natuurfeestdageneten en drinkenweergeschiedenis |
![]() |
Het
huis ligt in een zeer natuurlijke omgeving. Achter het huis strekt zich
een
gebied uit, dat bestaat uit bos en veel kleine meertjes. Naast deze
onbeschermde gebieden heeft Zweden ook veel natuurparken.
Omdat
de buitenlucht de Zweden lief is, hebben zij een groot
verantwoordelijkheidsgevoel voor de wildernis. Hierdoor bestaat er een
goede
balans tussen ‘toegang tot’ en ‘behoud van’ de natuur. Onder het
zogenaamde
allemansrätten (allemansrecht) is geregeld dat de natuur voor iedereen
vrij
toegankelijk is. Zweden kent dus geen private wandelpaden. De paden op
en de
lanen in, kan en mag dus overal. Ook mag je wild kamperen en vuur
maken. Of
wanneer de maag begint te knorren verse paddestoelen en bessen plukken
(en al
wat niet meer groeit en bloeit in de uitgestrekte natuur). Op een zelf
gestookt
vuurtje, van bijeen gezocht voedsel een heerlijk maaltje koken is
misschien wel
de ultieme ervaring van de Zweedse karakteristieke onafhankelijkheid.
Naast
deze vrijheden hebben de Zweden de verplichting om zorg te dragen voor
mensen,
dieren en de natuurlijke omgeving. Ofwel, met gezond verstand en
verantwoordelijke hand met de vacker natur om te springen. Dit betekent
niet
vervuilen, niets vernietigen en niemand storen!
Hieronder
een paar
voorbeelden van wat je wel en niet mag in de zweedse natuur. De
volledige tekst
van het Allemansrecht vind je op de website van Naturvårdsverket.
|
|
|
|
|
Ben
je geïnteresseerd in natuur dan is www.naturvardsverket.se
ook een leuke site.
In
Zweden zijn een aantal grote Nationale Parken. Het dichtstbijzijnde is
Garphyttan. Dat is gelegen ca

Maar
ook buiten de natuurparken is veel natuur te vinden met veel
verschillende
planten en dieren. Orchideeën zoals op de foto hierboven en veel andere
soorten
kun je overal vinden. Overigens zijn orchideeën ook in Zweden beschermd.
In oostelijk Värmland liggen veel veengebieden. De combinatie mos en
water zorgt voor een buitengewoon rijk vogelleven. Op dit soort
mosgebieden broeden vaak zwanen, kraanvogels en goudplevieren. 
top
|
In Zweden zijn
tal van specifieke
diersoorten te vinden die elders in Europa niet of nauwelijks
voorkomen. Het
meest kenmerkend is de eland. Hij
komt in groten getale voor in moerassige, bosrijke streken. De
mannetjes hebben
een machtig gewei. Veronachtzaam de borden die waarschuwen voor
overstekende
elanden niet, want een botsing met zo'n groot dier loopt niet alleen
voor het
dier slecht af. Jaarlijks komen bij 5000 aanrijdingen gemiddeld 10
mensen om
het leven! In geval van een ongeluk moet in ieder geval direct de
politie
gewaarschuwd worden om het aangereden dier uit zijn lijden te
verlossen. Vanaf Värmland komt
de beer voor; de populatie is
inmiddels toegenomen tot circa 1000 exemplaren. Hij wordt echter maar
zelden
gesignaleerd. Ook de wolf komt weer
wat vaker voor, maar het blijft een uiterst zeldzaam dier. Datzelfde
geldt voor
de lynx en de veelvraat. De boslemming
is algemeen in Midden- en Noord-Zweden en leeft hoofdzakelijk in
vochtige
bossen met veel mos op de bodem. Hij is grijs met een roodbruin
middenstuk op
de rug en in de winter lichter gekleurd dan in de zomer. Lemmingen
vormen het
basisvoedsel van de roofdieren en roofvogels. Zijn er geen lemmingen
dan
broeden ruigpootbuizerds en sneeuwuilen niet. |
![]() ![]() Deze
foto is gemaakt op de camping bij Filipstad
|
|
Zweden heeft een rijke vogelwereld. In de bossen leven auerhoen, korhoen, hazelhoen en vele spechten en uilen. Karakteristiek voor het noorden zijn moreneplevier, steen- en zeearend, slecht- en giervalk, alpen- en moerassneeuwhoen, sneeuwgors, goudplevier, ldeinste jager, sneeuwuil en paarse strandloper. Bovengenoemde vogels komen voornamelijk voor in het gebied waar de berk groeit. Zuidelijker, in de naaldwouden, komen andere vogels voor zoals spechten, draaihals, keep, barmsijsjes, fitis, goudvink en blauwborst. Vogels die men het meest ziet zijn koperwiek, kramsvogel, raaf en bonte kraai. Bij het huis heb ik ook veel boomklevers en bonte vliegenvangers gezien. |
![]() |
![]() |
Aan roofvogels zijn er diverse soorten uilen, zoals ruigpootuil en sperweruil, verder smelleken, visarend en steenarend, zeearend, slechtvalk en de blauwe kiekendief. Uniek zijn de kraanvogels, die zich bij het Hornborgasjö in Västergötland tussen Falkjöping en Skara verzamelen. In de tweede helft van april komen bij dit meer tienduizenden kraanvogels bijeen. Vele natuurliefhebbers en onderzoekers komen hier naartoe om de balts, de kraanvogeldans, waar te nemen. Hierna trekken zij naar hun broedplaatsen in het noorden. Wil je meer weten over vogels in Zweden klik dan hier |
De
talrijke rivieren en meren van Zweden zijn rijk aan vis en de rijkdom
neemt toe
naarmate men noordelijker komt. Vissen als snoek, baars en witvis komen
ook in
de Zweedse wateren voor. Meer aantrekkingskracht op de sportvisser
hebben
ongetwijfeld de forel en de zalm die op veel plaatsen te vangen zijn.
