We hadden niet verwacht dat we ooit kinderen zouden krijgen in verband met medische problemen.
Maar begin november 2000 kreeg ik klachten en ging daarmee naar de dokter. De dokter besloot een zwangerschapstest te doen en wat bleek, ik was zwanger! Omdat ik zelf één van een één-eiïge drieling ben, was de kans op een meerling groot. De dokter besloot daarom een echo te laten maken om te controleren of ik een meerling verwachtte en tevens om vast te stellen hoe lang ik al zwanger was.
Op 14 november 2000 kreeg ik de echo. En wat bleek, ik was zwanger van een één-eiige tweeling. Dit was te zien, omdat de kindjes samen één placenta hadden en omdat de kindjes een enkelwandig tussenschotje hadden. Verder bleek ik al ruim 12 weken zwanger te zijn. Na van de eerste schok te zijn bekomen begon het besef dat ik dan toch nog moeder zou worden, zelfs van een tweeling. Wat een heerlijk vooruitzicht.
De zwangerschap ging goed tot januari 2001, toen zagen ze dat één kindje niet meer goed groeide, ik bleek het TTS-syndroom te hebben. Het TTS-syndroom houd in het kort in dat de kindjes vaten in de placenta delen. Waarbij één kindje meer bloed en dus meer voedingsstoffen krijgt en het andere kindje bijna niks meer. Er werd mij geadviseerd om halve dagen te gaan werk, dat heb ik vervolgens gedaan.
Vanaf half januari ging het opnieuw niet goed en ik moest helemaal stoppen met werken.
Ik bleef wekelijks onder controle en eens per twee weken werd gekeken hoeveel de kindjes gegroeit waren.
Begin maart 2001 werd ik op genomen, omdat één van de twee baby's zo slecht groeide dat ik bedrust nodig had. Na een paar dagen in het ziekenhuis mocht ik toch weer naar huis. Dit was mogelijk via een speciaal project. Dit project hield in dat er iedere dag een arts langs kwam voor een hartfilmpje en twee keer per week moest ik naar het ziekenhuis voor een echo.
Op 14 maart 2001 braken de vliezen en we moesten snel naar het WKZ in Utrecht. Ik kreeg volledige bedrust en kreeg prikken voor de longrijping van de tweeling.
Toen in de nacht van 14 op 15 maart de weeën begonnen, werd ik aan de weeënremmers gelegd. Dit hielp slechts even, want op 18 maart kreeg ik 's avonds verschrikkelijke buikpijn. Om 23.45 uur besloten de artsen een spoedkeizersnee uit te voeren. Om 00.17 uur werden Amber en Ashley geboren. De placenta had los gelaten, dit was de reden van de verschrikkelijke buikpijn. Amber was 35 cm lang en woog 900 gram, Ashley was 42 cm lang en woog 1540 gram.
Ik heb van dit alles niets meegemaakt, ik werd pas de volgende dag wakker. Om 11 uur heb ik mijn dochters voor het eerst gezien op de NICU.
Amber deed het goed en had geen beademing nodig. Ashley lag wel aan de beademing. Een spannende tijd begon, gaan ze het redden of niet.
Na een gesprek met de dokter op 20 maart werd besloten dat we wel geboortekaartjes mochten versturen. Ik moest tot 23 maart in het ziekenhuis blijven, ik kon Amber en Ashley toen een paar keer per dag bezoeken op de NICU.
Vanaf het moment dat ik naar huis mocht, bezocht ik ze twee keer per dag. Op 24 maart mocht Ashley van de beademing af.
Gelukkig kon ik ze door te kolven moedermelk geven. Het is toch fijn dat je iets voor ze kan doen.
Ashley groeide heel goed en mocht na 10 dagen al naar het ziekenhuis in Zeist, toch een stapje dichterbij huis.