Na een hoop pech en onzekerheid van een eerste, mislukte, zwangerschap wilden we het toch opnieuw proberen. Ik was vrij snel zwanger en we waren dolgelukkig, maar wel wat ingetogen. In de 7e week kreeg ik weer een bloeding en ik was ervan overtuigd dat ik ook dit kindje kwijt ging raken, maar de echo de volgende dag liet gelukkig een kloppend hartje zien. De volgende 13 weken verliepen vrijwel normaal. Op tweede paasdag (met 20 weken) kreeg ik ineens een verschrikkelijke pijn in mijn buik. Ik vermoedde vrij snel dat het met mijn galblaas te maken had en niet met de baby, maar ik was toch wel een beetje bang. Omdat de bloeduitslagen niet verontrustend waren, mocht ik pas drie weken later een echo laten maken en bleek mijn galblaas inderdaad helemaal vol met galsteentjes te zitten. Na overleg met diverse artsen en gynaecologen werd besloten mijn galblaas te verwijderen, om infectie te voorkomen. Inmiddels was ik 24 weken zwanger en de tijd begon te dringen, want over enige tijd zou de chirurg er niet meer bij kunnen. Met 24,4 weken, op dinsdag 11 mei, werd ik geopereerd in het Amphia Molengracht ziekenhuis te Breda. De operatie lukte en ik mocht na twee dagen naar huis.
Ik was flink ziek van de operatie, maar knapte vrij snel op en ben 13 mei 's avonds naar huis gegaan. Na enkele dagen kreeg ik regelmatig last van harde buiken. Ik belde de verloskundige, die mij direct naar het ziekenhuis doorverwees. Ik had lichte weeën en werd opgenomen en aan een infuus met weeënremmers (partusisten) gelegd. Het duurde een paar dagen voor het echt rustig werd en ik was behoorlijk ziek van de medicijnen. Dinsdag 18 mei ging het iets beter en ik mocht deze medicijnen afbouwen om over te gaan op pillen (adalat) die dezelfde werking hebben, maar minder bijwerkingen. Dit experiment mislukte helaas en betekende bijna het einde van mijn zwangerschap. Die nacht was heel kritiek en ik stond steeds op het punt om overgeplaatst te worden naar het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam. Ik kreeg meteen de eerste longrijpingsspuit geïnjecteerd. Uiteindelijk hebben de artsen de weeën opnieuw kunnen remmen en mocht ik voorlopig in Breda blijven. Mijn partner Jef heeft die nacht bij mij op de verloskamer doorgebracht.
De dagen erna ging het langzaam iets beter en vrijdag 21 mei kon ik voor het eerst weer iets eten. Helaas kwam dat er na 4 happen weer uit en op dat moment braken de vliezen. Ik raakte helemaal in paniek, want ik was nog geen 26 weken zwanger en ging ervan uit dat ons kindje nog geen overlevingskansen had. Binnen een uur werd ik naar het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam overgebracht, waar ik aan tal van onderzoeken onderworpen werd. Aan het eind van de middag bleek dat zij geen plaats voor ons kindje hadden, mocht dit geboren worden. Daarom werd ik overgeplaatst naar het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven. Hier werden alle tests en onderzoeken opnieuw gedaan en kreeg ik helaas andere medicijnen (ritodrine), waar mijn lichaam erg aan moest wennen. Na drie dagen (24 mei) kwam het bericht uit het Sophia dat er een plekje vrij was en moest ik weer terug naar Rotterdam. De rit in de ambulance was niet echt prettig, maar het voordeel was dat men in Rotterdam mijn gegevens al had en ik dus niet opnieuw uitgebreid onderzocht hoefde te worden.