In het meer Yngen (bij Persberg) is zoetwaterzalm te vangen.
In Zweden wordt
veel gejaagd. Het wordt gezien als een
belangrijke schakel in het behoud van het evenwicht in de natuur. Jagen
wordt gezien als een goede lange termijn beheersing van de natuurlijke
bronnen.
De jacht, zowel op vogels als op zoogdieren is beschermd en vindt
alleen plaats volgens wettelijke regels. Onder die regels vallen ook
eieren en nesten.Wil
je meer weten over de jacht, klik dan hier.
Je vindt hier veel informatie in het engels.
top
Lang geleden werd er,
voorafgaande aan Pasen, gedurende 40 dagen gevast. De dagen voor het
vasten
werd er nog even flink vet gegeten
om wat reserves te hebben voor de
vastentijd. Onder andere at men semlor (ook wel fettisdagsbullar
of fastlagsbullar genoemd), dit zijn broodjes met slagroom en
spijs. Er wordt inmiddels al lang niet meer gevast, maar de semlor
zijn gebleven. Ze zijn nu vaak verkrijgbaar vanaf Nieuwjaar tot Pasen,
maar de Zweden verorberen ze toch vooral op fettisdagen (Vastenavond, dag
voor Aswoensdag).
Alla
hjärtans dag (Valentijnsdag)
Net als in Nederland wordt hier ook in Zweden steeds meer aan gedaan.
Er worden
cadeautjes of bloemen gegeven aan geliefden, of men nodigt iemand uit
voor een
etentje. Ook worden kaarten verstuurd naar goede vrienden.
Pasen
![]() |
Op
skärtorsdagen
(Witte
Donderdag) gaan påskkärringar
langs
de deuren. Dit zijn als heks verklede
kinderen, ze wensen “ Glad
påsk ”
(Vrolijk Pasen) met
tekeningen of kaarten en krijgen op de meeste adressen snoep in hun
mandjes.
Vroeger dacht men dat op skärtorsdagen
alle
heksen op hun
bezemstelen naar Blåkulla vlogen. Ook in Zweden worden met Pasen eieren
versierd. Verder versiert men vaak het huis met twijgen en gekleurde
veren. Goede Vrijdag ( långfredagen ) en de beide Paasdagen zijn officiële feestdagen. |
Valborgsmässoafton
![]() |
Op 30 april wordt gevierd dat de winter eindelijk voorbij is en dat de lente is gearriveerd. Mensen komen bij elkaar rond een vuur en er wordt gezongen. Vroeger dacht men dat uit de rook van het Valborgsmässovuur ook het weer te voorspellen viel: trok de rook naar het noorden dan werd het een koude lente, trok de rook naar het zuiden dan werd de lente mild. |
In
Nederland wordt op
deze dag natuurlijk Koninginnedag gevierd, een leuk detail is dat de
Zweedse
koning Carl XVI Gustaf ook op 30 april jarig is!
Första
maj (1 mei)
Sinds
1907 verkopen
schoolkinderen meibloemen om geld in te zamelen voor kinderen die het
slecht
hebben. Verder is het ook de dag van de arbeid, sinds 1890 wordt er
gedemonstreerd
voor betere werkomstandigheden. Aangezien de lente goed op gang is
gekomen en
het weer meestal mooi is, wordt deze vrije dag door veel Zweden
aangegrepen
voor een uitstapje.
Kristi
himmelfärdsdag (Hemelvaartsdag)
Tegenwoordig
vooral een lekker dagje vrij. Voorheen was deze dag ook de eerste zwem-
of
visdag. Als de vis goed beet op een bepaald tijdstip, zou de vis de
rest van de
zomer op datzelfde tijdstip ook goed bijten.
Sveriges
nationaldag & svenska flaggans dag
| Sinds
1916 wordt op 6 juni de dag van de Zweedse vlag gevierd. Overal in het
land
wordt de vlag gehesen en de koning deelt vlaggen uit in Skansen.
Uiteraard
wordt ook het volkslied gezongen: “ Du
gamla, du fria ”.
De kleuren in de
Zweedse vlag symboliseren de zon en de hemel. De datum 6 juni komt van
de dag
dat Gustav Vasa tot koning werd gekozen in 1523. Ook is deze datum de
naamdag
van Gustav. Vanaf 2005 is 6 juni een officiële vrije dag. Daarvoor moest wel 2e Pinksterdag worden ingeleverd. |
Midsommarafton
(midzomeravond)
![]() |
Midzomeravond wordt gevierd op de vrijdag die het dichtst bij 21 juni valt. Overal in het land worden meibomen versierd met bladeren en bloemen. Per streek kan de meiboom er iets anders uitzien, maar de basis is een kruis met grote kransen aan de dwarslat. In Dalarna ziet men het provinciewapen in de top, in de kuststreken ook wel een schip. Als de meiboom versierd is en rechtop staat wordt er in een kring omheen gedanst, meestal onder begeleiding van accordeon- of gitaarmuziek. Enkele van de meest gezonden liedjes zijn: “Små grodorna”, “Prästens lilla kråka” en “Vi äro musikanter”. De zaterdag erna heet midsommardagen (midzomerdag). |
Kräftskivör/kräftfester
(kreeftfeesten)
In
augustus worden veel kreeftfeesten georganiseerd. Er worden
rivierkreeften
gevangen of gekocht en opgegeten tijdens een feest, vaak onder het
genot van
brandewijn.
