Reisverslag IJsland 2006
Van 17 juni tot en met 2 juli 2006 maakten mijn vriendin en ik een rondreis over IJsland. Hieronder volgt het verslag van deze - voor ons - indrukwekkende reis.
Je kunt ook meteen de volledige foto-impressie bekijken.
17 en 18 juni : Laugarvatn, Þingvellir en Geysir
Ik moet het toegeven: vliegen zal nooit mijn favoriete hobby
worden. Gelukkig verloopt de vlucht naar Keflavik zonder
problemen. We halen onze camper op en vertrekken naar het eerste
overnachtingsadres in Laugarvatn; een camping met uitzicht op een
groot meer en een bergrug.
De volgende dag rijden we naar Þingvellir een nationaal
park, opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Þingvellir toont op een hele mooie manier de geologische
grens tussen het Europese en Noord-Amerikaanse continent. Het is
ook de plaats waar in 930 voor de eerste keer het AlÞing
(de volksvertegenwoordiging) bijeenkwam.
Via Laugarvatn rijden we naar Geysir, de springbron waarnaar alle
andere geisers zijn vernoemd. Geysir zelf is slechts
één tot twee keer per dag actief. De vlak erbij
gelegen Strokkur spuit
daarentegen eens in de 5 tot 7 minuten een waterstraal van zo'n
10 tot 20 meter omhoog.
19 juni : Gullfoss, Skogafoss en Vik
Het regent constant als we de volgende ochtend op pad gaan
naar de Gullfoss. Een
indrukwekkende waterval, die in twee "trappen" metersdiep naar
beneden stort. De regen verhindert het om echt mooie foto's te
maken.
We reizen verder via twee andere watervallen - de Seljalandsfoss en de Skogafoss - naar Dyrholaey. Daar
wacht ons een teleurstelling: deze vogelrots is tijdens het
broedseizoen gesloten. Dan maar verder naar Vik, waar we onze
camper parkeren op een kampeerterrein aan de voet van een
rotsketen waarop vele Noordse stormvogels broeden.
20 en 21 juni : Skaftafell N.P.
Met windkracht 10 vertrekken we richting het oosten. Een
poging om in Vik alsnog een vogelrots te beklimmen laten we door
de storm maar achterwege. We rijden door het Myrdalssandur, langs
het kleine ondergondse turfkerkje
van Núpsstaður en het Skeiðarársandur
naar onze volgende camping in het nationale park
Skaftafell.
Als we de volgende ochtend opstaan is het zowaar zonnig. We maken
een wandeling naar de Svartifoss en daarna naar Sjornanipa. Van
daaruit heb je een prachtig uitzicht op de gletsjer Skaftafellsjökull, de enorme
spoelzandvlakte Skeiðarársandur en de
Hvannadalshnukur, de hoogste
berg van IJsland. Een mooi gebied, waar we best wat langer hadden
willen blijven.
22 en 23 juni : Ingólfshöfði, Höfn en Egilsstaðir
Vanuit Hofsnes maken we een excursie naar de rotskaap van Ingólfshöfði. Een
platte kar achter een tractor brengt ons naar de voet; de
beklimming zelf is pittig, door diep en mul lava-zand. In het
broedseizoen is deze kaap het terrein van duizenden zeevogels:
vooral papageaaiduikers, grote jagers, drieteenmeeuwen, koeten en
noordse stormvogels tref je hier aan. Wel oppassen, want de grote jagers vinden het - terecht
- niet prettig dat je door hun territorium wandelt. Ze vliegen
vlak langs je en proberen je daarbij te raken met hun
vleugels.
We vervolgen onze reis langs het gletsjermeer Jökulsárlón en
komen aan in Höfn. Het is koud, het regent (alweer), vroeg
naar ons bedje dus...
Het miezert nog steeds als we de volgende morgen vertrekken
richting het oosten. Best eng rijden langs de kust: een zicht van
hoogstens twintig meter, op een belabberde gravelweg met aan een
kant een hoge rotswand en aan de andere - metersdiep en zonder
vangrail - de zee. Wat verder naar het oosten klaart het gelukkig
op. Onderweg zien we enorm veel eidereenden en wilde zwanen. Over
de geweldig mooie Breiðdalsheiði rijden we richting
Egilsstaðir, de belangrijkste plaats van Oost-IJsland.
24 juni: Dettifoss, Asbyrgi
Gisteren gevraagd om wat warmer weer, en vandaag gekregen. We
staan op met zonneschijn! Op weg richting het noorden, door het
Jökuldalur, met aan beide
kanten mooie watervallen. Na Grimmstadir gaan we over weg 864
naar het noorden. Na een 'wasbord' van zo'n 30 kilometer komen we
aan bij de Detifoss, een
waterval, gelegen in een mooie canyon. We gaan verder naar het
noorden en komen in Asbyrgi,
een hoefijzer-vormige kloof met hoge rotswanden. Daarna nog
verder noordwaarts. Bij een mooi uitzichtpunt bij Oxarfjordur
zien we - nog maar eens - papegaaiduikers. We vervolgen de
route - met een prachtig uitzicht over de Skjálfandi-baai
- en komen aan in Husavik.