The way is not in the sky, The way is in the heart

THE DHAMMAPADA OF GAUTAMA THE BUDDHA. CA. 500 BC.

 

Inleiding

In het Boeddhisme wordt geen Godsconcept gebruikt om het lijden te verklaren. Er is dan ook geen ‘woord van God’ ook geloofd men niet in een Schepper. De Boeddha wordt wel vereerd maar niet aanbeden. De Boeddha heeft zelfs (vrij vertaald) gezegd: "Ik wil geen volgelingen maar collega's".
De Goden binnen het Tibetaans Boeddhisme zijn "geestgeschapen" dwz het zijn aspecten van je eigen boeddhanatuur. De Boeddhistische teksten (Sutra's) zijn uitgesproken of opgeschreven door mensen in de relatieve sfeer van tijd en ruimte, en zijn verwoordingen van inzichten die ze tijdens ‘samadhi’ hebben ervaren. Het Boeddhisme wordt vaak omschreven als een filosofie, een levenshouding in navolging van de Boeddha, een man die 2500 jaar geleden een levenswijsheid ontdekte door meditatie en daardoor ontwaakte.

Het Boeddhisme tracht het ondraaglijke lijden in het leven weg te nemen, dat ontstaat door de menselijke verlangens, emoties en onwetendheid. Daarvoor is een juiste levenshouding nodig, waarin meditatie een bijzondere plaats krijgt. Het is daarbij de bedoeling om het Nirvana (de verlichting) te bereiken, de bevrijding uit de cyclus van wedergeboorte en dood. Nirvana is de staat van het hoogste (verlicht bewust) zijn, zonder de sluiers van welke illusie dan ook.
 

** Het Kalama Sutra stelt heel duidelijk dat de teksten en predikingen met een gezonde dosis kritiek benaderd moeten worden, en alleen na grondig zelfonderzoek kunnen  worden beaamd en aanvaard.

Basisprincipes van het Boeddhisme

In zijn eerste leerrede, gehouden in het hertenpark van Sarnath, iets noordelijk van het huidige Varanassi, en gegeven aan de vijf mensen waarmee hij enige jaren de strengste ascese had beoefend, heeft de Boeddha drie thema’s genoemd:

* De Vier Edele Waarheden,

* Het Edele Achtvoudige Pad,

* en De Keten van Ontstaan in Afhankelijkheid / de Twaalf Nidanas.

In deze leerrede ging de Boeddha vooral in op de Vier Edele Waarheden en noemde hij alleen de andere twee onderwerpen / inzichten. Deze laatste werkte hij in latere leerredes verder uit. Alle boeddhistische stromingen en tradities beschouwen deze drie inzichten als de kern van de Boeddha-dharma (de Waarheid van de Boeddha), zoals binnen het boeddhisme het, later van buiten ingevoerde, begrip boeddhisme wordt aangeduid.
 


 

De Vier Edele Waarheden

Deze luiden:

De Eerste Edele Waarheid is de waarheid van het lijden.
Alle duaal bestaan heeft een kwaliteit van duhkha (= lijden / frustratie). Dat lijden vindt op verschillende niveaus plaats. Het lijden is heel manifest wanneer wij echt lijden, bijvoorbeeld door verlies van dierbaren, reputatie of doodsangst. Maar ook wanneer wij vreugdevol zijn, bevat dit een element van lijden, omdat wij diep in ons weten dat dit gevoel voorbij zal gaan, omdat alles veranderlijk is. Wij proberen daardoor min of meer krampachtig een vreugdegevoel te verlengen, waardoor zelfs vreugde op een subtiel niveau een soort van lijden is.

De Tweede Edele Waarheid is de waarheid van de oorzaak van lijden.
De oorzaak van ons lijden is onwetendheid / verkeerd inzicht. Wij denken dat onze ervaring van de werkelijkheid de echte werkelijkheid zelf is. Wij zijn ons niet bewust van het feit dat wij onze ervaring van de werkelijkheid zelf scheppen en daarmee de echte werkelijkheid in onze ervaring vervormen, tot een werkelijkheid die gekenmerkt wordt door lijden en frustratie.

De Derde Edele Waarheid is de Waarheid van de mogelijkheid tot beëindiging van het lijden.
Door inzicht te verwerven in het proces waarmee wij onze eigen ervaring van de werkelijkheid creëren (= studie) en door er aan te werken dat proces te verzwakken en te laten ophouden (= beoefening), hebben wij als mensen de mogelijkheid ons lijden op te heffen en onze fundamentele natuur, die ook wel onze boeddhanatuur genoemd wordt, en die de fundamentele natuur van alles is, te realiseren.

De Vierde Edele Waarheid is de waarheid van het pad naar het einde van lijden.
Het pad dat leidt naar het einde van lijden is het Edele Achtvoudige Pad.
 