Alla
helgons dag (Allerheiligen)
Officieel
staat 1 november in de agenda's, maar in 1953 werd besloten dat deze
dag
gevierd zou worden op de zaterdag tussen 31 oktober en 6 november.
Destijds
werd er nog op zaterdag gewerkt en op deze manier kreeg men een vrije
zaterdag.
Er waren tenslotte al weinig vrije dagen in de herfst. Met
Allerheiligen steken
de Zweden lichtjes aan op de begraafplaatsen. Een mooie traditie om
even wat
extra te denken aan de dierbaren die niet meer leven.
Jul
(kerst)
De
kersttijd is een periode vol tradities:
Vier zondagen voor de kerst wordt de adventskandelaar tevoorschijn
gehaald,
daarna wordt er iedere zondag een extra kaars aangestoken. Ook duiken
voor
vrijwel alle ramen elektrische kandelaars op.
Luciadagen
| Op 13 december komt Lucia met haar gevolg. Lucia draagt een lange witte jurk en heeft een kroon met kaarsjes op haar hoofd. Ze wordt gevolgd door een optocht van andere meisjes, eveneens in witte jurken, maar dan met een kaars in de hand. En ook stjärngossar (jongens met een hoge witte punthoed met gouden sterren erop en met een ster in de hand) begeleiden Lucia. De laatste jaren duiken ook peperkoekmannetjes en kabouters op, vooral in kinderoptochten. Er worden Lucia- en kerstliedjes gezongen. Lucia brengt behalve licht in de donkere tijd ook koffie, pepparkakor (dunne speculaasjes) en lussekatter (gekringelde saffraanbroodjes) | ![]() |
Julafton
(kerstavond)
Inmiddels
zijn vele huizen voorzien van kerstgordijnen en andere versieringen. De
kerstboom wordt meestal pas kort voor kerstavond in huis gehaald. Op
kerstavond
wordt uitgebreid gedineerd, en alle kinderen wachten op de kerstman die
op 24
december met pakjes komt. Om middernacht wordt vaak de nachtmis in de
kerk
bijgewoond.
Juldagen
& Annandag jul (1e en 2e Kerstdag)
Veel
Zweden gaan op 1e Kerstdag naar de vroege kerkdienst ( julotta
).
2e Kerstdag is voor de meesten gewoon een extra vrije dag. Op die dag
begint
ook de uitverkoop en is het flink druk in de winkels.
Nyår
(Nieuwjaar)
Er
wordt meestal gedineerd aan een mooi gedekte tafel en men kleedt zich
sjiek. Om
twaalf uur volgen de nieuwjaarswensen (en goede voornemens) en
natuurlijk
vuurwerk.
Trettondagen
(Driekoningen)
Dit
is op 6 januari, 13 ( tretton
)
dagen na kerst. Het
is een officiële vrije dag.
Tjugondedag
knut
Op
13 januari, 20 ( tjugo
)
dagen na kerst,
wordt de kerstperiode afgesloten. Het is tevens de naamdag van Knut. De
laatste
dans rond de kerstboom wordt gedanst en daarna wordt de kerstboom
“geplunderd”.
Kinderen krijgen vaak zakjes snoep.
![]() |
Deze kleine gehaktballetjes zijn misschien wel het meest Zweeds van alle Zweedse gerechten. De Zweden eten ze vaak - als snack in combinatie met aardappelpuree en een schep cranberrysaus, bij de borrel, als broodbeleg, etc. De balletjes danken hun aparte smaak meestal aan de kruidenmix 'Allroundkrydda'. |
| In augustus wordt in Zweden elk jaar het feest van de rivierkreeften gevierd. De rivierkreeftjes worden gekookt met dille en geserveerd met brood, boter en kruidenkaas. Ter verhoging van de feestvreugde wordt er veel gezongen en wordt er een borreltje bij gedronken. In de supermarkten verkoopt men voor de feesten lampionnen, servetjes, papieren bordjes, feestmutsen en kaarsen met kreeft-motieven erop. | ![]() |
![]() |
Een zeer gebruikelijk en makkelijk te maken gerecht. Pytt i Panna bestaat uit in dobbelsteentjes gesneden aardappelen, uien en vlees. Het geheel wordt in een grote pan gebakken. Het gerecht wordt geserveerd met rode bieten en een gebakken of een rauw ei er bovenop. |
| De meest bekende Zweedse maaltijd is het Smörgåsbord. Het Smorgåsbord bestaat uit een enorme hoeveelheid warme en koude gerechten zoals diverse soorten haring, gerookte en gemarineerde zalm, gerookte aal, garnalen, makreel, krab , sardientjes, salades, gekookte en gebraden vleessoorten, gerookt rendier, gehaktballetjes, ham, worst, leverpastei, diverse soorten kaas, diverse soorten brood, gebakken en gekookte aardappelen, diverse vruchten en lekkere nagerechten. Men begint meestal met de koude visgerechten en werkt zo langzaam via de warme gerechten naar de nagerechten. Bij de maaltijd drinkt men traditioneel een aquavit, waarna men overgaat op bier. | ![]() |
Op
donderdagen
eten de Zweden het liefst Ärtsoppa med Pannkakor, oftewel erwtensoep
met
pannekoeken. De Zweedse erwtensoep is gemaakt van gele erwten. De soep
wordt
geserveerd met pannekoekjes. Over deze pannekoekjes wordt natuurlijk de
'verplichte' jam gesmeerd.
