Omdat ik op 28 juli 2003 nog steeds niet ongesteld was geworden, ben ik die ochtend met mijn zusje Nanny naar het dorp gegaan. Omdat ik dacht dat ik van de stress niet ongesteld werd, sommeerde mijn zusje mij een test te kopen. Zij wilde namelijk zeker weten of zij tante zou worden of niet, omdat zij diezelfde dag op vakantie zou gaan. Thuisgekomen heb ik de test gedaan en quasi nonchalant op het aanrecht gelegd. Na twee minuten liep ik terug en deed de prullenbak open om de test weg te kunnen gooien. Maar wat bleek: deze was hartstikke positief. Vervolgens ben ik met die positieve test naar mijn vriend Martijn, die op de zaak was,  gereden. We waren heel blij, maar het was erg onwerkelijk!

Op 30 juli hadden we een afspraak bij de verloskundige, omdat ik het allemaal zeker wilde weten. Zij vertelde ons dat er geen twijfel mogelijk was en dat we uitgerekend waren op 04-04-2004. We kregen informatie mee naar huis en ik moest bellen voor een termijnbepalingsecho in het ziekenhuis. Op 14 augustus 2003 zagen we op de echo een heel klein kloppend boontje, erg onwerkelijk!

Eind december was ik 26 weken zwanger en vanaf 22 december werd ik op korte controles gezet vanwege een te hoge bloeddruk. Om de dag werd mijn bloeddruk gemeten en ook werd mijn urine getest. Op 5 januari was mijn bloeddruk weer te hoog (160-120, na 15 minuten 155-114) en ik had dit keer eiwitten in de urine. De verlos-kundige heeft me toen doorgestuurd naar het ziekenhuis voor een ctg. Mijn moeder ging met mij mee en daar aangekomen stond men ons al op te wachten. Ik kreeg bezoek van de gynaecoloog die mij vertelde dat ik moest stoppen met werken en meteen volledig rust moest nemen.

Op 12 januari moest ik 's avonds naar de verloskundige voor controle. Ik was ongerust, omdat ik de baby al twee dagen niet veel gevoeld had. Dit gegeven verontruste ook de verloskundige en zij belde direct het ziekenhuis. Ook omdat de medicijnen niet goed meer leken te werken, want mijn bloeddruk was op dat moment 170-120. In het ziekenhuis aangekomen stond men ons al op te wachten en ik werd gelijk aan het ctg-apparaat gelegd (deze was zeer monotoon). Daarna werd nogmaals de urine gecontroleerd en ik kreeg een echo, waaruit bleek dat de baby het niet lekker had in mijn buik. De metingen gaven aan dat de uitgerekende datum 30 april zou moeten zijn. Ik vertelde dat ik op 4 april was uitgerekend, waardoor er lichte paniek ontstond, omdat dit betekende dat ik zou moeten blijven. Mijn urine werd 24 uur opgevangen voor onderzoek. Martijn ging naar huis om spullen te halen. De volgende dag kreeg ik opnieuw een echo, bedoeld om de placenta te controleren en om de doorbloeding in de navelstreng te bekijken. De arts die daarbij aanwezig was, gaf aan dat ik overge-plaatst zou worden naar het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam, omdat ze daar kindjes konden opvangen onder de 32 weken. Dit was in mijn eigen ziekenhuis niet mogelijk. Ik reageerde heel verbaasd en zei dat dit niet de bedoeling was. De arts gaf aan dat elke dag, nee elk uur, dat die kleine nog bij mij kon blijven meegenomen was. Ik kreeg een prik in mijn bil om de longrijping te laten versnellen. Ik voelde me een mislukkeling, want het geschatte gewicht van de baby was maar 890 gram. Eigenlijk ben ik toen in een roes geraakt en heb alles over me heen laten komen. Ik werd binnen een uur met de ambulance overgeplaatst naar Rotterdam. In het Sophiaziekenhuis aangekomen werd ik direct aangesloten op het ctg-apparaat. Het was toen ongeveer  13.00 uur. In de loop van de middag kwamen er steeds meer artsen aan mijn bed en op een gegeven moment waren mijn moeder en mijn zusje er ook. Toen was het ctg erg slecht en kwam de kinderarts erbij. Deze zei dat we de knoop moesten doorhakken en het leek erop dat ik binnen een half uur op de OK zou liggen, als het ctg niet binnen een kwartier zou verbeteren. Gelukkig ging het snel weer redelijk met de kleine en ik bleef op de onderzoekskamer. Pas om 22.30 uur werd ik overgeplaatst naar de afdeling. Ik sliep slecht die nacht en eigenlijk voelde ik me leeg, want ik was bang dat de kleine het niet zou halen. Maar toen deze dag (de 13e) voorbij was, kreeg ik 's nachts een bepaalde rust over me. Het klinkt misschien heel gek maar het voelde goed.