Het Edele Achtvoudige Pad

Zoals de naam aanduidt is dit een pad dat uit acht fasen of stappen bestaat.

1.    Juiste Visie: dit is het begin van inzicht dat de echte werkelijkheid anders is dan onze eigen geschapen ervaring daarvan,
2.    Juiste Voornemen / Intentie: dit is het voornemen te gaan werken aan het realiseren van de echte werkelijkheid, door middel van het beginnen met   boeddhistische studie en beoefening,
3.    Juiste Spraak: dit is geen onwaarheid spreken, niet lasteren en je spraak op een vriendelijke manier gebruiken,
4.    Juiste Handelwijze: dit is in je handelen anderen zo min mogelijk schade toe te brengen,
5.    Juiste Wijze van Levensonderhoud: dit betekent onder meer niet méér nemen dan wat je nodig hebt, niet (voor je laten) doden, geen stoffen tot je nemen waardoor je geest ongunstig beïnvloed wordt,
6.    Juiste Inspanning: niet te ontspannen en niet te strak, je niet laten ontmoedigen wanneer onmiddellijk succes uitblijft, voortdurend geïnspireerd zijn en inspireren,
7.    Juiste Oplettendheid: onafgeleid doen wat je doet, en
8.    Juiste Concentratie: voortdurend de dingen in hun ware gedaante zien, Ontwaakt / Verlicht zijn (= de beëindiging van lijden).


De stappen 1, 2 en 8 behoren tot de categorie prajna = inzicht; in het begin het inzicht dat je aan jezelf moet gaan werken, omdat kennelijk er iets niet deugt aan je gewo(o)n(t)e ervaring van de werkelijkheid, aan het eind het zien, herkennen en ervaren van de echte werkelijkheid.
De stappen 3, 4 en 5 behoren tot de categorie sila = discipline; het je erin oefenen in elke situatie het voor die situatie juiste doen, wat betreft lichaam, spraak en geest.
De stappen 6 en 7 behoren tot de categorie samadhi = meditatie; het door training baas worden over de eigen geest.

 


De Twaalf Nidanas

In de voorstelling van het Boeddhistische Levensrad (zie afbeelding) wordt op een iconografische manier het proces aangeduid waardoor wij voortdurend de echte werkelijkheid vervormen tot onze eigen relatieve ervaring daarvan, die gekenmerkt is door de kwaliteit van lijden (vergelijk de Eerste Edele Waarheid). Dit universele proces, volgens welke elke mentale en materiële manifestatie tot stand komt, verloopt via twaalf stadia, die tezamen ‘de Keten van Ontstaan in Voorwaardelijkheid’, of ‘de Twaalf Nidanas’ worden genoemd.

Dit proces verloopt als volgt:

1e schakel: wanneer iets in onze geest opkomt, herkennen wij daar niet de echte / ware aard van Dit heet in het boeddhisme onwetendheid.

2e schakel: als gevolg van onze onwetendheid, nemen wij dat wat in de geest opkomt voor werkelijk en wij geven toe aan een neiging er ons mee te vereenzelvigen / er naar te grijpen en er een oordeel aan te verbinden. Dit heet in het boeddhisme formatie.

3e schakel: als gevolg van het grijpen en oordelen worden wij ons bewust van hetgeen in onze geest opkomt. Dit heet bewustzijn.

4e schakel: om met hetgeen waarvan wij ons bewust zijn geworden om te kunnen gaan, maken wij er een concept van. Een concept bestaat uit een naam en een
vorm. Daarom heeft deze schakel in het proces naam en vorm.

5e schakel: om te kunnen communiceren met hetgeen in onze geest is opgekomen, hebben wij onze zinnen en zintuigen nodig. In het boeddhisme worden daar zes van onderscheiden: zien, horen, ruiken, proeven, tasten en denken. Daarom heet deze schakel de zes zinnen.

6e schakel: het gevolg van communicatie is contact. Daarom heet deze schakel contact.

7e schakel: uit contact komt een bepaald gevoel voort; prettig of onprettig. Daarom heet deze zevende schakel van de keten van ontstaan in voorwaardelijkheid /
afhankelijkheid gevoel.

8e schakel: als gevolg van gevoel ontstaat een verlangen, om er van af te zijn, of het aan te halen of het te negeren. Daarom heeft deze schakel verlangen.

9e schakel: aanhalen, afstoten of negeren zijn de drie basismanieren waarmee wij omgaan met / grijpen naar het andere. Daarom heet deze schakel grijpen.

10e schakel: als gevolg van dit grijpen begint in onze geest de ervaring te ontstaan van een fenomenale wereld. Daarom heet deze schakel wording.