![]() |
De
meeste
plaatsen hebben wel een restaurant of hotel waar U heerlijk kunt eten. Wat
heel
populair is bij de Zweden zelf is het zgn. "Dagens rätt", een
dagschotel met meestal een keus uit 3 verschillende gerechten. Hierbij
hoort
een drankje ( frisdrank of licht bier) en U kunt meestal onbeperkt
gebruik
maken van een salladebuffet en brood. Koffie toe hoort er in de regel
ook bij.
Dagens rätt is meestal te krijgen tussen 11 uur 's ochtends en 2 uur 's
middags. De prijs hiervoor ligt rond de 55 kronen p.p. Ook pizzeria's
hebben
vaak een Dagens rätt. |
Zweden
heeft net
als buurland Noorwegen te maken met de
invloed van de Warme Golfstroom. Zo ligt hier de gemiddelde
jaartemperatuur
aanzienlijk hoger in streken zoals Noord-Rusland, Alaska en Groenland
die op
dezelfde breedte liggen. Midden-Zweden heeft een landklimaat met warme
droge
zomers en koude winters. Oorzaak is de bergketen in Noorwegen waar de
wolkenvelden snel stijgen en het dus vaak regent. Gevolg is dat het
achter die
bergketen veel droger en zonniger is. In het noorden (Lapland) en de
oostelijke
gebieden langs de Botnische Golf kan het erg koud worden. De Botnische
Golf kan
zelfs helemaal dichtvriezen. In Lapland komen temperaturen van ±
In de
noordelijke berggebieden ligt gemiddeld zo'n twee meter sneeuw die wel
tot
zeven maanden kan blijven liggen. In Stockholm blijft de sneeuw
ongeveer drie
maanden liggen. Het zuiden heeft een uitgesproken zeeklimaat als gevolg
van de
Warme Golfstroom en er valt dan ook wat meer regen dan in de rest van
Zweden.
Als er sneeuw valt, blijft die niet vaak liggen. Ook de havens blijven
ijsvrij.
Het zuiden heeft vier tot vijf zomermaanden, het midden drie tot vier
en het
noorden een tot drie. Van noord naar zuid zijn er met name in de winter
grote
verschillen in de gemiddelde temperatuur. In januari b.v. is de
gemiddelde
temperatuur in Lapland
Evenals in Zweden en Finland zijn er in Zweden twee bijzondere
fenomenen waar
te nemen: de middernachtzon en het noorderlicht.
De
middernachtzon staat voor veel reizigers hoog op het lijstje van
bezienswaardigheden. Hoe verder men 's-zomers in de richting van de
Noordpool
gaat, hoe hoger en langer de zon achter elkaar blijft schijnen. De
poolcirkel,
die door het noorden van Zweden loopt, is de breedtegraad waarop de zon
in de
nacht van 21 op 22 juni net boven de horizon blijft staan. De
middernachtzon is
zelfs in zuidelijker delen van Zweden zichtbaar. Hartje zomer kan men
dan
zonder veel problemen 's-nachts op straat de krant nog lezen. Omgekeerd
blijft
de zon in de winter op de poolcirkel natuurlijk onder de horizon staan
en op de
Noordpool heerst dan de poolnacht. Bij zware bewolking is er natuurlijk
veel
minder van dit natuurverschijnsel te zien. Het
noorderlicht of poollicht is in heldere, koude winternachten te zien.
Uit
zonnevlekken worden richting aarde elektrische deeltjes weggeschoten
die door
het magnetischveld om de aarde naar de hogere luchtlagen gestuwd
worden, en
daar beginnen te gloeien. Er onstaan dan schitterende
kleurschakeringen, in
bogen en stralen. Het allermooiste is de noorderlichtkroon, als al die
bogen en
stralen als een kroon boven de pool lijken te hangen. In de zomer
liggen de
dagtemperaturen tussen de 16 en de 30 graden.
Ergens in september loopt de zomer bruusk ten einde; van de ene dag op
de
andere zakt de temperatuur definitief van een zonnige 15 naar een
bewolkte 5
graden (in Filipstad).
De wintermaanden (okt - half maart) zijn hard, het is koud (overdag
meestal -5
graden in Filipstad. In december gaat in Filipstad de zon al om drie
uur
onder.
In april vecht de zomer met de winter; in Lesjöfors sneeuwt het de ene
dag een
beetje bij temperaturen net onder het nulpunt; op andere dagen is het
zonnig en
een "warme" tien graden. Hier
vindt u de weersverwachting
van dit moment.
