Hoe gaat het met jullie?
Hoe gaat het met jullie?
Goed, zeiden we,
want dat was de makkelijkste weg.
Dan vroegen ze tenminste niet verder.
Hoe gaat het met jullie?
Goed, zeiden we,
want we wilden niet zeuren.
Hoewel die eerste jaren alles zó anders was dan we ons hadden voorgesteld.
Hoe gaat het met jullie?
Goed, zeggen we, nu naar waarheid.
Beter dan we ooit durfden dromen.
We hebben het samen gered.
Wij, maar vooral ons wonderkind.