Op de OK aangekomen, bleef de arts bij me om de hartslag van de baby in de gaten te houden en achter me begonnen ze met het zetten van de ruggenprik. Dit lukte niet zo goed, want na een tijdje gingen ze mijn zenuwen prikkelen, om te kijken waar deze banen liepen. Dat deed erg pijn,want ineens schiet dan je been naar voren. En het lijkt net of je been slaapt. Nadat ik werd neergelegd op de operatietafel werd gecontro-leerd hoe mijn gevoel was. Ik zei dat ik mijn been nog kon bewegen en dat ik nog gevoel had. Dat was heel raar, want ik dacht dat je gelijk niks meer kon voelen, maar dit was bij mij dus niet het geval.
Toen ze begonnen met de operatie voelde ik ze snijden en ik kreeg soort van schokjes als ze me aanraakten en dit voelde zo vreselijk dat ik begon te huilen. De anesthesist liet de artsen stoppen en op dat moment kwam Martijn binnen. Hij mocht mij nog een
Om 18.30 uur heb ik Zoë voor het eerst gezien. Ik zag een ongelofelijk klein poppetje in een couveuse liggen, ik kon haar eerst niet eens vinden zo klein was ze ! Martijn zei nog dat ze in het midden lag en ik kan niet goed beschrijven wat ik toen voelde. Enorme emoties golfden door me heen: liefde, angst, verdriet en blijdschap.
Zoë had qua apgarscore een goede start (9/9) en de verpleegkundige die mij verzorgde vertelde, dat zij bij de keizersnede aanwezig was geweest. Ze zei tegen ons dat Zoë een vechtertje was, want toen ze uit mijn buik werd gehaald gaf ze een enorme krijs! En dat was een goed teken.
De volgende dag vertelde men ons dat de bloeddruk van Zoë erg schommelde, omdat de ductus (bloedvat tussen hart en longen) nog dicht moest groeien. Dit was een spannende periode. ´s Middags  kreeg ik enorme hoofdpijn. De medicijnen tegen de hoge bloeddruk waren  gestopt en men dacht dat het daarmee te maken zou kunnen hebben. Mijn bloeddruk was inderdaad aan de hoge kant, dus werd weer gestart met medicijnen.
Zoë
Buidelen met Zoë
Op 13 februari vertelde de kinderarts, dat Zoë de volgende dag overgeplaatst zou worden naar de  highcare-afdeling. Dit was een goede stap vooruit, vertelde ze. Ik vond het vreselijk want ik voelde me op mijn gemak op de NICU. De verpleeg-kundigen hadden alles vanaf het begin meegemaakt, ons gesteund,  te woord gestaan en ons op weg geholpen bij de verzorging van Zoë. En dan zouden we daar nu ineens binnen
De volgende dag werd Zoë in een ambulance overgebracht naar Dordwijk. Daar aange-komen vertelde men ons dat Zoë een goede reis had gehad. We werden wegwijs gemaakt en  kregen papieren mee naar huis om door te lezen. We werden opgevangen door een fijne verpleegkundige. Dus de eerste stap hadden we gehad. Zoë kreeg van de reis wel een terugval (ons was vooraf verteld dat dit zou kunnen gebeuren) en werd daarom van de neusbril afgehaald en ging weer over op de cpap. Dit vonden zowel wij verschrikkelijk, evenals Zoë zelf. In de tijd daarna trok zij de cpap er regelmatig uit, waardoor zij extra gepest werd met het opnieuw inbrengen en daardoor ging haar neusje kapot van binnen. In een gesprek met de arts hebben we aangegeven, dat we graag wilden zien dat Zoë weer aan de neusbril mocht en men begon met 2x 1 uur per dag en Zoë vond het geweldig.