Geschiedenis
| De
Noordse mythologie werd vastgelegd in IJslandse geschriften, waarvan de
Oude en
de jonge Edda de voornaamste zijn. De eerste ontstond in de
vikingperiode, de
tweede werd omstreeks 1220 geschreven door Snorri Sturluson en is niet
geheel
vrij van christelijke invloeden. |
![]() |
Ginnungagap
![]() |
Aan de uiterste rand van de wereld lag het barre mysterieuze land van ijs en mist. Het noordelijke deel was gevuld met ijs en rijp; dit was Nivlheim, waar de koude, dikke mist ontstond. De ijsstromen drongen door tot in Ginnungagap, waar het klimaat milder was. De zuidelijke warmte deed het ijs smelten en de energie van warmte en licht bracht leven in de druppels. Uit de tot leven gebrachte druppels ontstonden de reus Yme en de koe Audhumla. De koe likte aan het ijs en op de eerste dag kwam het haar van een man tevoorschijn, op de tweede dag het hoofd en op de derde dag de gehele man. Zijn naam was Bure. Hij had een zoon, Bor genaamd, die zelf drie zonen kreeg: Odin, Vile en Ve. Van deze drie stammen de Asen (Esir) af. Odin en zijn broers doodden Yme en van zijn lichaam formeerden zij de aarde. Op een dag wandelden zij langs het strand en vonden twee bomen. Uit deze bomen werden de man Ask en zijn vrouw Embla geschapen en van hen stammen de stervelingen af. |
De Asen
Odin
was
de god van de oorlog. Tor, de dondergod
die rondreed in zijn door twee rammen getrokken strijdwagen, hielp de
mensen
tegen ziekte en honger. In zijn strijd tegen de aartsvijanden van de
Asen, de
Jotun, beschikte hij over de gordel Megingjord, die zijn Asenkracht
verdubbelde, en over de hamer Mjölne, die hij met verbrijzelende kracht
naar
zijn vijanden slingerde en die vanzelf weer terugkeerde. Frey (Fröj)
was heer
over regen en zonneschijn en verantwoordelijk voor de oogst (god van de
vruchtbaarheid). De
machtigste, maar zeker niet almachtig, was toch Odin.
Wanneer
hij niet rondreed door het universum op zijn achtbenig ros Sleipnir,
zetelde
hij in het Valhalla, het hemelse paleis, het toekomstige paradijs van
de
gesneuvelde strijders. De enorme zaal had 140 poorten en door elke
poort konden
800 krijgers zij aan zij marcheren. Door de poorten trokken elke dag de
dappere
krijgers in volle wapenrusting uit om met elkaar strijd te leveren
totdat allen
gesneuveld waren. Maar tegen de avond stonden zij weer op en keerden
zij terug
naar Valhalla, waar zij verzorgd werden door de Valkyrie, Odins
immer
jonge, schone dienstmaagden. Deze waren het ook die over de aardse
slagvelden
rondwaarden en bepaalden wie zou winnen en wie zou sneuvelen. In het
Valhalla
bedienden zij de uitverkoren strijders. De drinkhorens werden constant
gevuld
uit een eindeloze stroom wijn en elke dag werd het grote, vetgemeste
zwijn
Särimner geslacht en geroosterd. 's Avonds kwam het weer tot leven en
aldus was
het er altijd feest en ontbrak het de heldhaftige krijgers aan niets.
Maar
uiteindelijk zal deze wereld op een dag in Ragnarok (de
Godenschemering) ten
onder gaan in vlammen tijdens de strijd tussen de iEsir en de Jotun.
Een
nieuwe wereld zal daarna uit de zee herrijzen: groen en vredig en het
graan zal
groeien waar niet gezaaid is. De enkele goden die de ondergang
overleefd hebben
(waaronder Balder, de herrezen, rechtschapen zoon van Odin),
zullen
met de twee stervelingen die zich verborgen hielden in de morgendauw
een nieuwe
wereld opbouwen. En dan zal de Almachtige heersen over alles.
Prehistorisch
Zweden
|
Tot
aan de ll-e eeuw, toen het christendom geïntroduceerd werd, is de
geschiedenis
van de mens in deze noordelijke landen in nevelen gehuld. Bodemvondsten
en
runenstenen zijn de enige bronnen die ons iets kunnen vertellen van
prehistorisch Zweden. De archeologen kunnen nu met enige zekerheid
stellen dat
Zweden in de oude steentijd (5000-3000 v. Chr.) bewoond werd door
jagers en
vissers. In
de nieuwe steentijd (3000-1500 v. Chr.) woonden er Germaanse stammen
van wie de
huidige Zweden afstammen. Zij hielden vee, voornamelijk schapen,
geiten en
varkens. Later begonnen zij het land te bebouwen en vestigden zij zich
in wat
enigszins leek op een dorpsgemeenschap met huizen en karrensporen. Uit
deze
periode zijn de grote stenen graven afkomstig: hunebedden en
ganggraven. Uit de
bronstijd (1500-500 v. Chr.) dateren de 'hällristningar',
de
beroemde
rotstekeningen (gravures eigenlijk) die in heel Zweden zijn
aangetroffen, maar
in Zuid-Zweden - met name rondom Tanum en bij Norrköping
-
in de
grootste aantallen zijn gevonden. |
De
vikingen
| Als
oorzaken van het uitzwerven van de vikingen, bewoners van het huidige
Noorwegen, Denemarken en Zweden, over een groot deel van de toen
bekende wereld
werden aanvankelijk honger en overbevolking genoemd. Maar latere
onderzoeken
hebben aangetoond dat er juist in die periode 800-1000 een zekere
welvaart
heerste in de noordelijke landen. Hoewel de vikingen de naam hebben een
niets
ontziende roversbende te zijn geweest, mag niet onvermeld blijven dat
zij door
hun tochten een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de
ontwikkeling van
West-Europa. Zij vestigden koninkrijken in Frankrijk (Normandië) en
Italië
(Sicilië), maar vooral op de Britse Eilanden (Schotland, Ierland, Man).