11e schakel door wording wordt deze ervaring als het ware een buiten ons bestaande werkelijkheid. Daarom heet deze schakel geboorte.

12e schakel alles wat geboren wordt, zal eens zwakker worden, verouderen en uiteindelijk sterven, wanneer de condities voor het geborene veranderen en ophouden. Daarom heet deze laatste schakel in de keten ouderdom en dood.

Wanneer een ervaring heeft opgehouden te bestaan / gestorven is, is er de ruimte waarin dit proces zich met andere inhouden maar verlopend volgens dezelfde twaalf schakels kan herhalen. Meestel is er sprake van meerdere van deze processen die tegelijkertijd plaatsvinden.

 



De Twaalf Nidanas zijn in de afbeelding van het Tibetaans Boeddhistische Levensrad afgebeeld in de buitenste cirkel. Links van het middenboven staat
een blinde man die tastend zijn weg zoekt voor: onwetendheid, vervolgens met de wijzers van de klok mee, staat
een pottenbakker voor: formatie,
een aap voor: bewustzijn,
mannen in een bootje voor: naam en vorm,
een huis met ramen en deuren voor: de zes zinnen,
een copulerend paartje voor: contact,
een man met een pijl in het oog voor: gevoel,
een aap die vruchten plukt voor: verlangen,
een man die drinkt voor: grijpen,
een zwangere vrouw voor: wording,
een barende vrouw voor: geboorte, en
een man die een lijk wegbrengt voor: ouderdom en dood.

Bestaanswerelden

Binnen deze buitenste cirkel zijn de zes bestaansgronden afgebeeld: onder in de warme en koude hellenwereld, rechts boven de hellen de wereld van de hongerige geesten, links boven de hellen de dierenwereld, boven de dierenwereld de wereld van de jaloerse goden, boven de hongerige geesten wereld de mensenwereld en tussen de mensenwereld en de jaloerse godenwereld de wereld van de trotse goden.

Elke bestaansgrond wordt gedomineerd door een basisemotie:
de hellewereld door agressie,
de hongerige geestenwereld door onstilbare mentale honger,
de dierenwereld door domheid,
de mensenwereld door passie en twijfel,
de jaloerse godenwereld door jaloezie, en
de trotse godenwereld door trots.

Een basisemotie is een emotie die zo sterk is dat deze de beleving van de werkelijkheid door een wezen gedurende zijn leven domineert. Daardoor leidt een basisemotie tot een ervaring van de werkelijkheid als de soort wereld die bij de basisemoties zijn aangeduid, inclusief de ervaring een wezen van de soort van die bestaanswereld te zijn.

De basisemotie die de bestaanswereld van een wezen bepaalt, is meestal de emotie die bij zijn sterven in zijn voorgaande bestaansvorm overheersend was. Daarom is het belangrijk je gedurende je leven te oefenen in het ontwikkelen van een kalme, gedisciplineerde geest.

De basisemoties van de hellewereld, hongerige geestenwereld en de dierenwereld zijn zo dominant dat het wezen er zonder hulp van anderen zich er niet van kan bevrijden. Bovendien leiden deze emoties tot vermogens van de betreffende wezens in deze werelden die minder dan de vermogens van mensen zijn.

Voor de emoties die tot de jaloerse- en trotse godenwerelden leiden, geldt ook dat deze zo dominant zijn dat de wezens van deze werelden zich er niet zelf uit kunnen bevrijden. Maar deze basisemoties stellen de wezens van deze werelden wel in staat tot bovenmensenselijk vermogens.

Alleen de mens is in staat afstand van zichzelf te nemen, en daardoor om zich uit de zelf geschapen wereld te bevrijden. Dat maakt dat de mens een bijzondere mogelijkheid heeft, en daardoor ook een bijzondere verantwoordelijkheid, die het geboren worden in de mensenwereld tot iets zeer uitzonderlijks maakt.

Overigens kunnen binnen elke bestaanswereld weer zes niveaus onderscheiden worden. Zo kan een mens zich tijdelijk zo slecht voelen dat hij het leven als mens als een leven in de hellenwereld ervaart. Ook kan een mens zich (tijdelijk) zo door verlangen gedomineerd voelen, dat het is of hij in de wereld van de hongerige geesten leeft. Wanneer een mens zich zo voelt alsof hij geen keuzen kan maken, dan kan hij zich tijdelijk in de dierenwereld wanen. Maar wanneer een mens door jaloezie gedreven wordt, is hij in staat bovenmenselijke intelligent te zijn en zich gedragen als een jaloerse god, die achter alles wat hem overkomt samenspanningen tegen hem denkt te ervaren. Tenslotte kan een mens zo trots zijn dat hij (tijdelijk) boven zijn normale menselijke vermogens uitstijgt en zich als een god voelt.