In de nacht van 18 op 19 februari werd ik 's nachts wakker met een scherpe pijn in mijn rug. Ik heb de huisarts de volgende ochtend gebeld. Deze wilde me doorsturen (het vermoeden was een longembolie) en vroeg in welk ziekenhuis Zoë lag, voor het geval ik moest worden opgenomen. Na enige onderzoeken bleek het inderdaad te gaan om een longembolie en ik moest blijven.  Die nacht lag ik op de observatiezaal waar het erg druk was en de volgende dag werd ik pas op zaal geplaatst. De periode in het ziekenhuis heb ik optimaal bij Zoë doorgebracht, alleen de eerste dag niet, want toen had ik verplichte bedrust. Daarna mocht ik in de rolstoel naar beneden. Op 25 februari mocht ik weer naar huis, maar ik moest een half jaar bloedverdunners slikken.
Zoë en mama
Op 17 maart mocht Zoë naar huis, met zuurstof. In de tijd daarna hebben we veel ziekenhuis bezoeken gehad met name naar de oogarts in verband met de extra zuurstof die Zoë nog kreeg. De eerste tijd thuis was erg wennen aan elkaar. Zoë moest alle geluiden bij ons gaan leren kennen en herkennen. Wij moesten aan Zoë wennen. Zij had een enorme zuigbe-hoefte en leek onverzadigbaar. Zij sliep vaak erg onrustig en
Op 20 augustus mocht Zoë stoppen met de extra zuurstof en was ik klaar met mijn half jaar bloedverdunners. Met Zoë is het prima gegaan qua ontwikkeling, wanneer haar leeftijd gecorrigeerd werd, deed ze het prima!  
EN HOE GAAT HET NU?
Zoë is nu 2 jaar en een ondernemende, grensverleggende en onderzoekende dreumes. Wij genieten intens van haar en we zijn heel blij dat we de ouders zijn van dit vechtertje.
Op 17 maart 2006 zijn niet alleen Martijn en ik getrouwd, maar ook mijn zus Nanny en haar partner Robin. Zoë is dan precies 2 jaar thuis en wij vonden dit een mooie datum voor een duo-huwelijk!
De volgende dag (14 januari, ik was 28.5 weken zwanger) kreeg ik nogmaals een prik om de longrijping te versnellen en werd weer aangesloten voor een ctg. Deze zag er niet goed uit en ik besloot mijn ontbijt over te slaan, voor het geval dat ik naar de operatiekamer zou moeten. Ik kreeg toch geen hap door mijn keel! Na een half uur kwam de verpleegkundige om een stukje van de ctg-uitdraai mee te nemen voor overleg. Ik belde ondertussen Martijn, maar hij was al onderweg naar het ziekenhuis. Gelukkig maar, want toen ze terug kwamen, vertelde de arts dat we naar de OK gingen. Ik moest me klaar gaan maken, want in de tussentijd lag er al iemand op de tafel en deze werd eraf gehaald, omdat wij eraan kwamen.
kus geven en hem werd verteld dat ik onder algehele narcose ging. Nog voordat Martijn de OK uit was, had de anesthesist mij al in slaap gebracht en ik vond het allemaal best. Als ik maar geen pijn meer had. Om 11.00 uur werd ik wakker op de uitslaapkamer en Martijn stond bij me. Hij had de kleine al op de foto gezet en kon haar aan mij laten zien. Het drong allemaal niet zo door, totdat hij zei dat ik niet moest schrikken en hij vertelde
me dat ze maar 720 gram woog. Ze was om 10.00 uur geboren, ons meisje Zoë.
een dag weg moeten. Pfff, dat
vond ik erg heftig.
op aanraden van de fysiotherapeut zijn we haar toen gaan inbakeren en dit wierp na drie dagen zijn vruchten af: Zoë leek rustiger en langer te slapen en zo kregen wij ook wat meer rust en regelmaat.
Zoë
www.babylipsie.peutersite.nl