De
Zweedse vikingen trokken vooral naar het oosten, waar zij handel
dreven. Zij
legden de basis voor de Russische staat, stichtten Novgorod en Kiev en
drongen
door tot Constantinopel, waar zij in dienst traden van de keizer. Hun
schepen
maakten dat ze zich snel en over ondiep water konden verplaatsen (het
mooiste
voorbeeld is het opgegraven Osebergschip in het Vikingskiphuset op
Bygdoy bij
Oslo). Birka, op het eilandje Björkö westelijk van Stockholm, was de
voornaamste
handelspost in Zweden. Talrijke vondsten bewijzen dat in deze
havenplaats (met
huizen, werkplaatsen, winkels en straten) vele kooplieden van allerlei
nationaliteiten handel dreven. De meeste runenstenen in Zweden daten
van de
periode 1025-1125 en zijn herinneringen aan in verre streken (zoals
Griekenland, Rusland of Constantinopel) gesneuvelde vikingen. Vooral de
Ingvarstenen, die herinneren aan de vikingtocht van Ingvar
de
vittfarne (1036-1041) zijn in dit verband interessant. |
![]() |
De
kerstening
In
de straten van Birka liep in 830 tussen het bedrijvig gewoel de
Angelsaksische
benedictijner monnik Ansgar, de
missionaris van
Zweden. Maar het zou nog eeuwen duren voordat Zweden geheel gekerstend
was,
want de oude goden waren machtig. Er kwam een kerkje in Birka, maar
zodra de
God van de christenen hen niet welgezind en van nut bleek te zijn,
liepen de
materialistische vikingen weer naar hun Asatempels. In Husaby in
Västergötland
liet
Olaf
Skötkonung (ca. 995-1022) zich als eerste koning dopen.
Pas tegen het eind van de l1 e eeuw, toen de tempels van het heidense
bolwerk Gamla
Uppsala omver
werden gehaald, was de strijd beslist, al bleef in afgelegen
streken de heidense cultus nog bestaan. Datzelfde Gamla
Uppsala kreeg
in 1164 de eerste zetel van een aartsbisschop. Omdat nu vikingdreiging
uitging
van het ongekerstende Finland, ondernam Erik IX
(de
Heilige) een kruistocht die met succes werd bekroond.

Hier
was
vroeger Gamla Uppsala
De
staat krijgt vorm
De
kerstening ging gepaard met een consolidatie van het rijk. Omstreeks
1200 omvatte het Zweedse rijk Finland, Karelië en het huidige Zweden,
uitgezonderd de provincies Blekinge, Bohuslän, Halland en Skåne,
die toen Deens waren, terwijl Norrland eigenlijk onbewoond
was, afgezien van de nomadische Lappen. Birger Jarl was
in de 13e eeuw de machtigste man
van het rijk. Hij behoorde tot de roemruchte Folkungafamilie, die als
voorvader de legendarische Folke Fylbyter had. De Folkungar
regeerden een eeuw lang over Zweden.Tegen
het eind van de 13e eeuw was Zweden geheel getransformeerd tot een
feodale staat naar West-Europees voorbeeld. Geleidelijk aan waren
vrijheid en
gelijkheid, die de Zweedse boerengemeenschap kenmerkten, vervangen door
een hiërarchische, aristocratische en geestelijke maatschappij, waarin
de
persoonlijke vrijheid beperkt werd. Aan het hoofd van deze maatschappij
stond de
koning, terzijde gestaan door de adel - die zijn gewapende macht
vormde-en de
geestelijkheid. De steden kwamen tot ontwikkeling met de nieuwe klasse
van burgers. Daaronder stonden de boeren, de vissers en jagers, die 95%
van
de bevolking uitmaakten en gedwongen werden de belastingen te betalen
en
het werk voor de hogere standen te verrichten.
De
laatste der Folkungar
Eriks
zoon, Magnus II Eriksson, volgde zijn oom Birger 1 op. Langer
dan enige andere Zweedse koning heeft hij geregeerd en zijn rijk
omvatte Finland, Zweden (hij wist Skåne, Blekinge en delen van Halland
te
verwerven) en Noorwegen (zijn moeder was een
Noorse prinses). Het was een zeer turbulente regeringsperiode, waarin
het voor Zweden uiteindelijk niet goed afliep. Birgitta (ook wel
Brigitta, 1303-73), stichteres van de orde der birgittinessen,
voorspelde reeds de rampen die Zweden zouden overkomen. Deze vrouw, een
sterke
persoonlijkheid en reeds beroemd tijdens haar leven, keerde zich tegen
de koning, die
van homoseksuele relaties werd verdacht, de zwaarste zonde die men in
die
tijd kon begaan. "Als een ploeg zal Gods toorn door Zweden gaan", zo
waarschuwde zij. In 1349 werd Zweden (zoals trouwens geheel Europa)
bezocht door de Zwarte Dood: de pest verminderde de Zweedse bevolking
met
eenderde. Vijanden van de koning boden Magnus' zwager, hertog
Albrecht van Mecklenburg, de Zweedse troon aan. Magnus werd
verslagen en zes jaar lang zat hij gevangen
in het kasteel van Stockholm. Albrecht voerde een wanbeleid, waartegen
de boeren tevergeefs in opstand kwamen; zij vroegen om de terugkeer van
Magnus,
de 'koning van het volk'. Uiteindelijk kwamen ook
de rijksgroten, die Albrecht op de troon geholpen hadden, in opstand en
riepen de hulp in van Margareta van Denemarken. Haar leger versloeg
Albrecht in 1389 bij Falköping.