Op een dergelijke manier zijn er veel meer dan de zes bestaansgronden – feitelijk zo veel als wij zouden kunnen bedenken.

In de cirkel binnen de cirkel van de zes bestaansgronden zien wij links een aantal mensen die opstijgen naar een boeddhafiguur en rechts een aantal mensen die door een demonisch wezen naar beneden getrokken worden. De mensen links zitten in en positief reïncarnatieproces, de mensen rechts in een negatief reïncarnatieproces.

De Drie Vergiften

In de middelste cirkel zijn een haan, een varken en een slang afgebeeld, die elkaars staart in de bek houden. Deze figuren drukken het mechanisme uit waardoor wij de oorspronkelijke, Absolute werkelijkheid vervormen tot onze eigen geschapen relatieve werkelijkheid, als een afspiegeling van de Absolute werkelijkheid. De haan, het varken en de slang staan voor wat in het boeddhistisch jargon de Drie Vergiften worden genoemd. De haan voor agressie, het varken voor onwetendheid en de slang voor passie.

Deze Drie Vergiften zijn de basismanieren waarop wezens reageren op hetgeen in hun geest opkomt: zij wijzen het af, zij halen het aan of zij negeren het, en combinaties van deze drie manieren. Daardoor ervaren zij niet de Absolute Werkelijkheid, maar de door hen zelf, door de Drie Vergiften, gecreëerde afspiegeling daarvan, de relatieve werkelijkheden, die zij vervolgens voor de werkelijkheid of waarheid houden.

De Drie Vergiften zijn verschijningsvormen van het Basisvergif – onwetendheid (de eerste van de twaalf nidana’s). Onwetendheid is in boeddhistische zin het ontkennen wat je diep in je wel weet.
Alle paden van alle boeddhistische tradities, die allemaal bestaan uit combinaties van studie en beoefening, zijn er op gericht dit vergiftigingsproces eerst te ontkrachten, om ten slotte, aan het einde van het Pad, de altijd in alles aanwezige Absolute werkelijkheid / onze fundamentele- of boeddhanatuur, die de fundamentele natuur van alles is, wel te kunnen herkennen / ervaren.
Dat is het Ontwaken of bereiken van Verlichting.
 


 

Korte historie
De Historische Boeddha leefde zo’n 2500 jaar geleden. Hij werd volgens de overlevering geboren als ‘kroonprins’ van het volk van de Sakya’s, die leefden daar waar nu de grens tussen India en Nepal is. De naam die hij bij zijn geboorte kreeg was Siddhartha Gautama. Hij trouwde op jonge leeftijd met een prinses van een naburig volk. Toen hij 29 jaar was, werd uit het huwelijk een zoon geboren. Daarmee had hij zijn Brahmaanse plicht vervuld door voor een opvolger te hebben gezorgd. Hij vond toen dat hij zich (tijdelijk) uit het reguliere leven kon terugtrekken ten einde het antwoord te vinden op de vraag die zijn leven was gaan beheersen: ‘Waarom heeft het leven altijd een kwaliteit van lijden (dukha)?

Hij trok het woud in, schoor zijn hoofdhaar af, kleedde zich in lompen en begon eerst met meditatie en na enige tijd aan de strenge ascese. Hij kwam echter tot de conclusie dat beide uiterste methoden geen antwoord op zijn vraag gaven. Daarom besloot hij weer voedsel aan te nemen en maakte hij zich een zachte zitplaats onder een boom aan de oever van een riviertje. Hij besloot daar net zolang te blijven zitten tot hij of zou sterven of zijn vraag beantwoord was.
Precies op de dag van zijn 35ste verjaardag kwam Siddhartha Gautama tot het inzicht dat zijn vraag beantwoordde. Daarmee werd hij de Historische Boeddha, die ook wel Sakyamuni Boeddha wordt genoemd (de wijze van het volk van de Sakya’s). Met zijn boeddha worden realiseerde Siddhartha Gautama de potentie van alle levende wezens: verlichting bereiken door alle zelf opgebouwde verduisteringen op te lossen. Verlichting is dus geen staat van geest die je aanleert, maar meer een staat van geest die er altijd is en bereikt wordt door je verduistering op te heffen (af te leren).
De Boeddha overleed ten slotte op zijn 80ste verjaardag, na gedurende 45 jaar al onderrichtend door Noord India te hebben getrokken.
De leer van de Boeddha wordt wel ‘de Middenweg’ genoemd. Dat wil niet zeggen de weg precies in het midden van de uitersten, maar de meest adequate weg tussen de uitersten, soms dicht bij het ene uiterste, en soms dicht bij het andere uiterste, afhankelijk van de situatie.
 

Sakyamuni Boeddha