunnen zijn, dat hij er op school problemen mee krijgt, bijvoorbeeld dat hij wat langzamer leert.
Op 6 september mocht ik naar huis, uiteraard zonder Stan en Colin, wat erg moeilijk was. Gelukkig deden Stan en Colin het naar omstandigheden goed en op 7 september 2004 werden ze al naar het Amphia ziekenhuis in Breda vervoerd. Zelf vonden wij het wel aan de vroege kant, want Stan was nog herstellende van de infectie. Met name Stan heeft toch wel wat geleden van de reis, want de kinderartsen die in Breda klaarstonden waren erg benieuwd naar onze mening, omdat Stan er echt heel lusteloos en ontdaan bijlag. Gelukkig was daar 's avonds al weer enige verbetering in te zien.
Colin kwam veel beter aan, hij huilde en plaste meteen zijn nieuwe couveuse onder. In hun tijdelijke Bredase plexiglazen huisjes zijn ze steeds sterker geworden en groter gegroeid, alhoewel Stan nog lang ondersteuning nodig had via de CPAP,  waarschijnlijk door de infectie. Het infuus waarmee de antibiotica werd toegediend is diverse keren “gesneuveld”, maar uiteindelijk bleef het in zijn voetje wel zitten. Ook heeft Stan 2 maal een bloedtransfusie nodig gehad. Colin heeft verder geen tegenslagen meer gehad in de couveusetijd en lag vaak lekker te slapen. Op de herhalingsecho's was gelukkig te zien dat het hersenbloedinkje bij Colin een klein littekentje werd en uiteindelijk was er helemaal niets meer zichtbaar.
Eind september 2004 logeerden ze, vanwege een verbouwing boven de couveuse-afdeling, een paar daagjes in het Amphia Ziekenhuis locatie Langendijk. Op 1 oktober 2004 kwamen ze weer terug naar locatie Molengracht. We stonden ze daar op te wachten en dat leverde voor ons een uniek moment op en unieke foto's natuurlijk: ze lagen bij elkaar in de transport-couveuse. Dit was mogelijk omdat Colin geen ondersteuning met de ademhaling meer nodig had en Stan aan het neusbrilletje vervoerd kon worden. Hij had
toen nog wel de ondersteuning nodig via de CPAP, maar was met neusbril training begonnen, helaas met wisselend resultaat. Soms dacht ik dat hij nooit meer van dat nare buisje in zijn neus af zou komen.

Het werd voor de verpleging ook steeds moeilijker de CPAP terug in te brengen, want hij werd steeds sterker en zijn verzet ook, soms trok hij dat ding er gelijk weer uit. Gelukkig ging het op een geven moment toch goed en de neusbril heeft hij maar heel kort nodig gehad. Daar ging eigenlijk alleen maar gewone lucht doorheen om het zelf adem blijven halen te stimuleren. Terwijl Colin al lang zonder monitor mocht, ging de monitor bij Stan dan eindelijk uit op 3 november. Eigenlijk kon dit al eerder, maar de jongens hebben op 2 november 2004 hun 1e inenting DKTP/hib in het ziekenhuis gekregen en werden daarom nog voor 24 uur aan de monitor teruggelegd. Gelukkig ging het allemaal goed, alhoewel ze allebei wel een klein beetje koorts gehad hebben. Na ruim 9 weken ziekenhuis, mochten ze op 4 november 2004 eindelijk mee naar huis. Dit was ruim voor de uitgerekende datum van 15 november 2004, dus hartstikke mooi!
Inmiddels gaat het hartstikke goed met onze 2 kleine mannetjes die steeds maar groter en groter groeien, ondanks het feit dat ze af en toe slecht drinken! We hebben na ontslag nog een korte periode ferro (ijzer i.v.m. laag HB-gehalte) moeten toe-dienen. Bij de controle in december 2004 was het HB-gehalte al aardig op peil en in januari 2005 was het gewoon goed. Het toedienen ervan ging ook steeds moeilijker, want ze vonden het echt heel smerig allebei!
Stan en Colin hebben in het begin heel veel gehuild en we konden maar niet ontdekken wat er toch aan de hand was: honger, kramp of toch gewoon slaap? Nadat we in januari 2005 een bezoek gebracht hebben aan een osteopaat*) ging het ineens stukken beter. Een osteopaat kan spanningen in de nekjes weghalen. Het is niet ondenkbaar, dat wanneer wij dachten dat ze huilden van de kramp, ze gewoon slaap hadden. Nu kunnen we dit veel beter zien. Als ze nu beginnen te huilen, nadat ze hun flesje ophebben en ze beginnen daarbij ook in hun oogjes te wrijven,  dan weten we gelijk genoeg: het is weer bedtijd!  Sinds eind december slapen ze niet meer bij elkaar.  Omdat Colin al eerder naar 5 voedingen kon en Stan de nachtvoeding nog kreeg was dit eigenlijk toch praktischer. Stan kan inmiddels ook erg hard gillen en Colin schrikt daar erg van. Dus laten we het voorlopig maar zo, we hopen wel dat op een gegeven moment de bedjes toch weer bij elkaar kunnen staan.

Allebei krijgen ze ook nog fysiotherapie, maar dat ziet er allemaal goed uit. De fysiotherapeut is erg tevreden over de jongens, al vanaf het moment dat ze net thuis waren. Het overstrekken wordt steeds minder, ze doen dit eigenlijk alleen nog als ze ergens van schrikken. Colin doet het qua bewegen iets beter dan Stan, in principe is dat gunstig met betrekking tot het hersenbloedinkje bij Colin. Stan gaat vanzelf steeds wat soepeler bewegen, dus komt dat allemaal wel goed. Ondanks de vroeggeboorte ziet het er dus allemaal heel goed uit voor Stan en Colin. Ondanks hun moeilijke start hebben wij er alle vertrouwen in dat ze zullen opgroeien tot gewone gezonde kinderen.
EN HOE GAAT HET NU?
*) Osteopathie
In de hedendaagse osteopatische behandeling wordt niet alleen gekeken naar de beenderen/botten, wervels, maar naar alle weefsels, spieren, organen, etc. U zult versteld staan van de oorzaak van pijn. Deze ligt in de meeste gevallen niet in het gebied waar u de pijn heeft.
Als voorbeeld: een kniepijn, geeft knieproblemen, waarvan de oorzaak gelegen kan zijn in het kleine bekken. De organen die de oorzaak zouden kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld de blaas, baarmoeder, prostaat. Voor meer informatie:
Echo 28 juni 2004
Stan
Colin
no-rightclick
http://www.huilbaby.nl
www.fam-jansen.com