De
Denen
![]() |
Albrecht
had Margareta
de
'koning zonder broek' genoemd en vond dat
zij zich beter kon bezighouden met naaiwerk. Hij had zich deerlijk
vergist
(evenals naderhand de Zweedse edelen) in deze wijze vrouw, die een
standvastig
karakter en een sterke geest bezat. Zij was zeer bekwaam en de Unie van
Noorwegen, Zweden en Denemarken, die in 1397 te Kalmar
tot
stand kwam,
voer er wel bij. De Unie vormde een sterke vuist tegen de Duitse
Hanzesteden en
bewerkstelligde een veertigjarige vrede in de Scandinavische landen.
Het door
oorlogen zwaar belaste volk was hier blij mee, maar de Zweedse edelen
waren
ontevreden omdat hun macht beperkt werd. Op den duur drukte het Deense
gezag
toch wel te zwaar, want tegen de afspraak in dat elk land zichzelf
grotendeels
zou regeren, |
De
Vasa's
De
leider van het verzet, de edelman Gustav Vasa,
wist
definitief het
Deense juk af te werpen en werd op de Rijksdag te Strängnäs,
6
juni
1523, tot koning gekozen. De Zuid-Zweedse provincies bleven echter nog
onder
Deense heerschappij. Tijdens de regering van Gustav Vasa
kwam
het
land tot bloei. Hij bracht orde in het land, bouwde een leger op en
voerde in
1529 het lutheranisme als staatsgodsdienst in. In de nu volgende eeuw
ontwikkelde het land zich tot een formidabele macht en de Zweedse
legers
drongen onder leiding van grote koningveldheren tot diep in Oost- en
Centraal-Europa door. Onder
Gustav II Adolf
begon
Zweden aan zijn Gouden Eeuw, de Stormaktstid.
Hij
veroverde grote delen van Polen en Pruisen en streed in de
Dertigjarige Oorlog tegen de Habsburgers. De Zweden rukten op tot aan
de Donau,
waarbij de Duitse legers werden verslagen. Gustav II
Adolf
zelf sneuvelde echter in 1632 bij Liftzen. Axel Oxenstierna
werd
regent voor Christina, de zesjarige dochter van Gustav Adolf, die na
haar
troonsbestijging kunsten en wetenschappen bevorderde. Toen zij
rooms-katholiek
werd, deed zij troonsafstand ten gunste van haar neef Karl X Gustav.
Hij streed
tegen Denemarken en na een gewaagde oversteek van de bevroren Grote
Belt in
1658 overwon hij. Na de vrede van Roskilde verkreeg Zweden Halland,
Blekinge, Bornholm, Bohuslän en Trondheims
län. Het
zou
nog lang
onrustig blijven in de nieuw verworven zuidelijke provincies omdat de
bevolking
niet zomaar akkoord ging met de overgang. Jarenlang woedde er een
verbeten
guerrillastrijd. Sluipschutters (snapphanar) belaagden de nieuwe
machthebbers.
Alleen door betrapte snapphanar gruwelijk terecht te stellen kon deze
tegenstand onderdrukt worden. De verzweedsing ging vooral in Skåne
langzaam.
Nyköpitags,Banket
Berucht
is het Nyköpings Banket, een verhaal dat elk Zweeds kind u kan
vertellen. Toen Magnus
Ladulås (tweede zoon van Birger jarl) stierf, erfde Birger 1 de troon.
Zijn leven lang moest hij op zijn
hoede zijn voor zijn broers Erik en Valdemar, en omgekeerd. In
september 1306 werd Birger
tijdens een kerkelijk feest door zijn
geliefde broers gevangen genomen en geboeid met ijzeren kettingen
opgesloten op het landgoed Hätuna. Al werd in 1310 de vrede getekend
door een
verdeling van het rijk tussen de drie broers, toch kon Birger september
1306 niet
vergeten. In 1317 nodigde hij zijn broers uit om gezamenlijk het
kerstfeest in
Nyköpingshus te vieren. In plaats daarvan werden Erik en Valdemar
opgesloten
in de kerkers en zij stierven daar een jaar later. De hyperopvolgende
opstand dwong Birger echter naar Denemarken te vluchten. Karl
Xl zorgde voor de organisatie van de Zweedse staat zoals deze eigenlijk
nog
bestaat. De macht van de adel werd beperkt. Zijn regeringsperiode was
er een
van relatieve rust en vrede. De laatste krijgerkoning was Karl XII, die
de strijd aanbond met tsaar Peter de Grote. De beslissende slag bij
Poltava
(1709) werd echter verloren en dit betekende gelijktijdig het einde van
de
Zweedse macht in Oost-Europa. Meer dan 30.000 Zweedse soldaten werden
krijgsgevangen gemaakt en de mesten hiervan kwamen nooit meer terug, de
rest
pas na een gevangenschap van vijf tot wel vijfendertig jaar. Aan
de gewone man was de Stormaktstid niet besteed. In de
Dertigjarige Oorlog werd hij gedwongen dienst te nemen in de Zweedse
legers. De weinigen die de oorlog overleefden, vonden hun boerderij
opeens in
bezit van de adel. Van vrije boer waren ze verworden tot bijna
lijfeigenen van de
adel. Na de adelsreductie van Karel XI werd het weliswaar wat beter,
maar Karel XII
zorgde weer voor veel onrust, zowel
onder zijn soldaten en officieren als thuis. Uiteindelijk zou hem dat
het
leven kosten. Tijdens de 18e eeuw lag de macht grotendeels in handen
van de
Rijksdag en hoefde de koning, Fredrik I, niet eens aanwezig
te zijn bij de besluitvorming. Er werd een stempel met zijn
handtekening
gebruikt. Het was een tijdperk met opkomende politieke partijen en een
bestuur door de vier standen: adel, burgers, boeren en de kerk. Fredrik
1
verklaarde Rusland de oorlog en er werd een zware, door Zweden
verloren strijd
geleverd in Finland. Een periode van sociale onrust en revoluties
volgde. Het
waren vooral de boeren uit Dalarna die in opstand kwamen
tegen het oorlogsbeleid en in 1743 met 4500 man gewapend naar Stockholm
optrokken. Rusland maakte gebruik van de gelegenheid om Zweden binnen
te
vallen. Uiteindelijk werd de opstand bloedig neergeslagen en vrede
gesloten met Rusland door Adolf Fredrik van Holstein-Gottorp,
die verwant was aan de tsarina, tot troonopvolger te benoemen. Maar ook
hij had
nauwelijks macht. Zijn opvolger, Gustav III, organiseerde een
staatsgreep en trok alle macht aan zich. Hij werd in 1792 door een
edelman
doodgeschoten. Gustav IV Adolf volgde zijn vader op en tijdens
zijn regering verloor Zweden Finland aan Rusland>
Zweden
op zichzelf aangewezen; neutraliteitspolitiek
Met
de kinderloze Karl XIII zou het oude Zweedse koningsgeslacht
uitsterven. In 1810 werd één van Napoleons maarschalken, Bernadotte,
prins van
Pontecorvo, tot kroonprins benoemd. In 1818 besteeg hij als Karl XIV
Johan de troon. Onder dit huis Bernadotte, dat zich populair
heeft gemaakt in Zweden, brak voor het land een rustige periode aan,
waarin het
land aan zijn industriële ontwikkeling begon. In de 19e eeuw maakte
Zweden een
ernstige landbouwcrisis door, waardoor de positie van de boeren
nagenoeg
onhoudbaar werd. Velen, bijna een miljoen, verlieten Zweden voorgoed en
vertrokken naar Noord-Amerika. Anderen raakten aan lager wal en werden
gedwongen als lijfeigenen (torpare) voor
grootgrondbezitters te werken. Gelijkertijd ontstond een groot
drankprobleem;
men verkoos vaak zijn ellende te verdrinken. Anderzijds nam de
industrialisatie
een grote vlucht. Overal verschenen fabrieken en zagerijen. Er werden
kanalen
gegraven en de eerste spoorwegen werden aangelegd. Dit werd de
voedingsbodem
voor de arbeidersbeweging, de geheelonthoudersbond (nykterhetsrörelse)
en
allerlei kerkgenootschappen die zich afscheidden van de staatskerk
(frikyrkor). De
vakbonden, eerst de liberale en later de sociaal-democratische,
hadden nog weinig macht en elke staking werd met militair geweld de kop
ingedrukt. Pas in de 20e eeuw ontstond de overwegend
sociaal-democratische
solidariteit die Zweden tot op de huidige dag kenmerkt. Sinds
het begin van de vorige eeuw heeft Zweden zich buiten elke oorlog weten
te
houden. Een politiek van strikte neutraliteit werd nagestreefd. Toen in
1905
Noorwegen de Unie met Zweden verbrak, werd een gewapend conflict door
onderhandelingen voorkomen. Zweden was zelfs niet rechtstreeks
betrokken bij de
Tweede Wereldoorlog. De Zweedse houding tijdens de oorlog werd zowel
nationaal
als internationaal bekritiseerd. Enerzijds moest het land toestaan dat
Duitse
troepen zich over Zweeds grondgebied verplaatsten naar Noorwegen,
anderzijds
werden door Zweden via het internationale Rode Kruis grote hoeveelheden
meel en
wit brood tijdens de hongerwinter van 1944-45 boven Nederland gedropt.
Na de
oorlog trad Zweden samen met Engeland, Denemarken, Noorwegen,
Zwitserland,
Oostenrijk en Portugal toe tot de EVA (Europese Vrijhandels
Associatie), maar
het hield zich buiten de NAVO en de EEG. In het najaar van 1994 spraken
de
Zweden zich echter middels een referendum uit voor aansluiting van
Zweden bij de Europese Unie. In
1918 werd het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen ingevoerd en
twee jaar
later kreeg Zweden zijn eerste sociaal-democratische regering. De
sociaal-democraten hebben van 1932 tot 1976 - alleen of in een
coalitie-
onafgebroken regeringsverantwoordelijkheid gedragen. De grote man was
Tage Erlander, die van
1946-'69 minister-president was. Hij werd opgevolgd door Olof Palme. In
1976
namen de burgerlijke partijen het roer in handen. Pas weer
in 1982 wonnen de sociaal-democraten onder leiding van Olof Palme de
verkiezingen. Palme werd op 28 februari 1986 op straat
doodgeschoten, een moord die nog steeds niet is opgelost. Hij werd
opgevolgd door Ingvar Carlsson. Vanaf 1991 was er
korte tijd een rechtse regering, onder leiding van Carl Bildt. De
Zweedse
welvaartstaat kwam niet zonder kleerscheuren uit de economische crisis
van
1992. De kroon devalueerde en er is sprake van een toenemende
werkeloosheid. Na
de verkiezingen van september 1994 kwam er een sociaal-democratische
minderheidsregering onder Ingvar Carlsson, die echter om
persoonlijke redenen aftrad ten faveure van Göran Persson, die
nu (2000) nog steeds minister-president is.